DE MAAND RAMADAAN

 

EN

 

HET IEDOELFITR

 

 

 

 

 

 

 

 

M.I. Soebhan

 

 

 

 

 

 

 

 

Surinaamse Moeslim Associatie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nadruk verboden zonder

schriftelijke toestemming van de samensteller


 

Inhoudsopgave                                                            Blz.

Voorwoord            5

 

Hoofdstuk 1

Inleiding                                     

1. De Dagen van Allah        6

2. Islamitische maanden                      6

3. De nieuwe maan                                                               7

4. De nieuwe maan van ramadaan                     7

5. De nieuwe maan van iedoelfitr                                       8

6. Doe’a bij het zien van de nieuwe maan                        8

7. Vroegtijdige waarneming van de maan         9

8. Andere regels t.a.v. de nieuwe maan            9

 

Hoofdstuk 2

De maand ramadaan

1. De gezegende maand      11

2. Naamgeving                                                                      11

3. Bijzonderheden van de maand ramadaan                     11

4. Belangrijke gebeurtenissen in ramadaan                      13

5. Qasieda                                                                              14

 

Hoofdstuk 3

Saum of vasten

1. Het vastenvoorschrift     15

2. Vrijstelling van het vasten                                              15

3. De voortreffelijkheden van het vasten                         16

4. Historisch overzicht van het vasten             17

5. Het normale vasten                                                          19

6. Het bijzondere vasten                                                     19

7. Het volmaakte vasten                                                      20

 

Hoofdstuk 4

Regels met betrekking tot het vasten                              

1. Niyyat of intentie             21

2. De sahrie of het ontbijt                                                   22

3. Het verplichte bad ten tijde van de sahrie                   22

4. De iftaar of het ontvasten               23

5. Compensatie voor gemiste vastendagen                     24

6. Gezamenlijke iftaarprogramma’s in de masdjids          25

7. Het opzettelijk verbreken van het vasten                     25

  8. Boetedoening voor het verbreken van het vasten                   26

  9. Afkeurenswaardigheden tijdens het vasten              27

10. De volgende handelingen verbreken het vasten niet              28

11. Het nemen van een injectie                                              28

12. Het overgeven tijdens het vasten                                      29

13. Het volgende is toegestaan tijdens het vasten                   29

14. Handelingen waardoor het vasten breekt                  30

 

Hoofdstuk 5

Teraawieh, i’tikaaf en lailetoelqadr

  1.  De teraawiehnemaaz                                     32

  2.  De teraawiehnemaaz in de moskee             32

  3.  De rust tijdens de teraawiehnemaaz           33

  4.  De i’tikaaf of retraite                                                     34

  5.  Het verlaten van de masdjid tijdens de i’tikaaf        35

  6.  Bezigheden tijdens de i’tikaaf     35

  7.  De lailetoelqadr             36

  8.  Hadies             36

  9.  Het nederdalen van engelen                                       37

10.  De datum van de lailetoelqadr    37

11.  Onderlinge onenigheid van moeslims       38

12.  Bezigheden gedurende de lailetoelqadr    38

13.  De selaatoettasbieh                                                         40

 

Hoofdstuk 6

Afscheid van ramadaan

  1.  De djoem’ahdag            42

  2.  De beloning voor moskeebezoek op vrijdag            42

  3.  De djoem’ahtoelwidaa  43

  4.  Qasieda           44

  5.  Het iedoelfitr  46

  6.  De nacht van iedoelfitr                                                    46

  7.  Handelingen die soennah zijn op ieddag  47

  8.  Moestehabb handelingen op ieddag         47

  9.  De sadaqatoelfitr           47

10.  De iednemaaz 48

11.  Het vasten in shewwaal               49

12.  Qasieda           50

 

Lijst van namen en vreemde woorden                              52

 

Voorwoord

In naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadige. Alle lof komt toe aan Allah, de Schepper van het heelal. Vrede en zegeningen van Allah zij met de Beste van alle schep­selen, de Allerlaat­ste Profeet van Allah, onze Meester Muhammad, zijn nakomelin­gen, metgezellen en volgelingen tot de Laatste Dag.­ Vrede, zegeningen en genade van Allah Te Ala zij met u.

Nadat het boek “De Maand Sha’baan en de Lailetoel Beraa’et” was verschenen, werd de behoefte aan een soortgelijk boek over ramadaan en de Lailetoel Qadr meer dan ooit voelbaar.

Het is bekend dat moeslims zeer gesteld zijn op de maand ramadaan, het vasten gedurende deze maand en het doen van de teraawiehnemaaz in de nachten ervan. Zelfs moeslims die normaal geen nemaaz doen, ziet men in de vastenmaand met vroomheid naar de masdjids gaan om er te bidden.

Veelal is men niet bekend met de wijze waarop de gebeden gedaan dienen te worden. Evenmin is men op de hoogte van de belangrijke regels voor de geldigheid en ongeldigheid van het vasten.

Door gebrek aan de nodige kennis met betrekking tot het vasten is men vaak aangewezen op imaams en andere geleerden om ramadaan optimaal te kunnen benutten.

In dit boek worden o.a. de bijzonderheden van ramadaan, de elementaire voorschriften van het vasten gedurende deze heilige maand en de voortreffelijkheden van de zegenrijke Nacht van Qadr behandeld.

De bedoeling van deze uitgave is dan ook om minder ingewijden de gelegenheid te bieden om ramadaan zonder de hulp van anderen, geheel zelfstandig met inachtneming van de regels en voorschriften van deze heilige maand op de juiste wijze te kunnen doorbrengen.

Voor opbouwende kritiek houd ik mij gaarne aanbevolen.

Moge Allah Te Ala ons de zegeningen van deze heilige maand schenken en ons verlossen van het hellevuur. Aamien.

 

7 ramadaan 1421/3 december 2000                                                                                                                                 

                                                       

                                                              M.I. Soebhan

 

H00FDSTUK 1

INLEIDING

 

1. De Dagen van Allah

Het islamitische jaar kent enkele maanden, dagen en nachten die bijzondere eerbied en waardering genieten boven de andere. In de Heilige Qur'aan worden deze tijden "Ayyaamoellaah" ge­noemd, hetgeen betekent de "Dagen van Allah". Allah Te Ala zegt in de Heilige Qur’aan:

 

“En herinnert hen aan de Dagen van Allah”.                                                                                                                                              

                                                                                                                  (Qur'aan 14 : 5)

                                                                           

De "Ayyaamoellaah" zijn perioden die bijzondere zegeningen van Allah Te Ala heb­ben gekregen. Daarin worden goede daden hoger gewaardeerd en zon­den meer vergeven dan normaal. Een van deze bij­zondere tijden vinden wij in de maand ramadaan.

 

2. Islamitische maanden

Ramadaan is de negende maand van het islamitische jaar. Islamitische maanden zijn maanmaanden in tegenstelling tot die van de zonnekalender van onze nationale tijdrekening.

Het aantal dagen van islamitische maanden kan niet van te voren vastgesteld worden, zoals bij de maanden van het christelijke jaar. Daar hebben zeven maanden ieder jaar telkens eenendertig dagen, vier maanden dertig en februari achtentwintig. Om de vier jaren krijgt februari nog een dag en heeft dan negenentwintig dagen.

Iedere islamitische maand kan in tegenstelling tot de bovengenoemde maanden eens negenentwintig, dan wel dertig dagen tellen. Maanden van achtentwintig of eenendertig dagen komen in het islamitische jaar nooit voor.

3. De nieuwe maan

Aan het einde van de 29e dag van iedere maand dient bij zonsondergang naar de nieuwe maan gezocht te worden. Wordt zij door minstens twee moeslim mannen gezien, dan betekent dat het einde van de lopende maand en het begin van de volgende. Ook als de nieuwe maan door één man en twee vrouwen gezien wordt, eindigt de lopende maand en begint de nieuwe.

Wanneer de nieuwe maan aan het einde van de 29e dag van de maand niet door minstens twee mannen of een man en twee vrouwen wordt gezien, eindigt de lopende maand niet. Dan moet de maand worden afgesloten met dertig dagen. De nieuwe maand begint dan na de 30e dag van de lopende maand.

Aan het einde van de 30e dag wordt niet meer naar de nieuwe maan gezocht. Immers, de islamitische maand telt maximaal dertig dagen.

Allah Te Ala zegt ten aanzien van getuigenissen als volgt in de Heilige Qur’aan:

 

“En roept onder uw mannen twee getuigen en als er geen twee mannen zijn, dan één man en twee vrouwen van degenen, die u als getuigen behagen.”

                                                                           (Qur’aan 2:284)

 

Deze regel wordt echter niet toegepast als de hemel aan de westelijke horizon helder is, doch slechts bij een betrokken lucht. Bij heldere hemel dient een groter aantal mensen de nieuwe maan te hebben gezien, alvorens besloten kan worden tot de aanvang van de volgende maand.

 
4. De nieuwe maan van ramadaan

Voor de bepaling van het begin van ramadaan is er echter een uitzondering op deze regel. Ook als er slechts één man of één vrouw getuigenis aflegt van het zien van de nieuwe maan op 29 sha’baan, dan begint daarmee onmiddellijk de vastenmaand ramadaan.

Op 29 sha’baan dient door iedereen naar de nieuwe maan van ramadaan gezocht te worden. Dat is een soennah van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam).

Wordt de nieuwe maan volgens de bovenvermelde regels minstens door een persoon, hetzij man of vrouw gezien, dan betekent dat terstond het begin van de maand ramadaan en dient diezelfde avond de teraawiehnemaaz aangevangen te worden. Wordt op 29 sha’baan de nieuwe maan door niemand waargenomen, dan heeft sha’baan dat jaar dertig dagen en begint ramadaan pas een dag later.

                                            (Sehieh Boekharie, Sehieh Moeslim)

 

5. De nieuwe maan van iedoelfitr

De bepaling van de datum van iedoelfitr geschiedt als volgt.

Wordt op 29 ramadaan de nieuwe maan door minstens twee mannen of één man en twee vrouwen gezien, dan eindigt daarmee de vastenmaand en is de volgende dag iedoelfitr. Wordt na negenentwintig dagen gevast te hebben de nieuwe maan niet door minstens twee mannen of één man en twee vrouwen gezien, dan heeft ramadaan dat jaar dertig dagen en dient een dag later iedoelfitr gevierd te worden.

                                            (Sehieh Moeslim, Sehieh Boekharie)

 

6. Doe’a bij het zien van de nieuwe maan van iedoelfitr

Nadat de nieuwe maan van iedoelfitr is gezien, dient men drie keren achter elkaar te zeggen.

“Allahoe Akbar”, hetgeen betekent Allah is de Allergrootste.

 

Daarna zegt men de volgende doe’a op:

 

“Allaahoemma ahillehoe bil amni wel iemaani wesselaameti wel islaam. Rabbie we rabboekellaah.”

Vertaling:

“O Allah, laat deze maan vrede, voldoening, gemoedsrust over ons brengen en gehoorzaamheid aan u. (O maan), onze en uw Heer is Allah.”

 

7. Vroegtijdige waarneming van de nieuwe maan

Het kan wel eens voorkomen, dat de nieuwe maan van ramadaan wegens bewolking niet wordt gezien en een dag later wordt begonnen met het vasten. Dat kan een vervroegde waarneming van de nieuwe maan van iedoelfitr tot gevolg hebben.

Aan het einde van de 28e vastendag wordt de nieuwe maan dan weer gezien. Religieus bekeken is er dan geen fout gemaakt, want de regels van de sherie’eh met betrekking tot de bepaling van de aanvang van ramadaan zijn gevolgd.

Het is wel heel verkeerd en tegen de regels van de sherie’eh om de aanvangsdatum van ramadaan vooruit te bepalen zonder de waarneming van de nieuwe maan af te wachten.

Indien op 28 ramadaan bij zonsondergang de nieuwe maan van shewwaal wordt gezien, dan moeten wij onmiddellijk iedoelfitr vieren en daarna één dag vasten ter inhaling van de gemiste vastendag vanwege het late begin van ramadaan.

                                                                  (Fetawa Aalemgierie)

 

8. Andere regels ten aanzien van de nieuwe maan

Het kijken naar de nieuwe maan van de maanden sha’baan, ramadaan, shewwaal, dzoelqa’dah en dzoelhadjdja is waadjib (noodzakelijk).

                                                                     (Fetawa Rezewiyya)

 

Moeslims die de nieuwe maan van ramadaan of iedoelfitr hebben gezien, dienen daarvan onmiddellijk getuigenis af te leggen aan de bevoegde instanties die belast zijn met het nemen van besluiten met betrekking tot het vasten of de iedviering.

Degenen die de nieuwe maan hebben gezien zijn niet bevoegd om op grond daarvan bekend te maken dat er ramadaan of iedoelfitr is. Nadat zij getuigenis hebben afgelegd van het zien van de maan, zal door de bevoegde persoon (in dit geval de imaam of de leider van de djemaa’et) het besluit tot ramadaan of iedviering worden bekendgemaakt.

Van personen die openlijk zondige handelingen plegen zal er geen getuigenis geaccepteerd worden. Datzelfde geldt ook voor personen die een verkeerde sekte van de Islam aanhangen.

Als slechts één persoon op 29 ramadaan de nieuwe maan van shewwaal heeft gezien, kan er geen iedoelfitr gevierd worden, al is het de imaam en leider zelf, die het besluit tot iedviering moet nemen. In dat geval dient men dertig dagen te vasten en daarna iedoelfitr  te vieren.                                                     

                                                                     (Doerre Moechtaar)

 

Het is niet toegestaan om vingers op te steken in de richting van de maan om het aan anderen te wijzen.

                                                                   (Fetawa Aalemgierie)

 

Indien iemand op 29 ramadaan bij zonsondergang beweert de nieuwe maan van ramadaan een dag eerder te hadden gezien, waardoor het nu de 30e vastendag moest zijn, zal zijn getuigenis niet geaccepteerd worden, omdat hij dat eerder had moeten bevestigen.

                                                                   (Fetawa Aalemgierie)

 

 

 

 

 

 

 

 

HOOFDSTUK 2

DE MAAND RAMADAAN

 

1. De gezegende maand

Allah Te Ala zegt in de Heilige Qur’aan het volgende:

 

“Het is de maand ramadaan, waarin de Qur’aan werd geopenbaard; een richtlijn voor de mensheid en als duidelijke bewijzen voor de leiding en het onderscheid tussen goed en kwaad. Wie van u aanwezig is in deze maand, laat die dan vasten.”

                                                                           (Qur’aan 2:186)

2. Naamgeving

Het woord ramadaan is afgeleid van het Arabische stamwoord ramadoen, hetgeen branden betekent. Ramadaan is zo genoemd, omdat de zonden van vastenden gedurende deze maand door het vasten uitgewist worden alsof ze uitgebrand zijn.

 

3. Bijzonderheden van de maand ramadaan

De Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) sprak de sehabies op de laatste dag van sha’baan toe en zei:

 

“Er nadert een maand, die zeer zegenrijk is. Allah Te Ala heeft de gelovigen verplicht gedurende deze maand te vasten. De poorten van het paradijs blijven daarin open en die van de hel blijven dicht. De Duivel wordt gedurende deze maand vastgeketend. Er is daarin  een nacht die beter is dan duizend maanden. Wie verstoken blijft van de deugden van deze nacht is werkelijk verstoken.”

                                                 (Imaam Ahmad, Sunan Nisaaie)

 

De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) sprak de metgezellen op de laatste dag van sha’baan toe en zei:

“O mensen, een verheven maand vol zegeningen komt tot u. Er is daarin een nacht die beter is dan duizend maanden. Het vasten erin is verplicht voor u en het bidden in de nachten ervan is gewenst. Wie in deze maand vrijwillig een goed werk doet, zal daarvoor de beloning krijgen gelijk aan die van een verplichte daad. Wie een verplicht goed werk doet, zal daarvoor de beloning krijgen gelijk aan die van zeventig verplichte daden. Zij is een maand van beproevingen en geduld. En de beloning voor geduld is het paradijs. Zij is een maand van medelijden en behulpzaamheid jegens de mensen. De leeftocht van de gelovigen wordt in deze maand vermeerderd. Wie in deze maand een vastende laat ontvasten, krijgt vergiffenis van zijn zonden en hij zal verlost worden van het vagevuur, terwijl hij dezelfde beloning krijgt als de vastende zelf. ”

                                                        (Baiheqie Sho’boel iemaan)

 

De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) heeft het volgende over ramadaan gezegd:

 

“Het is de maand waarvan het begin genade heeft, het midden vergeving van zonden en het einde ervan heeft verlossing van het hellevuur.”

                                                        (Baiheqie Sho’boel iemaan)

 

Deze maand is een bron van zegeningen en genade. De gelovigen dienen deze maand te waarderen en te respecteren. Het doen van de gebeden, het vasten, het geven van aalmoezen en andere regels van liefdadigheid moeten gedurende deze gehele maand in acht worden genomen.

 

 

 

 

4. Belangrijke gebeurtenissen in ramadaan

3 ramadaan: Overlijdensdag van Hazrat Faatima Zehra (radiallaahoe anha), lievelingsdochter van de Heilige Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam).

10 ramadaan: Overlijdensdag van Hazrat Khadiedjatoel Koebraa (radiallaahoe anha), eerste echtgenote van de Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam). Zij is de eerste vrouw die de Islam accepteerde en moeslim werd.

17 ramadaan: 1. De slag bij Badr. Een kleine groep moeslims, bestaande uit 313 man, zeer armoedig gewapend en veelal te voet versloeg in de vlakte van Badr het meer dan duizend man tellende grote en zwaar gewapende leger van de heidenen van Mekka. Badr is een plaats op 90 mijl afstand van Mediena.

2. Overlijdensdag van Hazrat Aaisja Siddieqa (radiallaahoe anha), een van de latere echtgenoten van de Profeet Muhammad (sallallaahoe alahi we sallam).

21 ramadaan: Martelingsdag van Hazrat Alie Bin Talib (radiyallaahoe anhoe), schoonzoon en vierde opvolger van de Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam).

27 ramadaan: Lailetoelqadr, ofwel shabeqadr (de waardevolle nacht) genoemd: de nacht van 26 op 27 ramadaan. De Heilige Qur’aan werd in deze nacht, die beter is dan duizend maanden, geopenbaard.

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

5. Qasieda

Barkatoon se hai bhera har roozo shab har soebho shaam

Ies lieje hai moomino maahe mobaarek ies ka naam

 

Ies mehiene me noezoele rehmate haq beeshoemaar

Ies mehiene me kelaamallaah oetra laa kelaam

 

Ies mehiene me hoewe doozagh ke sab derwaaze band

Ies mehiene me khoele djannat ke derwaaze temaam

 

Eek neekie ke ewaz djo paawoge sattar sewaab

Taabe maqdoer ies mehiene me karo toem neek kaam

 

Naare doozagh se betjaane ka separ ban djaajega

Awr rooza hashr me shaafe’ ho je waala mekaam

 

Djitne toedjhse ho sekee ilmie ibaadet ies me kar

Djaane aaje jaa na aaje phier toedjhe maahe siyaam

 

Vertaling:

Vol zegen is iedere dag en nacht van deze maand

Daarom heet hij o gelovigen, de gezegende maand

 

De uitstorting van genade is oneindig in deze maand

Het Heilig Woord werd geopenbaard in deze maand

 

Ieder goed werk wordt zeventig maal beloond

Doe naar vermogen goede werken in deze maand

 

Een schild tegen de hellestraf zal de vasten zijn

En een pleiter bij het oordeel zal de vasten zijn

 

Dien nu zoveel als mogelijk de Heer in deze maand

Wees niet verzekerd van nog een  vastenmaand


 

HOOFDSTUK 3

SAUM OF VASTEN

 

1. Het vastenvoorschrift

Allah Te Ala zegt in de Heilige Qur’aan het volgende:

 

“O gelovigen, het vasten is aan u voorgeschreven, zoals het ook aan degenen die vóór u waren, was voorgeschreven, opdat u godvrezend wordt.”

                                                                           (Qur’aan 2:184)
 
Op grond van het bovenvermelde vers van de Heilige Qur’aan is iedere moeslim die de volwassenheid reeds heeft bereikt, verplicht te vasten gedurende de maand ramadaan.

Islamitisch bekeken begint de volwassenheid bij meisjes met de eerste menstruatie en bij jongens met de eerste natte droom (ehtilaam), dus wanneer de puberteit is bereikt.

Iedereen die de puberteitsleeftijd heeft bereikt, wordt geacht volwassen te zijn voor het naleven van de religieuze verplichtingen zoals het vasten en het doen van de selaat.

Vanaf dat moment is de moeslim verplicht om de voorschriften van ramadaan met betrekking tot het vasten in acht te nemen.

 

2. Vrijstelling van het vasten

Allah Te Ala zegt in de Heilige Qur’aan het volgende:

 

“Vast een vastgesteld aantal dagen. Maar degene van u die ziek is of op reis, vaste een aantal andere dagen.”

                                                                           (Qur’aan 2:184)

 

In de volgende gevallen is men vrijgesteld van het vasten.

Indien iemand zodanig ziek is, dat zijn leven in gevaar komt door te vasten of als zijn ziekte toeneemt of aanhoudt, hoeft hij niet te vasten. Na zijn beterschap moet het vasten worden ingehaald.

Ouden of zieken die geen vooruitzicht op genezing hebben en wegens ouderdom of ziekte niet kunnen vasten, dienen dat dagelijks te compenseren met het voeden van een behoeftige met twee volledige maaltijden.

Blijkt de toestand van bedoelde ouden en zieken te verbeteren, waardoor zij later wel kunnen vasten, dan dienen zij ondanks de compensatie de vastenplicht toch nog te vervullen.

Reizigers zijn ook vrijgesteld van het vasten, met dien verstande, dat zij na beëindiging van hun reis het aantal gemiste dagen inhalen.

Als ramadaan toevallig samenvalt met warme seizoenen en ouden of zieken niet kunnen vasten vanwege hoge temperaturen, dienen zij dat in te halen in koele tijden.

Zogende moeders en zwangere vrouwen mogen wel vasten als zijzelf of hun baby’s daardoor geen gevaar oplopen, anders dienen zij het vasten ook uit te stellen tot na de zoogtijd of de bevalling.

                                                                          
3. De voortreffelijkheden van het vasten

De Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) zei:

 

“Het vasten is een schild (beschermmiddel tegen de hel). Daarom moet de vastende geen onwelvoeglijke taal uiten. Hij moet zich niet onzedelijk gedragen. Als iemand ruzie met hem maakt of hem uitscheldt, dient hij twee keer te zeggen: Ik ben in de vasten.”  

       (Boekharie, Moeslim, Imaam Maalik, Ibn Maadja, Nisaaie)

 

Hij zei verder:

“De vastende heeft twee vreugden: een bij het ontvasten en de tweede bij de ontmoeting met zijn Heer. Bij Degene, Die over mijn leven beschikt, de geur die uit de mond van de vastende komt, is bij Allah beter dan die van muskus.”                                                   

                                                               (Boekharie en Moeslim)

 

De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) zei:

 

 “Allah Te Ala heeft gezegd, dat de vastende om Zijnent wil spijs en drank laat. Hij vast slechts voor Hem en Hij alleen zal hem daarvoor belonen. Iedere goede daad wordt minimaal tienvoudig beloond, behalve het vasten. De beloning daarvoor is slechts aan Allah bekend.”

                                                              (Boekharie en Moeslim)

 

De Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) heeft gezegd:

 

“De Heilige Qur’aan en het vasten zullen op de Laatste Dag voor de vastende pleiten. De Qur’aan zal zeggen: O Allah, deze dienaar heeft omwille van mij in de nachten van ramadaan tijdens de teraawiehnemaaz gestaan en zijn nachtrust opgeofferd. Vergeef hem. Het vasten zal zeggen: O Allah, deze dienaar heeft omwille van mij tijdens de dagen van ramadaan spijs en drank en andere geneugten prijsgegeven. Vergeef hem zijn zonden. Allah Te Ala zal op voorspraak van het vasten en de Heilige Qur’aan de vastende en degene die tijdens de teraawiehnemaaz de Heilige Qur’aan leest of toehoort, vergeven.”

                                                     (Imaam Ahmad, Haakim)

 

4. Historisch overzicht van het vasten

Het vasten is niets nieuws in de Islam. Het dateert uit de tijd van de oude volkeren. Allah Te Ala zegt in de Heilige Qur’aan:

 

“Het vasten is aan u voorgeschreven, zoals het aan de volkeren vóór u was voorgeschreven.”

                                                                           (Qur’aan 2:184)

 

Gedurende de tijden heen heeft het vasten verschillende vormen en voorschriften gehad.

Aanvankelijk waren de gelovigen gedurende het gehele jaar slechts op de Aashoeradag verplicht te vasten. Dat is de tiende dag van muharram, de eerste maand van het islamitische jaar.

Later werd dit vervangen met de dertiende, veertiende en vijftiende dag van iedere maand. In het Arabisch worden deze dagen de “ayyaamoel bied” (de witte dagen) genoemd, vanwege de verlichte nachten van de volle maan die deze dagen voorafgaan.

Ook dit werd vervangen en wel met het vasten gedurende ramadaan. Nadat de verplichting tot nemaaz en zekaat was ingesteld, werd op 10 sha’baan van het tweede jaar na de Hidjra het vasten gedurende de maand ramadaan verplicht gesteld voor de moeslims. Echter was men toen vrij om in plaats van te vasten een halve saa’ (gewichteenheid van 2 kg en ½ ons) tarwe of een saa’ gerst aan een behoeftige af te staan. Toch was het aanbevolen om te vasten dan daarvoor aalmoezen in de plaats te geven.

Na enige tijd werd deze vrijheid opgeheven en werd het vasten dag en nacht verplicht gesteld met een onderbreking na zonsondergang tot het ishaagebed of tot men naar bed ging. Na het ishaagebed te hebben gedaan, mocht men tot zonsondergang van de volgende dag geen spijs en drank nuttigen, roken of vleselijke gemeenschap hebben.

Ook als men vóór het ishaagebed te hebben gedaan in slaap viel, was het vasten vanaf dat moment verplicht tot zonsondergang van de volgende dag.

Tenslotte kwam er verzachting in de vastenvoorschriften en werden eten, drinken en vleselijke gemeenschap vanaf zonsondergang tot het aanbreken van het ochtendgloren toegestaan.

 

5. Het normale vasten

Het Arabische woord voor vasten is saum, hetgeen zwijgen of afblijven betekent. In islamitische begrippen betekent saum het zich onthouden van roken, spijs en drank en toegestane vleselijke gemeenschap vanaf het aanbreken van het ochtendgloren tot zonsondergang in navolging van de goddelijke opdracht.

Dit is de laagste rang van het vasten. Hierdoor wordt minstens voldaan aan de verplichting tot vasten. Anderszins houdt het vasten veel meer in. De groten van de oemmah (de totale moslimse gemeenschap) hebben het vasten daarom nog twee rangen toegekend t.w. het  bijzondere vasten en het volmaakte vasten.

 

6. Het bijzondere vasten

Dit is de vorm van vasten, waarbij behalve het zich onthouden van geoorloofde handelingen zoals roken, eten, drinken en geslachtelijke gemeenschap ook de ogen, oren, mond, handen, voeten en andere lichaamsdelen afgehouden worden van ongeoorloofde handelingen.

Het is zeer onverstandig om voor de tevredenheid van Allah Te Ala het geoorloofde (spijs en drank) te laten, maar kwaad en zonde te blijven bedrijven.

De ogen dienen afgehouden te worden van verleidelijke zaken. De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) heeft gezegd, dat ieder onzedelijk blik tot de gifpijlen van Satan behoort. Wie uit godvrezendheid onzedelijke blikken vermijdt, zal beloond worden met een overtuigd geloof, waarvan hij de zoetheid tot in het hart zal smaken.

De mond dient beschermd te worden van iedere vorm van onnuttig gepraat, leugen, kwaadsprekerij en onzedelijke uitlatingen. De oren dienen afgehouden te worden van het horen van ongeoorloofd geluid en gepraat zoals muziek, geroddel, scheldwoorden enz. In de hadies is vermeld, dat het luisteren naar geroddel gelijk is aan roddelen zelf.

Het toebrengen van schade aan derden met de handen en het zich begeven naar verboden plaatsen of het beramen van boze plannen tegen anderen zijn zaken, die altijd achterwege gelaten moeten worden, laat staan tijdens het vasten.

Ten tijde van het ontvasten moet niet zoveel gegeten worden, dat er ongemak ontstaat bij het doen van de gebeden. Het vasten beoogt bevordering van de gezondheid, terwijl overmatig eten juist schadelijk is voor zowel geest, als lichaam.

Na de iftaar moet men een gevoel van voldoening krijgen voor de vervulling van een belangrijke plicht, maar tegelijkertijd moet het besef aanwezig zijn, dat acceptatie van het vasten slechts door de weldaad van Allah Te Ala kan gebeuren.

Dit is de middelste rang van het vasten, waarbij de vastende zich volledig houdt aan de voorschriften van het vasten en zijn leven gedurende de vastentijd geheel conform de islamitische leefwijze doorbrengt.

 

7. Het volmaakte vasten 

De hoogste rang van het vasten is die van degenen die zich geheel ontdoen van wereldse zaken en zich volledig overgeven aan het gedenken van Allah.

Hiervoor trekken zij zich in afzondering terug, hetzij in de masdjid, thuis of elders. Zij brengen alle momenten van de tijd in aanbidding door.

Hun ogen, oren, mond, handen, voeten en andere lichaamsdelen blijven dan beschermd van alle ongeoorloofde handelingen. Dat wordt het volmaakte vasten genoemd.

 

 

 

HOofdstuk 4

REGELS MET BETREKKING TOT Het vasten

 
1. De niyyat of intentie

De niyyat of het voornemen is een onvoorwaardelijke vereiste voor de geldigheid van het vasten. De niyyat houdt het innerlijke besluit tot hetgeen men van plan is te doen in. Het woordelijk opzeggen van dit besluit is wel gewenst, doch niet vereist.

Het opvatten van dit voornemen dient tussen zonsondergang van de voorafgaande dag tot en met de middag van de dag waarop er gevast wordt te geschieden. Dat betekent, dat men zelfs laat op de dag, voordat de zon haar hoogste stand heeft bereikt, kan besluiten te vasten, indien men tot die tijd toevallig niets heeft gegeten of gedronken en ook niet gerookt of geslachtelijke gemeenschap heeft gehad.

In dit geval kan de niyyat als volgt worden opgezegd.

 

“Newaitoe an asoeme haadhal jaume lillaahi te ala min fardi ramadaan.”

 

Vertaling:

“Ik neem mij voor om heden omwille van Allah Te Ala de vastenplicht van ramadaan te vervullen.” 

 

Men kan dan door blijven vasten en na zonsondergang ontvasten. Heeft men vóór de middag enige handeling gepleegd die tegen de regels van het vasten is, dan kan men voor die dag niet meer besluiten om te vasten.

Besluit men vóór het aanbreken van het ochtendgloren om de volgende dag te vasten, dan luidt de niyyat als volgt.

 

“Newaitoe an asoeme ghadan lillaahi te ala min fardi ramadaan.”

Vertaling:

Ik neem mij voor om morgen omwille van Allah Te Ala de vastenplicht van ramadaan te vervullen.”

 
2. De sahrie of het ontbijt

Het eten vlak voor het aanbreken van de dageraad wordt sahrie genoemd. Het nuttigen van de sahrie is een zeer zegenrijke gewoonte van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam), al is het slechts een hapje of een slok water.

      (Sunan Ahmad, Boekharie, Muslim, Aboe Dawoed, Nisaaie)

 

Tussen het vasten van de moeslims en dat van de joden bestaat er een verschil. Dat is het eten van de sahrie.

                     (Aboe Dawoed, Tirmizie, Nisaaie, Ibn Khoezaima)

 

Het is gewenst om de sahrie tot het uiterste uit te stellen. Dat betekent dat de sahrie op het laatste moment vóór de dageraad moet worden gegeten.

                                                         (Mo’djam Awsat Tabranie)

 

Het is heel verkeerd te denken dat men vrijgesteld is van het vasten als men te laat opstaat voor het eten van de sahrie. Wie ’s morgens om de een of andere reden te laat opstaat en er geen tijd meer is voor het eten van de sahrie, moet niet denken, dat hij die dag niet meer hoeft te vasten. Hij dient dan zonder te eten of te drinken de gehele dag in de vasten te blijven.

 

3. Het verplichte bad ten tijde van de sahrie

Indien iemand in ramadaan ’s morgens een verplicht bad moet nemen, dient hij dat te doen vóór het aanbreken van het ochtendgloren. Verkeert men in tijdnood om dat te doen, dan moet men vóór het aanbreken van de dageraad minstens de tanden poetsen, de mond spoelen, goed gorgelen en de neusgaten tot en met het binnenste deel schoonmaken. Als daarna tijdens het vasten gebaad wordt, is het niet meer nodig om te gorgelen of water in te snuiven.

Deze handelingen zijn vereist in de ghoesl (het volledige bad). Zij vormen echter het risico voor de vastende, dat er water wordt doorgeslikt of ingesnoven, waardoor het vasten breekt. Het doen van woedoe of ghoesl moet uiterst voorzichtig geschieden tijdens het vasten. Het is daarom aan te raden om in ramadaan het verplichte bad vóór het aanbreken van het ochtendgloren te nemen.

 

4. De iftaar of het ontvasten

Het zich haasten voor de iftaar is een soennah van de Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) en zeer zegenrijk. Terstond nadat de zon is ondergegaan, moet men ontvasten. Het uitstellen van de iftaar is afkeurenswaardig.

                                                             (Aboe Dawoed, Tirmizie)

 

Bij regenweer is het echter aan te bevelen om te wachten totdat er voldoende zekerheid bestaat omtrent het ondergaan van de zon.

De iftaar dient vóór de maghribnemaaz te geschieden. Het is verkeerd om de maghribnemaaz eerst te doen en daarna te ontvasten.

                                                             (Aboe Dawoed, Tirmizie)

 

Het is ook niet juist om eerst een volle maaltijd te nuttigen bij de iftaar en daarna de maghribnemaaz te doen.

Het is gewenst om met dadels of water te ontvasten. Dat is een soennah van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam). Bij de iftaar kan het volgende gebed opgezegd worden:

 

“Allaahoemma leka soemtoe we alaa rizqika aftertoe faghfirlie maa qaddamtoe we maa aggartoe.

                                                             (Aboe Dawoed, Tirmizie)

Vertaling:

“O Allah, ik heb om U alleen gevast en met het door u aan mij geschonken voedsel ontvast. Vergeef mij dan mijn zonden van het verleden en de toekomst.” 

 

Deze doe’a kan na de iftaar, maar ook daarvóór opgezegd worden.

 

5. Compensatie voor gemiste vastendagen

Allah Te Ala  zegt in de Heilige Qur’aan het volgende:

 

“En op degenen die het heel moeilijk kunnen volbrengen, rust de plicht van fid’jah: het voeden van een arme.” 

                                                                           (Qur’aan 2:184)

 

Degenen, die wegens ziekte of lichamelijke zwakte niet in staat zijn te vasten, kunnen dat compenseren met het geven van aalmoezen aan armen. Deze compensatie van het vasten wordt fid’jah genoemd.

De fid’jah moet bestaan uit volledige maaltijden voor de gehele dag of een bedrag ter hoogte van de sadaqatoelfitr per maaltijd. Dat moet geschonken worden aan een behoeftige moeslim. Het geven van de fid’jah aan ongelovigen compenseert het gemiste vasten niet.

Sommige mensen denken, dat zij ter compensatie van het vasten eten en drinken kunnen opsturen naar moskeeën waar moeslims bij elkaar komen om gezamenlijk te ontvasten. Dat is heel verkeerd. De fid’jah voor het vasten is slechts bedoeld voor behoeftigen, terwijl er in de moskeeën allerlei soorten mensen, waaronder ook rijken, deelnemen aan de iftaar.

Wie dus wegens ziekte niet kan vasten, moet niet denken dat hij zijn fid’jah (compensatie voor het niet vasten) vervult door iftaarmaaltijden op te sturen naar masdjids. Hij dient dat uitsluitend aan behoeftige moeslims te geven.

6. Gezamenlijke Iftaarprogramma’s in de masdjids

Allah Te Ala zegt in de Heilige Qur’aan het volgende:

 

“Maar het is beter voor degene die vrijwillig meer geeft (dan verplicht is). ”

                                                                           (Qur’aan 2:184)

                        

Op sommige plaatsen is het gebruikelijk, dat er gedurende ramadaan iftaarprogramma’s georganiseerd worden in de moskeeën, waarbij vastenden mogen komen ontvasten. Besturen van de respectievelijke organisaties zoeken dan donaties om de iftaarkosten te dekken.

In opdracht van het bestuur worden er heel uitbundig en gul allerlei gebakjes en andere lekkernijen klaargemaakt met bijdragen die zijn opgehaald bij leden. Langzamerhand heeft het idee bij de moeslims postgevat, dat het in iedere djemaa’et een vereiste is om dergelijke iftaarprogramma’s te organiseren. Dit idee is heel verkeerd.

Het is natuurlijk heel gezellig en bevorderend voor de eensgezindheid en saamhorigheid van de moeslims om gezamenlijk te ontvasten, als er ten aanzien hiervan geen verkeerde opvattingen ontstaan.

Wie vrijwillig behoeftige moeslims laat ontvasten, mag daarvoor rekenen op een grootse beloning van Allah Te Ala. Het is echter geenszins een vereiste voor besturen van djemaa’ets om iftaarprogramma’s te organiseren.

 

7. Het opzettelijk verbreken van het vasten

De vastende kan zodanig ziek worden, dat zijn leven in gevaar komt te verkeren of zijn gezondheid verslechtert als hij door blijft vasten. Hij kan ook erge dorst krijgen, waardoor hij met overtuiging voor zijn leven vreest.

In deze gevallen is het verbreken van het vasten niet alleen toegestaan, maar zelfs noodzakelijk. Echter dient hij het aantal gemiste dagen na zijn beterschap in te halen.

Iemand wiens vasten halverwege vervalt, moet zich evenals een menstruerende vrouw die in ramadaan overdag rein wordt, de rest van die dag als een vastende gedragen. Ook een reiziger die in ramadaan overdag thuis aankomt, een minderjarige die overdag de volwassenheid bereikt en een ongelovige die in de loop van de dag moeslim wordt, dienen zich de rest van die dag als een vastende te gedragen.

Zij dienen gedurende de rest van die dag niet te eten of te drinken of handelingen te plegen tegen de regels van het vasten. Degene wiens vasten om de een of andere reden verbroken wordt, moet evenals de menstruerende vrouw, die in de loop van een vastendag rein wordt en de reiziger die in ramadaan overdag thuis aankomt het vasten van die desbetreffende dag inhalen.

Daarentegen hoeft de ongelovige die overdag in ramadaan moeslim wordt of de minderjarige die in de loop van een vastendag de volwassenheid bereikt, de desbetreffende dag niet in te halen.

Het halverwege verbreken van het vasten zonder een geldige reden is een zeer grote zonde. Wie zich hieraan schudig maakt, dient een boetedoening te ondergaan.

 

8. Boetedoening voor het verbreken van het vasten

Wie zijn vasten opzettelijk breekt zonder enige grondige reden, dient daarvoor een boetedoening te plegen. Dat wordt keffaara genoemd. Hij moet ter compensatie voor iedere vastendag zestig dagen onafgebroken vasten. Is hij daartoe niet in staat, dan dient hij voor iedere vastendag zestig maaltijden aan behoeftige moeslims te geven.

Gevallen waarin een keffaara vereist is, zijn:

·   Het bewust en opzettelijk eten, drinken, roken of

   bedrijven van geslachtelijke gemeenschap,  terwijl men

   weet dat men bezig is te vasten.

·   Wie tijdens het vasten onbewust bezig is te eten of te

   drinken, dient daar terstond mee te stoppen nadat het tot  

   hem doordringt, dat hij aan het vasten is. Gaat hij toch  

   door met eten en drinken, dan dient hij de boetedoening te 

   ondergaan.

·   Ook degene die kort voor het aanbreken van het

   ochtendgloren bezig is te eten of te drinken, dient daar  

   bij het aanbreken van de dageraad direct mee te stoppen.

   Doet hij dat niet, dan moet hij eveneens de boetedoening

   ondergaan.

 

9. Afkeurenswaardigheden tijdens het vasten

De volgende handelingen zijn ongewenst en af te keuren tijdens het vasten. Zij doen de beloning voor het vasten afnemen.

Het onnodig proeven van etenswaren of het bijten of kauwen op iets zonder het in te slikken. Wordt er daarbij iets ingeslikt, dan breekt daardoor het vasten.

Het overmatig gorgelen en of het diep insnuiven van water bij het doen van de woedoe. Zakt er daarbij water door de keel, dan breekt daardoor het vasten ook.

Het voortdurend spuwen en of het inslikken van in de mond opgespaarde speeksel. Dat is normaal ook al verboden. Het wordt als onhygiënisch en vies aangemerkt, al breekt daardoor het vasten niet.

Het liegen, roddelen, klikken, schelden, plagen, bekvechten en het zich bezighouden met ongepast gepraat. Het vechten, schreeuwen of het doen van andere zondige handelingen. Door deze handelingen, die altijd verboden zijn, breekt het vasten niet, maar zij verlagen de kwaliteit ervan.

 

10. De volgende handelingen verbreken het vasten niet

Door het onbewust eten, drinken, roken of bedrijven van geslachtelijke gemeenschap breekt het vasten niet. Dat betekent, dat men deze handelingen pleegt, terwijl men vergeten is dat men bezig is te vasten.

Terstond nadat men tot de ontdekking komt, dat men bezig is te vasten, dient men gelijk te stoppen met bovengenoemde handelingen. Men kan dan door blijven vasten. Het vasten is niet gebroken. Stopt men na tot de ontdekking te zijn gekomen dat men bezig is te vasten niet onmiddellijk, dan breekt het vasten direct en dient men het in te halen.

Door het onopzettelijk inademen of inslikken van rook, stof, een vlieg of mug enz. breekt het vasten ook niet.

Verder breekt het vasten niet, indien

·   tijdens het baden water in de oren terecht komt;

·   men onopzettelijk overgeeft, al is het meer dan een

    mondvol;

·   er medicijnen in de ogen worden gezet;

·   iemand overdag in slaap valt en tijdens het slapen een

   natte droom krijgt en ook niet als iemand verwond raakt

   en aan bloedverlies lijdt.

 

11. Het nemen van een injectie
Door het nemen van een injectie om medicijnen toe te dienen aan het lichaam breekt het vasten niet, hoewel dit vermeden moet worden.

Het op een andere manier innemen van medicijnen zoals via de neus, oren of mond verbreekt het vasten wel. Ook door het gebruik van een zetpil breekt het vasten onmiddellijk.

Het inspuiten van voedingsstoffen of vitamines in het lichaam om kracht te krijgen is niet toegestaan tijdens het vasten.

 

(Mir’aat Sharh Mishkaat Moefti Ahmad Jaar Khan Ne’iemie)

 

12. Het overgeven tijdens het vasten

Hierbij kunnen wij de volgende gevallen onderscheiden.

Het vasten breekt wel,

indien men opzettelijk een mondvol of meer overgeeft;

indien men opzettelijk minder dan een mondvol overgeeft, doch een deel van het braaksel bewust wordt teruggeslikt;

indien men niet opzettelijk overgeeft en het braaksel is een mondvol waarvan een deel, minstens even groot als een erwt,  bewust wordt ingeslikt.

 

Het vasten breekt niet,

indien men niet opzettelijk overgeeft en het braaksel is een mondvol of meer;

indien men opzettelijk overgeeft en het braaksel is minder dan een mondvol;

indien men niet opzettelijk overgeeft en het braaksel is een mondvol of meer, waarvan een deel vanuit de mondholte zelf terugzakt in de slokdarm;

indien men niet opzettelijk overgeeft en het braaksel is minder dan een mondvol, waarvan een deel bewust wordt teruggeslikt of zelf terugzakt in de slokdarm.

                                                                     (Doerre Moechtaar)

 

In al de bovengenoemde gevallen, waarin het vasten breekt, moet men zich er van bewust zijn, dat men in de vasten is. Is iemand vergeten, dat hij bezig is te vasten en pleegt hij bovengenoemde handelingen opzettelijk, dan breekt het vasten niet.

 

13. Het volgende is toegestaan tijdens het vasten:

·   het zetten van medicijnen in de ogen;

·   het ruiken van parfums;

·   het smeren van olie of vet over het hoofd of lichaam;

·   het smeren van een zalf of andere medicijn over een

   verwonde plek van het lichaam;

·   het poetsen van de tanden. Dat is zelfs aan te bevelen,

   omdat het een soennah van de Profeet (sallallaahoe alaihi

   we sallam) is. Echter dient daarbij geen tandpasta of iets 

   dergelijks gebruikt te worden;

·   het slachten van dieren;

·   het knippen van het haar;

·   het knippen van de nagels.

 

14. Handelingen waardoor het vasten breekt.

In de volgende gevallen breekt het vasten.

·   Het inslikken van water bij het spoelen van de mond.

·   Het te diep insnuiven van water bij het wassen van de

    neus.

·   Het opzettelijk minstens een mondvol braken.

·   Het insnuiven van neusdruppels of andere medicijnen.

·   Het druppelen van medicijnen of olie in de oren.

·   Het roken van sigaretten, al wordt de rook ervan niet

    ingetrokken.

·   Het kauwen op tabak of betelbladeren (Oerdoe: paan), al

          wordt het sap ervan uitgespuwd.

·   Het inslikken van speeksel, dat met bloed vermengd is,

          waarbij het bloed het speeksel overtreft, dus wanneer er   

          meer bloed in het speeksel aanwezig is dan omgekeerd.

·   Het opzettelijk insnuiven van stof of rook, al is het door

    het branden van wierook.

·   Het stoppen van iets in de mond, dat een kleur loslaat,

    waardoor het speeksel verkleurt. Zakt dit speeksel door  

   de keel naar  binnen, dan breekt het vasten ook.

·   Het innemen van medicijnen al is het via de neus of oren

   of middels een zetpil.

·   Bij het laten van eten en drinken zonder de opvatting van

   het voornemen tot vasten, dus zonder de bedoeling te

   hebben om te vasten, dient men zijn vasten te herhalen.

·   Iemand vatte het voornemen op om te vasten, maar

   daarna at of dronk hij of hij nam zich voor om te vasten,   

   doch was zich er niet van bewust dat het ramadaan was,

   dan dient hij zijn vasten te herhalen.

·   Indien men nat wordt in de regen en daarbij druppels

    water naar binnen krijgt, dient men zijn vasten eveneens  

    te herhalen.

·   Het inslikken van tranen of zweet breekt het vasten ook.

 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

hoofdstuk 5

TERAAWIEH, I’TIKAAF EN LAILETOELQADR

 

1. De teraawiehnemaaz

Het doen van twintig rek’aat teraawiehgebed is soennah voor iedere volwassen moeslim, hetzij man of vrouw. Ook degenen, die om de een of andere reden niet hebben gevast, dienen dit gebed te doen, behalve vrouwen die om reinheidsredenen de teraawiehnemaaz hebben gelaten.

De sehaabie Hazrat Jezied Bin Roemaan (radiallaahoe anhoe) zei, dat in de tijd van Hazrat Oemar Al Faroeq (radiallaahoe anhoe) de moeslims in ramadaan drieëntwintig rek’aat teraawiehnemaaz, inclusief drie rek’aat witr deden.

            (Mo’atta Imaam Maalik, Assoenenil Koebraa Baiheqie)

 

Hazrat Alie Bin Taalib (radiallaahoe anhoe) droeg de recitators van de Heilige Qur’aan op om de moeslims voor te gaan in twintig rek’aat van de teraawiehnemaaz. Zelf leidde hij de witr.

                                         (Minhaadjoessoennah Ibn Taimiyyah)

 

De tijd voor het doen van deze nemaaz vangt aan na de farz van de ishaanemaaz en duurt voort tot het aanbreken van de ochtendschemering. De teraawiehnemaaz kan vóór of na het witrgebed gedaan worden.

 

2. De teraawiehnemaaz in de moskee

Vrouwen dienen dit gebed thuis te doen, terwijl het soennah mo’akkada kifaya is voor mannen om daarvoor naar de masdjid te gaan.

Indien mannen de teraawiehnemaaz thuis in gezelschap doen, zullen zij de beloning voor de djemaa’et krijgen. In dit geval zal de beloning voor het doen van de teraawieh in de masdjid verloren gaan.

Vrouwen dienen alle nemaaz thuis te doen. Dat is hen door de Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) aanbevolen, omdat hun nemaaz thuis hoger wordt gewaardeerd en meer wordt beloond door Allah Te Ala.

                                                     

Het is wel toegestaan om de eigen buurtmoskee over te slaan, indien daar de Heilige Qur’aan niet wordt uitgelezen tijdens de teraawiehnemaaz om elders te gaan waar dat wel gebeurt.

Het is gewenst, dat dezelfde imaam alle twintig rek’aat van de teraawiehnemaaz leidt, hoewel het wel is toegestaan, dat meerdere imaams de teraawieh leiden. In dit geval is het beter, dat de wisseling van de imaams telkens bij de rust na vier rek’aat plaatsvindt.

Wie in de moskee aankomt nadat de ishaanemaaz reeds heeft plaatsgevonden, moet eerst zijn ishaa doen voordat hij zich aansluit bij de djemaa’et van de teraawiehnemaaz. Zijn witrnemaaz dient hij dan ook afzonderlijk te doen.

Het is ongewenst, dat iemand die de ishaanemaaz niet in gezelschap heeft gedaan, dat wel doet in de witrnemaaz.

 

3. De rust tijdens de teraawiehnemaaz

Het is moestehabb (aanbevelenswaardig) om na iedere vier rek’aat van de teraawiehnemaaz een poosje te zitten en Allah te lofprijzen of de heilgroet over de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) op te zenden. In het bijzonder kan de lofprijzing van Allah in dit geval met de volgende bewoordingen geschieden.

 

“Soeb’haane dzil moelki wel melekoet.

Soeb’haane dzil iezzeti wel azmeti wel haibeti

wel qoedrati wel kibriyaai wel djebroet.

Soeb’haanel melikil hayyilledzie

laa jenaamoe we laa jemoet.

Soebboehoen qoeddoesoen rebboenaa

we rebboel melaaiketi werroeh.

Allaahoemma adjirnaa minennaar,

jaa moedjieroe jaa moedjieroe jaa moedjier.”

 

 

Vertaling:

“Heilig is de Bezitter van alle koninkrijk en heerschappij.

Heilig is de Heer van eerbied, verhevenheid en gezag,

van almacht, grootheid en majesteit.

Heilig is de Eeuwiglevende Koning, Die niet slaapt, noch sterft.

Geprezen zij Zijn heiligheid, onze Heer

en de Heer der engelen en de Geest.

O Allah, redt ons van het hellevuur,

o Redder, o Redder, o Redder.”

 

Indien de mensen het bezwaarlijk vinden om na iedere vier rek’aat te rusten, moet dat maar gelaten worden.

 

4. De i’tikaaf of retraite

I’tikaaf is het Arabische woord voor retraite. Dat is in afzondering en teruggetrokkenheid leven. Het in retraite gaan is soennah mo’akkada kifaja vanaf de asrtijd van 20 ramadaan tot en met het einde van deze maand. Ook indien slechts één persoon het doet, wordt deze soennah vervuld. Alle anderen zijn dan verlost van de i’tikaafplicht, hoewel alleen de mo’tekif (d.i. retraitant) de beloning daarvoor krijgt.

De vastende dient op 20 ramadaan uiterlijk vóór zonsondergang zijn intrek te nemen in de masdjid met de intentie om daar in navolging van de gewoonten van de Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) tot het einde van ramadaan te vertoeven.

De i’tikaaf eindigt dus op 29 ramadaan na waarneming van de nieuwe maan van shewwaal bij zonsondergang of na voltooiing van dertig vastendagen. Daarna is er iedoelfitr en eindigt de i’tikaaf.

De i’tikaaf dient in een masdjid, waar er gezamenlijk vijf maal daags nemaaz gedaan wordt te geschieden.

 

5. Het verlaten van de moskee tijdens de i’tikaaf

Na het voornemen tot retraite te hebben opgevat, kan de mo’tekif zich buiten de masdjid begeven om zijn gevoeg te doen, te urineren, zonodig een bad te nemen of voor de djoem’ahnemaaz te gaan, indien zijn retraitemoskee geen djama masdjid is.

Het nemen van een bad kan nodig zijn als iemand tijdens de i’tikaafperiode een natte droom krijgt. Dan moet hij op de plaats waar hij lag te slapen de tayammoem doen, alvorens zich buiten de moskee te begeven om een ghoesl (bad) te nemen.

Indien er niemand aanwezig is om voedsel en of kleren voor de retraitant te brengen, kan hij na de maghribnemaaz de moskee verlaten om het voedsel en de nodige kleren te halen. Het is niet toegestaan om in dit geval thuis te eten.

Hij moet zich niet langer dan nodig buiten ophouden indien hij in bovengenoemde gevallen de masdjid verlaat. Dat maakt de i’tikaaf afkeurenswaardig, hoewel deze pas ongeldig wordt nadat men onnodig langer dan een halve dag buiten de masdjid blijft.

 

6. Bezigheden tijdens de i’tikaaf

De mo’tekif dient minstens zijn religieuze plichten te vervullen en zich verder bezig te houden met vrijwillige gebeden of andere heilzame werken zoals recitatie van de Heilige Qur’aan, lofprijzing van Allah en Zijn Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam), het volgen of verzorgen van religieuze lessen, het vragen van vergiffenis voor begane zonden en het lezen van mouloed sherief.

De mo’tekif mag in de masdjid ook slapen, eten en drinken. Anders zijn deze handelingen verboden binnen de masdjid.

Een handelaar mag indien nodig tijdens de i’tikaaf handelstransacties sluiten binnen de masdjid, mits de handelsgoederen daarbuiten verhandeld worden.

 

7. De lailetoelqadr

Van alle nachten van het jaar is de lailetoelqadr de aanzienlijkste. Lailetoelqadr is een Arabische benaming voor een van de nachten van ramadaan. Het betekent de waardevolle nacht. De lailetoelqadr is zo genoemd naar de bijzondere waardering die Allah Te Ala hecht aan deze nacht.

Het is vermeld, dat de beloning voor elke goede daad in deze nacht gelijk is aan die van dertigduizend goede daden van andere nachten. Deze ene nacht is beter dan duizend maanden.

Allah Te Ala zegt in hoofdstuk 97 van de Heilige Qur’aan het volgende over de lailetoelqadr:

 

“In naam van Allah, de meest Barmhartige, de meest Genadige.

Voorwaar, Wij hebben hem in de waardevolle nacht geopenbaard.

En hoe zult u weten wat de waardevolle nacht is?

De waardevolle nacht is beter dan duizend maanden.

De engelen en de Geest (Gabriël) dalen er in neder met de toestemming van hun Heer, voor iedere zaak.

Vrede heerst in deze nacht tot aan de ochtendschemering.”

 

Dit hoofdstuk van de Heilige Qur’aan heet de soeretoelqadr.

 

8. Hadies       

Eens vertelde de Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) aan de sehabies over een man van het volk van de Israëlieten, die duizend maanden lang achtereenvolgens gebeden en gestreden had omwille van Allah Te Ala.

De sehabies werden bedroefd en zeiden:

 

“O Profeet van Allah, uw volgelingen hebben niet zo’n lang leven. Hoe zouden zij dan zoveel kunnen bidden en strijden op de weg van Allah?

 

Hierdoor geraakte de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) in droefenis, waarop de soeretoelqadr werd geopenbaard.

 

9. Het nederdalen van engelen

Allah Te Ala zegt in de Heilige Qur’aan het volgende.

 

“De engelen en de Geest dalen daarin neer met de toestemming van hun Heer.”

                                                                             (Qur’aan 97:6)

 

In de hadies is vermeld, dat in de lailetoelqadr engelen in groepen achter elkaar samen met Djibriel (alaihis selaam) nederdalen. Zij dragen vier vaandels met zich mee. Een ervan plaatsen zij op het heilige graf van de Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam), het tweede wordt op de Heilige Ka’bah geplaatst, het derde op de Masdjid Al Aqsa te Jeruzalem en het vierde op de berg Toer.

Zij betreden ieder huis van gelovige mannen en vrouwen en groeten hen met de vredesgroet met uitzondering van degenen, die volharden in het plegen van ontucht, het nuttigen van varkensvlees, het drinken van alcoholhoudende dranken en het verbreken van familierelaties.

Ook zij, die zittend of staand in aanbidding van Allah Te Ala de waardevolle nacht doorbrengen, worden door de engelen begroet.

 

10. De datum van de lailetoelqadr

De exacte datum van de lailetoelqadr is door de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) niet bekend gemaakt. Wel is door hem gezegd, dat hij een van de laatste vijf oneven nachten, dus de 21e, 23e, 25e, 27e, of 29e nacht van ramadaan is.

De beroemde sehabie Hazrat Ibn Abbaas (radiyallaahoe anhoe) zegt, dat lailetoelqadr de zevenentwintigste nacht van ramadaan is. De meerderheid van de geleerden van de oemmah is dezelfde mening toegedaan. Allah Te Ala stort gedurende deze gehele nacht zijn bijzondere genade en zegen over de schepping uit.

 

11. Onderlinge onenigheid van moeslims

Het is gerapporteerd dat de Profeet van Allah (sallallaahoe alaihi we sallam) naar buiten kwam om de juiste datum van lailetoelqadr bekend te maken, toen twee gelovigen met elkaar begonnen te vechten. Hierop zei hij:

 

“Ik was gekomen om de datum van lailetoelqadr bekend te maken, maar die twee waren aan het vechten, waardoor de lailetoelqadr werd verborgen. Misschien is dat beter voor jullie. Probeer de lailetoelqadr in de laatste vijf oneven nachten van ramadaan te vinden”.

                                                                      (Sahieh Boekharie)

 
12. Bezigheden gedurende de lailetoelqadr

Het is aan te bevelen om deze nacht in recitatie van de Heilige Qur’aan, lofprijzing van Allah, zegenbeden over de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) en vrijwillige gebeden door te brengen.

Het tonen van berouw en het vragen van vergiffenis voor reeds begane zonden is zeer aan te bevelen gedurende de lailetoelqadr.

De Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) droeg Hazrat Aaisja (radiyallaahoe anha) op om de volgende doe’a op te zeggen tijdens de lailetoelqadr:

 

“Allaahoemma inneka afoewwoen toehibboel afwa fa’foe

 annie ja afoewwoe ja keriem.”

                                                                        (Djami’ Tirmizie)

Vertaling:

“O Allah, Gij zijt vergevensgezind. Gij houdt van vergeven. Vergeef mij dan, o Vergever, o Weldoener.”

 

Hazrat Alie (radiyallaahoe anhoe) heeft gezegd, dat degene die in de lailetoelqadr na de ishaanemaaz zeven keren de soeretoelqadr leest, door Allah Te Ala gevrijwaard zal worden van allerlei ellende en problemen, terwijl zeventigduizend engelen het paradijs voor hem zullen afsmeken.

Geleerden hebben vermeld, dat degene die in de lailetoelqadr vier rek’aat nemaaz doet en in iedere rek’ah daarvan na de soeretoelfaatihah telkens een keer de soeretoettekaasoer, gevolgd door drie keren de soeretoelichlaas leest, verlost zal worden van de beknellingen van de dood.

Ook zal hij bevrijd worden van de bestraffing in het graf. Hij zal in het paradijs vier lichtzuilen toegewezen krijgen. In iedere zuil zullen er duizend paleizen zijn, die hem zullen toebehoren. 

 

Verder kan men in deze nacht als volgt bidden.

Vier keren twee rek’aat nemaaz, waarbij in iedere rek’ah na de soeretoelfaatihahh telkens een keer de soeretoelqadr, gevolgd door drie keren de soeretoelichlaas gereciteerd dient te worden.

De eerste keer moet men dit gebed doen met de intentie om vergiffenis van zonden te verkrijgen.

De tweede keer moet dit gebed gedaan worden met de intentie om een lang leven te verkrijgen.

De derde keer moet men het voornemen opvatten om voorzien te worden in geoorloofd levensonderhoud.

De vierde keer doet men dit gebed met de intentie om verhoring van gebeden en acceptatie van goede daden te verkrijgen.

 

Ook is het aan te bevelen om een vier rekáat tellende nemaaz te doen met in iedere rek’ah na de soeretoelfaatihahh  telkens drie keren de soeretoelqadr, gevolgd door vijftig keren de soeretoelichlaas.

Na de selaam van deze nemaaz gaat men terstond over tot de sadjdah en zegt men de tasbieh (soeb’haane rabbiyal a’la) op, gevolgd door de zegenbede (deroedsherief) over de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam).

Daarna kan men in de sadjdah alles wat men wil aan Allah Te Ala vragen.

 

13. De selaatoettasbieh

Tenslotte moet men de selatoettasbieh in deze heilige nacht doen. Deze  bestaat uit vier rek’aat en wordt als de normale nemaaz gelezen, alleen wordt de volgende tasbieh (lofprijzing) in iedere rek’ah daarvan in totaal vijfenzeventig keren opgezegd.

 

Tasbieh:

“Soeb’haanellaahi welhamdoelillaahi we laa ielaaha illallaahoe wellaahoe akbar . We laa hawla we laa qoewweta illaa billaahil aliyyil aziem.”

 

Vertaling:

“Rein is Allah en alle lof zij aan Allah en er is geen god behalve Allah en Allah is de Allergrootste. Er is geen macht die leidt tot  het goede en beschermt tegen het kwade dan die van Allah, de Meest Verhevene, de Meest Grote.”

 

Deze tasbieh wordt als volgt opgezegd in iedere rek’ah van de selaatoettasbieh.

Na de thenaa vijftien keer;

Na de recitatie van de soerah’s tien keer;

In de roekoe’ tien keer;

Na het weder opstaan uit de roekoe’ tien keer;

In de eerste sadjdah tien keer;

Tijdens het zitten tussen de twee sadjdah’s tien keer;

In de tweede sadjdah tien keer.

 

Dat wordt samen vijfenzeventig keer in iedere rek’ah. Verder worden alle tasbieh en gebeden in deze nemaaz op de normale wijze gehandhaafd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

HOOFDSTUK 6

AFSCHEID VAN RAMADAAN

 

1. De djoem’ahdag

Volgens de gezegden van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) is vrijdag de aanzienlijkste dag van de week. Hij zei, dat degene die de vrijdag vredig en goed, in aanbidding van Allah Te Ala doorbrengt, gedurende de gehele daaropvolgende week bevrijd zal blijven van problemen en ellende.

In een hadies is vermeld, dat de vrijdag een feestdag is voor gelovigen. De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) heeft gezegd:

 

“’s Vrijdags is er een moment, waarop ieder gebed verhoord wordt.”

 

Hazrat Obai bin Ka’b zegt, dat dit moment na de asrnemaaz komt. Het valt degene, die na de asrnemaaz zittend de maghribnemaaz afwacht, te beurt. Hij dient bezig te zijn met het gedenken en lofprijzen van Allah, terwijl hij de vervulling van zijn wensen afsmeekt, totdat de oproep tot de maghribnemaaz plaatsvindt.

 

2. De beloning voor moskeebezoek op vrijdag

De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) heeft gezegd:

 

“Degene die voor het doen van de djoem’ahnemaaz het eerst naar de masdjid gaat, krijgt daarvoor de beloning van het offeren van een kameel. Hij die als tweede naar de masdjid gaat, krijgt de beloning van een runderoffer. De derde persoon wordt beloond gelijk degene die een schaap offert,  de vierde gelijk degene die een kip aan een behoeftige schenkt en de vijfde krijgt de beloning van het schenken van een ei. Wanneer de imaam opstaat voor het houden van de toespraak, komen er ook engelen in de masdjid.”

 

Deze beloningen zijn slechts voor degenen die vroeg naar de masdjid gaan. Het doen van de djoem’ahnemaaz wordt afzonderlijk en zeer groots beloond. De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallem) heeft ook gezegd, dat al de zonden die iemand tussen twee vrijdagen begaat vergeven worden, indien hij geregeld de djoem’ahplicht vervult.

Vrouwen, kinderen, zieken en reizigers zijn vrijgesteld van de djoem’ahplicht. Zij dienen ’s vrijdags thuis hun zohrnemaaz te doen in plaats van naar de moskee te gaan.

 

3. De djoem’ahtoelwidaa

Iedere vrijdag is voor de gelovige een middel tot vergeving van zonden, verlossing van het hellevuur, ontvangst van genade en zegeningen enz. Echter is de laatste djoem’ah van ramadaan, die bekend is als de djoem’ahtoelwidaa (afscheidsdjoem’ah), verheven boven al de andere.

Op deze laatste vrijdag van ramadaan vindt de bijzondere uitstorting van Allah’s zegeningen en genade plaats, terwijl hij ongetwijfeld een dag van verhoring van gebeden en vergeving van zonden is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4. Qasieda

Afsoos toe roegset hoewa maahe mobaarek alwidaa

Roro ke dil ne je keha maahe mobaarak alwidaa

 

Moeddet se the ham moentezir shoekre goda aja to phier

Par heif djaldie tjal dijaa maahe mobaarek alwidaa

 

Qur’aan bhie naazil hoewa ham ko sheref haasil hoewa

Ai waae main ghaafil reha maahe mobaarek alwidaa

 

Parhte the Qur’aan roozo shab kehte the soebhaan loog sab

Har lahza thaa ferhat fiza maahe mobaarek alwidaa

 

Parhta tha soennah koojie djab jaa koojie perhta moesteheb

Paata sewaab farz ka maahe mobaarek alwidaa

 

Ab kootj hai peeshe nazar aankhoon me ashk aate hai bhar

Kerta hai dil aaho boeka maahe mobaarek alwidaa

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vertaling:

Och, u bent aan het scheiden, vaarwel o gezegende maand

Vol leed en smart zegt mijn hart, vaarwel o gezegende maand

 

Lang hadden wij naar u verlangd, dank zij God u kwam en toch

Hoe vlug verliet u ons weer, vaarwel o gezegende maand

 

De Qur’aan werd geopenbaard, de wereld kreeg heil en zegen

Och, ik bleef in vergetelheid, vaarwel o gezegende maand

 

De Qur’aan werd gereciteerd, iedereen lofprees de Heer

Ieder uur was vreugdevol, vaarwel o gezegende maand

 

De beloning van een soennah of een vrijwillig goed werk

Was gelijk een verplichte daad, vaarwel o gezegende maand

 

Nu staat U op vertrek, mijn ogen tranen van verdriet

Huilend zegt mijn gebroken hart, vaarwel o gezegende maand

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5. Het iedoelfitr

Allah Te Ala zegt in de Heilige Qur’aan het volgende.

 

“En opdat gij het aantal (vastendagen) zult voltooien en Allah’s grootheid zult verkondigen, omdat Hij u recht heeft geleid en opdat gij dankbaar zult zijn.”

                                                                           (Qur’aan 2:186)

 

Ied is een Arabisch woord en het betekent feestvreugde. Fitr is het stamwoord van iftaar, hetgeen betekent stoppen met vasten. Iedoelfitr is een feestvreugde voor het feit, dat de vastenplicht van ramadaan is vervuld.

Allah Te Ala zegt in het bovenaangehaalde vers, dat wij na het volle aantal dagen te hebben gevast uit dankbaarheid Zijn grootheid moeten verkondigen voor het feit, dat Hij ons heeft bijgestaan en geleid tijdens de vervulling van de zware plicht tot vasten.

 

6. De nacht van iedoelfitr

Het is moestehabb om de nachten van iedoelfitr, iedoel ad’ha, de lailetoelberaa’et, de lailetoelqadr en lailetoelme’raadj in gebed door te brengen.

In de sehieh hadies staat geschreven dat degene die de fadjrnemaaz met de djemaa’et in de masdjid doet, geacht wordt de gehele nacht in gebed te hebben doorgebracht. Degene die de ishaanemaz in de masdjid met de djemaa’et doet, heeft als het ware de halve nacht in gebed doorgebracht.

Het minste wat dus in deze nachten gedaan kan worden is de ishaa- en fadjrnemaaz met de djemaa’et in de masdjid te doen. Verder kan men de gebeden van de lailetoelqadr in de nacht van iedoelfitr doen.

Iednacht is de nacht die voorafgaat aan de dag van iedoelfitr en iedoel ad’ha.

 

7. Handelingen die soennah zijn op ieddag

Behalve de waadjib handelingen zoals het loven van Allah Te Ala en het doen van twee rek’aat nemaaz, dient men ook nog de volgende soennah’s van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) te volgen.

Het nemen van een volledig bad, het poetsen van de tanden, het gebruiken van parfum, het dragen van nieuwe kleren, het eten van een zoetigheid alvorens naar de iedgaah te gaan, het te voet naar de iedgaah gaan, het via een andere weg naar huis  terugkeren van de iedgaah.

 

8. Moestehabb handelingen op ieddag

De volgende handelingen zijn gewenst op ieddag.

Het betrachten van gulheid bij het geven van aalmoezen, het onderling afleggen van bezoeken, het uitwisselen van felicitaties en geschenken, het tonen van blijdschap en het omhelzen van elkaar na de iednemaaz te hebben gedaan.

Op weg naar de iedgaah of masdjid dient de volgende takbier (grootheid van Allah Te Ala) verkondigd te worden:

 

“Allahoe akbar Allahoe akbar. Laa ilaaha illallaahoe wellaaahoe akbar Allahoe akbar we lillaahil hamd”

 

Vertaling:

“Allah is de Allergrootste, Allah is de Allergrootste; er is geen god behalve Allah. Allah is de Allergrootste, Allah is de Allergrootste en alle lofprijzing is voor Allah.”

 

9. De sadaqatoelfitr

Iedereen die in het bezit is van 87½ gram goud of 607 gram zilver wordt bezitter van een nisaab genoemd. Ook degene die contant geld of  handelsgoederen ter waarde van 607 gram zilver heeft, is bezitter van een nisaab.

Het is waadjib voor iedere moeslim die bezitter is van een nisaab om op ieddag aan een behoeftige 2 kg en 50 gram tarwe af te staan. Dit noemt men de sadaqatoelfitr, hetgeen vóór het zich begeven naar de iedgaah voor het doen van de iednemaaz betaald moet worden.

Ook de waarde van de bovengenoemde hoeveelheid tarwe kan worden afgestaan als sadaqatoelfitr. De sadaqatoelfitr zuivert het vasten van eventuele gebreken en tekortkomingen.

Minderjarigen en onder curatele gestelden, die bezitter zijn van een nisaab zijn ook verplicht om de sadaqatoelfitr te betalen. Hun wettelijke vertegenwoordiger dient dat voor hen te voldoen met hun geld. Vrouwen zijn ook verplicht de sadaqatoelfitr te betalen indien zijn een nisaab bezitten.

De verplichting tot het betalen van de sadaqatoelfitr gaat in na het aanbreken van de ochtendschemering op ieddag. Wie vóór die tijd komt te overlijden, is vrijgesteld van deze verplichting. Namens baby’s die vóór de ochtendschemering op iednacht geboren worden, dient de wettelijke vertegenwoordiger de sadaqatoelfitr te voldoen. 

Een bejaard of zwak persoon die om gezondheidsredenen of ouderdom niet in staat is te vasten, dient de sadaqatoelfitr toch te betalen, indien hij daartoe wel verplicht is, al heeft hij niet gevast.

De ontvanger van deze aalmoes dient dezelfde vereisten te hebben als de zekaatgerechtigde. Het betalen van de sadaqatoelfitr is ook vóór ieddag toegestaan. Wie verzuimt heeft om deze plicht uiterlijk op ieddag te vervullen, dient dat daarna alsnog te doen. De verplichting tot het betalen van de sadaqatoelfitr vervalt het gehele leven niet.

 

10. De iednemaaz

De tijd voor de iednemaaz begint bij het hoog opklimmen van de zon en duurt voort tot deze haar hoogste stand heeft bereikt. De iednemaaz dient binnen deze tijd voltooid te zijn, anders is zij ongeldig.

De iednemaaz bestaat uit twee rek’aat, waarbij iedere rek’ah drie extra takbiers telt. In de eerste rek’ah volgen er na de takbiere tahriemah en de thenaa twee takbiers, waarbij men de handen telkens naar de oren brengt en ze vervolgens laat zakken. Na de derde extra takbier, waarbij de handen weer naar de oren gebracht worden, vouwt men ze samen onder de navel en de nemaaz wordt vervolgd met de te’awwoedh, tasmiyyah, soeretoelfaatihahh enz.

Na beëindiging van de eerste rek’ah gaat men gewoon door met de tweede, totdat de soerah’s ervan worden gereciteerd.

Nu zou men eigenlijk naar de roekoe’ moeten gaan tijdens het zeggen van de takbier. Dit gebeurt echter nog niet. Drie keer wordt hier achter elkaar weer de takbier opgezegd onder het brengen van de handen naar de oren.

Daarna volgt er nog een takbier, die van de roekoe’, en pas dan gaat men over tot de roekoe’. De nemaaz wordt daarna voltooid als normaal.

Na de nemaaz moet de imaam twee goetbah’s (speciale toespraak in het Arabisch) houden, terwijl alle moeqtedies zwijgend toeluisteren. Daarna volgt er een gezamenlijke doe’a onder begeleiding van de imaam en tenslotte gaat men elkaar onder omhelzingen geluk toewensen vóór het verlaten van de gebedsplaats.

Sommige mensen bezoeken op ieddag begraafplaatsen om daar te bidden voor de zielenrust van hun geliefden. Dat is niet verboden.

 

11. Het vasten in shewwaal

Het is moestehabb om na iedoelfitr zes dagen in de maand shewwaal te vasten. De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) heeft gezegd, dat degene die na iedoelfitr zes dagen in shewwaal vast, daarvoor de beloning krijgt gelijk aan een heel jaar lang onafgebroken vasten.

Het is in dit geval toegestaan om achter elkaar zes dagen lang te vasten, hoewel het beter is om dit niet aaneengesloten te doen, doch verspreid over de maand shewwaal.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

11. Qasieda

Chiraagh dil ka djelaawo ke ied ka din hai aadj

Teraane ied kee gaawo ke ied ka din hai aadj

 

Ghamoon ko dil se bhoelaawo ke ied ka din hai aadj

Goeshie ke bazm sedjaawo ke ied ka din hai aadj

 

Ghoesja ke aadj hai sadjdae newaaze shawk koojie

Sare niyaaz djhoekaawo ke ied ka din hai aadj

 

Ied aajie neje soebho neje shaam ke saath

Har zarre pe tjhaajie hoewie raanaajie hai aadj

 

Khoel gejaa zabte mohabbet ka djosh ied ka din hai aadj

Kjoen na ho rengien djehaan ke ied ka din hai aadj 

 

Vertaling:

Verlicht uw harten met vreugde, het is ieddag vandaag

Zing lofzangen van vreugde, het is ieddag vandaag

 

Verjaag alle verdriet uit de harten, het is ieddag vandaag

Schep een vreugdevolle sfeer, het is ieddag vandaag

 

Jubel, dat ieder vandaag vol trots is en blijdschap

Geef aalmoezen aan armen, het is ieddag vandaag

 

Er kwamen nieuwe vreugden met de morgen en de avond

Overal heerst er vreugde, het is ieddag vandaag

 

Doe open de deuren van liefde in uw harten

De wereld is zo kleurrijk, het is ieddag vandaag

 

 


 

Lijst van vreemde woorden en namen

Aaisja Siddieqa              echtgenote van de Profeet Muhammad                                    

Aamien                          moge mijn gebed verhoord worden                            

Aashoeradag                  10e dag van de maand muharram

Alaihisselaam                 vrede zij met hem

Alie Bin Talib                vierde opvolger van de Profeet van Allah

Allah                                 de Aanbiddenswaardige; naam van God                               

Asrnemaaz                     het late namiddaggebed

Assoenenilkoebraa         grote hadiesverzameling van Imaam Baiheqie                                                    

Ayyaamoelbied             13e, 14e en 15e dag van de islamitische maand

Ayyaamoellah               de Dagen van Allah; gezegende tijden

Badr                              plaats op 70 mijl afstand van Mediena

Djama masdjid              masdjid waar de djoem’ahnemaaz is toegestaan

Djemaa’et                      gezelschap; vereniging of samenkomst van 

                                      moeslims

Djibriel                          Arabische naam voor de aartsengel Gabriël

Djoem’ah                       vrijdag

Djoem’ahtoelwidaa       laatste vrijdag van ramadaan

Doe’a                             smeekgebed

Faatima Zehra               lievelingsdochter van de Profeet

Farz                               verplicht; openlijk gebod van Allah                                      

Fid’jah                          aalmoezen ter compensatie voor het vasten

Ghoesl                          een volledig bad

Goetbah                        toespraak in het Arabisch

Hadies                           gewoonte van de Profeet Muhammad

Hazrat                           titel van waardering en eerbied

Hidjra                            verhuizing van de moeslims vanuit Mekka    

I’tikaaf                          afzondering voor aanbidding

Ibn Abbaas                    bekende sehaabie van de Profeet

Ibn Taimiyyah              groot geleerde in de islamitische leer

Iedgaah                         plaats van iedbijeenkomst                                   

Iednemaaz                    gebed op ieddag

Iedoelfitr                       feest ter afsluiting van het vasten

Iftaar                             het ontvasten

Imaam                          voorganger in nemaaz

Imaam Baiheqie           groot hadiesgeleerde

Imaam Malik                grondlegger van de malikitische leerschool

Ishaanemaaz                 nachtgebed

Jezied Bin Roemman   sehabie van de Profeet Muhammad

Ka’bah                           eerste bedehuis ter wereld in Mekka

Keffaara                       boetedoening voor verbreking van het vasten

Khadiedja Koebraa  eerste echtgenote van de Profeet                                                   

Lailetoelberaa’et      nacht van vergeving; 15e nacht van sha’baan

Lailetoelqadr            de waardevolle nacht; 27e nacht van ramadaan

Maghribnemaaz       vooravondgebed

Masdjid                   plaats van nederwerping; gebedshuis

Mediena                  stad van de Profeet 

Mekka                     geboorteplaats van de Profeet van Allah

Minhaadjoes

Soennah                  hadiesverzameling van Ibn Taimiyyah

Mo’akkadah            benadrukte soennah van de Profeet

Mo’atta                   hadiesverzameling van Imaam Malik

Mo’tekif                  iemand die in i’tikaaf gaat; retraitant

Moeqtedie               navolger in het gebed achter een imaam

Moeslim                  hij die zich onderwerpt aan de wil van God

Moestehabb             vrijwillige goede daad

Mouloed sherief      bijeenkomst om de Profeet te lofprijzen en te gedenken

Muhammad             lett.: de Prijzenswaardige; de Laatste Profeet en

                                Boodschapper van  Allah 

Muharram               eerste maand van het islamitische jaar

Nemaaz                   godsdienstoefening, bestaande uit gebeden enz.

Nisaab                    minimum bezit voor de zekaatplicht

Niyyat                     voornemen om iets te doen

Obai Bin Ka’b        sehaabie van de Profeet  Muhammad                                

Oemar al Faroeq     tweede opvolger van de Profeet Muhammad

Oerdoe                   de Pakistaanse taal

Qadr                       waardering

Qur’aan                  de Heilige Schrift van de moeslims

Radiallahoe anha    Allah zij tevreden over haar

Radiallaahoe anhoe Allah zij tevreden over hem                                

Ramadaan               negende maand van het islamitische jaar

Rek’aat                   meervoud van rek’ah

Rek’ah                    eenheid nemaaz, bestaande uit gebeden, 

                               nederwerpingen, buigingen en knielingen

Roekoe                   kniebuiging tijdens de nemaaz

Saa’                        gewichteenheid van 2 kg en 50 gram

Sadaqah                  vrijwillige aalmoes

Sadaqatoelfitr         aalmoes op ieddag te geven

Sahrie                     ontbijt

Sallallaahoe alaihi

we sallam                vrede en zegeningen van Allah zijn met hem

Saum                       Arabisch woord voor vasten

Sehaabie                 metgezel van de Profeet Muhammad

Sha’baan                 achtste maand van het islamitische jaar

Shabeqadr               andere naam voor de lailetoelqadr

Shewwaal               10e maand van het islamitische jaar

Soennah                  gewoonte van de Profeet Muhammad

Soerah                     hoofdstuk van de Heilige Qur’aan

Soeretoelfaatihahh    1e  hoofdstuk van de Heilige Qur’aan

Soeretoelichlaas      112e hoofdstuk van de Heilige Qur’aan

Soeretoelqadr          97e hoofdstuk van de Heilige Qur’aan

Soeretoettekaasoer 102e hoofdstuk van de Heilige Qur’aan

Tajammoem            reinigingsmethode, waarbij met de handen over het   

                                gezicht en de onderarmen gestreken wordt

Takbiere tehriemah eerste takbier van de nemaaz

Tasmiyyah              bismillaahir rehmaanir rehiem

Te Ala                     de Meest Verhevene

Te’awwoedz            a’oedzoe billaahi mineshsheitaanir redjiem

Teraawiehnemaaz    speciaal gebed in de nachten van ramadaan 

Thenaa                     lofprijzing van Allah Te Ala

Waadjib                   noodzakelijke goede daad

Witrnemaaz             gebed na het avondgebed

Woedoe                  gedeeltelijke wassing van het lichaam

Zekaat                     verplichte bijdrage van 2½ % van spaargeld, goud, 

                                zilver en handelsgoederen te voldoen aan behoeftige

                                moeslims