(Een handleiding voor Surinaamse en Nederlandse pelgrims)

Een uitgave van de
Surinaamse Moeslim Associatie
Samensteller:
M.I. Soebhan
Tweede, verbeterde druk
Druk, lay-out en vormgeving:
S.M.A.-Printing
Verkrijgbaar:
Secretariaat S.M.A.
Kankantriestraat 32-40
Paramaribo
Postbus 9076-Tel.: 403467
Paramaribo,
december 2002/shawwaal 1423
Nadruk toegestaan, mits zonder winstbejag
Inhoudsopgave
Voorwoord 6
Hoofdstuk 1
3. De voortreffelijkheden van Makka
1. De oudste stad ter wereld 8
2. Gebed van Ibrahiem (alaihis salaam) 8
3. Vrede in Makka 9
4. Vruchten en voedsel in Makka 9
5. Genegenheid voor Makka 10
6. De gebeden in Makka 10
7. Een profeet in Makka 10
4. De voortreffelijkheden van Madiena
1. De meest geliefde stad ter wereld 10
2. Gebed van de Profeet 10
3. De stad van de Profeet 11
Hoofdstuk 2
1. Algemeen
1. Hadj 12
2. Hadji 12
3. Mah’rams 12
4. Geen noodzaak tot begeleiding 13
5. Zoogmoeder en zoogkinderen 13
6. Ghair mah’rams 13
7. Mah’ram noch ghair mah’ram 13
2. Soorten hadj
1. De hadj qiraan 14
2. Qarin 14
3. De hadj ifraad 14
4. Moefrad 14
5. De hadj tamat’to 15
6. Moetamat’ti 15
7. ‘Oemra 15
8. De hadj badal 15
3. Hadjkleding en beperkingen
1. Ih'raam 15
2. Ih'raamkleding voor vrouwen 16
3. Moeh'rim 16
4. Beperkingen tijdens de ih'raam 16
5. Baden en verwisselen van de ih'raam 16
6. Talbiya 16
4. De rondgang om de Ka'ba Shariefa
1. Tawaaf 17
2. Istilaam 17
3. Tawaaf Qoedoem 17
4. Tawaaf Ziaarat of Tawaaf Ifaada 17
5. Tawaaf Alwidaa of Tawaaf Sadr 17
6. Iztibaa 18
7. Raml 18
5. Voltooiing van de ‘oemra
1. Sa’ie 18
2. Halq en taqsier 18
6. Het verblijf buiten Makka
1. Woeqoef Al Arafa 19
4. Qoerbanie 19
7. Diversen
1. Mieqaat 19
2. Dam 20
3. Badna 20
3. Ziaarat 20
4. Takbier Tashrieq 20
5. Jawmoel Arafa 20
6. Ayyaamoet Tashrieq 21
7. Ayyamoen Nahr 21
8. De mo’allim 21
Hoofdstuk 3
Belangrijke plaatsen met
betrekking tot de hadj
1. Jedda 22
2. Hiel 22
3. Haram Sharief 22
4. De Masdjid Al Haraam 22
5. Mas’aa 22
6. Mawlid Sharief 23
7. Daar Al Arqam 23
8. Makaan Siddieq Akbar 23
9. Ghar As Sawr 23
10. Ghar Al Hira 23
11. Masdjid Aa’isja 24
12. Djannatoelmoe'alla 24
13. Waadiye Moehassar 24
14. Andere masdjids in Makka 24
15. Mina 24
16. Arafaat 25
17. Moezdalifa 25
2. Plaatsen in de Masdjid Al Haraam
1. Ka'ba Shariefa 25
2. Moetaaf 25
3. Maqaam Ibrahiem 25
4. Zamzam 25
3. Plaatsen in de Ka'ba Shariefa
1. Hadjar Al Aswad 26
2. Roekn Aswad 26
3. Moeltazim 26
4. Roekn Iraaqie 26
5. Hatiem 26
6. Miezaab Rah’mat 27
7. Roekn Shaamie 27
8. Moestedjaar 27
9. Roekn Jamaanie 27
10. Moestadjaab 27
4. Plaatsen in de mas’aa
1. Safa en Marwa 27
2. Mielain agdarain 27
5. Plaatsen in Mina
1. Masdjid Gaif 28
2. Djamaraat 28
3. Mazbah 28
6. Plaatsen in Arafaat
1. Masdjid Namirah 28
2. Djabal Ar Rah’ma 28
3. Masdjid Mesh'eril Haraam 29
7. Belangrijke plaatsen in Madiena
Al Moenaw’wara
1. De Masdjid Nabawie 29
1. De Masdjid Qoeba 30
2. Masdjid Qiblatain 30
3. Masdjid Dzoebaab 31
4. Masdjid Banoe Zafar 31
5. Masdjid Ghamaama 31
6. Masdjid Fat'h 31
7. Masdjid Djoem’a 32
8. Masdjid Idjaaba 32
Hoofdstuk 4
Belangrijke handelingen
met betrekking tot de hadj
1. De verplichtingen van de hadj 36
2. De noodzakelijkheden van de hadj 36
3. De soen’na handelingen van de hadj 37
4. Verboden handelingen in de ih'raam 37
5. Ongewenstheden tijdens de ih'raam 38
6. Geoorloofde zaken tijdens de ih'raam 38
Hoofdstuk 5
met betrekking tot de hadj
1. Voorbereiding voor de hadj
1. Geldig paspoort 39
2. Reistickets 39
3. Visum 39
4. Vaccinaties 39
5. Ih'raam en andere kleding 40
6. Reiskoffers 40
7. Handgeld 40
8. Medische benodigdheden 40
9. Levensmiddelen 41
2. Afscheid van familie en kennissen
1. Schulden 41
3. Onrechtmatigheden 41
4. Toestemming van ouders 41
5. Kostgeld voor het gezin 42
3. Religieuze verplichtingen
1. Gemiste namaaz en vasten 42
2. Verschuldigde zekaat 42
3. Vergiffenis van zonden 42
4. De knechten van de heilige plaatsen 42
5. Aalmoezen 43
6. Klachten tijdens de hadj 43
7. Belangrijk advies 43
Hoofdstuk 6
1. Doe'a tijdens een reis
1. Bij het nemen van afscheid 44
2. Bij het verlaten van het huis 44
3. Bij het doen van uitgeleide 44
4. Bij het betreden van het voertuig 44
1. De beste reis van het leven
1. Vertrek vanuit Suriname 65
2. Aankomst in Nederland 65
3. Vertrek vanuit Nederland 66
4. De mieqaat/de ih'raam 70
2. In Makka Al Moekar’rama
1. De aankomst in Jedda 66
2. De Ka'ba/voorbereiding tot tawaaf 66
3. De istilaam 67
4. De tawaaf 67
5. Twee rak’aat bij Maqaam Ibrahiem 68
6. Bij de Zamzam 68
7. De sa’ie tussen Safa en Marwa 69
8. Einde van de ‘oemra 69
3. De hadj
1. In afwachting van de hadj 69
2. Op weg naar Mina 70
3. Het vertrek naar Arafaat 70
4. De takbier tashrieq 71
5. In Moezdalifa 71
6. Het stenigen van de djamaraat 72
7. Qoerbanie en halq of taqsier 72
8. Het beëindigen van de ih'raam 72
9. De tawaaf ziaarat 73
10. Verder verblijf in Mina 73
11. Afscheid van Makka 73
12. Vrouwen en de tawaaf ziaarat 74
13. Noodsituatie voor vrouwen 74
14. Vrouwen en moskeebezoek 74
4. Het bezoek aan Madiena
1. De intentie 75
2. Het graf van de Profeet 75
3. Hadies over grafbezoek aan de Profeet 76
4. Nadering van de stad Madiena 76
5. In de Masdjid Nabawie 76
6. Bij de Profeet 77
7. Bij de shohedaa al oehoed 77
8. De djannatoelbaqie' 78
9. 40 namaaz in de Masdjid Nabawie 78
10. Andere bezigheden in Madiena 78
11. Afscheid van Madiena 79
12. Slot 79
Naat Sharief 80
Alle lof zij aan Allah, de Heer der werelden. Vrede en zegeningen van Allah Ta Ala zij met Zijn allerlaatste boodschapper, de Profeet Moehammad Moestafa (sallallaahoe alaihi wa sallam), zijn huisgenoten, nakomelingen en volgelingen tot de Laatste Dag. Moge Allah Ta Ala ons beschermen tegen de verleidin-gen van Satan, de vervloekte. In naam van Allah, de Enige Ware God, de Oneindig Barmhartige, de Oneindig Genadige.
Ieder jaar gaat er een grote groep moeslims vanuit ons land naar de heilige steden Makka en Madiena om er de hadjplicht te doen en ieder jaar wordt er wederom een beroep gedaan op de verschillende imaams en geleerden om tekst en uitleg te geven hoe deze belangrijke plicht van de islam foutloos kan worden vervuld.
Er zijn weliswaar werken over de hadj van verschillende auteurs verschenen, doch deze zijn óf te gecompliceerd óf te omvangrijk voor de doorsnee moeslim om er volop profijt van te kunnen trekken. Dat is ook de oorzaak dat men de hadj te zwaar vindt en denkt, dat het zonder begeleiding niet mogelijk is.
Er werd daarom door verschillende broeders een beroep op mij gedaan om een beknopt, doch volledig boek over de bedevaart naar de heilige steden van de islam te schrijven, dat moest voldoen aan de behoeften op dit gebied.
Er is in dit boek getracht om slechts de belangrijkste onderwerpen van de hadj zo eenvoudig mogelijk te behandelen, opdat de bedevaartgangers hun hadj met inachtneming van alle regels geheel zelfstandig kunnen vervullen zonder daarbij afhankelijk te moeten zijn van derden.
Behalve voor de hadji's is dit boek ook zeer nuttig voor anderen, die kennis willen maken met dit uitermate belangrijke onderdeel van de islamitische godsdienst. Ik hoop, dat dit boek tevens een stimulans zal zijn voor velen om het vervullen van hun hadjplicht niet langer uit te stellen.
Voor opbouwende kritiek houd ik mij gaarne aanbevolen.
Moge Allah Ta Ala alle moeslims begunstigen met een bezoek aan de heilige plaatsen en hen zegenen in dit leven en in het hiernamaals. Moge Allah Ta Ala mijn moeite belonen. Aamien.
M. Soebhan
In de tweede druk zijn er enkele zetfouten gecorrigeerd. Verder zijn er enkele belangrijke vraagstukken behandeld en sommige noodzakelijke regels, die in de eerste druk waren overgeslagen, opgenomen .
M. Soebhan
Wij lezen in de Heilige Qoer’aan: "En volbreng de hadj en de ‘oemra omwille van Allah." (hoofdstuk 2 vers: 196).
Hadj is de vijfde pilaar waarop de islam staat. De Hadj wist de zonden die eerder waren begaan uit en verwijdert armoede zoals roest door vuur van het metaal verwijderd wordt. De beloning voor een perfecte hadj is slechts het paradijs. Hadj is de djihaad van zwakkeren en vrouwen.
De hadj brengt gelovigen van verschillende landen, volkeren, cultu-ren, talen en afkomst op één plaats samen. Hierdoor wordt de eenheid van alle moeslims op basis van het geloof gedemonstreerd.
Gedurende de hadj is voor alle mannen daarom een eenvoudige kleding, bestaande uit slechts twee witte, ongezoomde lappen stof uitgekozen, opdat degenen die in dezelfde Ene God, één boodschap-per, één Qoer’aan geloven en hun gezicht vijf maal daags in één richting wenden, ook qua kleding een zekere mate van gelijkheid betrachten.
De Profeet Moehammad (sallallaahoe alaihi wa sallam) zei, dat op hadjdag meer mensen uit het hellevuur bevrijd worden dan op andere dagen. Hij zei verder, dat Satan nooit zo vernederd wordt als op de hadjdag, want hij ziet op die dag ontelbare mensen verlost worden.
De hadji wordt door het doen van de hadj samen met degenen voor wie hij vergiffenis vraagt vergeven. De hadji zal voor vierhonderd personen uit zijn familieleden bemiddelen op de Dag des Oordeels. Hadji's zijn gasten van Allah Ta Ala. Ze hebben de oproep van Allah Ta Ala beantwoord door te komen; zij zullen aan Allah Ta Ala vragen en Hij zal hen geven.
De hadji heeft heil in dit leven en vergeving op de Dag des Oordeels. Wie tijdens de hadj sterft, zal tot de Laatste Dag beloond worden alsof hij onophoudelijk tot het einde van de wereld bezig was de hadj te doen. Hij zal zonder afrekening naar het paradijs gestuurd worden. Wie omwille van Allah Ta Ala hadj doet en zich tijdens de hadj onthoudt van wereldse begeerten en zondige zaken, keert rein van zonden terug alsof hij een pasgeboren kind is. Dat betekent, dat de hadji een nieuw leven begint in een nieuwe periode.
3. De voortreffelijkheden van de stad Makka
1. De oudste stad ter wereld
Makka is de oudste stad ter wereld. Het eerste gebedshuis dat ooit werd gebouwd ligt in deze stad. Het is de Ka'ba Shariefa. Het werd door de eerste mens, Adam (alaihis salaam) gebouwd. Ongeveer vierduizend jaar geleden werd het herbouwd door Hazrat Ibrahiem en diens zoon Hazrat Ismaiel (alaihimas salaam). Rondom de Ka'ba Shariefa werd later de Masdjid Al Haraam gebouwd.
2. Gebed van Ibrahiem (alaihis salaam)
Nadat Ibrahiem (alaihis salaam) de bouw van de Ka'ba Shariefa had voltooid, liep hij uit blijdschap en dankbaarheid zeven keren om het gebouw rond en bad als volgt tot zijn Heer.
"Onze Heer, maak deze stad tot een oord van vrede." (14:35)
"Onze Heer, ik heb sommige van mijn kinderen in een onvruchtbaar dal dicht bij Uw huis gevestigd; onze Heer, opdat zij het gebed mogen onderhouden. Stem het hart van de mensen gunstig voor hen en voorzie hen van vruchten, opdat zij dankbaar mogen zijn." (14:37)
"Onze Heer, laat onder hen een boodschapper opstaan, die hun Uw tekenen zal verkondigen en hun het Boek en de wijsheid zal verklaren en hen zal reinigen." (2:129)
Er worden in deze verzen enkele zaken opgenoemd, die door Hazrat Ibrahiem (alaihis salaam) aan Allah Ta Ala afgesmeekt werden. Deze waren vrede voor Makka, dat de gebeden daar onderhouden werden, gezindheid jegens de bewoners van Makka in de harten van de wereldmensen, de voorziening van vruchten in het onvruchtbare gebied van Makka en het doen opstaan van een profeet in deze stad onder de nakomelingen van Ibrahiem (alaihis salaam).
3. Vrede in Makka
Dit gebed van Ibrahiem (alaihis salaam) werd volledig verhoord. Sinds die tijd is Makka een respectvolle plaats en een oord van vrede gebleven. Zelfs in de tijd van de afgodenaanbidders vóór de komst van de Profeet Moehammad (sallallaahoe alaihi wa sallam) werd de Ka'ba Shariefa en een groot deel van haar omgeving gerespecteerd.
Dat deel van de stad heet Haram Sharief. Er heersen vrede, liefde en broederschap in de Haram Sharief. Zelfs dieren en planten worden er beschermd. Mensen van alle etnische groepen komen daar uit alle hoeken van de wereld broederlijk in vrede bij elkaar.
De hadji dient te weten dat het hem in de Haram Sharief verboden is om zelfs een grashalm of een blad uit een boom te plukken. Hij mag daar zelfs geen vlieg kwaad doen. Vele eeuwen al is er een permanent jachtverbod in de Haram Sharief. Er zijn geen jachtseizoenen daar. Het doden van giftige dieren als schorpioenen en slangen is er wel toegestaan.
4. Vruchten en voedsel in Makka
In zijn tweede gebed vroeg Ibrahiem (alaihis salaam) aan Allah Ta Ala om de stad te zegenen met vruchten en voedsel. Iedereen weet, dat de stad Makka uit woestijnen en rotsen bestaat. Er valt daar bijna geen regen. Er groeit daar niets anders dan enkele woestijnstruiken. Men kan er toch alle fruit en groente van de gehele wereld vinden.
5. Genegenheid voor Makka
Het hart van de mensen is zo gunstig gezind voor Makka, dat meer dan een miljard mensen dagelijks hun gezicht vele malen in de richting van deze stad wenden en hun hoofden in die richting buigen tijdens de gebeden. Jaarlijks gaan miljoenen mensen naar Makka om er de hadj te doen. Dit gebed van Ibrahiem (alaihis salaam) werd ook verhoord.
6. De gebeden in Makka
Het vierde dat Ibrahiem (alaihis salaam) aan Allah Ta Ala afsmeekte voor Makka, was dat het gebed in deze stad onderhouden werd.
Honderdduizenden mensen zijn dag en nacht bezig te bidden in de Masdjid Al Haraam. Sommigen in staande, anderen in zittende houding. Velen in een buiging, anderen in een diepe kniebuiging met hun voorhoofd op de grond. Dat gebeurt al eeuwen onafgebroken, terwijl tientallen eeuwen de tawaaf (rondgang om het Heilige Huis van Allah) nooit is gestopt. Ook de sa’ie tussen Safa en Marwa is er eeuwenlang op volle gang. Makka is de stad van gebeden geworden. Dit gebed van Ibrahiem (alaihis salaam) werd ook verhoord.
7. Een profeet in Makka
Ook dit gebed van Ibrahiem (alaihis salaam) werd duidelijk verhoord. Onder de nakomelingen van Ibrahiem (alaihis salaam) stond er een belangrijke profeet op, die de wereld een andere wending deed nemen. Hij verkondigde de tekenen van zijn Heer, bracht het Boek van Wijsheid voor de mensen en zuiverde hen van fysieke en spirituele onreinheid. Hij reinigde Makka van afgodsbeelden en moreel verval. Hij zuiverde de mensen van alle vorm van onmenselijkheid. Die profeet is de Laatste Profeet van Allah, Hazrat Moehammad (sallallaahoe alaihi wa sallam).
4. De voortreffelijkheden van de stad Madiena
1. De meest geliefde stad ter wereld
Madiena is de meest geliefde stad in de harten van meer dan een miljard mensen op aarde. Het brengen van een bezoek aan deze geliefde stad is de levenswens en het enige streven van alle moeslims op aarde. Elk deel van Madiena is respectabel. Door de geleerden zijn er niet minder dan vierennegentig namen voor de stad Madiena Moenaw’wara vermeld, die de voortreffelijkheden ervan vertolken.
2. Gebed van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam)
Rasoeloellaah (sallallaahoe alaihi wa sallam) bad als volgt tot Allah Ta Ala voor zijn stad Madiena.
"O Allah, Ibrahiem is ongetwijfeld Uw dienaar, Uw vertrouweling en
profeet. Ik ben ongetwijfeld Uw dienaar, Uw profeet en Uw geliefde.
Hij had tot U gebeden voor Makka. Ik vraag U hetzelfde voor Madiena als Hij voor Makka en zelfs het dubbele daarvan."
"O Allah, zegen de dadels van Madiena. Zegen de stad Madiena."
"O Allah, maak Madiena geliefd voor ons, zoals Makka ons geliefd is. Maak het klimaat ervan gezond voor ons en verwijder ziekten ervan." Deze doe'a werd door de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) gedaan toen hij in Madiena aankwam ten tijde van de hidjra. Het klimaat van deze stad was toen slecht voor de gezondheid. Er braken daar voorheen geregeld epidemieën uit. De stad heette toen daarom Yasrib, hetgeen een plaats met een ongezonde klimaat betekent. De naam Yasrib werd door de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) veranderd in Madiena Tay’yiba. Volgens bepaalde over-leveringen is het verboden om deze stad nog Yasrib te noemen.
3. De stad van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam)
Madiena is de stad met de laatste rustplaats van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) en de groene koepel van zijn moskee. Zij is een stad die door engelen wordt bewaakt. Satan en Dadjdjaal zullen deze stad niet kunnen betreden. De stad die in voortreffelijkheid alle steden en plaatsen van de wereld overtreft.
Madiena is de stad die door Allah Ta Ala werd uitgekozen als verblijfplaats van Zijn habieb (sallallaahoe alaihi wa sallam). De stad waarin mensen gereinigd worden van zonden, zoals metaal in vuur gereinigd wordt van roest.
De Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) zal op de Dag des Oordeels pleiten voor degenen, die de ontberingen van Madiena zullen doorstaan. Degenen, die in Madiena zullen sterven, zullen op de Laatste Dag de bemiddeling van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) ontvangen en vergiffenis van hun zonden krijgen.
Hoofdstuk 2
1. Algemeen
1. Hadj
De hadj is een verplicht bezoek aan de Ka'ba Shariefa in Makka Al Moekar’rama, de offerplaats Mina en de vlakte van Arafaat. De hadj vindt plaats op de 9e dag van dzoelhadj’dja. Dit is de laatste maand van het islamitische jaar.
De hadj is de vijfde pilaar waarop de islam is gegrondvest. Het is eens in het leven verplicht voor iedere moeslim, die daartoe fysiek en economisch in staat is. Dat wil zeggen, dat iedere moeslim die gezond is en genoeg geld heeft om de reis naar Makka en Madiena te bekostigen, verplicht is de hadj een keer in zijn of haar leven te doen. Wie de hadj uitstelt, terwijl hij daartoe verplicht is, pleegt onophoudelijk een zeer grote zonde.
Na de hadj dient men ook een bezoek te brengen aan het heilige graf van de Profeet Moehammad (sallallaahoe alaihi wa sallam) en de Masdjid Nabawie in Madiena Al Moenaw’wara.
2. Hadji
Deze is iemand die de ih'raam voor de hadj heeft aangetrokken of de hadj reeds heeft gedaan.
3. Mah’rams
Vrouwen hebben bij het reizen de begeleiding van hun echtgenoten of een mah’ram nodig. Deze zijn mannen met wie zij nooit mogen trouwen. Zonder de begeleiding van hun echtgenoten of een mah’ram mogen vrouwen geen enkele reis die langer dan drie dagen duurt ondernemen. Ook het reizen over een afstand van meer dan 90 km is zonder een mah’ram verboden voor vrouwen.
Tot de mah’rams behoren de vader, de grootvader, de overgrootvader zowel van vaders als van moeders zijde, de zonen, de kleinzonen, de zonen en kleinzonen van echtgenoten, de schoonvader en de schoonzoon, de broers en hun zonen en kleinzonen, de zonen van zusters en hun kleinzonen, de broers van de vader en van de moeder. Met al deze personen is een nikaah verboden voor vrouwen. Zij mogen in gezelschap van hen op reis gaan. Dat geldt ook voor de hadjreis.
4. Geen noodzaak tot begeleiding tijdens het reizen
Als een vrouw niet langer dan drie dagen op reis gaat, behoeft zij geen begeleiding. Dat geldt ook voor een reis niet verder dan 90 km van huis.
Indien een vrouw financieel wel in staat is om naar de hadj te gaan, doch geen mah’ram of echtgenoot heeft om haar te begeleiden, is zij niet verplicht om de hadj te doen. Geruchten dat zij dan verplicht is om een huwelijk aan te gaan om haar hadjplicht te kunnen vervullen met haar nieuwe echtgenoot zijn ongegrond.
5. Zoogmoeders en zoogkinderen
Indien een vrouw iemand tijdens zijn of haar zoogtijd (twee jaren) ook maar een keer heeft gevoed met haar borstmelk, wordt die persoon hetzij man of vrouw geacht tot haar kinderen te behoren. De echtgenoot van de desbetreffende vrouw krijgt de status van vader voor het zoogkind. Alle broers en zusters van de zoogster zijn gelijk de eigen broers en zusters van het zoogkind.
Zij zijn allemaal mah’rams voor elkaar en mogen nooit met elkaar trouwen. Begeleiding van een vrouw tijdens reizen door haar zoogkind, zoogbroer en de echtgenoot van haar zoogmoeder is toegestaan.
6. Ghair mah’rams
Deze zijn mannen met wie vrouwen wel een nikaah kunnen doen. Tot de ghair mah’rams behoren ook de schoonbroers en hun zonen en kleinzonen, de zonen en kleinzonen van schoonzusters, de zonen en kleinzonen van ooms van zowel vaders, als moeders zijde, de echtgenoten van de zusters van de vader en de moeder. Het is voor vrouwen ook verboden om in gezelschap van deze familieleden te reizen zonder de aanwezigheid van hun echtgenoten of een mah’ram.
7. Mah’ram noch ghair mah’ram
Soms mag een vrouw nooit trouwen met een man en ook nooit onder zijn begeleiding reizen. Dat kan in de volgende gevallen.
Als een man ontucht heeft gepleegd met een vrouw of ongeoorloofde vleselijke gemeenschap met haar heeft gehad, is een huwelijk tussen hem en de grootmoeders, de moeder, de dochters en kleindochters van de betreffende vrouw verboden. De grootmoeders, de moeder, de dochters en kleindochters van deze vrouw mogen nooit nikaah doen met de desbetreffende man. Desondanks is het reizen van bedoelde vrouwen verboden onder begeleiding van de man die ontuchtige handelingen heeft gepleegd met hun kleindochter, dochter, moeder of grootmoeder.
Als een vrouw ongeoorloofde vleselijke gemeenschap heeft gehad met een man, is de nikaah tussen haar en de grootvaders, de vader, de zonen en kleinzonen van die betreffende man altijd verboden. Desondanks kan zij geen reis ondernemen onder begeleiding van deze personen.
2. Soorten hadj
1. De hadj qiraan
Hierbij wordt door de hadji besloten om eerst de ‘oemra te doen en daarna in dezelfde ih'raam, zonder daaruit te treden, de hadj te doen.
2. Qarin
Deze is iemand die in dezelfde ih'raam zowel de ‘oemra, als de hadj wenst te doen. Na de ‘oemra te hebben gedaan mag hij niet uit de ih'raam treden. Hij blijft in ih'raamtoestand tot het einde van de hadj.
3. De hadj ifraad
Dit is een hadj waarbij de hadji slechts de hadj wenst te doen zonder ‘oemra. Hij trekt de ih'raam aan met de intentie om daar pas na het voltooien van de hadj uit te treden. Bij het betreden van de Haram Sharief zal hij geen ‘oemra doen, maar slechts de tawaaf. Hij blijft in de toestand van ih'raam en wacht de hadjdag af.
4. Moefrad
Deze is iemand die slechts de hadj wenst te doen, zonder de ‘oemra. De moefrad hoeft na de hadj geen qoerbanie te doen. Hij kan na de ramie direct overgaan tot het doen van de halq of taqsier. De qoerbanie is slechts voor de moetamat’ti en de qarin.
5. De hadj tamat’to
In dit geval besluit de hadji om eerst de ‘oemra te doen, uit de ih'raam te treden en op hadjdag de ih'raam weer aan te trekken.
6. Moetamat’ti
Deze is iemand die eerst de ‘oemra doet en daarna de hadj. Hij zal zich na de ‘oemra ontdoen van de ih'raam en die opnieuw aantrekken wanneer het tijd wordt voor de hadj.
7. ‘Oemra
De ‘oemra is een vrijwillig bezoek aan de Ka'ba Shariefa in Makka Al Moekar’rama. Daarbij wordt in ih'raamkleding de tawaaf, de sa’ie en de halq gedaan. Na de ‘oemra dient men ook een bezoek te brengen aan het heilige graf van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) en de Masdjid Nabawie in Madiena. De ‘oemra kan op elk tijdstip van het jaar gedaan worden, behalve op de hadjdagen.
8. De Hadj Badal
Als iemand wegens ziekte en of zwakte zelf niet in staat is om de hadjreis te ondernemen, terwijl hij daartoe financieel wel verplicht is, kan hij iemand anders namens zichzelf naar de hadj sturen. Dit noemt men hadj badal. Hij moet in dit geval de gehele hadj met eigen middelen bekostigen voor degene die hij namens zichzelf stuurt. Mensen die zelf nooit hadj hebben gedaan kunnen ook hadj badal voor anderen doen.
Heeft iemand de hadj badal voor zichzelf laten doen en de oorzaken, waardoor hij zelf niet naar de hadj kon gaan z.a. ziekte, worden later opgeheven, dan dient hij de hadj toch nog te doen.
3. Hadjkleding en beperkingen
1. Ih'raam
Ih'raam is de toestand van onthouding van bepaalde handelingen door de pelgrim vanaf het moment dat hij de intentie stelt voor het doen van de hadj of ‘oemra tot het doen van de halq of taqsier.
De speciale hadjkleding voor mannen, bestaande uit twee ongezoomde lappen stof, die mannen tijdens deze periode dragen heet ook ih'raam. Geruchten alsof het verboden zou zijn om de ih'raamkleding tijdens de ih'raamdagen uit te trekken, zijn nergens op gebaseerd.
2. Ih'raamkleding voor vrouwen
Vrouwen hebben geen speciale hadjkleding als mannen. Zij dienen hun lichaam geheel te bedekken met uitzondering van het gelaat en de handen. Vrouwen dragen meestal een kap tijdens de ih'raamdagen over hun hoofden, schouders en boezems. Sommige mensen beweren, dat deze kap hun ih'raam is en dat die niet uitgetrokken mag worden, ook niet voor het doen van de masaa van het hoofd tijdens de woedhoe. Dit is ook nergens op gebaseerd.
3. Moeh'rim
Deze is degene die de ih'raam heeft aangetrokken en zich heeft voorgenomen om de hadj of de ‘oemra te doen.
4. Beperkingen tijdens de ih'raam
Tijdens de ih'raam is het verboden om reuk- en kleurmiddelen, tandpasta, welriekende zeep en make-up te gebruiken. Het nuttigen van geparfumeerde etenswaren en snacks is ook niet toegestaan. Het voeren van beuzelpraat, het schelden, ruziën, het doden van insecten, het verwijderen van huidharen, het knippen van de nagels en het hoofdhaar is verboden, evenals geslachtelijke gemeenschap. Het plukken van bladeren of grashalmen van de Haram Sharief is evenmin toegestaan.
5. Baden en verwisselen van de ih'raam
Tijdens de ih'raam is het wel toegestaan om te baden, mits men erop toeziet dat er geen haren van het lichaam worden afgewreven en men geen geparfumeerde zeep gebruikt. Het verwisselen van de ih'raam-kleding is ook toegestaan, evenals het wassen ervan indien noodza-kelijk. Het wassen van de ih'raamkleding moet zonder zeep gebeu-ren. Daarna kan diezelfde ih'raam weer worden aangetrokken.
6. Talbiya
Na de intentie tot de hadj of ‘oemra te hebben gesteld dient men twee rak’aat namaaz te doen, gevolgd door de talbiya, die als volgt luidt.
"Labbaik allaahoemma labbaik labbaika laa sheriekeleke labbaik innelhamda wenni'mete leka welmoelk laa sheriekelek."
Vertaling: "Tot Uw dienst, mijn Heer, tot Uw dienst. Tot Uw dienst, er is geen deelgenoot voor U, tot Uw dienst. Waarlijk, alle lof is voor U, alsook alle majesteit en heerschappij. U heeft geen deelgenoot."
4. De rondgang om de Ka'ba Shariefa
1. Tawaaf
Tawaaf is de rondgang om de Ka'ba Shariefa. Dat moet zodanig ge-schieden, dat de Ka'ba Shariefa aan de linkerzijde van de hadji komt te staan. De rondgang begint bij de Hadjar Al Aswad en dient in één tawaaf zeven keren gedaan te worden. Iedere rondgang van de tawaaf begint met het kussen van de Hadjar Al Aswad of de istilaam.
2. Istilaam
Het kussen van de Hadjar Al Aswad is soen’na aan het begin van de tawaaf. Wie wegens de grote drukte die daar heerst de Hadjar Al Aswad niet kan bereiken, dient met zijn handen in de richting van de Hadjar Al Aswad te wijzen en die daarna te kussen. Dat wordt istilaam genoemd en is gelijk aan het kussen van de Hadjar Al Aswad. Het is geenszins geoorloofd om voor het bereiken van de Hadjar Al Aswad anderen te duwen en ten koste van wat dan ook de zwarte steen te kussen.
3. Tawaaf Qoedoem
Het is niet toegestaan, dat men bij binnenkomst in Makka Al Moekar’rama iets anders gaat doen dan de tawaaf. De eerste handeling van de hadji's in de stad Makka moet de tawaaf rond de Ka'ba Shariefa zijn. Deze eerste tawaaf heet de tawaaf qoedoem.
4. Tawaaf Ziaarat of Tawaaf Ifaadah
De verplichte tawaaf na de woeqoef al arafa heet tawaaf ziaarat of tawaaf ifaadah. Deze tawaaf dient na de halq op 10 dzoelhadj’dja, doch voor zonsondergang van de 12e dzoelhadj’dja te geschieden.
5. Tawaaf Al Widaa of Tawaaf As Sadr
De laatste handeling van de hadji's vóór het verlaten van Makka moet
een tawaaf zijn. Deze tawaaf wordt de tawaaf al widaa of tawaaf as sadr genoemd. Hierna moet men de stad onmiddellijk verlaten. Blijft men langer in Makka, dan moet men weer de tawaaf doen.
6. Iztibaa
Vóór de aanvang van de tawaaf dienen mannen hun rechterschouder te ontbloten. De ih'raam dient dan onder de rechteroksel door over de borst en linkerschouder geworpen te worden. Dat is iztibaa. Vrouwen hoeven geen iztibaa te doen. Zij moeten hun schouders niet ontbloten.
7. Raml
Dit is het schudden van de schouders en het lopen met korte, krachtige stappen tijdens de eerste drie rondgangen van de tawaaf. Dit geldt slechts voor mannen. Vrouwen moeten gedurende de gehele tawaaf normaal lopen. Zij hoeven geen raml te doen.
5. Voltooiing van de ‘oemra
1. Sa’ie
Het lopen tussen de heuvels Safa en Marwa wordt sa’ie genoemd. De sa'ie moet bij Safa beginnen. Men loopt dan naar Marwa. Dat wordt één gang. Van Marwa loopt men nu terug naar Safa. Dat is de tweede gang. Bij terugkeer naar Safa zijn twee gangen reeds voltooid. Als men drie keer heen en weer heeft gelopen heeft men zes gangen voltooid. Daarna loopt men terug naar Marwa om de sa’ie te beëindigen.
Bij het lopen moet men de heuvels ietwat beklimmen alvorens met de volgende ronde te beginnen. Het is zeer ongewenst om de heuvels hoogop te beklimmen.
2. Halq en taqsier
Halq is het afscheren van het hoofdhaar en taqsier is het afknippen daarvan. Na de sa’ie van de ‘oemra te hebben gedaan of na de qoerbanie op 10, 11 of 12 dzoelhadj’dja dient men het hoofdhaar af te scheren of af te knippen. Met de halq of taqsier is de ih'raamtoestand van de moeh'rim geëindigd. Men kan nu de ih'raam uittrekken en gewone kleren aantrekken. Handelingen die tot nu toe vanwege de ih'raamtoestand verboden waren, mag men nu weer doen, behalve geslachtelijke gemeenschap.
6. Het verblijf buiten Makka
1. Woeqoef Al Arafa
Dit is het doorbrengen van een gedeelte van de 9e dag en of 10e nacht van dzoelhadj’dja in de vlakte van Arafaat. De tijd voor de woeqoef al arafa vangt op 9 dzoelhadj’dja samen met de zohrtijd aan en eindigt bij de aanvang van de fadjrtijd van de 10e dzoelhadj’dja. Het is echter gewenst om overdag de woeqoef al arafa te doen en na zonsondergang onmiddellijk naar Moezdalifa te vertrekken.
Dit is het doorbrengen van de 10e nacht van dzoelhadj’dja in de vlakte van Moezdalifa. De hadji dient pas na de aanvang van de fadjrtijd vanuit Moezdalifa naar de djamaraat in Mina te vertrekken.
Het stenigen van de djamaraat op 10, 11 en 12 dzoelhadj’dja wordt ramie genoemd. De djamaraat zijn drie pilaren in de vlakte van Mina die Satan voorstellen. Bij de djamaraat heerst er altijd een enorme drukte. Het is de hadji's aangeraden om hier voorzichtig te zijn, daar er bij de djamaraat ieder jaar mensen door de drukte onder de voeten gelopen worden.
4. Qoerbanie
Dit is het slachten van offerdieren na de ramie van de djamaraat. Dat gebeurt in nagedachtenis van het grote offer van Ibrahiem, die zijn zoon Ismaiel (alaihimas salaam) bereid was te offeren voor Allah Ta Ala.
7. Diversen
1. Mieqaat
De grens tussen de hiel (zie blz. 22) en het overige deel van Makka Al Moekar’rama heet mieqaat. Wie de mieqaat passeert, dient de ih'raam aan te trekken en de intentie voor de ‘oemra of hadj te stellen. Soms gaat men per vliegtuig de mieqaat voorbij zonder dat op te merken. Daar
moet rekening mee gehouden worden.
2. Dam
Degenen die de mieqaat zonder ih'raam passeren, hetzij via land-, water- of luchtwegen, dienen daarvoor een compensatie te doen. Ook mensen die noodzakelijke (waadjib) handelingen van de hadj of ‘oemra missen, dienen dat te compenseren. De compensatie kan variëren tussen een aalmoes ter waarde van een sadaqat al fitr en een offer van een schaap of geit. Dit offer wordt dam genoemd.
3. Badna
In sommige gevallen moet men een rund of kameel offeren. Dat wordt badna genoemd.
3. Ziaarat
Dit is het bezoeken van historische plaatsen met religieuze beziens-waardigheden in en rondom de heilige steden van de islam.
4. Takbier Tashrieq
Het verkondigen van de grootheid van Allah Ta Ala met de woorden:
"Allaahoe akbar allaahoe akbar laa ilaaha illallaahoe wellaahoe akbar allaahoe akbar we lillaahil hamd."
Vertaling: "Allah is de Allergrootste, Allah is de Allergrootste. Er is geen god behalve Allah en Allah is de Allergrootste, Allah is de Allergrootste en alle lof komt Allah toe."
De takbier tashrieq dient vanaf de fadjr van 9 dzoelhadj’dja tot en met de asr van 13 dzoelhadj’dja na de farz namaaz opgezegd te worden.
5. Jawmoel Arafa
Letterlijk betekent dit de dag van Arafaat. Dat is de 9e dag van dzoelhadj’dja, waarop de hadji’s zich massaal naar de vlakte van Arafaat begeven om daar een deel van de dag of nacht door te brengen. Dat is het belangrijkste onderdeel van de hadj. Wie op 9 dzoelhadj’dja het verblijf in Arafaat mist, heeft geen hadj gedaan.
6. Ayyaamoet Tashrieq
De 9e tot en met de 13e dzoelhadj’dja. Op deze dagen dient de takbier tashrieq na iedere farz namaaz opgezegd te worden.
7. Ayyamoen Nahr
De 10e tot en met de 12e dag van dzoelhadj’dja. Deze zijn de dagen waarop het offeren is voorgeschreven aan de moeslims.
8. De Mo’allim
Voor de opvang en begeleiding van de hadji’s, alsmede voor de afhandelingen van visaformaliteiten en de organisatie van verblijf en lokaal transport tijdens de hadj, zijn er door de Saöedische autoriteiten bureau’s ingesteld. De ambtenaren van deze bureau’s worden mo’allims genoemd.
Hadji’s van de diverse landen hebben hun afzonderlijke mo’allims. Surinaamse en Nederlandse hadji’s hebben samen met degenen, die uit Europa en Noord- en Zuid-Amerika komen ook een afzonderlijke mo’allim.
Hoofdstuk 3
Belangrijke plaatsen met betrekking tot de hadj
1. Jedda
Dit is de havenstad van Arabië. Hier komen alle hadji's het land binnen. Jedda heeft een van de grootste luchthavens ter wereld. Van hieruit vertrekken de hadji's per bus naar Makka Al Moekar’rama. Het is vermeld, dat Moeder Eva (ailaihas salaam) in Jedda begraven is.
2. Hiel
Rondom de Haram Sharief is er een strook tot de mieqaat, die hiel heet. Moeslims die van buiten komen dienen dat deel in ih'raamtoestand te betreden, ook al indien zij met andere bedoelingen dan het doen van de hadj of ‘oemra komen. Dat kan als men de stad Makka bijvoorbeeld voor handelsdoeleinden bezoekt.
3. Haram Sharief
Een groot deel van Makka rondom de Ka'ba Shariefa behoort tot gerespecteerd gebied. Het heet de Haram Sharief. De toegang tot dat deel van de stad is verboden voor niet-moeslims. Wie de Haram Sharief binnenkomt, dient in ih'raamtoestand te zijn.
4. De Masdjid Al Haraam
Dit is de eerste masdjid van de islam. Voor het doen van een namaaz hierin krijgt men de beloning gelijk aan die van honderdduizend namaaz. Deze moskee is aan vier zijden zodanig gebouwd dat het een open binnenplaats heeft. Temidden van deze binnenplaats ligt de Ka'ba Shariefa. In de Masdjid Al Haraam staat men tijdens de namaaz vanuit alle richtingen in cirkelvormige rijen rondom de Ka'ba Shariefa om de gezichten naar de qiblah te kunnen richten.
5. Mas’aa
Dit is de plaats waar de sa’ie wordt gedaan. Het is een overdekte gang tussen de twee heuvels Safa en Marwa. Hier had Hazrat Haadjira radiyallaahoe anha op zoek naar water zeven keer heen en weer gelopen.
6. Mawlid Sharief
Dit is de gezegende plaats waar het huis van Hazrat Aminagatoen (radiyallaahoe anha) stond. Op deze plek vond de zeer verheven geboorte van Rasoeloellaah (sallallaahoe alaihi wa sallam) plaats. Eeuwenlang stond dit huis op deze plaats tot het werd gesloopt en daar een bibliotheek werd gebouwd.
7. Daar Al Arqam
Dit is de plaats waar in het vroege begin van de islam het centrum van de moeslims onder leiding van Rasoeloellaah (sallallaahoe alaihi wa sallam) was gevestigd.
Hier werd door Hazrat Oemar Faroeq (radiyallaahoe anhoe) de islam geaccepteerd. De Daar Al Arqam ligt in de buurt van Safa tegenover de Baab Al Arqam, een van de poorten van de Masdjid Al Haraam.
8. Makaan Siddieq Akbar
Deze plaats werd veel bezocht door Rasoeloellaah (sallallaahoe alaihi wa sallam), die van hier uit samen met Hazrat Aboe Bakr Siddieq (radiyallaahoe anhoe) in de duisternis van de nacht de hidjra naar Madiena Al Moenaw’wara deed.
9. Ghar As Sawr
Dit is de grot in de Berg Sawr waarin Rasoeloellaah (sallallaahoe alaihi wa sallam) samen met Hazrat Aboe Bakr Siddieq (radiyallaahoe anhoe) tijdens de hidjra zijn toevlucht had genomen tegen de achtervolging van zijn levensvijanden. Deze berg staat op enkele kilometers afstand van Makka Al Moekar’rama.
10. Ghar Al Hira
Dit is de grot op de Djabal An Noer. Dat betekent letterlijk de Berg van het Licht. De berg staat op enkele kilometers afstand van Makka Al Moekar’rama. Rasoeloellaah (sallallaahoe alaihi wa sallam) placht vóór het bekendmaken van zijn profeetschap hier te mediteren en te bidden voor de redding van de mensheid. Hazrat Djibriel (alaihis salaam) bracht in deze grot de eerste openbaring van de Qoer’aan Al Kariem.
11. Masdjid Aa’isja
Deze masdjid staat op de mieqaat. Zij die meerdere ‘oemra’s wensen te doen gaan naar deze plaats om er hun ih'raam aan te trekken.
12. Djannatoelmoe'alla
Dit is de begraafplaats van Makka. Zij ligt op ongeveer een mijl afstand van Makka Al Moekar’rama langs de weg naar Mina. Vele heiligen en sahaabies liggen hier ter ruste. Het is gewenst dat de hadji's deze begraafplaats bezoeken om er te bidden voor de zielenrust van alle overleden moeslim broeders en zusters.
13. Waadiye Moehassar
Dit is een vlakte langs de weg van Makka naar Mina, waar het olifan-tenleger van Koning Abraha door de kameelvogels werd vernietigd. Koning Abraha trok in het geboortejaar van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) met een groot olifantenleger tegen de Ka'ba Shariefa op met de bedoeling om deze omver te werpen.
14. Andere masdjids in de stad Makka
Andere bezienswaardigheden in Makka Al Moekar’rama en omge-vingen zijn: 1. Masdjid Hamza, 2. Masdjid Soeqoellail, 3. Masdjid Idjaaba, 4. Masdjid Bilaal, 5. Masdjid Shaqqal Qamar.
15. Mina
Deze is een plaats op ongeveer drie mijl afstand van Makka Al Moekar’rama. Hier had de Profeet Ibrahiem (alaihis salaam) in opdracht van Allah Ta Ala zijn enige zoon, Hazrat Ismaiel (alaihis salaam) ten offer gelegd. Ter nagedachtenis van het grote offer van Ibrahiem (alaihis salaam) offeren de hadji's hier slachtdieren. In navolging van Ibrahiem (alaihis salaam) wordt hier ook de symbolische duivel op drie plaatsen gestenigd. Mina ligt binnen de grenzen van de Haram Sharief.
16. Arafaat
Deze is een vlakte bij de Djabal Ar Rah’ma buiten de Haram, waar de woeqoef al arafa wordt gedaan. Wie tussen de zohrtijd van de 9e dzoelhadj’dja en de fadjr van de 10e dag van deze maand de Arafaat helemaal niet bezoekt, heeft geen hadj gedaan.
17. Moezdalifa
Deze is een plaats tussen Mina en Arafaat, waar de 10e nacht van dzoelhadj’dja door de hadji's wordt doorgebracht bij terugkeer vanuit Arafaat. Hier raapt men kleine kiezelstenen op om de djamaraat te stenigen. Moezdalifa ligt binnen de grenzen van de Haram Sharief
2. Plaatsen in de Masdjid Al Haraam
Het kubusvormige uit zwarte granietsteen opgetrokken eerste bedehuis ter wereld wordt de Ka'ba Shariefa genoemd. Het is omhuld in een pikzwart fluwelen kleed met opschriften in zuiver goud en zilver. Moeslims bidden vijf keer per dag met hun gezicht in de richting van dit bedehuis, dat in de stad Makka ligt.
2. Moetaaf
De moetaaf is de plaats waar de tawaaf gedaan wordt. Dat is de met marmeren platen betegelde open plek binnen de Masdjid Al Haraam rondom de Ka'ba Shariefa. Sommige mensen doen de tawaaf op de bovenverdieping van de Masdjid Al Haraam. Dat is af te raden als er beneden geen al te grote drukte is.
3. Maqaam Ibrahiem
Dit is een rotsblok waarin de voetsporen van Ibrahiem (alaihis salaam) zijn afgedrukt. Het is waadjib om na de tawaaf bij de Maqaam Ibrahiem twee rak’aat namaaz te doen met respectievelijk de Soeratoel Kafiroen en Al Ichlaas in de opeenvolgende rak’aat.
4. Zamzam
Dit is de waterbron, die ontstond bij de aanraking van de hiel van de Profeet Ismaiel (alaihis salaam) met de grond, toen deze nog een baby was en samen met zijn moeder door zijn vader Ibrahiem (alaihis salaam)
in de toen onbewoonde Makka werd achtergelaten. Na de tawaaf en de
twee rak’aat waadjib namaaz bij de Maqaam Ibrahiem dienen de hadji's uit deze bron te drinken. In de hadies sharief wordt gezegd, dat dit water onbeperkte geneeskracht bezit.
3. Plaatsen in de Ka'ba Shariefa
1. Hadjar Al Aswad
Dit is een zwarte steen, die in de zuidoostelijke hoek van de Ka'ba Shariefa is bevestigd. Het werd uit het paradijs door Adam (alaihis salaam) op aarde gebracht. De Hadjar Al Aswad was aanvankelijk glinsterend wit. Door de tijden heen werd zijn kleur zwart, door de zonden van de mensen die hem kusten. De hadj begint met het kussen van deze zwart geworden steen.
2. Roekn Aswad
Deze is de zuidoostelijke hoek van de Ka'ba Shariefa waar de Hadjar Al Aswad op borsthoogte is bevestigd. Er is vanaf deze hoek van de Ka'ba Shariefa een rechte markeerlijn door de moetaaf getrokken, om aan te geven waar met de tawaaf te beginnen.
3. Moeltazim
Dit is het deel van de oostelijke muur van de Ka'ba Shariefa tussen de Roekn Aswad en de ingang van de Ka'ba Shariefa. Het is een plaats waar gebeden verhoord worden. De hadji's dienen na de twee rak’aat namaaz van de tawaaf de moeltazim te omhelzen en doe'a te doen.
4. Roekn Iraaqie
Deze is de noordoostelijke hoek van de Ka'ba Shariefa.
5. Hatiem
Dit is een deel van de Ka'ba Shariefa, dat bij de herbouw ervan was overgeslagen en nu daarbuiten ligt. Het heeft de vorm van een halve cirkel en grenst aan de noordelijke zijde van de Ka'ba Shariefa. Het is afgebakend met een balustrade, waarbij aan weerszijden openingen zijn voor de doorloop. Bij het doen van de tawaaf moet men er rekening mee houden, dat de rondgang buiten de Hatiem gedaan wordt.
6. Miezaab Rah’mat
Dit is de afvoergoot van genade. Het is een gouden dakgoot op de Ka'ba Shariefa, die aan de zijde van de Hatiem naar buiten hangt. Onder de Miezaab Rah’mat vindt onuitputtelijke uitstorting van genade van Allah Ta Ala plaats. Daar is een speciale plaats voor het doen van gebeden.
7. Roekn Shaamie
Deze is de noordwestelijke hoek van de Ka'ba Shariefa.
8. Moestadjaar
Dit is het deel van de westelijke muur van de Ka'ba Shariefa, dat pal tegenover de moeltazim staat.
9. Roekn Jamaanie
Deze is de zuidwestelijke hoek van de Ka'ba Shariefa.
10. Moestadjaab
Dit is de zuidelijke muur van de Ka'ba Shariefa tussen de Roekn Aswad en de Roekn Jamaanie. Zeventigduizend engelen staan daar onophoude-lijk aamien te zeggen op de smeekgebeden van de hadji's.
4. Plaatsen in de mas’aa
1. Safa en Marwa
Deze zijn twee heuvels op ongeveer driehonderd meter afstand van elkaar, waartussen de sa’ie wordt gedaan. Ter nagedachtenis van Hazrat Haadjira (radiyallaahoe anha) dienen de hadji's zeven keren tussen de Safa en Marwa te lopen. Deze had op zoek naar water voor haar baby Ismaiel (alaihis salaam) tussen deze twee heuvels zeven keer gelopen.
2. Mielain agdarain
Deze zijn twee groene lichten in de mas’aa. Zij duiden het gedeelte aan dat Hazrat Haadjira (radiyallaahoe anha) hollend had afgelegd bij het zoeken naar water voor haar Hazrat Ismaiel (alaihis salaam). Mannen dienen tijdens de sa’ie in navolging van Hazrat Haadjira (radiyallaahoe anha) hun tempo tussen de mielain agdarain ietwat op te voeren.
5. Plaatsen in Mina
1. Masdjid Gaif
De masdjid van Mina heet Masdjid Gaif. Ook hier is een bezoek op hadjdag door de enorme drukte onmogelijk.
2. Djamaraat
Deze zijn drie pilaren die in de vlakte van Mina zijn geplaatst en de duivel voorstellen. Zij staan op de plaats waar Satan zonder succes had geprobeerd om Hazrat Ibrahiem (alaihis salaam) te verleiden en af te houden van het offeren van zijn toentertijd enige zoon Ismaiel (alaihis salaam).
3. Mazbah
Dit betekent letterlijk offerplaats. Het is de plaats waar Hazrat Ismaiel (alaihis salaam) door zijn vader Hazrat Ibrahiem (alaihis salaam) in opdracht van Allah Te Allah ten offer was gelegd. Allah Ta Ala redde het leven van Ismaiel (alaihis salaam) in ruil voor een schaap. Hier worden er door de hadji's ieder jaar miljoenen dieren geofferd.
6. Plaatsen in Arafaat
1. Masdjid Namirah
Deze is een masdjid in de vlakte van Arafaat. Tegenwoordig is het vanwege de grote drukte tijdens de hadj zeer moeilijk om deze masdjid te bezoeken, hetgeen een soen’na is.
2. Djabal Ar Rah’ma
In de vlakte van Arafaat staat er een berg, die Djabal Ar Rah’ma (Berg van Genade) heet. De hadji's verzamelen aan de voet van deze berg om er te bidden en de genade van Allah af te smeken. Tegenwoordig zijn er in Arafaat speciale plaatsen voor de hadji’s van de diverse landen, waardoor het naderen van de Djabal Ar Rah’mah onmogelijk wordt.
3. Masdjid Mash'aril Haraam
Dit is de masdjid van Moezdalifa. Als door de grote drukte een bezoek aan deze masdjid wordt vermeden, is het niet erg.
7. Belangrijke plaatsen in en rondom de stad Madiena
1. De Masdjid Nabawie
Deze is de moskee van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam). Het ligt in de stad Madiena en werd door de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) samen met de sahaabies gebouwd. Het doen van een namaaz in deze moskee wordt beloond gelijk het doen van vijftigduizend namaaz.
In de tijd van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) was deze masdjid veel kleiner dan nu. Tegenwoordig is het verbouwd en vergroot. Het is de grootste moskee ter wereld.
1. De Masdjid Qoeba
Deze masdjid ligt drie mijl ten zuidwesten van Madiena Al Moenaw’wara. De Masdjid Qoeba is de eerste masdjid, die door de moeslims werd gebouwd. Nadat de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) vanuit Makka Al Moekar’rama naar Madiena vertrok, verbleef hij een tijd bij de Familie Banoe Awf in de plaats Qoeba.
Daar bouwde hij samen met de sahaabies (radiyallaahoe anhoem) deze masdjid, die op de ranglijst van belangrijkste masdjids van de islam als nummer vier voorkomt. De Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) heeft voor degene die in reine toestand naar de Masdjid Qoeba gaat en er twee rak’aat namaaz leest de beloning voor het doen van een ‘oemra beloofd. Het is aan te bevelen, dat de hadji's deze moskee bezoeken en er twee rak’aat nafl namaaz doen.
2. Masdjid Qiblatain
In het noordwesten van Madiena ligt de Masdjid Qiblatain. Qiblatain betekent twee qiblah's. Masdjid Qiblatain betekent dus letterlijk de masdjid met twee qibla's. Deze masdjid heeft twee mih'raabs. Daarom wordt het Masdjid Qiblatain genoemd.
In de tafsier en sahieh hadies is vermeld, dat de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) samen met de sahaabies bezig was de asrnamaaz te lezen. De qiblah van de moeslims was in die tijd dezelfde als die van de joden, namelijk de Masdjid Aqsa in Jeruzalem. De moeslims moesten hun gezicht toentertijd in de richting van de Masdjid Aqsa wenden tijdens het doen van de namaaz. De Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) was niet gelukkig met deze qiblah en koesterde de innige wens, dat de Masdjid Al Haraam de qiblah van de moeslims zou worden.
Toen de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) twee rak’aat had voltooid, werd zijn wens om het gezicht tijdens de namaaz naar de Ka'ba Shariefa te wenden vervuld. Hij kreeg opdracht van Allah Ta Ala om zijn gezicht af te wenden van Jeruzalem en naar Makka te keren. De Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) keerde zijn gezicht terstond in de richting van Makka en voltooide samen met de sahaabies de resterende twee rak'aat van de namaaz in die richting.
3. Masdjid Dzoebab
Dzoebab is een berg langs de weg naar Djabal Oehoed. Er is op die berg een plek waar de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) zijn tent had laten opslaan tijdens de strijd van de gracht. Hij had hier ook namaaz gelezen. Op die plek is er een masdjid gebouwd, die naar deze berg is vernoemd.
Ten oosten van de Djannatoel Baqie' woonde vroeger de Familie Banoe Zafar. Eens bracht de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) een bezoek aan deze familie en deed hier de namaaz. Op deze plek werd later een masdjid gebouwd, die werd vernoemd naar de Banoe Zafar.
5. Masdjid Ghamaama
Ten westen van de Masdjid Nabawie staat er een kleine moskee, die Masdjid Ghamaama heet. Deze masdjid staat precies op de plek waar de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) de iednamaaz en de namaaz istisqaa' placht te doen. Ghamaama betekent wolk. Eens had hier een wolk de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) in de felle zon schaduw verschaft tijdens het doen van de namaaz. Daarom wordt deze masdjid de Masdjid Ghamaama genoemd.
6. Masdjid Fat'h
Tijdens de strijd van de gracht had de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) op een plek op de Berg Dzoebab drie dagen lang achter elkaar doe'a gedaan aan Allah Ta Ala. Op de derde dag werd zijn gebed verhoord en werd hem overwinning beloofd. Op de plek waar de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) drie dagen lang had gebeden, staat nu de Masdjid Fat'h, hetgeen overwinning betekent.
Er staan nog vier masdjids in de buurt van die plaats t.w.: de Masdjid Salmaan Farsie, Masdjid Aboe Bakr, Masdjid Oemar en Masdjid Alie. Tijdens de strijd van de gracht hadden dezen hun tent respectievelijk opgeslagen op de plaatsen waar nu de naar hen vernoemde masdjids staan. Deze plaats wordt ook wel de Gamsa Masaadjid genoemd, hetgeen de vijf masdjids betekent.
7. Masdjid Djoem’a
Dit is een kleine masdjid, die gebouwd is op de weg naar Qoeba. Op weg naar Madiena Al Moenaw’wara deed de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) zijn allereerste djoem’anamaaz hier. Op de plaats waar hij de djoem’anamaaz had gelezen werd later een masdjid gebouwd, die Masdjid Djoem’a werd genoemd.
8. Masdjid Idjaaba
In Madiena is er een straat, die shari' sit tien heet. In deze straat ligt de haaratoel idjaaba. Dit betekent de wijk van verhoring. Hier woonde vroeger de Familie Banoe Ma’aawiya. De Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) placht hier namaaz te lezen. Eens verrichtte hij hier een gebed, waarin hij drie dingen aan Allah vroeg. Het eerste was, dat zijn gemeente niet in een toestand van gemeenschappelijke armoede zou geraken. Het tweede was, dat zijn gemeente geen algehele vernietiging zou ondergaan en het derde was, dat zijn volgelingen niet in onderlinge strijd en onenigheid zouden geraken.
De eerste twee gebeden van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) werden verhoord, doch het laatste werd niet verhoord.
Hoofdstuk 4
Belangrijke handelingen m.b.t. de hadj
1. De verplichtingen van de hadj (faraiz)
1. Het aantrekken van de ih'raam. 2. Het verblijf in Arafaat (woeqoef). 3. Minstens vier rondgangen om de Ka'ba (de tawaaf ziaarat). 4. Het stellen van de intentie voor de tawaaf ziaarat. 5. Het handhaven van de volgorde van de eerste drie bovengenoemde handelingen. 6. De tijd voor de verschillende handelingen. Dat houdt in, dat de woeqoef in Arafaat tussen de zohrtijd van 9 dzoelhadj’dja en de ochtendschemering van 10 dzoelhadj’dja dient te geschieden, gevolgd door de tawaaf ziaarat. Dit kan na de woeqoef het gehele leven gedaan worden, op straffe van een dam bij het uitstellen daarvan tot na 12 dzoelhadj’dja. 7. De plaats van de verschillende handelingen. Dat houdt in, dat de woeqoef in Arafaat en de tawaaf in de Masdjid Al Haraam dient te geschieden. 8. Het zich onthouden van geslachtelijke gemeenschap vóór het doen van de woeqoef. Zonder inachtneming van dit alles is de hadj ongeldig.
2. De noodzakelijkheden van de hadj (waadjibaat)
1. Het betreden van de mieqaat in ih'raamtoestand. 2. De sa’ie tussen Safa en Marwa. 3. De sa’ie te beginnen bij Safa. 4. Het te voet afleggen van de sa’ie. 5. Het doen van de sa’ie na de tawaaf. 6. Het na zonsondergang verlaten van Arafaat. 7. Het verblijf in Moezdalifa bij terugkeer van Arafaat. 8. Het direct achter elkaar doen van de farz van de maghrib- en ishanamaaz in Moezdalifa. 9. Het verlaten van Moezdalifa na de ochtendschemering op de 10e dag van dzoelhadj-dja. 10. Het afzonderlijk doen van de ramie van de djamaraat op 10, 11 en 12 dzoelhadj’dja. Dat houdt in dat men de ramie van de ene dag niet samen met die van een andere dag kan doen. 11. Het slachten van een offerdier, indien men de hadj tamat’to of de hadj qiraan heeft gedaan. 12. De halq of taqsier van het gehele hoofdhaar. Dit geldt echter slechts voor mannen. Het is vrouwen verboden om het hoofdhaar af te scheren. Zij dienen een haarlok, dat minstens eenvierde deel van het gehele hoofdhaar omvat ruim een duim af te knippen. 13. Het doen van de halq na de ramie van 10 dzoelhadj’dja. 14. Het doen van de halq of taqsier binnen de ayyaamoen nahr en binnen de Haram. 15. Het slachten van het offer binnen de Haram vóór het verstrijken van de Ayyaamoen Nahr. 16. Het slachten van het offer na de ramie, doch vóór de halq of taqsier. 17. Het doen van de tawaaf ziaarat binnen de Ayyaamoen Nahr. 18. Het om de buitenkant van de Hatiem lopen tijdens de tawaaf. 19. Het aan de rechterkant van de Ka'ba Shariefa lopen tijdens de tawaaf. 20. Het te voet afleggen van de tawaaf. 21. Het doen van de tawaaf in reine toestand, hetgeen inhoudt dat men geen behoefte moet hebben aan een woedhoe of ghoesl tijdens het doen van de tawaaf. 22. Het bedekken van minstens dat deel van het lichaam, dat in normale omstandigheden niet bloot mag zijn. 23. Het doen van twee rak’aat namaaz na de tawaaf. Dit is geen waadjib van de hadj of ‘oemra, maar van de tawaaf. Wie dit verzuimt te doen, hoeft hiertegen geen dam te doen. 24. Het doen van de tawaaf al widaa. Dit geldt slechts voor degenen die buiten Makka Al Moekar’rama wonen. 25. Het zich onthouden van geslachtelijke gemeenschap, ook na de halq of taqsier, tot het doen van de tawaaf ifaadah. Wie een van deze regels van de ih'raam overtreedt, dient dat te vergelden met een dam.
3. De soen’na handelingen van de hadj
1. De tawaaf qoedoem 2. Het beginnen van de tawaaf bij de Hadjar Al Aswad 3. Het doen van raml in de tawaaf qoedoem en de tawaaf ziaarat 4. Het rennend afleggen van de afstand tussen de mielain agdarain tijdens de sa’ie. 5. Het op 8 dzoelhadj’dja na de fadjrnamaaz verlaten van Makka om naar Mina te gaan 6. Het doorbrengen van de 9e nacht van dzoelhadj’dja in Mina 7. Het verlaten van Mina op 9 dzoelhadj’dja na zonsopkomst om naar Arafaat te gaan 8. Het nemen van een bad voor de woeqoef al arafa 9. Het doorbrengen van de 10e nacht van dzoelhadj’dja in Moezdalifa bij terugkeer vanuit Arafaat 10. Het verlaten van Moezdalifa vóór zonsopkomst om naar Mina te gaan 11. Het doorbrengen van de 11e en 12e nacht van dzoelhadj’dja in Mina.
4. Verboden (haraam) handelingen tijdens de ih'raam
1. Iedere vorm van geslachtelijke gemeenschap. Ook handelingen waardoor er seksuele prikkelingen ontstaan zijn verboden 2. Het doen van wellustige uitlatingen in de tegenwoordigheid van vrouwen 3. Onkuisheid is altijd verboden. Tijdens de ih'raam dient men hiertegen uitermate oplettend te zijn 4. Het ruziën om wereldse zaken, zij het met minderen 5. Het jagen of een jager behulpzaam zijn bij het jagen 6. Het hoe dan ook jagen op wild, het vangen, slachten, bakken of bereiden van jachtwild, alsook het nuttigen daarvan 7. Het knippen van de nagels of het verwijderen van enig haar van het lichaam 8. Het bedekken van gezicht en hoofd of het sjouwen van iets op het hoofd 9. Het dragen van sokken of gesloten schoenen, alsook het dragen van gezoomde kleren 10. Het zich insmeren met een of ander reukmiddel 11. Het wassen van de hoofd- of baardharen met shampoo of iets dergelijks, waardoor luizen doodgaan 12. Het verven van het haar, alsook het vlechten daarvan 13. Het afscheren of afknippen van het eigen hoofdhaar of dat van iemand anders. Na de sa’ie van de ‘oemra of het offer na de eerste djamara kunnen de hadji’s elkanders haar wel knippen of afscheren. (Bahaare Sharie’at)
5. Ongewenste (makroeh) handelingen tijdens de ih'raam
1. Het verwijderen van stof van het lichaam 2. Het zodanig kammen van het hoofdhaar of krabben op het lichaam, dat haren of luizen afvallen 3. Het ruiken of inademen van parfumerieën 4. Het verbin-den van het hoofd of gezicht 5. Het zich opmaken met make up 6. Het vastbinden van twee uiteinden van de ih'raamkleren 7. Het vasthouden van de lendendoek door middel van een riem of koord.
6. Geoorloofde handelingen tijdens de ih'raam
1. Het plaatsen van de uiteinden van de schouderdoek onder de lendendoek 2. Het baden zonder dat stof en dergelijke opzettelijk van het lichaam verwijderd worden 3. Het wassen van vuile kleren 4. Het poetsen van de tanden zonder tandpasta 5. Het dragen van een vingerring 6. Het zoeken van een schaduw tegen de zon, ook onder een paraplu 7. Het verwijderen van afgebroken haren of nagels van het lichaam 8. Het prikken van bloed 9. Het slachten, bereiden en nuttigen van slachtdieren 10. Het vangen van vis voor voedsel 11. Het doden van giftige insecten en schadelijke reptielen.
Hoofdstuk 5
1. Voorbereiding voor de hadj
1. Geldig paspoort
Het paspoort van de Surinaamse pelgrim moet vanaf de vertrekdatum naar Amsterdam nog minstens zes maanden geldig zijn. Dat is voor pelgrims die vanuit Nederland vertrekken nog minstens zes maanden vanaf de vertrekdatum naar Jedda. Bovendien moet het paspoort genoeg plaats hebben voor afstempeling van de hadjvisa. Is dat niet zo, dan wordt er geen visum verleend voor binnenkomsten in Jedda of Amsterdam. Er moet dus op worden toegezien, dat het paspoort niet vol gestempeld is.
2. Reistickets
O.K. retour reistickets zijn vereist voor het verkrijgen van de hadjvisa. Surinaamse pelgrims moeten in het bezit zijn van een retourticket naar Amsterdam van 60 dagen en één naar Jedda van een maand. Het is u aangeraden om uw naam tijdig aan het Hadjcomité S.M.A. op te geven voor reserveringen.
3. Visum
Het visum voor Nederland moet voor meerdere binnenkomsten geldig zijn. Met een visum voor een enkele binnenkomst zal het niet mogelijk zijn om na de hadj weer in Nederland toegelaten te worden.
Uw visumaanvraag kan ook door het Hadjcomité S.M.A. ingediend worden. De visa voor Saoedi-Arabië voor Surinaamse hadji's wordt in Nederland door de WIM Nederland aangevraagd.
4. Vaccinaties
Voor het verkrijgen van een hadjvisum moet men gevaccineerd zijn tegen gele koorts en meningitis. Dat is hersenvliesontsteking. De vaccinatie tegen gele koorts, die tien jaar geldig blijft, dient men tegen betaling in Suriname op het B.O.G. te nemen en die van de meningitis, die slechts drie jaar geldig blijft, in Nederland.
5. Ih'raam en andere kleding
Het is wenselijk om twee paar ih'raamkleding aan te schaffen. Eén om daarin naar Jedda te vertrekken en één reserve voor eventuele onvoorziene gevallen. Behalve de ih'raam kan men ook andere kleren meenemen om die na de hadj of ‘oemra te dragen. In de steden Makka en Madiena zijn er overigens kleren van zeer goede kwaliteit tegen redelijke prijzen verkrijgbaar. Het is aangeraden een zakje mee te nemen voor het bewaren van de kiezelstenen die in Moezdalifa verzameld dienen te worden voor het stenigen van de djamaraat. Bij het betreden van de masdjids moeten schoenen of slippers niet buiten achtergelaten worden. In de drukte die daar heerst zal men die zeker niet terugvinden. Neem altijd een plastic zakje of iets dergelijks mee om de schoenen daarin met zich mee te brengen in de masdjid.
6. Reiskoffers
Het is niet gewenst om meer spullen mee te nemen dan uiterst nood-zakelijk. Reiskoffers moeten duidelijk gekenmerkt zijn en goed voor-zien van naam en adres van de eigenaren. Iedere pelgrim zal zelf voor zijn eigen spullen verantwoordelijk zijn.
7. Handgeld
Handgeld moet heel zorgvuldig bewaard worden. Het is gewenst, dat er een buikriem met meerdere zakjes wordt gedragen, waarin het geld voor de veiligheid wordt bewaard. Het is niet verstandig om alle geld samen op een plaats te houden. Het is beter om het geld ver-deeld in verschillende zakjes te bewaren.
Als er uit een gezin meerdere leden samen naar de hadj gaan, moet niet slechts het gezinshoofd of één van de andere gezinsleden alle geld bij zich bewaren, doch zij moeten allemaal wat zakgeld bij zich hebben.
8. Medische benodigdheden
Mensen die aan een of andere ziekte lijden en daarvoor medicijnen gebruiken of documenten bezitten met belangrijke informatie over de behandeling van hun ziekte, dienen de betreffende documenten en of medicijnen met zich mee te nemen. In de heilige steden is er tijdens de hadj altijd kosteloze medische behandeling voor iedereen. Ook de verstrekking van medicijnen gebeurt gratis aan alle hadji's.
9. Levensmiddelen
Het is niet nodig om levensmiddelen en of etenswaren mee te nemen naar de hadj, daar er in Makka en Madiena van alles verkrijgbaar is. Weliswaar wordt daar vlees uit het buitenland geïmporteerd, waarvan de geoorloofdheid volgens de islamitische regels twijfelachtig is.
2. Afscheid van familie, vrienden en kennissen
1. Schulden
Indien men schulden heeft, dient men die te voldoen of een regeling te treffen met zijn schuldeisers, alvorens de hadjreis te ondernemen. Schuldenaars zijn eerder verplicht om hun direct opeisbare schulden te voldoen dan naar de hadj te gaan. Het nemen van schulden om naar de hadj te gaan is eveneens zeer onverstandig.
Meningsverschillen van persoonlijke aard met anderen dienen beslecht en haat en wraakgevoelens jegens de medemens uit de harten verbannen te worden voor men de stap naar de hadj zet. Dat geldt echter niet voor verschillen in geloofsopvattingen. Het verzoe-nen met aanhangers van afvallige sekten in de islam is geenszins toegestaan.
3. Onrechtmatigheden
Indien men iemand hoe dan ook onrecht heeft aangedaan, moet men dat rectificeren alvorens naar de hadj te gaan. Het betaamt de gelovige niet om anderen te hebben benadeeld of op de een of andere manier inbreuk te hebben gedaan op hun rechten en zonder dat te herstellen op reis te gaan naar de heilige plaatsen van de islam om er vergiffenis van zonden aan Allah Ta Ala te vragen.
4. Toestemming van ouders
Het is nodig om toestemming voor de hadj te vragen aan ouders, indien deze van u afhankelijk zijn. Dat hoeft echter niet, als zij niet afhankelijk zijn van u. Als u afhankelijke ouders heeft, kunt u ie-mand voor hun oppas aanstellen en zelf naar de hadj gaan.
Wie de verplichte hadj reeds heeft gedaan, mag geen tweede hadj meer doen indien zijn ouders daar geen toestemming voor geven.
5. Kostgeld voor het gezin
De hadji moet zijn gezin goed voorzien in alle levensbehoeften ach-terlaten. Hij moet ook de garantie hebben voor hun veiligheid tijdens zijn afwezigheid. Kan hij dat niet, dan mag hij niet naar de hadj gaan.
3. Religieuze verplichtingen
1. Gemiste namaaz en vasten
Het doen van namaaz is verplicht vanaf de puberteitsleeftijd. Het ver-zuimen van de namaaz is een zeer grote zonde. Mensen die in het verleden namaaz hebben gemist dienen berouw te tonen en een aanvang te maken met het inhalen daarvan alvorens naar de hadj te gaan. Ook gemiste vastendagen dienen ingehaald te worden alvorens naar de hadj te gaan.
2. Verschuldigde zekaat
Het niet op tijd betalen van de zekaat is een zeer grote zonde. Verschuldigde zekaat dient ook te worden voldaan alvorens men de hadj besluit te doen. Het is geenszins verstandig om de verplichte zekaat niet te betalen en met het geld hadj te gaan doen.
3. Vergiffenis van zonden
De hadji dient uit de grond van zijn hart vergiffenis aan Allah Ta Ala te vragen voor reeds begane zonden. Hij moet daarbij het vaste besluit nemen om zich voor de rest van zijn leven te behoeden voor verboden handelingen en nooit meer in zondigheid te vervallen.
4. De knechten en bedienden van de heilige plaatsen
Het is een soen’na van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) om vriendelijk en zacht te zijn tegen knechten en bedienden. In de hotels en elders zullen er ook bedienden en sjouwers ten dienste van de hadji's zijn. Het is goed om ze bij het verlaten van het hotel een fooi te geven. Dit geld ook voor de buschauffeurs die u naar de verschillende plaatsen zullen vervoeren.
5. Aalmoezen
Het is gewenst om extra geld mee te nemen voor het geven van aalmoezen aan armen in de heilige steden. Afkeer tegen hen en of het afsnauwen van hen kan soms fataal zijn voor de hadji's.
6. Klachten tijdens de hadj
De hadj is een zware beproeving voor de pelgrims. Dezen moeten er voor zorgen, dat zij over niets klagen tijdens hun reis. De hadji's zullen heel wat dingen tegenkomen, die tegen hun zin zullen zijn. Zij zullen daar toestanden aantreffen, die zij niet gewend zijn.
Tijdens de hadj moet men niet vergeten, dat men niet thuis is, maar dat men zich thuis moet maken door zich aan te passen aan de omstandigheden ter plaatse.
7. Belangrijk advies
Zij die in Makka, Madiena, Mina of Arafaat ongelukkigerwijs ver-dwaald raken of de groep op de een of andere manier kwijtraken, moeten niet paniekerig worden. Zij moeten dan rustig op de plaats, waar zij de anderen hebben kwijtgeraakt, blijven wachten.
Als ontdekt wordt, dat een lid van de groep vermist wordt, dient men direct op zoek te gaan naar de vermiste, die er voor moet zorgen, dat hij of zij duidelijk zichtbaar en herkenbaar blijft.
Hoofdstuk 6
1. Doe'a tijdens een reis
In de hadies zijn er speciale gebeden vermeld met betrekking tot het nemen van afscheid en het doen van uitgeleide tijdens een reis. Er volgen hier enkele daarvan.
1. Bij het nemen van afscheid
Bij het nemen van afscheid van familieleden, vrienden en kennissen moet u zeggen: "astawdi'oekoemoel-laaha al-ledzie la joedhie'oe we daa i'ehoe."
Vertaling: "Ik vertrouw u toe aan Allah, onder Wiens hoede u veilig bent tegen schade en verlies."
2. Bij het verlaten van het huis
Bij het verlaten van het huis moet u zeggen: "Bismil-laahi tewek-keltoe alal-laahi la hawla we la qoew-weta il-laa bil-laah."
Vertaling: "In naam van Allah; ik stel mijn vertrouwen in Allah. Er is geen macht die mij kan beschermen behalve Allah."
3. Bij het doen van uitgeleide
Bij het doen van uitgeleide van reizigers dient men te zeggen: "Astawdi'oellaaha dieneka we emaneteka we gewaatieme amalik."
Vertaling: "Ik vertrouw u en uw geloof en handelingen aan Allah Ta Ala toe."
4. Bij het betreden van het voertuig
Bij het plaatsnemen in het voertuig, hetzij auto, bus of vliegtuig dient u te zeggen: "Al-lahoe akbar al-lahoe akbar al-lahoe akbar. Soeb'hanel-ladzie seg-gerelena hadza we ma koen-naa lehoe moeqrinien we in-naa ilaa reb-bina lemoenqeliboen."
Vertaling: "Heilig is Hij, Die ons dit ten dienste heeft gesteld, want wij konden het zelf niet ontwerpen. En wij zullen zeker tot onze Heer terugkeren."
1. De beste reis van het leven
1. Vertrek vanuit Suriname
1. Neem afscheid van vrienden en familie door uw verontschuldigin-gen aan hen aan te bieden voor eventuele aan hen gedane onrecht. Dit geldt in het bijzonder voor ouders en grootouders. Bid voor hun welzijn en vraag hen ook om voor u te bidden.
2. Vergeet niet uw paspoort, ticket, vaccinatieboekje en handgeld na te checken. Wees er zeker van, dat uw reiskoffers voorzien zijn van uw juiste naam, adres en telefoonnummer.
3. Vertrek vanuit uw masdjid en lees eventueel twee rak’aat namaaz met de Soeratoel Kaafiroen en de Soeratoel Ichlaas.
4. Na het plaatsnemen in het voertuig (auto, bus of vliegtuig) moet men de volgende doe'a opzeggen.
"Soeb'hanelledzie seg-gerelenaa haadza we maa koen-naa lehoe moeqrinien we in-naa ilaa reb-binaa lemoenqeliboen."
Vertaling: "Heilig is Hij, Die ons dit ten dienste heeft gesteld, want wij konden het zelf niet ontwerpen. En wij zullen zeker tot onze Heer terugkeren."
2. Aankomst in Nederland
1. Na aankomst in Nederland moet u niet vergeten om contact te maken met de organisatoren aldaar om uw paspoort en andere bescheiden en uw verblijfplaats en telefoonnummer aldaar aan hen af te geven voor afhandeling van visumformaliteiten. Neem ook hun telefoonnummers op.
2. Op schiphol moeten ontbrekende vaccinaties alsnog genomen wor-den, daar anders het visum voor Saoedi-Arabië gestagneerd wordt.
3. Blijf regelmatig in contact met de organisatoren in Nederland voor informatie over uw verdere reis naar Makka.
3. Vertrek vanuit Nederland
1. Bij vertrek vanuit Nederland naar Jedda moeten dezelfde adviezen in acht worden genomen als bij vertrek vanuit Suriname. Het is gewenst om reeds bij vertrek uit huis de ih'raam aan te trekken zonder de intentie hiervoor op te zeggen.
2. De intentie voor de qarin luidt: "Leb-beika bil oemreti welhadjdji", de moetemet-ti zegt: "Leb-beika bil oemreti" en de moefrid moet zeggen: "Leb-beika bilhadjdji".
3. Zeg drie keer luidop de talbiya op na twee rak’aat namaaz te hebben gedaan. Hiermee begint de ih'raamtoestand. Vermijd van nu af alle handelingen die tijdens de ih'raam verboden (haraam) of ongewenst (makroeh) zijn, anders zult u de dam voor het doen ervan moeten betalen voor de geldigheid van uw hadj.
4. Het is de moeh'rim verboden om parfumerieën te gebruiken. Mannen mogen tijdens de ih'raam het hoofd en het gezicht niet bedekken en ook geen gezoomde kleren dragen of schoenen, die van boven dicht zijn.
4. Het betreden van de mieqaat/de ih'raam
1. Bij nadering van de mieqaat wordt er in het vliegtuig door een bemanningslid bekend gemaakt, dat degenen, die op hadjreis zijn hun ih'raam moeten aantrekken.
2. Vóór het bereiken van de mieqaat moet u in het vliegtuig, indien u dat nog niet heeft gedaan, de ih'raam aantrekken en de intentie voor de ih'raam opzeggen, gevolgd door de talbiya.
3. Het is gewenst om de ih'raam reeds in Nederland aan te trekken. Dat voorkomt veel ongerief voor de hadji en verschaft zekerheid omtrent het betreden van de mieqaat.
4. Sommige mensen beweren, dat de hadj niet geldig is met ihraam-kleding die reeds gebruikt is bij een vorige hadj. Men verwijst daarbij naar boeken als djannatie zeewar, kanoene sharie’at enz. Dat is niet juist. Hier wordt niet de kleding, maar de niejat bedoeld.
5. Het is niet toegestaan, dat iemand de ihraamintentie (ihraam niejat) tijdens de hadjdagen doet zonder de hadj in datzelfde jaar te volbren-gen. De hadj is dus niet geldig als het in het volgende jaar gedaan wordt met de ihraamintentie (ihraam niejat) van het vorige jaar.
2. In Makka Al Moekar’rama
1. De aankomst in Jedda
Bij aankomst in Jedda dient u de afstempeling van uw paspoort, de organisatie van transport naar Makka en het verblijf aldaar over te laten aan de organisatoren en begeleiders. U moet hun aanwijzingen strikt volgen.
2. De Ka'ba Shariefa/voorbereiding voor de tawaaf
1. Wanneer de Masdjid Al Heraam zichtbaar wordt, moet u dzikr en doe'a doen en na uw bagage veiliggesteld te hebben de masdjid via de Baabas Salaam betreden.
2. Allereerst moet u de tawaaf doen, indien er geen vrees bestaat voor het missen van een farz, waadjib of soen’na moe’ak-kada namaaz.
3. Het is niet toegestaan om eerst twee rak’aat namaaz tahiy-yatoel- masdjid te doen en daarna met de tawaaf te beginnen (Bahaare Sharie’at).
4. Alvorens met de tawaaf te beginnen, moeten mannen de iztibaa doen. Doe daarna de intentie voor de tawaaf en ga met het gezicht in de richting van de Hadjar Al Aswad staan. Steek de handen zodanig tot de oren op dat de handpalmen naar de Hadjar Al Aswad wijzen. Zeg nu op: "Bismillaahi welhamdoelillaahi wellaahoe akbar wes-selaatoe wessalaamoe elaa resoelillaah."
Vertaling: "In naam van Allah. Alle lof is voor Allah. Hij is de Aller-grootste. Vrede en zegeningen zij over de boodschapper van Allah."
3. De istilaam
1. Probeer de Hadjar Al Aswad te kussen. Indien dat door de drukte niet lukt, doe dan gewoon de istilaam en zeg op:
"Allaahoemma iemanembika we it-tibaa'el lisoenneti nebiy-yika sallallaahoe alaihi wa sallam.
Vertaling: "O Allah, Ik geloof in U en ik volg de voetsporen van Uw profeet. Moge vrede en zegeningen op hem rusten."
4. De tawaaf
1. Na de Hadjar Al Aswad zo dicht mogelijk genaderd te zijn moet u naar rechts keren, zodat de Ka'ba Shariefa aan uw linkerzijde komt te staan. Begin nu met de tawaaf. Mannen moeten daarbij in de eerste drie rondgangen ook de raml doen.
2. Er zijn speciale gebeden voor de moeltazim, roekn iraaqie, miezaab rah’mat, roekn shaamie enz. Wie deze gebeden kent, dient ze op te zeggen. Het is echter gewenst om voor zichzelf en alle andere moeslims met eigen woorden in de eigen taal te bidden. Het beste is om in plaats hiervan slechts zegenbeden (daroed sharief) te lezen. Het is geenszins fatsoenlijk om de gebeden luidkeels op te zeggen. Als er in groepsverband tawaaf wordt gedaan, kan één persoon de gebeden opzeggen, terwijl de anderen dat beamen met aamien.
3. Het kussen of aanraken van de roekn jamaanie is gewenst, maar als dat door de drukte niet kan, hoeft hier geen istilaam gedaan te worden.
4. Na het passeren van de roekn jamaanie volgt de moestadjaab. Zeg hier wederom smeekgebeden op of lees weer slechts de daroed sharief. Dit is een plaats van grenzeloze zegeningen en genade.
5. Het is niet toegestaan om de doe'a of daroed sharief luidkeels of schreeuwend te lezen. Wie in een groep tawaaf doet, dient hooguit zo luid te lezen dat de mensen van zijn groep hem kunnen horen. Luider is niet nodig. Wie alleen tawaaf doet, moet slechts voor zichzelf lezen. Anderen hoeven hem niet te horen.
6. Als u de Hadjar Al Aswad weer heeft bereikt, heeft u een rondgang voltooid. Doe dat zeven achtereenvolgende keren. De raml dient slechts in de eerste drie rondgangen gedaan te worden.
5. Twee rak’aat namaaz bij Maqaam Ibrahiem
1. Na beëindiging van de tawaaf moet u wederom de Hadjar Al Aswad kussen of de istilaam doen. Dus na alle zeven rondgangen te hebben voltooid.
2. Na de tawaaf moet u twee rak’aat namaaz bij de Maqaam Ibrahiem lezen en daarna uit de grond van uw hart smeekgebeden doen aan Allah Ta Ala voor uw eigen welzijn en voor dat van alle andere gelovigen. Deze namaaz is waadjib.
3. Als er wegens drukte geen ruimte vrij is bij de Maqaam Ibrahiem, hoeft men niet ten koste van wat dan ook in de directe nabijheid er van de twee rak’aat te lezen. Het kan ook verder, waar het minder druk is.
4. Ga nu naar de moeltazim en omhels die zo dicht mogelijk bij de Hadjar Al Aswad.
6. Bij de Zamzam
1. Ga nu naar de Zamzam en drink in drie volle teugen totdat u verzadigd bent. Doe dat met het gezicht in de richting van de Ka'ba, terwijl u staat. Gooi het water over het lichaam en doe gebeden, want hier worden gebeden verhoord en zonden vergeven.
2. Normaal moet een moeslim zitten bij het drinken, maar de zamzam wordt in staande houding met het gezicht naar de qiblah gedronken.
3. In hadiesboeken is vermeld, dat iedere wens, gekoesterd bij het drinken van de zamzam vervuld wordt.
7. De sa’ie tussen Safa en Marwa
1. Nu moet u naar Safa gaan voor de sa’ie na eerst wederom de istilaam
te hebben gedaan. Als u eerst wat op adem wilt komen, mag dat wel. Verlaat de Masdjid Al Haraam door de Baab As Safa.
2. Klim zo hoog op de heuvel, dat de Ka'ba Shariefa zichtbaar wordt. Keer uw gezicht naar de qiblah en houd u zich bezig met doe'a en daroed sharief en lofprijzing van Allah Ta Ala. Loop nu naar Marwa.
3. Als het eerste groene licht bereikt is, moeten mannen op een laag tempo rennen tot het tweede groene licht. Daarna moet u weer normaal lopen tot Marwa. Ook daar moet u op de heuvel klimmen en met het gezicht in de richting van de qiblah doe'a doen. Hiermee heeft u één gang van de sa’ie voltooid.
4. Keer nu terug naar Safa. Nu heeft u de tweede gang van de sa’ie voltooid. Herhaal dit tot de zevende gang op Marwa eindigt.
5. Na de sa’ie is het gewenst om twee rak’aat nafl namaaz te doen. Dat kan op iedere willekeurige plaats in de masdjid gedaan worden.
8. Einde van de ‘oemra
Het zij vermeld, dat de ‘oemra hiermede is voltooid. Wij kunnen nu vier gevallen onderscheiden. 1. Degenen, die zich hadden voorgeno-men om slechts de ‘oemra te doen, 2. degenen, die hadden besloten om slechts de hadj te doen, 3. zij die hadj en ‘oemra beiden in een ih'raam zouden doen en 4. zij die eerst ‘oemra daarna de hadj in afzonderlijke ih'raams zouden doen.
3. De hadj
1. In afwachting van de hadj
1. Degenen die slechts de ‘oemra doen, kunnen nu evenals zij die eerst ‘oemra, daarna hadj in twee afzonderlijke ih'raams doen, over-gaan tot het doen van halq om vervolgens uit de ih'raam te treden. Zij moeten bij de eerste istilaam van de tawaaf stoppen met de talbiya.
2. Zij die zich hadden voorgenomen om slechts de hadj te doen en degenen die hadj en ‘oemra in één ih'raam zouden doen, dienen in ih'raam te blijven in afwachting van het vertrek naar Mina op 8 dzoelhadj’dja. Zij mogen hun ih'raam niet verbreken.
3. Zij die behalve de ‘oemra ook hadj zouden doen in twee afzon-derlijke ih'raams, moeten op 8 dzoelhadj’dja opnieuw de ih'raam aantrekken en de intentie voor de hadj doen. Zij moeten de talbiya hervatten. Na de hadj dient deze hadji een qoerbanie te doen.
2. Op weg naar Mina
1. Op 8 dzoelhadj’dja dient u, indien dat nog niet is gedaan, de ih'raam aan te trekken en naar de Masdjid Al Haraam te gaan om er een nafl tawaaf te doen met raml en sa’ie. Als u in deze tawaaf ook de sa’ie heeft gedaan, hoeft u dat niet meer te doen bij de tawaaf ifaadah.
2. Lees nu twee rak’aat soen’na namaaz voor het doen van de intentie voor de hadj, gevolgd door de talbiya en vertrek nadat de zon is opgekomen naar Mina. Het is aanbevolen om dit te voet te doen, daar het veel zegeningen verschaft. Het is gewenst om onderweg de talbiya te blijven opzeggen.
3. In Mina zijn er talrijke tenten opgezet voor verblijf van de hadji’s. Deze tenten, die voorzien zijn van nummers, zijn in afdelingen verdeeld. Alle landen hebben hun eigen afdeling. Surinaamse en Nederlandse hadji’s hebben met degenen die uit Europa en de Amerika’s komen samen een ressort. Van de desbetreffende mo’allim krijgt iedere hadji een kaart met vermelding van het adres van het desbetreffende mo’allimbureau en de nummers van de tenten in Mina en Arafaat.
4. Na aankomst in Mina moet u na uw tent te hebben opgezocht zoveel mogelijk met dzikr en tasbieh bezig zijn. De 9e nacht van dzoelhadj’dja moet u proberen wakker te blijven en te bidden.
5. Wees voorzichtig met brandbare artikelen onder de tenten van Mina. Ga daar niet met kooktoestellen of aanstekers enz.
3. Het vertrek naar Arafaat
1. Na zonsopkomst op 9 dzoelhadj’dja moet u tijdens het opzeggen van de talbiya naar Arafaat vertrekken. Indien mogelijk, doe dat ook te voet. Voor iedere stap die men te voet aflegt voor de hadj, krijgt men een beloning, gelijk aan die van zevenhonderdduizend goede werken.
2. In Arafaat aangekomen moet u weer uw tent opzoeken en daarin tot de zohrtijd met tasbieh, dzikr, doe'a en istighfaar bezig zijn.
3. Met de aanvang van de zohrtijd begint het belangrijkste onderdeel van de hadj, de woeqoef al arafa. Hier moet men na de zohrnamaaz de tijd met talbiya, dzikr, tasbieh, doe'a en istighfaar doorbrengen.
Degene, die de zohr en asr in de Masdjid Namirah kan lezen, dient samen met de djema'et achter de imaam van de masdjid deze beide namaaz te verenigen. Echter dient voor zowel de zohr- als de asrna-maaz telkens weer afzonderlijk de iqaamat te worden opgezegd.
Wie de zohr en asr op 9 dzoelhadj’dja afzonderlijk of in een eigen groep achter een eigen imaam doet, mag deze twee namaaz niet verenigen, doch hij moet ze apart in hun respectievelijke tijd lezen.
4. De tasbieh tashrieq
Vanaf de fadjrnamaaz van de 9e tot en met de asr van de 13e dzoelhadj’dja moet iedereen na beëindiging van iedere farznamaaz onmiddellijk de tasbieh tashrieq drie keren opzeggen. (Zie blz. 20)
5. In Moezdalifa
1. Na zonsondergang op 9 dzoelhadj’dja moet u Arafaat zonder de maghribnamaaz te doen verlaten om naar Moezdalifa te gaan. De maghrib wordt later samen met de isha in Moezdalifa gelezen.
2. Onderweg moet de talbiya worden voortgezet, samen met daroed sharief, dzikr en andere gebeden.
3. In Moezdalifa aangekomen dient u in de ishatijd vóór de ishanamaaz de farz van de maghrib te doen, direct gevolgd door de farz van de isha. De iqaamat mag voor de ishaanamaaz niet opnieuw opgezegd worden. De iqaamat voor de maghribnamaaz geldt ook voor die van de isha.
Na de farz van de ishanamaaz moet de tasbieh tashrieq opgezegd worden, gevolgd door de doe’a. Daarna moet u de soen’na van de maghrib doen, gevolgd door de soen’na van de isha en de witr. Op deze dag moet de maghrib uitgesteld worden tot na aankomst in Moezdalifa.
4. Hier moet u minstens 49 kiezelstenen zoeken voor het stenigen van de djamaraat in Mina op de komende drie dagen. Op de laatste djamara (dat is de derde symbolische duivel als u van Mina naar Mekka gaat) moeten er op 10, 11 en 12 dzoelhadj’dja en op de andere twee slechts op 11 en 12 dzoelhadj’dja telkens zeven stenen geworpen worden.
5. De 10e nacht van dzoelhadj’dja moet in Moezdalifa zoveel mogelijk in tasbieh, talbiya, doe'a en istighfaar doorgebracht worden. Na het aanbreken van de ochtendschemering dient zo vlug mogelijk de fadjrnamaaz te worden verricht.
6. Vertrek uit Moezdalifa/het stenigen van de djamaraat
1. Kort voor zonsopkomst moet u teruggaan naar Mina om er de pilaren die de duivel voorstellen te stenigen en qoerbanie te doen.
2. Na aankomst in Mina dient u naar de laatste djamara te gaan. Dat is de derde pilaar als u vanuit Mina naar de richting van Makka gaat. U moet daarbij zeven keer een steen op de djamara werpen. De eerste en tweede djamaraat worden op deze dag overgeslagen.
3. Op de 10e dag van dzoelhadj’dja moet u slechts de laatste djamara stenigen. Dat dient eigenlijk vóór de aanvang van de zohrtijd te geschieden. Omdat het echter gedurende die tijd te druk is en er ieder jaar mensen onder de voeten gelopen worden, is het aan te raden om daarmee te wachten tot de drukte ietwat kleiner wordt.
7. Qoerbanie en halq of taqsier
1. Na de ramie van de eerste djamara moeten de qarin en de moetamat’ti onmiddellijk naar de mazbah gaan om er te offeren.
2. Na de qoerbanie moet u met uw gezicht in de richting van de qiblah gaan zitten voor de halq of taqsier. Het afgeschoren haar moet indien mogelijk begraven worden.
8. Het beëindigen van de ih'raam
1. Na de halq of taqsier kan men de ih'raam uittrekken. Op geslachte-lijke gemeenschap na zijn alle beperkingen van de ih'raam nu opge-heven. Men mag weer normale kleding aantrekken en reukmiddelen gebruiken. Ook het gebruik van zeep en tandpasta is nu toegestaan.
9. De tawaaf ziaarat
1. Het is gewenst om reeds op 10 dzoelhadj’dja na de halq of taqsier naar Makka Al Moekar’rama te gaan voor het doen van de tawaaf ziaarat. Deze tawaaf, die een verplicht onderdeel van de hadj is, wordt zonder ih'raam gedaan en heeft ook geen iztibaa.
2. Na de tawaaf moet weer de twee rak’aat namaaz bij Maqaam Ibrahiem gelezen worden, gevolgd door de sa’ie.
3. De tawaaf ziaarat kan ook op 11 en 12 dzoelhadj’dja gedaan worden. Wie het binnen deze drie dagen verzuimt te doen, mag het ook daarna doen, echter moet hij daarvoor een dam (offerande) als boete betalen.
4. Na de tawaaf ziaarat is de hadj afgelopen en is men geheel vrij om normaal te leven. Degenen, die vóór hun vertrek naar Mina op 8 dzoelhadj’dja bij hun nafl tawaaf ook de sa’ie hadden gedaan, hoeven nu geen sa’ie meer te doen. Zij die dat niet hadden gedaan, dienen na de tawaaf ook nog de sa’ie te doen. Hierna zijn alle be-perkingen, ook geoorloofde geslachtelijke gemeenschap, opgeheven.
10. Verder verblijf in Mina
1. Het is soen’na om de 11e en 12e nacht van dzoelhadj’dja in Mina door te brengen. Op deze beide dagen moeten na de zohr alle drie djamaraat gestenigd worden. Wacht hiervoor weer de drukte af.
2. Alle djamaraat dienen telkens zeven keer gestenigd te worden. Dat betekent dat u zeven keer een steen met een volle armzwaai naar iedere djamara moet werpen.
3. Na de ramie van de eerste en tweede djamaraat moet u met het ge-zicht in de richting van de Ka'ba doe'a doen voor uw eigen welzijn en dat van alle andere moeslims. Na de ramie van de laatste djamara mag men daar niet meer staan, doch onmiddellijk terugkeren.
11. Afscheid van Makka Al Moekar’rama
1. Na de ramie van de 12e dzoelhadj’dja dient u voor zonsondergang Mina te verlaten en naar Makka Al Moekar’rama te gaan. In afwachting van het vertrek naar Madiena Al Moenaw’wara kunt u hier tawaaf, ‘oemra of andere gebeden doen.
2. Het is niet toegestaan om Makka te verlaten zonder de tawaaf al widaa te doen. Deze tawaaf heeft geen iztibaa, raml of sa’ie. Na de tawaaf al widaa dient u de stad zo spoedig mogelijk te verlaten.
3. Blijft u na de tawaaf al widaa nog in Makka Al Moekar’rama en bezoekt u weer de Masdjid Al Haraam dan dient u weer de tawaaf al widaa te doen vóór u Makka verlaat.
12. Vrouwen en de tawaaf ziaarat
1. Vrouwen mogen tijdens hun speciale dagen van onreinheid de masdjid niet betreden. Daarom mogen zij in die toestand geen tawaaf doen. Immers, de tawaaf gebeurt binnen de Masdjid Al Haraam. Zij mogen de tawaaf later doen als hun periode voorbij is zonder een dam te moeten betalen.
2. De menstruatie duurt volgens de sharie’a minimaal drie en maximaal tien dagen. Als de bloeding na tien dagen voortduurt, wordt dat niet tot menstruatie gerekend. Na afloop van de tien dagen van bloeding zijn vrouwen verplicht hun namaaz te doen, ook al gaat de bloeding door. Weliswaar is zij dan niet rein, maar buiten haar menstruatieperiode. Zij moet na de tien dagen een volledig bad nemen en bij iedere namaaz telkens de woedhoe doen. Zij is dan niet meer verplicht tot een ghoesl (bad), wel telkens tot woedhoe. In die toestand kan zij de tawaaf doen.
3. Indien het tijd wordt om Makka te verlaten, mogen vrouwen, als zij nog in de menstruatie zijn, de Masdjid Al Haraam niet betreden om de tawaaf ziaarat te doen. Zij kunnen dan in afwachting van hun verplichte tawaaf later naar Madiena afreizen.
13. Noodsituaties voor de vrouw
1. Meningen van sommige geleerden, dat de vrouw in noodsituaties tijdens de menstruatie de tawaaf mag doen, zijn niet van toepassing bij Surinaamse en Nederlandse pelgrims. Dezen gaan na de hadj voor acht dagen naar Madiena Tay’yiba.
Als er gevallen van menstruaties zich juist op de 10e dzoelhadj (de eerste dag van de tawaaf ziaarat) voordoen, dan kan de reis naar Madiena Tay’yiba uitgesteld worden. Na de menstruatie kan de vrouw haar tawaaf ziaarat doen en naar Madiena Tay’yiba gaan, al is het voor slechts één dag. Zij mist de vlucht van haar terugreis naar Amsterdam dan niet en verkeert niet in een noodsituatie.
2. Het is niet geoorloofd om speciaal voor de hadj of een andere ibaadat (gebed of religieuze daad) medicijnen in te nemen voor de stopzetting van de menstruatie.
14. Vrouwen en moskeebezoek
1. Verbiedt uw vrouwen niet om voor de namaaz naar de masdjid te gaan. (Soenan Nisaa’ie Sharief).
2. Als uw vrouwen toestemming vragen om naar de moskee te gaan verbiedt haar dat niet. (Sahieh Al Boekharie en Sahieh Al Moeslim).
3. Verbiedt uw vrouwen de toegang tot de masdjid niet, hoewel haar namaaz thuis beter is. (Soenan Abie Dawoed Sharief).
4. De namaaz van een vrouw in haar huis is beter dan die op haar erf en haar namaaz in de binnenkamer van haar huis is beter dan die in haar voorkamer. (Soenan Abie Dawoed Sharief).
5. Vrouwen dienen hun namaaz ook tijdens de hadj liever in hun verblijfplaats te doen dan in de moskee. Dat was goed gevonden door Rasoeloellaah (sallallaahoe alaihi wa sallam).
Sommige mensen beweren dat deze hadies niet van toepassing is op de Masdjid Al Haraam en de Masdjid An Nabawie. Dat is niet juist. Het betrof juist deze masdjids toen Rasoeloellaah (sallallaahoe alaihi wa sallam) de vrouwen er op wees dat hun namaaz thuis beter was dan die in de moskee. (Bahaare Sharie’at).
4. Het bezoek aan Madiena Al Moenaw’wara
1. De intentie
Ga naar Madiena Al Moenaw’wara met de bedoeling om de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) te bezoeken. Beweringen van som-mige "moeslims", dat het brengen van een bezoek aan het graf van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) shirk is, zijn tegen de hadies en andere uitspraken van vooraanstaande voorgangers in de islam.
Zelfs in de Heilige Qoer’aan draagt Allah Ta Ala ons op om voor vergeving van onze zonden naar de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) toe te gaan. Daar aangekomen moeten wij vergiffenis vragen voor onze zonden en de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) verzoeken om ook vergiffenis voor ons te vragen. Wij zullen dan vergeven worden.
(Hoofdstuk 4 vers 63)
2. Het graf van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam)
Het bezoeken van het graf van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) is de beste daad voor de moeslim. Het is een middel voor de geldigheid van uw hadj en succes in dit leven en in het hiernamaals.
Imaam Malik (radiyallaahoe anhoe) zegt, dat wij niet moeten zeggen, dat wij het graf van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) hebben bezocht, maar dat wij aan de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) zelf een bezoek hebben gebracht. De hadj is verplicht voor de moeslim. Het brengen van een bezoek aan de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) wordt door velen als moestahab (gewenst) beschouwd. Als wij echter de volgende gezegden van hem in acht nemen, dan zullen wij moeten toegeven, dat het niet slechts gewenst, maar zelfs noodzakelijk (waadjib) is om het graf van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) te bezoeken.
3. Hadies over het bezoek aan het graf van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam)
"Mijn bemiddeling op de Laatste Dag zal noodzakelijk zijn voor degene, die mijn graf bezoekt."
(Soenan Daar Qoetnie)
"Hij die hadj doet en mij daarbij geen bezoek brengt, heeft mij veel misdaan ."
(Ibn Adie)
"Wie mij na mijn heengaan een bezoek brengt, heeft mij als het ware tijdens mijn aardse leven bezocht."
(As Soenan Al Koebra Baihaqie)
"Wie mij een bezoek brengt en daarbij geen andere doelen beoogt, verdient het, dat ik voor hem zal pleiten op de Dag des Oordeels."
(Moe'djam Al Kabier Tabranie)
4. Nadering van de stad Madiena Al Moenaw’wara
Onderweg dient u zich zoveel als mogelijk met het opzenden van zegenbeden (daroed sharief) bezig te houden. Bij nadering van deze heilige stad dient u uit respect de blikken neer te slaan, het hoofd gebogen te houden en in gedachten slechts met de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) verzonken te zijn.
Bij het zien van de groene koepel van de Masdjid Nabawie dient het lezen van daroed sharief opgevoerd te worden. Probeer eerst alle noodzakelijke zaken in orde te maken vóór het bezoeken van de moskee om bij de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) niet afgeleid te worden door wereldse benodigdheden. Poets de tanden en neem een bad. Draag nieuwe, zo niet schone kleren en ga in liefde en respect voor de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) naar de Masdjid Nabawie.
5. In de Masdjid Nabawie
Sta in de deuropening van de moskee en spreek de groet uit over de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam). Zoek in alle eerbied zo dicht mogelijk bij het graf van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) een plaats in de masdjid. Denk er aan, dat er in de masdjid geen enkel woord luidop over de lippen komt. Vergeet niet, dat de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) ook na zijn heengaan in leven is en ons ziet, hoort en onze groet beantwoordt.
Als het tijd is voor de farz namaaz, sluit u aan bij de djema'et. Dat zal ook de namaaz tehiy’yetoelmasdjid vervangen. Is dat niet het geval, lees dan twee rak’aat namaaz tehiy’yetoelmasdjid alvorens verder te gaan naar de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam).
6. Bij de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam)
Met uw zonden en gebreken in gedachten dient u bij het graf van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) te staan. Denk daarbij ook aan zijn zachtmoedigheid en genade. Denk ook aan het Qoer’aanische vers, waarbij zondaren naar de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) verwezen worden voor het vragen van vergiffenis aan Allah Ta Ala.
Spreek in eerbiedige houding met de handen gevouwen zoals tijdens de namaaz de selaato salaam (vredesgroet en zegenbeden) uit over hem. Vraag hem om op de Dag van Qiyamet voor uzelf, uw ouders, familie, vrienden en alle andere moeslims te bemiddelen en zeg op "es'eloekesh-shefa'ete ja resoelal-laah".
Breng de groet over van degenen die dat aan u hebben gevraagd. Dat is volgens de sherie'ah verplicht. Breng hem ook de groet over namens de schrijver van dit boek. Groet nu Hazrat Aboe Bakr Siddieq (radiyallaahoe anhoe), de eerste opvolger van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) en Hazrat Oemar Faroeq (radiyallaahoe anhoe), de tweede opvolger van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam).
Ga nu zo dicht bij de mimber van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) en doe smeekgebeden voor uzelf en de gehele oemma van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam), na twee rak’aat nafl namaaz te hebben verricht.
7. Bij de shoehadaa al oehoed
Het bezoeken van de martelaren van Oehoed bij de Berg Oehoed behoort tot de gewoonten van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam). Breng ook daar een bezoek en spreek de groet uit over de moeslims die in de strijd bij Oehoed hun levens hadden opgeofferd om behoud van de islam. In het bijzonder moet men de leider der martelaren, Hazrat Amier Hamza radiyallaahoe anhoe groeten, wiens graf te Oehoed door omringende stenen wordt aangegeven. Samen met deze grote strijder van de islam liggen daar zeventig martelaren ter ruste.
8. Bezoek aan de djannatoelbaqie'
Dit is de begraafplaats van Madiena Al Moenaw’wara. Het bezoeken van deze begraafplaats om de aldaar begraven sahaabies en andere moeslims te groeten is ook aanbevolen. Denk erom dat het vrouwen niet is toegestaan om begraafplaatsen te bezoeken.
9. Veertig namaaz in de Masdjid Nabawie
De Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) heeft gezegd, dat degene die onafgebroken veertig namaaz in zijn masdjid leest, gevrijwaard zal worden van de hel en huichelachtigheid. Dat is dan ook de reden dat de hadji's acht dagen lang achtereenvolgens de vijfmaal daags verplichte namaaz in de Masdjid Nabawie doen. Dat wordt samen veertig namaaz.
Het verzuimen van de deelname aan de namaaz in gezelschap achter de imaam is een grote zonde. Maar de imaam moet een belijder van de juiste ahle soen’na geloofsovertuiging zijn. Als er twijfels bestaan over de geloofsopvatting van een imaam is het gewenst om alle namaaz die achter zo'n imaam gelezen is te herhalen. Als met zekerheid gezegd kan worden, dat de geloofsopvattingen van een imaam verkeerd zijn, dan is het niet toegestaan om namaaz achter hem te doen.
10. Andere bezigheden in Madiena Al Moenaw’wara.
Laat in Madiena Al Moenaw’wara geen ogenblik onbenut voorbijgaan. Ga iedere dag minsten twee keren, 's ochtends en 's avonds, bij het heilige graf van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) om hem te groeten. Probeer in de Masdjid Nabawie ook een keer de Heilige Qoer’aan uit te lezen. Vraag aan Allah Ta Ala om u de gunst van het bezoeken van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) wederom te schenken. Vraag uit de grond van uw hart om in Madiena te mogen sterven en in de Djannatoelbaqie' begraven te mogen worden.
11. Afscheid van Madiena Moenaw’wara
Uiteindelijk komt de tijd om de gezegende stad te verlaten en naar huis terug te keren. Ga naar het heilige graf van de Profeet (sallallaahoe alai-hi we sallam) en neem afscheid van hem. Lees de selaato salaam (heil-groet en zegenbeden) over hem en vraag hem u weer te begunstigen met een uitnodiging voor het bezoek aan de heilige stad. Vraag dat ook voor de schrijver van dit boek. Na de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) begroet te hebben, moet u de stad verlaten. Blijft u langer in Madiena, dan dient u wederom naar de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) te gaan om hem te begroeten, alvorens de stad te verlaten.
12. Slot
Geachte hadji, Allah Ta Ala heeft u waarlijk een grote weldaad bewezen door u te begunstigen met het bezoek aan Zijn heilig huis en dat van Zijn profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam). U keert zondeloos als een pasgeboren kind terug naar huis. Al uw zonden zijn vergeven. Indien u gedurende uw verdere leven zondigheid vermijdt, zult u op de dag van qiyamet vierhonderd zondaren mogen bevrijden van het hellevuur.
Zolang u nog op de terugreis naar huis bent, worden uw gebeden verhoord. Bid op uw terugreis naar huis voor vergiffenis en welzijn van de moeslim gemeenschap van de gehele wereld. Bid voor bevrijding van onderdrukte moeslim volkeren op aarde. Bid ook voor vergiffenis en welzijn van de schrijver van dit boek en voor welvaart van de Surinaamse Moeslim Associatie. Moge Allah Ta Ala uw hadj en die van alle anderen accepteren. Aamien.
Haadjio awo shahanshaah ka rawza deekho
Ka’ba to deekh tjoeke ka’be ka ka’ba deekho
Aabe zamzam to piya goeb boedjhaayie piaase
Aawo djoede shahe kawsar ka bhie darja deekho
Kasre mahboeb ke parde ka bhie djalwa deekho
Gaakboosie e madiene ka bhie roetba deekho
Roekne shaamie se mietie wah'shate shaame ghoerbat
Jaan sijah kaaron ka daaman pe matjalna deekho
Ghawr se soen toe reza ka’ba se aatie hai sada
(Hadaaiqe Bagshish Ala Hazrat Imaam Ahmad Reza Khan Bereilwie)