DE MAAND RAMADAAN
Nadruk verboden zonder
schriftelijke toestemming van de samensteller
Voorwoord 5
Inleiding
1. De Dagen van Allah 6
2. Islamitische maanden 6
3. De nieuwe maan 7
4. De nieuwe maan van ramadaan 7
5. De nieuwe maan van iedoelfitr 8
6. Doe’a bij het zien van de nieuwe maan 8
7. Vroegtijdige waarneming van de maan 9
8. Andere regels t.a.v. de nieuwe maan 9
Hoofdstuk 2
De maand ramadaan
1. De gezegende maand 11
2. Naamgeving 11
3. Bijzonderheden van de maand ramadaan 11
4. Belangrijke gebeurtenissen in ramadaan 13
5. Qasieda 14
Hoofdstuk 3
Saum of vasten
1. Het vastenvoorschrift 15
2. Vrijstelling van het vasten 15
3. De voortreffelijkheden van het vasten 16
4. Historisch overzicht van het vasten 17
5. Het normale vasten 19
6. Het bijzondere vasten 19
7. Het volmaakte vasten 20
Hoofdstuk 4
Regels met betrekking tot het vasten
1. Niyyat of intentie 21
2. De sahrie of het ontbijt 22
3. Het verplichte bad ten tijde van de sahrie 22
4. De iftaar of het ontvasten 23
5. Compensatie voor gemiste vastendagen 24
6. Gezamenlijke iftaarprogramma’s in de masdjids 25
7. Het opzettelijk verbreken van het vasten 25
8. Boetedoening voor het verbreken van het vasten 26
9. Afkeurenswaardigheden tijdens het vasten 27
10. De volgende handelingen verbreken het vasten niet 28
11. Het nemen van een injectie 28
12. Het overgeven tijdens het vasten 29
13. Het volgende is toegestaan tijdens het vasten 29
14. Handelingen waardoor het vasten breekt 30
Hoofdstuk 5
Teraawieh, i’tikaaf en lailetoelqadr
1. De teraawiehnemaaz 32
2. De teraawiehnemaaz in de moskee 32
3. De rust tijdens de teraawiehnemaaz 33
4. De i’tikaaf of retraite 34
5. Het verlaten van de masdjid tijdens de i’tikaaf 35
6. Bezigheden tijdens de i’tikaaf 35
7. De lailetoelqadr 36
8. Hadies 36
9. Het nederdalen van engelen 37
10. De datum van de lailetoelqadr 37
11. Onderlinge onenigheid van moeslims 38
12. Bezigheden gedurende de lailetoelqadr 38
13. De selaatoettasbieh 40
Hoofdstuk 6
Afscheid van ramadaan
1. De djoem’ahdag 42
2. De beloning voor moskeebezoek op vrijdag 42
3. De djoem’ahtoelwidaa 43
4. Qasieda 44
5. Het iedoelfitr 46
6. De nacht van iedoelfitr 46
7. Handelingen die soennah zijn op ieddag 47
8. Moestehabb handelingen op ieddag 47
9. De sadaqatoelfitr 47
10. De iednemaaz 48
11. Het vasten in shewwaal 49
12. Qasieda 50
Lijst van namen en vreemde woorden 52
In naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadige. Alle lof komt toe aan Allah, de Schepper van het heelal. Vrede en zegeningen van Allah zij met de Beste van alle schepselen, de Allerlaatste Profeet van Allah, onze Meester Muhammad, zijn nakomelingen, metgezellen en volgelingen tot de Laatste Dag. Vrede, zegeningen en genade van Allah Te Ala zij met u.
Nadat het boek “De Maand Sha’baan en de Lailetoel Beraa’et” was verschenen, werd de behoefte aan een soortgelijk boek over ramadaan en de Lailetoel Qadr meer dan ooit voelbaar.
Het is bekend dat moeslims zeer gesteld zijn op de maand ramadaan, het vasten gedurende deze maand en het doen van de teraawiehnemaaz in de nachten ervan. Zelfs moeslims die normaal geen nemaaz doen, ziet men in de vastenmaand met vroomheid naar de masdjids gaan om er te bidden.
Veelal is men niet bekend met de wijze waarop de gebeden gedaan dienen te worden. Evenmin is men op de hoogte van de belangrijke regels voor de geldigheid en ongeldigheid van het vasten.
Door gebrek aan de nodige kennis met betrekking tot het vasten is men vaak aangewezen op imaams en andere geleerden om ramadaan optimaal te kunnen benutten.
In dit boek worden o.a. de bijzonderheden van ramadaan, de elementaire voorschriften van het vasten gedurende deze heilige maand en de voortreffelijkheden van de zegenrijke Nacht van Qadr behandeld.
De bedoeling van deze uitgave is dan ook om minder ingewijden de gelegenheid te bieden om ramadaan zonder de hulp van anderen, geheel zelfstandig met inachtneming van de regels en voorschriften van deze heilige maand op de juiste wijze te kunnen doorbrengen.
Voor opbouwende kritiek houd ik mij gaarne aanbevolen.
Moge Allah Te Ala ons de zegeningen van deze heilige maand schenken en ons verlossen van het hellevuur. Aamien.
7 ramadaan 1421/3 december 2000
M.I. Soebhan
1. De Dagen van Allah
Het islamitische jaar kent enkele maanden, dagen en nachten die bijzondere eerbied en waardering genieten boven de andere. In de Heilige Qur'aan worden deze tijden "Ayyaamoellaah" genoemd, hetgeen betekent de "Dagen van Allah". Allah Te Ala zegt in de Heilige Qur’aan:
“En herinnert hen aan de Dagen van Allah”.
(Qur'aan 14 : 5)
De "Ayyaamoellaah" zijn perioden die bijzondere zegeningen van Allah Te Ala hebben gekregen. Daarin worden goede daden hoger gewaardeerd en zonden meer vergeven dan normaal. Een van deze bijzondere tijden vinden wij in de maand ramadaan.
Ramadaan is de negende maand van het islamitische jaar. Islamitische maanden zijn maanmaanden in tegenstelling tot die van de zonnekalender van onze nationale tijdrekening.
Het aantal dagen van islamitische maanden kan niet van te voren vastgesteld worden, zoals bij de maanden van het christelijke jaar. Daar hebben zeven maanden ieder jaar telkens eenendertig dagen, vier maanden dertig en februari achtentwintig. Om de vier jaren krijgt februari nog een dag en heeft dan negenentwintig dagen.
Iedere islamitische maand kan in tegenstelling tot de bovengenoemde maanden eens negenentwintig, dan wel dertig dagen tellen. Maanden van achtentwintig of eenendertig dagen komen in het islamitische jaar nooit voor.
Aan het einde van de 29e dag van iedere maand dient bij zonsondergang naar de nieuwe maan gezocht te worden. Wordt zij door minstens twee moeslim mannen gezien, dan betekent dat het einde van de lopende maand en het begin van de volgende. Ook als de nieuwe maan door één man en twee vrouwen gezien wordt, eindigt de lopende maand en begint de nieuwe.
Wanneer de nieuwe maan aan het einde van de 29e dag van de maand niet door minstens twee mannen of een man en twee vrouwen wordt gezien, eindigt de lopende maand niet. Dan moet de maand worden afgesloten met dertig dagen. De nieuwe maand begint dan na de 30e dag van de lopende maand.
Aan het einde van de 30e dag wordt niet meer naar de nieuwe maan gezocht. Immers, de islamitische maand telt maximaal dertig dagen.
Allah Te Ala zegt ten aanzien van getuigenissen als volgt in de Heilige Qur’aan:
“En roept onder uw mannen twee getuigen en als er geen twee mannen zijn, dan één man en twee vrouwen van degenen, die u als getuigen behagen.”
(Qur’aan 2:284)
Deze regel wordt echter niet toegepast als de hemel aan de westelijke horizon helder is, doch slechts bij een betrokken lucht. Bij heldere hemel dient een groter aantal mensen de nieuwe maan te hebben gezien, alvorens besloten kan worden tot de aanvang van de volgende maand.
Voor de bepaling van het begin van ramadaan is er echter een uitzondering op deze regel. Ook als er slechts één man of één vrouw getuigenis aflegt van het zien van de nieuwe maan op 29 sha’baan, dan begint daarmee onmiddellijk de vastenmaand ramadaan.
Op 29 sha’baan dient door iedereen naar de nieuwe maan van ramadaan gezocht te worden. Dat is een soennah van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam).
Wordt de nieuwe maan volgens de bovenvermelde regels minstens door een persoon, hetzij man of vrouw gezien, dan betekent dat terstond het begin van de maand ramadaan en dient diezelfde avond de teraawiehnemaaz aangevangen te worden. Wordt op 29 sha’baan de nieuwe maan door niemand waargenomen, dan heeft sha’baan dat jaar dertig dagen en begint ramadaan pas een dag later.
(Sehieh Boekharie, Sehieh Moeslim)
5. De nieuwe maan van iedoelfitr
De bepaling van de datum van iedoelfitr geschiedt als volgt.
Wordt op 29 ramadaan de nieuwe maan door minstens twee mannen of één man en twee vrouwen gezien, dan eindigt daarmee de vastenmaand en is de volgende dag iedoelfitr. Wordt na negenentwintig dagen gevast te hebben de nieuwe maan niet door minstens twee mannen of één man en twee vrouwen gezien, dan heeft ramadaan dat jaar dertig dagen en dient een dag later iedoelfitr gevierd te worden.
(Sehieh Moeslim, Sehieh Boekharie)
6. Doe’a bij het zien van de nieuwe maan van iedoelfitr
Nadat de nieuwe maan van iedoelfitr is gezien, dient men drie keren achter elkaar te zeggen.
“Allahoe Akbar”, hetgeen betekent Allah is de Allergrootste.
Daarna zegt men de volgende doe’a op:
“Allaahoemma ahillehoe bil amni wel iemaani wesselaameti wel islaam. Rabbie we rabboekellaah.”
Vertaling:
“O Allah, laat deze maan vrede, voldoening, gemoedsrust over ons brengen en gehoorzaamheid aan u. (O maan), onze en uw Heer is Allah.”
7. Vroegtijdige waarneming van de nieuwe maan
Het kan wel eens voorkomen, dat de nieuwe maan van ramadaan wegens bewolking niet wordt gezien en een dag later wordt begonnen met het vasten. Dat kan een vervroegde waarneming van de nieuwe maan van iedoelfitr tot gevolg hebben.
Aan het einde van de 28e vastendag wordt de nieuwe maan dan weer gezien. Religieus bekeken is er dan geen fout gemaakt, want de regels van de sherie’eh met betrekking tot de bepaling van de aanvang van ramadaan zijn gevolgd.
Het is wel heel verkeerd en tegen de regels van de sherie’eh om de aanvangsdatum van ramadaan vooruit te bepalen zonder de waarneming van de nieuwe maan af te wachten.
Indien op 28 ramadaan bij zonsondergang de nieuwe maan van shewwaal wordt gezien, dan moeten wij onmiddellijk iedoelfitr vieren en daarna één dag vasten ter inhaling van de gemiste vastendag vanwege het late begin van ramadaan.
(Fetawa Aalemgierie)
8. Andere regels ten aanzien van de nieuwe maan
Het kijken naar de nieuwe maan van de maanden sha’baan, ramadaan, shewwaal, dzoelqa’dah en dzoelhadjdja is waadjib (noodzakelijk).
(Fetawa Rezewiyya)
Moeslims die de nieuwe maan van ramadaan of iedoelfitr hebben gezien, dienen daarvan onmiddellijk getuigenis af te leggen aan de bevoegde instanties die belast zijn met het nemen van besluiten met betrekking tot het vasten of de iedviering.
Degenen die de nieuwe maan hebben gezien zijn niet bevoegd om op grond daarvan bekend te maken dat er ramadaan of iedoelfitr is. Nadat zij getuigenis hebben afgelegd van het zien van de maan, zal door de bevoegde persoon (in dit geval de imaam of de leider van de djemaa’et) het besluit tot ramadaan of iedviering worden bekendgemaakt.
Van personen die openlijk zondige handelingen plegen zal er geen getuigenis geaccepteerd worden. Datzelfde geldt ook voor personen die een verkeerde sekte van de Islam aanhangen.
Als slechts één persoon op 29 ramadaan de nieuwe maan van shewwaal heeft gezien, kan er geen iedoelfitr gevierd worden, al is het de imaam en leider zelf, die het besluit tot iedviering moet nemen. In dat geval dient men dertig dagen te vasten en daarna iedoelfitr te vieren.
(Doerre Moechtaar)
Het is niet toegestaan om vingers op te steken in de richting van de maan om het aan anderen te wijzen.
(Fetawa Aalemgierie)
Indien iemand op 29 ramadaan bij zonsondergang beweert de nieuwe maan van ramadaan een dag eerder te hadden gezien, waardoor het nu de 30e vastendag moest zijn, zal zijn getuigenis niet geaccepteerd worden, omdat hij dat eerder had moeten bevestigen.
(Fetawa Aalemgierie)
HOOFDSTUK 2
DE MAAND RAMADAAN
1. De gezegende maand
Allah Te Ala zegt in de Heilige Qur’aan het volgende:
“Het is de maand ramadaan, waarin de Qur’aan werd geopenbaard; een richtlijn voor de mensheid en als duidelijke bewijzen voor de leiding en het onderscheid tussen goed en kwaad. Wie van u aanwezig is in deze maand, laat die dan vasten.”
(Qur’aan 2:186)
2. Naamgeving
Het woord ramadaan is afgeleid van het Arabische stamwoord ramadoen, hetgeen branden betekent. Ramadaan is zo genoemd, omdat de zonden van vastenden gedurende deze maand door het vasten uitgewist worden alsof ze uitgebrand zijn.
3. Bijzonderheden van de maand ramadaan
De Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) sprak de sehabies op de laatste dag van sha’baan toe en zei:
“Er nadert een maand, die zeer zegenrijk is. Allah Te Ala heeft de gelovigen verplicht gedurende deze maand te vasten. De poorten van het paradijs blijven daarin open en die van de hel blijven dicht. De Duivel wordt gedurende deze maand vastgeketend. Er is daarin een nacht die beter is dan duizend maanden. Wie verstoken blijft van de deugden van deze nacht is werkelijk verstoken.”
(Imaam Ahmad, Sunan Nisaaie)
De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) sprak de metgezellen op de laatste dag van sha’baan toe en zei:
“O mensen, een verheven maand vol zegeningen komt tot u. Er is daarin een nacht die beter is dan duizend maanden. Het vasten erin is verplicht voor u en het bidden in de nachten ervan is gewenst. Wie in deze maand vrijwillig een goed werk doet, zal daarvoor de beloning krijgen gelijk aan die van een verplichte daad. Wie een verplicht goed werk doet, zal daarvoor de beloning krijgen gelijk aan die van zeventig verplichte daden. Zij is een maand van beproevingen en geduld. En de beloning voor geduld is het paradijs. Zij is een maand van medelijden en behulpzaamheid jegens de mensen. De leeftocht van de gelovigen wordt in deze maand vermeerderd. Wie in deze maand een vastende laat ontvasten, krijgt vergiffenis van zijn zonden en hij zal verlost worden van het vagevuur, terwijl hij dezelfde beloning krijgt als de vastende zelf. ”
(Baiheqie Sho’boel iemaan)
De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) heeft het volgende over ramadaan gezegd:
“Het is de maand waarvan het begin genade heeft, het midden vergeving van zonden en het einde ervan heeft verlossing van het hellevuur.”
(Baiheqie Sho’boel iemaan)
Deze maand is een bron van zegeningen en genade. De gelovigen dienen deze maand te waarderen en te respecteren. Het doen van de gebeden, het vasten, het geven van aalmoezen en andere regels van liefdadigheid moeten gedurende deze gehele maand in acht worden genomen.
4. Belangrijke gebeurtenissen in ramadaan
3 ramadaan: Overlijdensdag van Hazrat Faatima Zehra (radiallaahoe anha), lievelingsdochter van de Heilige Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam).
10 ramadaan: Overlijdensdag van Hazrat Khadiedjatoel Koebraa (radiallaahoe anha), eerste echtgenote van de Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam). Zij is de eerste vrouw die de Islam accepteerde en moeslim werd.
17 ramadaan: 1. De slag bij Badr. Een kleine groep moeslims, bestaande uit 313 man, zeer armoedig gewapend en veelal te voet versloeg in de vlakte van Badr het meer dan duizend man tellende grote en zwaar gewapende leger van de heidenen van Mekka. Badr is een plaats op 90 mijl afstand van Mediena.
2. Overlijdensdag van Hazrat Aaisja Siddieqa (radiallaahoe anha), een van de latere echtgenoten van de Profeet Muhammad (sallallaahoe alahi we sallam).
21 ramadaan: Martelingsdag van Hazrat Alie Bin Talib (radiyallaahoe anhoe), schoonzoon en vierde opvolger van de Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam).
27 ramadaan: Lailetoelqadr, ofwel shabeqadr (de waardevolle nacht) genoemd: de nacht van 26 op 27 ramadaan. De Heilige Qur’aan werd in deze nacht, die beter is dan duizend maanden, geopenbaard.
5. Qasieda
Barkatoon se hai bhera har roozo shab har soebho shaam
Ies lieje hai moomino maahe mobaarek ies ka naam
Ies mehiene me noezoele rehmate haq beeshoemaar
Ies mehiene me kelaamallaah oetra laa kelaam
Ies mehiene me hoewe doozagh ke sab derwaaze band
Ies mehiene me khoele djannat ke derwaaze temaam
Eek neekie ke ewaz djo paawoge sattar sewaab
Taabe maqdoer ies mehiene me karo toem neek kaam
Naare doozagh se betjaane ka separ ban djaajega
Awr rooza hashr me shaafe’ ho je waala mekaam
Djitne toedjhse ho sekee ilmie ibaadet ies me kar
Djaane aaje jaa na aaje phier toedjhe maahe siyaam
Vertaling:
Vol zegen is iedere dag en nacht van deze maand
Daarom heet hij o gelovigen, de gezegende maand
De uitstorting van genade is oneindig in deze maand
Het Heilig Woord werd geopenbaard in deze maand
Ieder goed werk wordt zeventig maal beloond
Doe naar vermogen goede werken in deze maand
Een schild tegen de hellestraf zal de vasten zijn
En een pleiter bij het oordeel zal de vasten zijn
Dien nu zoveel als mogelijk de Heer in deze maand
Wees niet verzekerd van nog een vastenmaand
HOOFDSTUK 3
1. Het vastenvoorschrift
Allah Te Ala zegt in de Heilige Qur’aan het volgende:
“O gelovigen, het vasten is aan u voorgeschreven, zoals het ook aan degenen die vóór u waren, was voorgeschreven, opdat u godvrezend wordt.”
Islamitisch bekeken begint de volwassenheid bij meisjes met de eerste menstruatie en bij jongens met de eerste natte droom (ehtilaam), dus wanneer de puberteit is bereikt.
Iedereen die de puberteitsleeftijd heeft bereikt, wordt geacht volwassen te zijn voor het naleven van de religieuze verplichtingen zoals het vasten en het doen van de selaat.
Vanaf dat moment is de moeslim verplicht om de voorschriften van ramadaan met betrekking tot het vasten in acht te nemen.
Allah Te Ala zegt in de Heilige Qur’aan het volgende:
“Vast een vastgesteld aantal dagen. Maar degene van u die ziek is of op reis, vaste een aantal andere dagen.”
(Qur’aan 2:184)
In de volgende gevallen is men vrijgesteld van het vasten.
Indien iemand zodanig ziek is, dat zijn leven in gevaar komt door te vasten of als zijn ziekte toeneemt of aanhoudt, hoeft hij niet te vasten. Na zijn beterschap moet het vasten worden ingehaald.
Ouden of zieken die geen vooruitzicht op genezing hebben en wegens ouderdom of ziekte niet kunnen vasten, dienen dat dagelijks te compenseren met het voeden van een behoeftige met twee volledige maaltijden.
Blijkt de toestand van bedoelde ouden en zieken te verbeteren, waardoor zij later wel kunnen vasten, dan dienen zij ondanks de compensatie de vastenplicht toch nog te vervullen.
Reizigers zijn ook vrijgesteld van het vasten, met dien verstande, dat zij na beëindiging van hun reis het aantal gemiste dagen inhalen.
Als ramadaan toevallig samenvalt met warme seizoenen en ouden of zieken niet kunnen vasten vanwege hoge temperaturen, dienen zij dat in te halen in koele tijden.
Zogende moeders en zwangere vrouwen mogen wel vasten als zijzelf of hun baby’s daardoor geen gevaar oplopen, anders dienen zij het vasten ook uit te stellen tot na de zoogtijd of de bevalling.
De Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) zei:
“Het vasten is een schild (beschermmiddel tegen de hel). Daarom moet de vastende geen onwelvoeglijke taal uiten. Hij moet zich niet onzedelijk gedragen. Als iemand ruzie met hem maakt of hem uitscheldt, dient hij twee keer te zeggen: Ik ben in de vasten.”
(Boekharie, Moeslim, Imaam Maalik, Ibn Maadja, Nisaaie)
Hij zei verder:
“De vastende heeft twee vreugden: een bij het ontvasten en de tweede bij de ontmoeting met zijn Heer. Bij Degene, Die over mijn leven beschikt, de geur die uit de mond van de vastende komt, is bij Allah beter dan die van muskus.”
(Boekharie en Moeslim)
De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) zei:
“Allah Te Ala heeft gezegd, dat de vastende om Zijnent wil spijs en drank laat. Hij vast slechts voor Hem en Hij alleen zal hem daarvoor belonen. Iedere goede daad wordt minimaal tienvoudig beloond, behalve het vasten. De beloning daarvoor is slechts aan Allah bekend.”
(Boekharie en Moeslim)
De Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) heeft gezegd:
“De Heilige Qur’aan en het vasten zullen op de Laatste Dag voor de vastende pleiten. De Qur’aan zal zeggen: O Allah, deze dienaar heeft omwille van mij in de nachten van ramadaan tijdens de teraawiehnemaaz gestaan en zijn nachtrust opgeofferd. Vergeef hem. Het vasten zal zeggen: O Allah, deze dienaar heeft omwille van mij tijdens de dagen van ramadaan spijs en drank en andere geneugten prijsgegeven. Vergeef hem zijn zonden. Allah Te Ala zal op voorspraak van het vasten en de Heilige Qur’aan de vastende en degene die tijdens de teraawiehnemaaz de Heilige Qur’aan leest of toehoort, vergeven.”
(Imaam Ahmad, Haakim)
4. Historisch overzicht van het vasten
Het vasten is niets nieuws in de Islam. Het dateert uit de tijd van de oude volkeren. Allah Te Ala zegt in de Heilige Qur’aan:
“Het vasten is aan u voorgeschreven, zoals het aan de volkeren vóór u was voorgeschreven.”
(Qur’aan 2:184)
Gedurende de tijden heen heeft het vasten verschillende vormen en voorschriften gehad.
Aanvankelijk waren de gelovigen gedurende het gehele jaar slechts op de Aashoeradag verplicht te vasten. Dat is de tiende dag van muharram, de eerste maand van het islamitische jaar.
Later werd dit vervangen met de dertiende, veertiende en vijftiende dag van iedere maand. In het Arabisch worden deze dagen de “ayyaamoel bied” (de witte dagen) genoemd, vanwege de verlichte nachten van de volle maan die deze dagen voorafgaan.
Ook dit werd vervangen en wel met het vasten gedurende ramadaan. Nadat de verplichting tot nemaaz en zekaat was ingesteld, werd op 10 sha’baan van het tweede jaar na de Hidjra het vasten gedurende de maand ramadaan verplicht gesteld voor de moeslims. Echter was men toen vrij om in plaats van te vasten een halve saa’ (gewichteenheid van 2 kg en ½ ons) tarwe of een saa’ gerst aan een behoeftige af te staan. Toch was het aanbevolen om te vasten dan daarvoor aalmoezen in de plaats te geven.
Na enige tijd werd deze vrijheid opgeheven en werd het vasten dag en nacht verplicht gesteld met een onderbreking na zonsondergang tot het ishaagebed of tot men naar bed ging. Na het ishaagebed te hebben gedaan, mocht men tot zonsondergang van de volgende dag geen spijs en drank nuttigen, roken of vleselijke gemeenschap hebben.
Ook als men vóór het ishaagebed te hebben gedaan in slaap viel, was het vasten vanaf dat moment verplicht tot zonsondergang van de volgende dag.
Tenslotte kwam er verzachting in de vastenvoorschriften en werden eten, drinken en vleselijke gemeenschap vanaf zonsondergang tot het aanbreken van het ochtendgloren toegestaan.
5. Het normale vasten
Het Arabische woord voor vasten is saum, hetgeen zwijgen of afblijven betekent. In islamitische begrippen betekent saum het zich onthouden van roken, spijs en drank en toegestane vleselijke gemeenschap vanaf het aanbreken van het ochtendgloren tot zonsondergang in navolging van de goddelijke opdracht.
Dit is de laagste rang van het vasten. Hierdoor wordt minstens voldaan aan de verplichting tot vasten. Anderszins houdt het vasten veel meer in. De groten van de oemmah (de totale moslimse gemeenschap) hebben het vasten daarom nog twee rangen toegekend t.w. het bijzondere vasten en het volmaakte vasten.
6. Het bijzondere vasten
Dit is de vorm van vasten, waarbij behalve het zich onthouden van geoorloofde handelingen zoals roken, eten, drinken en geslachtelijke gemeenschap ook de ogen, oren, mond, handen, voeten en andere lichaamsdelen afgehouden worden van ongeoorloofde handelingen.
Het is zeer onverstandig om voor de tevredenheid van Allah Te Ala het geoorloofde (spijs en drank) te laten, maar kwaad en zonde te blijven bedrijven.
De ogen dienen afgehouden te worden van verleidelijke zaken. De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) heeft gezegd, dat ieder onzedelijk blik tot de gifpijlen van Satan behoort. Wie uit godvrezendheid onzedelijke blikken vermijdt, zal beloond worden met een overtuigd geloof, waarvan hij de zoetheid tot in het hart zal smaken.
De mond dient beschermd te worden van iedere vorm van onnuttig gepraat, leugen, kwaadsprekerij en onzedelijke uitlatingen. De oren dienen afgehouden te worden van het horen van ongeoorloofd geluid en gepraat zoals muziek, geroddel, scheldwoorden enz. In de hadies is vermeld, dat het luisteren naar geroddel gelijk is aan roddelen zelf.
Het toebrengen van schade aan derden met de handen en het zich begeven naar verboden plaatsen of het beramen van boze plannen tegen anderen zijn zaken, die altijd achterwege gelaten moeten worden, laat staan tijdens het vasten.
Ten tijde van het ontvasten moet niet zoveel gegeten worden, dat er ongemak ontstaat bij het doen van de gebeden. Het vasten beoogt bevordering van de gezondheid, terwijl overmatig eten juist schadelijk is voor zowel geest, als lichaam.
Na de iftaar moet men een gevoel van voldoening krijgen voor de vervulling van een belangrijke plicht, maar tegelijkertijd moet het besef aanwezig zijn, dat acceptatie van het vasten slechts door de weldaad van Allah Te Ala kan gebeuren.
Dit is de middelste rang van het vasten, waarbij de vastende zich volledig houdt aan de voorschriften van het vasten en zijn leven gedurende de vastentijd geheel conform de islamitische leefwijze doorbrengt.
7. Het volmaakte vasten
De hoogste rang van het vasten is die van degenen die zich geheel ontdoen van wereldse zaken en zich volledig overgeven aan het gedenken van Allah.
Hiervoor trekken zij zich in afzondering terug, hetzij in de masdjid, thuis of elders. Zij brengen alle momenten van de tijd in aanbidding door.
Hun ogen, oren, mond, handen, voeten en andere lichaamsdelen blijven dan beschermd van alle ongeoorloofde handelingen. Dat wordt het volmaakte vasten genoemd.
HOofdstuk 4
REGELS MET BETREKKING TOT Het vasten
De niyyat of het voornemen is een onvoorwaardelijke vereiste voor de geldigheid van het vasten. De niyyat houdt het innerlijke besluit tot hetgeen men van plan is te doen in. Het woordelijk opzeggen van dit besluit is wel gewenst, doch niet vereist.
Het opvatten van dit voornemen dient tussen zonsondergang van de voorafgaande dag tot en met de middag van de dag waarop er gevast wordt te geschieden. Dat betekent, dat men zelfs laat op de dag, voordat de zon haar hoogste stand heeft bereikt, kan besluiten te vasten, indien men tot die tijd toevallig niets heeft gegeten of gedronken en ook niet gerookt of geslachtelijke gemeenschap heeft gehad.
In dit geval kan de niyyat als volgt worden opgezegd.
“Newaitoe an asoeme haadhal jaume lillaahi te ala min fardi ramadaan.”
Vertaling:
“Ik neem mij voor om heden omwille van Allah Te Ala de vastenplicht van ramadaan te vervullen.”
Men kan dan door blijven vasten en na zonsondergang ontvasten. Heeft men vóór de middag enige handeling gepleegd die tegen de regels van het vasten is, dan kan men voor die dag niet meer besluiten om te vasten.
Besluit men vóór het aanbreken van het ochtendgloren om de volgende dag te vasten, dan luidt de niyyat als volgt.
“Newaitoe an asoeme ghadan lillaahi te ala min fardi ramadaan.”
Vertaling:
“Ik neem mij voor om morgen omwille van Allah Te Ala de vastenplicht van ramadaan te vervullen.”
Het eten vlak voor het aanbreken van de dageraad wordt sahrie genoemd. Het nuttigen van de sahrie is een zeer zegenrijke gewoonte van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam), al is het slechts een hapje of een slok water.
(Sunan Ahmad, Boekharie, Muslim, Aboe Dawoed, Nisaaie)
Tussen het vasten van de moeslims en dat van de joden bestaat er een verschil. Dat is het eten van de sahrie.
(Aboe Dawoed, Tirmizie, Nisaaie, Ibn Khoezaima)
Het is gewenst om de sahrie tot het uiterste uit te stellen. Dat betekent dat de sahrie op het laatste moment vóór de dageraad moet worden gegeten.
(Mo’djam Awsat Tabranie)
Het is heel verkeerd te denken dat men vrijgesteld is van het vasten als men te laat opstaat voor het eten van de sahrie. Wie ’s morgens om de een of andere reden te laat opstaat en er geen tijd meer is voor het eten van de sahrie, moet niet denken, dat hij die dag niet meer hoeft te vasten. Hij dient dan zonder te eten of te drinken de gehele dag in de vasten te blijven.
Indien iemand in ramadaan ’s morgens een verplicht bad moet nemen, dient hij dat te doen vóór het aanbreken van het ochtendgloren. Verkeert men in tijdnood om dat te doen, dan moet men vóór het aanbreken van de dageraad minstens de tanden poetsen, de mond spoelen, goed gorgelen en de neusgaten tot en met het binnenste deel schoonmaken. Als daarna tijdens het vasten gebaad wordt, is het niet meer nodig om te gorgelen of water in te snuiven.
Deze handelingen zijn vereist in de ghoesl (het volledige bad). Zij vormen echter het risico voor de vastende, dat er water wordt doorgeslikt of ingesnoven, waardoor het vasten breekt. Het doen van woedoe of ghoesl moet uiterst voorzichtig geschieden tijdens het vasten. Het is daarom aan te raden om in ramadaan het verplichte bad vóór het aanbreken van het ochtendgloren te nemen.
Het zich haasten voor de iftaar is een soennah van de Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) en zeer zegenrijk. Terstond nadat de zon is ondergegaan, moet men ontvasten. Het uitstellen van de iftaar is afkeurenswaardig.
(Aboe Dawoed, Tirmizie)
Bij regenweer is het echter aan te bevelen om te wachten totdat er voldoende zekerheid bestaat omtrent het ondergaan van de zon.
De iftaar dient vóór de maghribnemaaz te geschieden. Het is verkeerd om de maghribnemaaz eerst te doen en daarna te ontvasten.
(Aboe Dawoed, Tirmizie)
Het is ook niet juist om eerst een volle maaltijd te nuttigen bij de iftaar en daarna de maghribnemaaz te doen.
Het is gewenst om met dadels of water te ontvasten. Dat is een soennah van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam). Bij de iftaar kan het volgende gebed opgezegd worden:
“Allaahoemma leka soemtoe we alaa rizqika aftertoe faghfirlie maa qaddamtoe we maa aggartoe.
(Aboe Dawoed, Tirmizie)
Vertaling:
“O Allah, ik heb om U alleen gevast en met het door u aan mij geschonken voedsel ontvast. Vergeef mij dan mijn zonden van het verleden en de toekomst.”
Deze doe’a kan na de iftaar, maar ook daarvóór opgezegd worden.
5. Compensatie voor gemiste vastendagen
Allah Te Ala zegt in de Heilige Qur’aan het volgende:
“En op degenen die het heel moeilijk kunnen volbrengen, rust de plicht van fid’jah: het voeden van een arme.”
(Qur’aan 2:184)
Degenen, die wegens ziekte of lichamelijke zwakte niet in staat zijn te vasten, kunnen dat compenseren met het geven van aalmoezen aan armen. Deze compensatie van het vasten wordt fid’jah genoemd.
De fid’jah moet bestaan uit volledige maaltijden voor de gehele dag of een bedrag ter hoogte van de sadaqatoelfitr per maaltijd. Dat moet geschonken worden aan een behoeftige moeslim. Het geven van de fid’jah aan ongelovigen compenseert het gemiste vasten niet.
Sommige mensen denken, dat zij ter compensatie van het vasten eten en drinken kunnen opsturen naar moskeeën waar moeslims bij elkaar komen om gezamenlijk te ontvasten. Dat is heel verkeerd. De fid’jah voor het vasten is slechts bedoeld voor behoeftigen, terwijl er in de moskeeën allerlei soorten mensen, waaronder ook rijken, deelnemen aan de iftaar.
Wie dus wegens ziekte niet kan vasten, moet niet denken dat hij zijn fid’jah (compensatie voor het niet vasten) vervult door iftaarmaaltijden op te sturen naar masdjids. Hij dient dat uitsluitend aan behoeftige moeslims te geven.
Allah Te Ala zegt in de Heilige Qur’aan het volgende:
“Maar het is beter voor degene die vrijwillig meer geeft (dan verplicht is). ”
(Qur’aan 2:184)
Op sommige plaatsen is het gebruikelijk, dat er gedurende ramadaan iftaarprogramma’s georganiseerd worden in de moskeeën, waarbij vastenden mogen komen ontvasten. Besturen van de respectievelijke organisaties zoeken dan donaties om de iftaarkosten te dekken.
In opdracht van het bestuur worden er heel uitbundig en gul allerlei gebakjes en andere lekkernijen klaargemaakt met bijdragen die zijn opgehaald bij leden. Langzamerhand heeft het idee bij de moeslims postgevat, dat het in iedere djemaa’et een vereiste is om dergelijke iftaarprogramma’s te organiseren. Dit idee is heel verkeerd.
Het is natuurlijk heel gezellig en bevorderend voor de eensgezindheid en saamhorigheid van de moeslims om gezamenlijk te ontvasten, als er ten aanzien hiervan geen verkeerde opvattingen ontstaan.
Wie vrijwillig behoeftige moeslims laat ontvasten, mag daarvoor rekenen op een grootse beloning van Allah Te Ala. Het is echter geenszins een vereiste voor besturen van djemaa’ets om iftaarprogramma’s te organiseren.
De vastende kan zodanig ziek worden, dat zijn leven in gevaar komt te verkeren of zijn gezondheid verslechtert als hij door blijft vasten. Hij kan ook erge dorst krijgen, waardoor hij met overtuiging voor zijn leven vreest.
In deze gevallen is het verbreken van het vasten niet alleen toegestaan, maar zelfs noodzakelijk. Echter dient hij het aantal gemiste dagen na zijn beterschap in te halen.
Iemand wiens vasten halverwege vervalt, moet zich evenals een menstruerende vrouw die in ramadaan overdag rein wordt, de rest van die dag als een vastende gedragen. Ook een reiziger die in ramadaan overdag thuis aankomt, een minderjarige die overdag de volwassenheid bereikt en een ongelovige die in de loop van de dag moeslim wordt, dienen zich de rest van die dag als een vastende te gedragen.
Zij dienen gedurende de rest van die dag niet te eten of te drinken of handelingen te plegen tegen de regels van het vasten. Degene wiens vasten om de een of andere reden verbroken wordt, moet evenals de menstruerende vrouw, die in de loop van een vastendag rein wordt en de reiziger die in ramadaan overdag thuis aankomt het vasten van die desbetreffende dag inhalen.
Daarentegen hoeft de ongelovige die overdag in ramadaan moeslim wordt of de minderjarige die in de loop van een vastendag de volwassenheid bereikt, de desbetreffende dag niet in te halen.
Het halverwege verbreken van het vasten zonder een geldige reden is een zeer grote zonde. Wie zich hieraan schudig maakt, dient een boetedoening te ondergaan.
8. Boetedoening voor het verbreken van het vasten
· Het bewust en opzettelijk eten, drinken, roken of
bedrijven van geslachtelijke gemeenschap, terwijl men
weet dat men bezig is te vasten.
· Wie tijdens het vasten onbewust bezig is te eten of te
drinken, dient daar terstond mee te stoppen nadat het tot
hem doordringt, dat hij aan het vasten is. Gaat hij toch
door met eten en drinken, dan dient hij de boetedoening te
ondergaan.
· Ook degene die kort voor het aanbreken van het
ochtendgloren bezig is te eten of te drinken, dient daar
bij het aanbreken van de dageraad direct mee te stoppen.
Doet hij dat niet, dan moet hij eveneens de boetedoening
ondergaan.
9. Afkeurenswaardigheden tijdens het vasten
De volgende handelingen zijn ongewenst en af te keuren tijdens het vasten. Zij doen de beloning voor het vasten afnemen.
Het onnodig proeven van etenswaren of het bijten of kauwen op iets zonder het in te slikken. Wordt er daarbij iets ingeslikt, dan breekt daardoor het vasten.
Het overmatig gorgelen en of het diep insnuiven van water bij het doen van de woedoe. Zakt er daarbij water door de keel, dan breekt daardoor het vasten ook.
Het voortdurend spuwen en of het inslikken van in de mond opgespaarde speeksel. Dat is normaal ook al verboden. Het wordt als onhygiënisch en vies aangemerkt, al breekt daardoor het vasten niet.
Het liegen, roddelen, klikken, schelden, plagen, bekvechten en het zich bezighouden met ongepast gepraat. Het vechten, schreeuwen of het doen van andere zondige handelingen. Door deze handelingen, die altijd verboden zijn, breekt het vasten niet, maar zij verlagen de kwaliteit ervan.
Door het onbewust eten, drinken, roken of bedrijven van geslachtelijke gemeenschap breekt het vasten niet. Dat betekent, dat men deze handelingen pleegt, terwijl men vergeten is dat men bezig is te vasten.
Terstond nadat men tot de ontdekking komt, dat men bezig is te vasten, dient men gelijk te stoppen met bovengenoemde handelingen. Men kan dan door blijven vasten. Het vasten is niet gebroken. Stopt men na tot de ontdekking te zijn gekomen dat men bezig is te vasten niet onmiddellijk, dan breekt het vasten direct en dient men het in te halen.
Door het onopzettelijk inademen of inslikken van rook, stof, een vlieg of mug enz. breekt het vasten ook niet.
Verder breekt het vasten niet, indien
· tijdens het baden water in de oren terecht komt;
· men onopzettelijk overgeeft, al is het meer dan een
mondvol;
· er medicijnen in de ogen worden gezet;
· iemand overdag in slaap valt en tijdens het slapen een
natte droom krijgt en ook niet als iemand verwond raakt
en aan bloedverlies lijdt.
Het op een andere manier innemen van medicijnen zoals via de neus, oren of mond verbreekt het vasten wel. Ook door het gebruik van een zetpil breekt het vasten onmiddellijk.
(Mir’aat Sharh Mishkaat Moefti Ahmad Jaar Khan Ne’iemie)
12. Het overgeven tijdens het vasten
Hierbij kunnen wij de volgende gevallen onderscheiden.
Het vasten breekt wel,
indien men opzettelijk een mondvol of meer overgeeft;
indien men opzettelijk minder dan een mondvol overgeeft, doch een deel van het braaksel bewust wordt teruggeslikt;
indien men niet opzettelijk overgeeft en het braaksel is een mondvol waarvan een deel, minstens even groot als een erwt, bewust wordt ingeslikt.
Het vasten breekt niet,
indien men niet opzettelijk overgeeft en het braaksel is een mondvol of meer;
indien men opzettelijk overgeeft en het braaksel is minder dan een mondvol;
indien men niet opzettelijk overgeeft en het braaksel is een mondvol of meer, waarvan een deel vanuit de mondholte zelf terugzakt in de slokdarm;
indien men niet opzettelijk overgeeft en het braaksel is minder dan een mondvol, waarvan een deel bewust wordt teruggeslikt of zelf terugzakt in de slokdarm.
(Doerre Moechtaar)
In al de bovengenoemde gevallen, waarin het vasten breekt, moet men zich er van bewust zijn, dat men in de vasten is. Is iemand vergeten, dat hij bezig is te vasten en pleegt hij bovengenoemde handelingen opzettelijk, dan breekt het vasten niet.
13. Het volgende is toegestaan tijdens het vasten:
· het zetten van medicijnen in de ogen;
· het ruiken van parfums;
· het smeren van olie of vet over het hoofd of lichaam;
· het smeren van een zalf of andere medicijn over een
verwonde plek van het lichaam;
· het poetsen van de tanden. Dat is zelfs aan te bevelen,
omdat het een soennah van de Profeet (sallallaahoe alaihi
we sallam) is. Echter dient daarbij geen tandpasta of iets
dergelijks gebruikt te worden;
· het slachten van dieren;
· het knippen van het haar;
· het knippen van de nagels.
14. Handelingen waardoor het vasten breekt.
hoofdstuk 5
1. De teraawiehnemaaz
Het doen van twintig rek’aat teraawiehgebed is soennah voor iedere volwassen moeslim, hetzij man of vrouw. Ook degenen, die om de een of andere reden niet hebben gevast, dienen dit gebed te doen, behalve vrouwen die om reinheidsredenen de teraawiehnemaaz hebben gelaten.
De sehaabie Hazrat Jezied Bin Roemaan (radiallaahoe anhoe) zei, dat in de tijd van Hazrat Oemar Al Faroeq (radiallaahoe anhoe) de moeslims in ramadaan drieëntwintig rek’aat teraawiehnemaaz, inclusief drie rek’aat witr deden.
(Mo’atta Imaam Maalik, Assoenenil Koebraa Baiheqie)
Hazrat Alie Bin Taalib (radiallaahoe anhoe) droeg de recitators van de Heilige Qur’aan op om de moeslims voor te gaan in twintig rek’aat van de teraawiehnemaaz. Zelf leidde hij de witr.
(Minhaadjoessoennah Ibn Taimiyyah)
De tijd voor het doen van deze nemaaz vangt aan na de farz van de ishaanemaaz en duurt voort tot het aanbreken van de ochtendschemering. De teraawiehnemaaz kan vóór of na het witrgebed gedaan worden.
Vrouwen dienen dit gebed thuis te doen, terwijl het soennah mo’akkada kifaya is voor mannen om daarvoor naar de masdjid te gaan.
Indien mannen de teraawiehnemaaz thuis in gezelschap doen, zullen zij de beloning voor de djemaa’et krijgen. In dit geval zal de beloning voor het doen van de teraawieh in de masdjid verloren gaan.
Vrouwen dienen alle nemaaz thuis te doen. Dat is hen door de Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) aanbevolen, omdat hun nemaaz thuis hoger wordt gewaardeerd en meer wordt beloond door Allah Te Ala.
Het is wel toegestaan om de eigen buurtmoskee over te slaan, indien daar de Heilige Qur’aan niet wordt uitgelezen tijdens de teraawiehnemaaz om elders te gaan waar dat wel gebeurt.
Het is gewenst, dat dezelfde imaam alle twintig rek’aat van de teraawiehnemaaz leidt, hoewel het wel is toegestaan, dat meerdere imaams de teraawieh leiden. In dit geval is het beter, dat de wisseling van de imaams telkens bij de rust na vier rek’aat plaatsvindt.
Wie in de moskee aankomt nadat de ishaanemaaz reeds heeft plaatsgevonden, moet eerst zijn ishaa doen voordat hij zich aansluit bij de djemaa’et van de teraawiehnemaaz. Zijn witrnemaaz dient hij dan ook afzonderlijk te doen.
Het is ongewenst, dat iemand die de ishaanemaaz niet in gezelschap heeft gedaan, dat wel doet in de witrnemaaz.
Het is moestehabb (aanbevelenswaardig) om na iedere vier rek’aat van de teraawiehnemaaz een poosje te zitten en Allah te lofprijzen of de heilgroet over de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) op te zenden. In het bijzonder kan de lofprijzing van Allah in dit geval met de volgende bewoordingen geschieden.
“Soeb’haane dzil moelki wel melekoet.
Soeb’haane dzil iezzeti wel azmeti wel haibeti
wel qoedrati wel kibriyaai wel djebroet.
Soeb’haanel melikil hayyilledzie
laa jenaamoe we laa jemoet.
Soebboehoen qoeddoesoen rebboenaa
we rebboel melaaiketi werroeh.
Allaahoemma adjirnaa minennaar,
jaa moedjieroe jaa moedjieroe jaa moedjier.”
Vertaling:
“Heilig is de Bezitter van alle koninkrijk en heerschappij.
Heilig is de Heer van eerbied, verhevenheid en gezag,
van almacht, grootheid en majesteit.
Heilig is de Eeuwiglevende Koning, Die niet slaapt, noch sterft.
Geprezen zij Zijn heiligheid, onze Heer
en de Heer der engelen en de Geest.
O Allah, redt ons van het hellevuur,
o Redder, o Redder, o Redder.”
Indien de mensen het bezwaarlijk vinden om na iedere vier rek’aat te rusten, moet dat maar gelaten worden.
4. De i’tikaaf of retraite
I’tikaaf is het Arabische woord voor retraite. Dat is in afzondering en teruggetrokkenheid leven. Het in retraite gaan is soennah mo’akkada kifaja vanaf de asrtijd van 20 ramadaan tot en met het einde van deze maand. Ook indien slechts één persoon het doet, wordt deze soennah vervuld. Alle anderen zijn dan verlost van de i’tikaafplicht, hoewel alleen de mo’tekif (d.i. retraitant) de beloning daarvoor krijgt.
De vastende dient op 20 ramadaan uiterlijk vóór zonsondergang zijn intrek te nemen in de masdjid met de intentie om daar in navolging van de gewoonten van de Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) tot het einde van ramadaan te vertoeven.
De i’tikaaf eindigt dus op 29 ramadaan na waarneming van de nieuwe maan van shewwaal bij zonsondergang of na voltooiing van dertig vastendagen. Daarna is er iedoelfitr en eindigt de i’tikaaf.
De i’tikaaf dient in een masdjid, waar er gezamenlijk vijf maal daags nemaaz gedaan wordt te geschieden.
Na het voornemen tot retraite te hebben opgevat, kan de mo’tekif zich buiten de masdjid begeven om zijn gevoeg te doen, te urineren, zonodig een bad te nemen of voor de djoem’ahnemaaz te gaan, indien zijn retraitemoskee geen djama masdjid is.
Het nemen van een bad kan nodig zijn als iemand tijdens de i’tikaafperiode een natte droom krijgt. Dan moet hij op de plaats waar hij lag te slapen de tayammoem doen, alvorens zich buiten de moskee te begeven om een ghoesl (bad) te nemen.
Indien er niemand aanwezig is om voedsel en of kleren voor de retraitant te brengen, kan hij na de maghribnemaaz de moskee verlaten om het voedsel en de nodige kleren te halen. Het is niet toegestaan om in dit geval thuis te eten.
Hij moet zich niet langer dan nodig buiten ophouden indien hij in bovengenoemde gevallen de masdjid verlaat. Dat maakt de i’tikaaf afkeurenswaardig, hoewel deze pas ongeldig wordt nadat men onnodig langer dan een halve dag buiten de masdjid blijft.
6. Bezigheden tijdens de i’tikaaf
De mo’tekif dient minstens zijn religieuze plichten te vervullen en zich verder bezig te houden met vrijwillige gebeden of andere heilzame werken zoals recitatie van de Heilige Qur’aan, lofprijzing van Allah en Zijn Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam), het volgen of verzorgen van religieuze lessen, het vragen van vergiffenis voor begane zonden en het lezen van mouloed sherief.
De mo’tekif mag in de masdjid ook slapen, eten en drinken. Anders zijn deze handelingen verboden binnen de masdjid.
Een handelaar mag indien nodig tijdens de i’tikaaf handelstransacties sluiten binnen de masdjid, mits de handelsgoederen daarbuiten verhandeld worden.
7. De lailetoelqadr
Van alle nachten van het jaar is de lailetoelqadr de aanzienlijkste. Lailetoelqadr is een Arabische benaming voor een van de nachten van ramadaan. Het betekent de waardevolle nacht. De lailetoelqadr is zo genoemd naar de bijzondere waardering die Allah Te Ala hecht aan deze nacht.
Het is vermeld, dat de beloning voor elke goede daad in deze nacht gelijk is aan die van dertigduizend goede daden van andere nachten. Deze ene nacht is beter dan duizend maanden.
Allah Te Ala zegt in hoofdstuk 97 van de Heilige Qur’aan het volgende over de lailetoelqadr:
En hoe zult u weten wat de waardevolle nacht is?
De waardevolle nacht is beter dan duizend maanden.
De engelen en de Geest (Gabriël) dalen er in neder met de toestemming van hun Heer, voor iedere zaak.
Vrede heerst in deze nacht tot aan de ochtendschemering.”
Dit hoofdstuk van de Heilige Qur’aan heet de soeretoelqadr.
8. Hadies
Eens vertelde de Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) aan de sehabies over een man van het volk van de Israëlieten, die duizend maanden lang achtereenvolgens gebeden en gestreden had omwille van Allah Te Ala.
De sehabies werden bedroefd en zeiden:
“O Profeet van Allah, uw volgelingen hebben niet zo’n lang leven. Hoe zouden zij dan zoveel kunnen bidden en strijden op de weg van Allah?
Hierdoor geraakte de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) in droefenis, waarop de soeretoelqadr werd geopenbaard.
9. Het nederdalen van engelen
Allah Te Ala zegt in de Heilige Qur’aan het volgende.
“De engelen en de Geest dalen daarin neer met de toestemming van hun Heer.”
(Qur’aan 97:6)
In de hadies is vermeld, dat in de lailetoelqadr engelen in groepen achter elkaar samen met Djibriel (alaihis selaam) nederdalen. Zij dragen vier vaandels met zich mee. Een ervan plaatsen zij op het heilige graf van de Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam), het tweede wordt op de Heilige Ka’bah geplaatst, het derde op de Masdjid Al Aqsa te Jeruzalem en het vierde op de berg Toer.
Zij betreden ieder huis van gelovige mannen en vrouwen en groeten hen met de vredesgroet met uitzondering van degenen, die volharden in het plegen van ontucht, het nuttigen van varkensvlees, het drinken van alcoholhoudende dranken en het verbreken van familierelaties.
Ook zij, die zittend of staand in aanbidding van Allah Te Ala de waardevolle nacht doorbrengen, worden door de engelen begroet.
De exacte datum van de lailetoelqadr is door de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) niet bekend gemaakt. Wel is door hem gezegd, dat hij een van de laatste vijf oneven nachten, dus de 21e, 23e, 25e, 27e, of 29e nacht van ramadaan is.
De beroemde sehabie Hazrat Ibn Abbaas (radiyallaahoe anhoe) zegt, dat lailetoelqadr de zevenentwintigste nacht van ramadaan is. De meerderheid van de geleerden van de oemmah is dezelfde mening toegedaan. Allah Te Ala stort gedurende deze gehele nacht zijn bijzondere genade en zegen over de schepping uit.
11. Onderlinge onenigheid van moeslims
Het is gerapporteerd dat de Profeet van Allah (sallallaahoe alaihi we sallam) naar buiten kwam om de juiste datum van lailetoelqadr bekend te maken, toen twee gelovigen met elkaar begonnen te vechten. Hierop zei hij:
“Ik was gekomen om de datum van lailetoelqadr bekend te maken, maar die twee waren aan het vechten, waardoor de lailetoelqadr werd verborgen. Misschien is dat beter voor jullie. Probeer de lailetoelqadr in de laatste vijf oneven nachten van ramadaan te vinden”.
(Sahieh Boekharie)
Het is aan te bevelen om deze nacht in recitatie van de Heilige Qur’aan, lofprijzing van Allah, zegenbeden over de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) en vrijwillige gebeden door te brengen.
Het tonen van berouw en het vragen van vergiffenis voor reeds begane zonden is zeer aan te bevelen gedurende de lailetoelqadr.
De Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) droeg Hazrat Aaisja (radiyallaahoe anha) op om de volgende doe’a op te zeggen tijdens de lailetoelqadr:
“Allaahoemma inneka afoewwoen toehibboel afwa fa’foe
annie ja afoewwoe ja keriem.”
(Djami’ Tirmizie)
Vertaling:
“O Allah, Gij zijt vergevensgezind. Gij houdt van vergeven. Vergeef mij dan, o Vergever, o Weldoener.”
Hazrat Alie (radiyallaahoe anhoe) heeft gezegd, dat degene die in de lailetoelqadr na de ishaanemaaz zeven keren de soeretoelqadr leest, door Allah Te Ala gevrijwaard zal worden van allerlei ellende en problemen, terwijl zeventigduizend engelen het paradijs voor hem zullen afsmeken.
Geleerden hebben vermeld, dat degene die in de lailetoelqadr vier rek’aat nemaaz doet en in iedere rek’ah daarvan na de soeretoelfaatihah telkens een keer de soeretoettekaasoer, gevolgd door drie keren de soeretoelichlaas leest, verlost zal worden van de beknellingen van de dood.
Ook zal hij bevrijd worden van de bestraffing in het graf. Hij zal in het paradijs vier lichtzuilen toegewezen krijgen. In iedere zuil zullen er duizend paleizen zijn, die hem zullen toebehoren.
Verder kan men in deze nacht als volgt bidden.
Vier keren twee rek’aat nemaaz, waarbij in iedere rek’ah na de soeretoelfaatihahh telkens een keer de soeretoelqadr, gevolgd door drie keren de soeretoelichlaas gereciteerd dient te worden.
De eerste keer moet men dit gebed doen met de intentie om vergiffenis van zonden te verkrijgen.
De tweede keer moet dit gebed gedaan worden met de intentie om een lang leven te verkrijgen.
De derde keer moet men het voornemen opvatten om voorzien te worden in geoorloofd levensonderhoud.
De vierde keer doet men dit gebed met de intentie om verhoring van gebeden en acceptatie van goede daden te verkrijgen.
Ook is het aan te bevelen om een vier rekáat tellende nemaaz te doen met in iedere rek’ah na de soeretoelfaatihahh telkens drie keren de soeretoelqadr, gevolgd door vijftig keren de soeretoelichlaas.
Na de selaam van deze nemaaz gaat men terstond over tot de sadjdah en zegt men de tasbieh (soeb’haane rabbiyal a’la) op, gevolgd door de zegenbede (deroedsherief) over de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam).
Daarna kan men in de sadjdah alles wat men wil aan Allah Te Ala vragen.
Tenslotte moet men de selatoettasbieh in deze heilige nacht doen. Deze bestaat uit vier rek’aat en wordt als de normale nemaaz gelezen, alleen wordt de volgende tasbieh (lofprijzing) in iedere rek’ah daarvan in totaal vijfenzeventig keren opgezegd.
Tasbieh:
“Soeb’haanellaahi welhamdoelillaahi we laa ielaaha illallaahoe wellaahoe akbar . We laa hawla we laa qoewweta illaa billaahil aliyyil aziem.”
Vertaling:
“Rein is Allah en alle lof zij aan Allah en er is geen god behalve Allah en Allah is de Allergrootste. Er is geen macht die leidt tot het goede en beschermt tegen het kwade dan die van Allah, de Meest Verhevene, de Meest Grote.”
Deze tasbieh wordt als volgt opgezegd in iedere rek’ah van de selaatoettasbieh.
Na de thenaa vijftien keer;
Na de recitatie van de soerah’s tien keer;
In de roekoe’ tien keer;
Na het weder opstaan uit de roekoe’ tien keer;
In de eerste sadjdah tien keer;
Tijdens het zitten tussen de twee sadjdah’s tien keer;
In de tweede sadjdah tien keer.
Dat wordt samen vijfenzeventig keer in iedere rek’ah. Verder worden alle tasbieh en gebeden in deze nemaaz op de normale wijze gehandhaafd.
AFSCHEID VAN RAMADAAN
1. De djoem’ahdag
Volgens de gezegden van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) is vrijdag de aanzienlijkste dag van de week. Hij zei, dat degene die de vrijdag vredig en goed, in aanbidding van Allah Te Ala doorbrengt, gedurende de gehele daaropvolgende week bevrijd zal blijven van problemen en ellende.
In een hadies is vermeld, dat de vrijdag een feestdag is voor gelovigen. De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) heeft gezegd:
“’s Vrijdags is er een moment, waarop ieder gebed verhoord wordt.”
Hazrat Obai bin Ka’b zegt, dat dit moment na de asrnemaaz komt. Het valt degene, die na de asrnemaaz zittend de maghribnemaaz afwacht, te beurt. Hij dient bezig te zijn met het gedenken en lofprijzen van Allah, terwijl hij de vervulling van zijn wensen afsmeekt, totdat de oproep tot de maghribnemaaz plaatsvindt.
2. De beloning voor moskeebezoek op vrijdag
De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) heeft gezegd:
“Degene die voor het doen van de djoem’ahnemaaz het eerst naar de masdjid gaat, krijgt daarvoor de beloning van het offeren van een kameel. Hij die als tweede naar de masdjid gaat, krijgt de beloning van een runderoffer. De derde persoon wordt beloond gelijk degene die een schaap offert, de vierde gelijk degene die een kip aan een behoeftige schenkt en de vijfde krijgt de beloning van het schenken van een ei. Wanneer de imaam opstaat voor het houden van de toespraak, komen er ook engelen in de masdjid.”
Deze beloningen zijn slechts voor degenen die vroeg naar de masdjid gaan. Het doen van de djoem’ahnemaaz wordt afzonderlijk en zeer groots beloond. De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallem) heeft ook gezegd, dat al de zonden die iemand tussen twee vrijdagen begaat vergeven worden, indien hij geregeld de djoem’ahplicht vervult.
Vrouwen, kinderen, zieken en reizigers zijn vrijgesteld van de djoem’ahplicht. Zij dienen ’s vrijdags thuis hun zohrnemaaz te doen in plaats van naar de moskee te gaan.
3. De djoem’ahtoelwidaa
Iedere vrijdag is voor de gelovige een middel tot vergeving van zonden, verlossing van het hellevuur, ontvangst van genade en zegeningen enz. Echter is de laatste djoem’ah van ramadaan, die bekend is als de djoem’ahtoelwidaa (afscheidsdjoem’ah), verheven boven al de andere.
Op deze laatste vrijdag van ramadaan vindt de bijzondere uitstorting van Allah’s zegeningen en genade plaats, terwijl hij ongetwijfeld een dag van verhoring van gebeden en vergeving van zonden is.
Afsoos toe roegset hoewa maahe mobaarek alwidaa
Roro ke dil ne je keha maahe mobaarak alwidaa
Moeddet se the ham moentezir shoekre goda aja to phier
Par heif djaldie tjal dijaa maahe mobaarek alwidaa
Qur’aan bhie naazil hoewa ham ko sheref haasil hoewa
Ai waae main ghaafil reha maahe mobaarek alwidaa
Parhte the Qur’aan roozo shab kehte the soebhaan loog sab
Har lahza thaa ferhat fiza maahe mobaarek alwidaa
Parhta tha soennah koojie djab jaa koojie perhta moesteheb
Paata sewaab farz ka maahe mobaarek alwidaa
Ab kootj hai peeshe nazar aankhoon me ashk aate hai bhar
Kerta hai dil aaho boeka maahe mobaarek alwidaa
Vertaling:
Och, u bent aan het scheiden, vaarwel o gezegende maand
Lang hadden wij naar u verlangd, dank zij God u kwam en toch
Hoe vlug verliet u ons weer, vaarwel o gezegende maand
De Qur’aan werd geopenbaard, de wereld kreeg heil en zegen
Och, ik bleef in vergetelheid, vaarwel o gezegende maand
De Qur’aan werd gereciteerd, iedereen lofprees de Heer
Ieder uur was vreugdevol, vaarwel o gezegende maand
De beloning van een soennah of een vrijwillig goed werk
Was gelijk een verplichte daad, vaarwel o gezegende maand
Nu staat U op vertrek, mijn ogen tranen van verdriet
Huilend zegt mijn gebroken hart, vaarwel o gezegende maand
5. Het iedoelfitr
Ied is een Arabisch woord en het betekent feestvreugde. Fitr is het stamwoord van iftaar, hetgeen betekent stoppen met vasten. Iedoelfitr is een feestvreugde voor het feit, dat de vastenplicht van ramadaan is vervuld.
Allah Te Ala zegt in het bovenaangehaalde vers, dat wij na het volle aantal dagen te hebben gevast uit dankbaarheid Zijn grootheid moeten verkondigen voor het feit, dat Hij ons heeft bijgestaan en geleid tijdens de vervulling van de zware plicht tot vasten.
6. De nacht van iedoelfitr
Het is moestehabb om de nachten van iedoelfitr, iedoel ad’ha, de lailetoelberaa’et, de lailetoelqadr en lailetoelme’raadj in gebed door te brengen.
In de sehieh hadies staat geschreven dat degene die de fadjrnemaaz met de djemaa’et in de masdjid doet, geacht wordt de gehele nacht in gebed te hebben doorgebracht. Degene die de ishaanemaz in de masdjid met de djemaa’et doet, heeft als het ware de halve nacht in gebed doorgebracht.
Het minste wat dus in deze nachten gedaan kan worden is de ishaa- en fadjrnemaaz met de djemaa’et in de masdjid te doen. Verder kan men de gebeden van de lailetoelqadr in de nacht van iedoelfitr doen.
Iednacht is de nacht die voorafgaat aan de dag van iedoelfitr en iedoel ad’ha.
7. Handelingen die soennah zijn op ieddag
Behalve de waadjib handelingen zoals het loven van Allah Te Ala en het doen van twee rek’aat nemaaz, dient men ook nog de volgende soennah’s van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) te volgen.
Het nemen van een volledig bad, het poetsen van de tanden, het gebruiken van parfum, het dragen van nieuwe kleren, het eten van een zoetigheid alvorens naar de iedgaah te gaan, het te voet naar de iedgaah gaan, het via een andere weg naar huis terugkeren van de iedgaah.
8. Moestehabb handelingen op ieddag
De volgende handelingen zijn gewenst op ieddag.
Het betrachten van gulheid bij het geven van aalmoezen, het onderling afleggen van bezoeken, het uitwisselen van felicitaties en geschenken, het tonen van blijdschap en het omhelzen van elkaar na de iednemaaz te hebben gedaan.
Op weg naar de iedgaah of masdjid dient de volgende takbier (grootheid van Allah Te Ala) verkondigd te worden:
“Allahoe akbar Allahoe akbar. Laa ilaaha illallaahoe wellaaahoe akbar Allahoe akbar we lillaahil hamd”
Vertaling:
“Allah is de Allergrootste, Allah is de Allergrootste; er is geen god behalve Allah. Allah is de Allergrootste, Allah is de Allergrootste en alle lofprijzing is voor Allah.”
9. De sadaqatoelfitr
Iedereen die in het bezit is van 87½ gram goud of 607 gram zilver wordt bezitter van een nisaab genoemd. Ook degene die contant geld of handelsgoederen ter waarde van 607 gram zilver heeft, is bezitter van een nisaab.
Het is waadjib voor iedere moeslim die bezitter is van een nisaab om op ieddag aan een behoeftige 2 kg en 50 gram tarwe af te staan. Dit noemt men de sadaqatoelfitr, hetgeen vóór het zich begeven naar de iedgaah voor het doen van de iednemaaz betaald moet worden.
Ook de waarde van de bovengenoemde hoeveelheid tarwe kan worden afgestaan als sadaqatoelfitr. De sadaqatoelfitr zuivert het vasten van eventuele gebreken en tekortkomingen.
Minderjarigen en onder curatele gestelden, die bezitter zijn van een nisaab zijn ook verplicht om de sadaqatoelfitr te betalen. Hun wettelijke vertegenwoordiger dient dat voor hen te voldoen met hun geld. Vrouwen zijn ook verplicht de sadaqatoelfitr te betalen indien zijn een nisaab bezitten.
De verplichting tot het betalen van de sadaqatoelfitr gaat in na het aanbreken van de ochtendschemering op ieddag. Wie vóór die tijd komt te overlijden, is vrijgesteld van deze verplichting. Namens baby’s die vóór de ochtendschemering op iednacht geboren worden, dient de wettelijke vertegenwoordiger de sadaqatoelfitr te voldoen.
Een bejaard of zwak persoon die om gezondheidsredenen of ouderdom niet in staat is te vasten, dient de sadaqatoelfitr toch te betalen, indien hij daartoe wel verplicht is, al heeft hij niet gevast.
De ontvanger van deze aalmoes dient dezelfde vereisten te hebben als de zekaatgerechtigde. Het betalen van de sadaqatoelfitr is ook vóór ieddag toegestaan. Wie verzuimt heeft om deze plicht uiterlijk op ieddag te vervullen, dient dat daarna alsnog te doen. De verplichting tot het betalen van de sadaqatoelfitr vervalt het gehele leven niet.
10. De iednemaaz
De tijd voor de iednemaaz begint bij het hoog opklimmen van de zon en duurt voort tot deze haar hoogste stand heeft bereikt. De iednemaaz dient binnen deze tijd voltooid te zijn, anders is zij ongeldig.
De iednemaaz bestaat uit twee rek’aat, waarbij iedere rek’ah drie extra takbiers telt. In de eerste rek’ah volgen er na de takbiere tahriemah en de thenaa twee takbiers, waarbij men de handen telkens naar de oren brengt en ze vervolgens laat zakken. Na de derde extra takbier, waarbij de handen weer naar de oren gebracht worden, vouwt men ze samen onder de navel en de nemaaz wordt vervolgd met de te’awwoedh, tasmiyyah, soeretoelfaatihahh enz.
Na beëindiging van de eerste rek’ah gaat men gewoon door met de tweede, totdat de soerah’s ervan worden gereciteerd.
Nu zou men eigenlijk naar de roekoe’ moeten gaan tijdens het zeggen van de takbier. Dit gebeurt echter nog niet. Drie keer wordt hier achter elkaar weer de takbier opgezegd onder het brengen van de handen naar de oren.
Daarna volgt er nog een takbier, die van de roekoe’, en pas dan gaat men over tot de roekoe’. De nemaaz wordt daarna voltooid als normaal.
Na de nemaaz moet de imaam twee goetbah’s (speciale toespraak in het Arabisch) houden, terwijl alle moeqtedies zwijgend toeluisteren. Daarna volgt er een gezamenlijke doe’a onder begeleiding van de imaam en tenslotte gaat men elkaar onder omhelzingen geluk toewensen vóór het verlaten van de gebedsplaats.
Sommige mensen bezoeken op ieddag begraafplaatsen om daar te bidden voor de zielenrust van hun geliefden. Dat is niet verboden.
11. Het vasten in shewwaal
Chiraagh dil ka djelaawo ke ied ka din hai aadj
Teraane ied kee gaawo ke ied ka din hai aadj
Ghamoon ko dil se bhoelaawo ke ied ka din hai aadj
Goeshie ke bazm sedjaawo ke ied ka din hai aadj
Ghoesja ke aadj hai sadjdae newaaze shawk koojie
Sare niyaaz djhoekaawo ke ied ka din hai aadj
Ied aajie neje soebho neje shaam ke saath
Har zarre pe tjhaajie hoewie raanaajie hai aadj
Khoel gejaa zabte mohabbet ka djosh ied ka din hai aadj
Kjoen na ho rengien djehaan ke ied ka din hai aadj
Lijst van vreemde woorden en namen
Aaisja Siddieqa echtgenote van de Profeet Muhammad
Aamien moge mijn gebed verhoord worden
Aashoeradag 10e dag van de maand muharram
Alaihisselaam vrede zij met hem
Alie Bin Talib vierde opvolger van de Profeet van Allah
Allah de Aanbiddenswaardige; naam van God
Asrnemaaz het late namiddaggebed
Assoenenilkoebraa grote hadiesverzameling van Imaam Baiheqie
Ayyaamoelbied 13e, 14e en 15e dag van de islamitische maand
Ayyaamoellah de Dagen van Allah; gezegende tijden
Badr plaats op 70 mijl afstand van Mediena
Djama masdjid masdjid waar de djoem’ahnemaaz is toegestaan
Djemaa’et gezelschap; vereniging of samenkomst van
moeslims
Djibriel Arabische naam voor de aartsengel Gabriël
Djoem’ah vrijdag
Djoem’ahtoelwidaa laatste vrijdag van ramadaan
Doe’a smeekgebed
Faatima Zehra lievelingsdochter van de Profeet
Farz verplicht; openlijk gebod van Allah
Fid’jah aalmoezen ter compensatie voor het vasten
Ghoesl een volledig bad
Goetbah toespraak in het Arabisch
Hadies gewoonte van de Profeet Muhammad
Hazrat titel van waardering en eerbied
Hidjra verhuizing van de moeslims vanuit Mekka
I’tikaaf afzondering voor aanbidding
Ibn Abbaas bekende sehaabie van de Profeet
Ibn Taimiyyah groot geleerde in de islamitische leer
Iedgaah plaats van iedbijeenkomst
Iednemaaz gebed op ieddag
Iedoelfitr feest ter afsluiting van het vasten
Iftaar het ontvasten
Imaam voorganger in nemaaz
Imaam Baiheqie groot hadiesgeleerde
Imaam Malik grondlegger van de malikitische leerschool
Ishaanemaaz nachtgebed
Jezied Bin Roemman sehabie van de Profeet Muhammad
Ka’bah eerste bedehuis ter wereld in Mekka
Keffaara boetedoening voor verbreking van het vasten
Khadiedja Koebraa eerste echtgenote van de Profeet
Lailetoelberaa’et nacht van vergeving; 15e nacht van sha’baan
Lailetoelqadr de waardevolle nacht; 27e nacht van ramadaan
Maghribnemaaz vooravondgebed
Masdjid plaats van nederwerping; gebedshuis
Mediena stad van de Profeet
Mekka geboorteplaats van de Profeet van Allah
Minhaadjoes
Soennah hadiesverzameling van Ibn Taimiyyah
Mo’akkadah benadrukte soennah van de Profeet
Mo’atta hadiesverzameling van Imaam Malik
Mo’tekif iemand die in i’tikaaf gaat; retraitant
Moeqtedie navolger in het gebed achter een imaam
Moeslim hij die zich onderwerpt aan de wil van God
Moestehabb vrijwillige goede daad
Mouloed sherief bijeenkomst om de Profeet te lofprijzen en te gedenken
Muhammad lett.: de Prijzenswaardige; de Laatste Profeet en
Boodschapper van Allah
Muharram eerste maand van het islamitische jaar
Nemaaz godsdienstoefening, bestaande uit gebeden enz.
Nisaab minimum bezit voor de zekaatplicht
Niyyat voornemen om iets te doen
Obai Bin Ka’b sehaabie van de Profeet Muhammad
Oemar al Faroeq tweede opvolger van de Profeet Muhammad
Oerdoe de Pakistaanse taal
Qadr waardering
Qur’aan de Heilige Schrift van de moeslims
Radiallahoe anha Allah zij tevreden over haar
Radiallaahoe anhoe Allah zij tevreden over hem
Ramadaan negende maand van het islamitische jaar
Rek’aat meervoud van rek’ah
Rek’ah eenheid nemaaz, bestaande uit gebeden,
nederwerpingen, buigingen en knielingen
Roekoe kniebuiging tijdens de nemaaz
Saa’ gewichteenheid van 2 kg en 50 gram
Sadaqah vrijwillige aalmoes
Sadaqatoelfitr aalmoes op ieddag te geven
Sahrie ontbijt
Sallallaahoe alaihi
we sallam vrede en zegeningen van Allah zijn met hem
Saum Arabisch woord voor vasten
Sehaabie metgezel van de Profeet Muhammad
Sha’baan achtste maand van het islamitische jaar
Shabeqadr andere naam voor de lailetoelqadr
Shewwaal 10e maand van het islamitische jaar
Soennah gewoonte van de Profeet Muhammad
Soerah hoofdstuk van de Heilige Qur’aan
Soeretoelfaatihahh 1e hoofdstuk van de Heilige Qur’aan
Soeretoelichlaas 112e hoofdstuk van de Heilige Qur’aan
Soeretoelqadr 97e hoofdstuk van de Heilige Qur’aan
Soeretoettekaasoer 102e hoofdstuk van de Heilige Qur’aan
Tajammoem reinigingsmethode, waarbij met de handen over het
gezicht en de onderarmen gestreken wordt
Takbiere tehriemah eerste takbier van de nemaaz
Tasmiyyah bismillaahir rehmaanir rehiem
Te Ala de Meest Verhevene
Te’awwoedz a’oedzoe billaahi mineshsheitaanir redjiem
Teraawiehnemaaz speciaal gebed in de nachten van ramadaan
Thenaa lofprijzing van Allah Te Ala
Waadjib noodzakelijke goede daad
Witrnemaaz gebed na het avondgebed
Woedoe gedeeltelijke wassing van het lichaam
Zekaat verplichte bijdrage van 2½ % van spaargeld, goud,
zilver en handelsgoederen te voldoen aan behoeftige
moeslims