I M A A M

AHMAD REZA KHAN

fazile Bereilwie

 

de Hervormer van de Islam

in de Veertiende Eeuw

 

 

 

 

M.I. Soebhan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Surinaamse Moeslim Associatie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een uitgave van:

de Surinaamse Moeslim Associatie

 

Samensteller:

M.I. Soebhan

 

Druk, lay-out en vormgeving:

S.M.A.-Printing

 

Verkrijgbaar:

Secretariaat S.M.A.

Kankantriestraat 32-40

Paramaribo

P.O.B.: 9067 - Tel.: 403467

 

Paramaribo, safar 1423/april 2002

 

Nadruk toegestaan, mits zonder winstbejag


 

Inhoudsopgave

Voorwoord....................................................................................................... 4

1. Inleiding

    1. Hadies van Resoeloellaah........................................................................... 5

    2. Hervorming van de godsdienst en de hervormer......................................... 5

    3. Het aantal moedjaddids bij de eeuwwisseling................................................ 6

    4. Eigenschappen van een moedjaddid............................................................ 6

2. Vervalsingen in de islam en hervormers

    1. Vervalsingen in de vorige eeuwen............................................................... 7

    2. Vervalsingen en nieuwigheden in de 14e eeuw............................................. 8

    3. De noodzaak aan hervormers..................................................................... 9

    4. De hervormers van de achtereenvolgende eeuwen.................................... 10

3. De moedjaddid van de veertiende islamitische eeuw

     1. De tijd rond zijn geboorte....................................................................... 11

     2. Zijn afkomst........................................................................................... 11

     3. Zijn geboorte en naamgeving.................................................................. 12

     4. Enkele bijzonderheden uit zijn jeugd........................................................ 12

     5. Opleiding en kwalificaties....................................................................... 13

     6. De kinderen van Ala Hazrat.................................................................... 14

 4. Geloof en karakter van Ala Hazrat 

     1. Liefde voor Resoeloellaah....................................................................... 15

     2. Ala Hazrat en sadaat (mv. van sayyid).................................................... 15

     3. Zijn godvrezend karakter........................................................................ 16

     4. Zijn liefde voor de djema'et nemaaz........................................................ 17

     5. Zijn bescheiden en rechtvaardig karakter................................................ 17

     6. Zijn vastberadenheid

 5. Zijn verdiensten voor de islam

     1. Vertaling van de Qoer’aan Sherief........................................................... 18

     2. De Daroel Oeloem Manzare Islam.......................................................... 23

     3. Leerlingen van Ala Hazrat...................................................................... 23

     4. Werken van Ala Hazrat.......................................................................... 24

 6. Ala Hazrat en  afvallige sekten

     1. Mirza Ghoelam Qadianie en Qasim Nanotwie.......................................... 25

     2. Geliel Ahmad Ambethwie en Reshied Ahmad Gangohie........................... 26

     3. Ashraf Alie Thanwie............................................................................... 26

     4. Fetwa'e koefr tegen vervalsers................................................................ 27

     5. Verklaring van de Moefti van Mekka Al Mokarrema.............................. 28

 7. Meningen van hooggeleerden over Ala Hazrat    

     1. Zijn eerste hadj en geleerden van Mekka en Mediena.............................. 29

     2. Zijn tweede hadj en geleerden van Mekka en Mediena............................. 29

     3. Hoessamoel Haramein............................................................................ 30

     4. Al Dawletoel Makkiyya.......................................................................... 32

     5. Ala Hazrat en geleerden van Indië........................................................... 34

     6. Assewarimoel Hindiyya........................................................................... 34

     7. Het heengaan van Ala Hazrat................................................................. 35

8. Beschuldigingen en vervalsingen

1. Ala Hazrat en bid’aat

2. Ala Hazrat als dichter

9. Lofzangen en heilgroet

     1. Naat (lofzang) van Ala Hazrat aan Resoeloellaah.................................... 36

     2. Manqebat (lofzang) aan Ala Hazrat ........................................................ 36

     3. Selaato selaam (heilgroet) ...................................................................... 37

Nawoord......................................................................................................... 40

Voorwoord

Alle lof zij aan Allaah Te Ala, de Heer der werelden. Vrede en zegeningen van Allaah Te Ala zij met Zijn laatste profeet en boodschapper, Hazrat Mohammad Moestefa, zijn nakomelingen, huisgenoten en volgelingen tot de Laatste Dag.

Moge Allaah Te Ala ons beschermen tegen de verleidingen van Satan, de vervloekte. In naam van Allaah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadige. Vrede, barmhartigheid en zegeningen van Allaah Te Ala zij met degenen, die de waarheid volgen.

Onlangs werd mij door de broeder Drs. Aziez Sewruttan gevraagd om een levensbeschrijving te schrijven van Imaam Ahmad Reza Khan Bereilwie, de hervormer van de islam in de veertiende eeuw. Dat was kort voor het begin van safar, de tweede maand van het islamitische jaar.

Omdat het schrijven van een beknopte biografie van Ala Hazrat reeds op mijn programma stond en het de maand safar was, waarin Ala Hazrat door Allaah Te Ala tot hoger leven werd opgeroepen, ging ik maar direct aan de slag, hoewel dit onderwerp geen prioriteit genoot op mijn lijst.

Het schrijven van een biografie van Ala Hazrat was geen moeilijke taak, omdat er reeds verscheidene werken over dit onderwerp in het Oerdoe verschenen waren, uit welke bronnen ik informatie voor mijn boek zou kunnen putten. Het was wel moeilijk om die biografie kort te houden, want dan moest er een keuze gedaan worden uit vele belangrijke momenten uit het leven van deze grote hervormer van de islam in de veertiende eeuw.

Het hervormerschap van de islam werd in India in de veertiende eeuw door verschillende groepen van personen voor hun eigen leider opgeëist. De ahmadiabeweging riep Mirza Ghoelam Ahmad Qadiani, de dewbandie-beweging Ashraf Ali Thanwie en de ahle soenna Imaam Ahmad Reza Khan Bereilwie uit tot hervormer van de veertiende eeuw. Ik zag het dus als mijn taak om klaarheid te brengen in deze duisternis door de nodige bewijzen aan te voeren ter staving van het hervormerschap van Ala Hazrat.

Ik hoop met dit boek een antwoord te hebben gegeven op de vraag wie in het algemeen als hervormer van de islam moet worden aangenomen en in het bijzonder wie het hervormerschap in de veertiende islamitische eeuw toekomt. Ik hoop ook een bijzondere bijdrage te hebben geleverd tot een beter begrip voor het hervormerschap in de islam en de positie van hervor-mers in het algemeen en die van Ala Hazrat in het bijzonder.

Moge Allaah Te Ala mijn moeite belonen en ons allen op het rechte pad behouden en behoeden van afvallige sekten in de islam. Aamien.

Michel Soebhan

1.       Inleiding

 

1. Hadies van Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam)

Wanneer de mensen de goddelijke wetten vervormen en in dwaling geraken, laat Allaah Te Ala bij iedere islamitische eeuwwisseling een dienaar opstaan met de belangrijke opdracht om de godsdienst tot haar oorspronkelijke vorm terug te brengen. Resoeloellaah (sallallaa-hoe alaihi we sallam) deelt hierover het volgende mede.

"Allaah Te Barek We Te Ala zal voor deze gemeente bij iedere eeuw-wisseling iemand zenden, die voor haar de wetten van haar gods-dienst tot de oorspronkelijke staat zal terugbrengen."

(Soenen Aboe Dawoed)

 

Deze dienaar wordt in islamitische begrippen moedjaddid genoemd, hetgeen letterlijk hervormer betekent.

 

2. Hervorming van de godsdienst en de hervormer

Het is belangrijk te weten wat hervorming van de godsdienst inhoudt. In het boek Siraadj Al Moenier Sharh Djami'oes Seghier is door Allama Shaig Bin Ahmad Gharghazie vermeld, dat hervorming van de godsdienst het doen herleven van de wetten van de Qoer'aan Sherief en de Soenna is, door deze wetten die gedoemd zijn uit te sterven te doen herleven.

Allama Menawie zegt, dat de hervormer een scheidingslijn trekt tussen de soenna en de bid'ah en de bedrijvers van de bid'ah bestrijdt. Soenna is de juiste islamitische leer volgens het voorbeeld van Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam), terwijl bid'ah nieuwe zaken die tegenstrijdig zijn met de zuivere islamitische leer inhoudt. Volgens de uitleg van de geleerden heeft de hervormer tot taak de waarheid van vervalsingen en de soenna van de bid'ah te onderscheiden. Dat houdt in, dat hij de vervalsingen moet uitroeien en de waarheid moet ondersteunen.

Door de eeuwen heen heeft de islam velerlei vervalsingen moeten doorstaan. Er doken altijd personen op, die nieuwigheden en eigen meningen trachtten in te voeren in de godsdienst. Allaah Te Ala deed telkens weer dienaren opstaan, die de islam zuiverden van deze ver-valsingen en de godsdienst tot haar originele vorm terugbrachten.

3. Het aantal moedjaddids bij de eeuwwisseling

Allama Mohammad Tahir Al Hanafie schrijft in het boek Madjma'oe Biharoel Anwaar, dat het niet noodzakelijk geacht moet worden, dat er bij de eeuwwisseling slechts één moedjaddid verschijnt. Het is best mogelijk, dat er tegelijkertijd meerdere hervormers in verschillende richtingen van de islamitische leer opstaan. Het is ook mogelijk, dat niet één, maar een groep van geleerden gezamenlijk de taak van hervorming vervult.

Zo zijn er eeuwen geweest met meerdere moedjaddids, zoals de derde, achtste, elfde en twaalfde eeuw. In die eeuwen voldeden meerdere geleerden aan de vereisten van de moedjaddid door de zware taak van het zuiveren van de islam van vervalsingen te vervullen. 

 

4. Eigenschappen van een moedjaddid

Het moet wel heel duidelijk zijn, dat niet iedere beroemde geleerde moedjaddid kan zijn. Het is voor de moedjaddid noodzakelijk om de eeuwwisseling mee te maken. Dat betekent, dat hij een aantal jaren vóór het einde van de eeuw waarin hij geboren wordt tot zijn overlijden in het begin van de nieuwe eeuw, bekend moet staan als een beroemde geleerde met een onbevlekt gedrag.

Hij moet zich uitermate hebben ingezet voor het terugbrengen van de godsdienst in haar zuivere staat door vervalsingen en nieuwigheden onbevreesd te bestrijden en de oorspronkelijke leer te verkondigen. Hij moet dat doen door de mensen middels onderwijs, lectuur, lezin-gen, enz. tot het goede aan te sporen en van het kwade af te houden.

De moedjaddid hoeft niet van een speciale afkomst te zijn. Het is wel noodzakelijk, dat hij de juiste ahle soenna geloofsovertuiging heeft en bekend staat om zijn onbevlekt gedrag. Hij moet niet slechts door zijn eigen aanhangers en leerlingen als moedjaddid gezien worden.

Grote geleerden als Allama Jalaloeddien Soyoetie, Allama Ibn Hadjar Asqallaanie, Allama Badroeddien Bin Ahmad Al Ainie, Allama Mohammad Tahir Al Hanafie hebben gesteld, dat de moedjaddid op grond van zijn kwaliteiten en verdiensten door befaamde geleerden van zijn tijd geaccepteerd en als moedjaddid aangewezen wordt, anders zou iedere groep geneigd zijn om de eigen leider ten onrechte moedjaddid te noemen.

 

2. Vervalsingen in de islam en hervormers

 

1. Vervalsingen in de vorige eeuwen

Het is niet overbodig om enkele van het grote aantal vervalsingen en nieuwigheden die door de eeuwen heen in de islamitische leer wer-den ingevoerd op te noemen. Deze zijn o.a. de hierna volgende.

 

1. De Qoer'aan Sherief is niet volledig bewaard; een belangrijk deel ervan is vernietigd.

 

2. Hazrat Alie Bin Talib (radiyellaahoe anhoe) was deelgenoot in het profeetschap van Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam).

 

3. De ziel is een materieel schepsel. Zij kan van het ene lichaam naar het andere overgaan.

 

4. De Qoer'aan Sherief behoort tot de schepping van Allaah Te Ala en is niet Zijn Heilig Woord.

 

5. De Troon van Allaah Te Barek We Te Ala bestaat eeuwig.

 

6. Mensen zijn zelf scheppers van hun daden.

 

7. De verantwoording op de Dag des Oordeels en de miezaan (weegschaal voor het tegenover elkaar wegen van de goede en slechte daden van de mensen op de Laatste Dag) zijn verzinselen en van generlei waarde.

 

8. Het betalen van zekaat is niet verplicht.

 

9. Men zal ook slaap en dood krijgen in het paradijs.

 

10. De mens is niet verantwoordelijk voor de overtredingen die hij begaat. Hij is gebonden aan de voorbeschikking van God.

 

11. Gelovigen hebben geen andere verplichtingen. Het geloof in Allaah en de islam is reeds voldoende voor verlossing.

 

12. Satan bestaat niet. Het verhaal over Satan is verzonnen.

 

13. De straf in het graf, de vraagstelling aan doden in het graf door Moenker en Nekier, het bestaan van de Bron van Kawser en de Doodsengel zijn verzinselen.

 

14. Allaah Te Ala neemt ruimte en plaats in.

 

15. De siraat (weg over de hel naar het paradijs) bestaat niet.

 

16. Hel en paradijs zullen op de Laatste Dag geschapen worden.

 

17. Er zal geen bestraffing zijn voor degenen die verklaren dat er slechts een god is. Zij zullen niet ondervraagd worden voor overtredingen wat zij daarna ook doen.

 

18. De profeten hebben over de bestraffing slechts gesproken om de mensen af te schrikken tegen verval in zonde. Allaah Te Ala kan zijn dienaren niet straffen.

 

19. Geloof is een andere naam voor goede werken. Wie goede werken doet, hoeft niet in Allaah Te Ala en Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) te geloven.

 

20. De eigenschappen van Allaah Te Ala zijn vergankelijk.

 

21. Profeten kunnen dwalen en twijfelen aan hun openbaringen.

 

2. Vervalsingen en  nieuwigheden in de veertiende eeuw

De islam bleef, evenals in de vorige eeuwen, ook in de veertiende eeuw niet bespaard van vervalsingen en nieuwigheden. Enkele van deze zijn de volgende.

1. Allaah Te Ala is gebonden aan een vaste plaats en tijd.

 

2. Allaah Te Ala is in staat te liegen, te bedriegen en te spotten.

 

3. De positie van de profeten (alaihimoes selaam) is als die van dorpshoofden te midden van hun dorpelingen

 

4. Profeten en heiligen zijn ten opzichte van Allaah Te Ala slechts een waardeloze kleinigheid zonder respect.

 

5. Het gelijkstellen van de profeten met zijn oudere broer is zuiver geloof in de eenheid van God.

 

6. Het is mogelijk, dat er na de Laatste Profeet Mohammad (sallallaa-hoe alaihi we sallam) nog andere profeten geboren worden.

 

7.  Het denken aan Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) tijdens de nemaaz is erger dan het denken aan ezels en koeien.

 

8. De kennis van Satan en de Doodsengel is groter dan die van Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam).

 

9. Het geloof in de Ene God is voldoende voor verlossing. Het naleven van de islamitische verplichtingen is niet nodig.

 

10. De mogelijkheid tot het maken van fouten en vergissingen bij het ontvangen van openbaringen door Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) was niet uitgesloten.

 

11. Profeten kunnen bedrieglijk, ontuchtig en slecht van aard zijn.

 

12. Het bestaan van de hel en het paradijs, van de verantwoording op de Laatste Dag, de siraat, de miezaan, Satan en engelen zijn verzinselen.

 

13. Het volgen van de moedjtehid imaams is shirk. Wie een van de vier imaams volgt is een moeshrik.

 

14. De kennis van de verborgenheid die Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) heeft, behoort ook aan viervoeters, geestelijk gestoorden en zuigelingen toe.

 

15. De overheersing van de koloniale machten in de vorige eeuwen was een genade voor de moeslims. Dezen waren verplicht om hen te gehoorzamen, zelfs als zij bevelen tegen de wetten van de islam uitvaardigden.

 

16. Verschillen in geloof tussen het hindoeïsme en de islam werden vergeten. Het idee voor het vormen van één volk op grond van uiterlijke overeenkomsten van ras en kleur, bestaande uit moeslims en Hindoes werd geïntroduceerd.

 

3. De noodzaak aan hervormers

Zou het enigszins mogelijk zijn om de zuivere islam nog te behouden met al de bovengenoemde verminkingen van de godsdienst als er geen verdedigers van de islam zouden opstaan?

Er stonden samen met de vervalsers gelukkig ook zuiveraars op, die slechts omwille van Allaah Te Ala en Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) alles op het spel zetten om de vervalsingen en nieuwigheden te bestrijden en het ontstaan van nieuwe sekten de kop in te drukken. Bij iedere islamitische eeuwwisseling verschenen er een of meer personen in de gemeente van Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam), die wederom een scheidingslijn trokken tussen de dwaling en de oprechtheid, de zuiverheid en de valsheid, de soenna en de bid'ah. Zij zetten daarbij behalve hun eer en positie, familie- en vriendschapsrelaties ook hun leven en bezittingen op het spel en deinsden voor niets terug om de islam te redden van onzuiverheden.

 

4. De hervormers van de achtereenvolgende eeuwen.

Als wij de werken van Allama Hafiz Ibn Hadjar Asqallanie, genaamd "Al Fewa'idoel Hoeddjah" en Imaam Djelaloeddien Suyoetie genaamd "Man jab'esehoellahoe elaa ra'sil mi'ah" en andere beroemde geleerden van de islam raadplegen, kunnen wij de volgen-de lijst van hervormers van de achtereenvolgende eeuwen opmaken.

 

  1. Geliefa Hazrat Oemer Bin Abdoelaziez.

 

  2. Al Moedjtehid Hazrat Imaam Mohammad Bin Idries Al Shafi'ie.

 

  3. Qazie Aboe Al Aas Ibn Sherieh Shafi'ie, Imaam Aboe Al Hasan    

      Al Ash'erie en Mohammad Bin Djerier At Tabarie.

 

  4. Imaam Aboe Bakr Baqelanie en Aboe Tayib Saloekie.

 

  5. Imaam Mohammad Bin Ghezalie

 

  6. Imaam Fagroeddien Razie.

 

  7. Imaam Teqiyyoedien Ibn Deqieq Al Ied.

 

  8. Zainoeddien Iraqie, Allama Shamsoeddien Djawzie en Allama 

      Siradjoeddien Bilqienie.  

 

  9. Imaam Djelaloeddien Suyoetie, Allama Shamsoeddien Segawie.

 

10. Imaam Shehaboeddien Ramlie en Moella Alie Qarie.

 

11. Imaam Rebbanie Hazrat Shaig Ahmad Sirhindie Faroeqie en

      Allama Abdoelhaqq Mohaddise Deh’lwie.

 

12. Mohammad Awrangzeeb Alemgier Ghazie, Hazrat Shah 

      Keliemoellah Tjishtie Deh’lwie en Qazie Mohibboellah Biharie.

 

13. Hazrat Allama Shah Abdoel Aziez Mohaddise Deh’lwie.

 

14. Ala Hazrat Imaam Ahmad Reza Khan Fazile Bereilwie.

 

Rehmatoellahi Te Ala alaihim adjme’ien (Allaah zij hen genadig).

 

3. De Moedjaddid van de 14e islamitische eeuw

 

1. De tijd rond zijn geboorte

In het jaar 1857 werd er in India door geleerden en leiders van de ahle soenna zware strijd gevoerd tegen de Britse overheersers, die de religieuze gevoelens van de moeslims trachtten te vervangen met waardering en onderdanigheid voor de Britten. Laatstgenoemden   konden, ondersteund door de wehabitische sekte van de islam in India, de strijd gemakkelijk winnen. Er brak een zeer zware tijd aan voor de ahle soenna in India. Vele leiders en voorvechters van de soennieten moesten hun geloofsijver met de dood vergelden.

De wehabieten kregen op hun beurt de ondersteuning van de Britten om hun valse ideeën en nieuwigheden binnen de islam gemakkelijk in te voeren en te verspreiden. Immers, als twee handen elkaar wassen, worden zij beiden schoon. In dit geval besmeurden zij beiden hun handen met het bloedsmet van onschuldige soennieten.

De ahle soenna verkeerde in een zeer grote onderdrukking en angst. Het behoud van de zuiverheid van de islam was in groot gevaar. Er was dringend behoefte aan een leider die de moeslims uit de dwaling naar de oprechtheid zou brengen. Ala Hazrat Imaam Ahmad Reza Khan Bereilwie werd door Allaah Te Ala uitverkoren om deze zware last op zijn schouders te dragen.

 

2. Zijn afkomst

Ala Hazrat was van Afghaanse afkomst. Hij werd in de zevende generatie van Se’iedoellah Khan geboren, die zich vanuit Afghanis-tan in de stad Bereily in India had gevestigd. Deze was evenals zijn zoon Se’adet Jaar Khan en kleinzoon Mohammad A’zem Khan een vurige strijder op de weg van de islam. Deze laatstgenoemde had een zoon, genaamd Kazim Alie Khan, die de eerste in het voorgeslacht van Ala Hazrat was, die door Allaah Te Ala werd begunstigd met kennis van de islamitische leer.

Hazrat Mawlana Hafiz Kazim Alie Khan was de overgrootvader van Ala Hazrat Imaam Ahmad Reza Khan Bereilwie. Hij was evenals zijn zoon Hazrat Mawlana Reza Alie Khan en kleinzoon Hazrat Mawlana Neqie Alie Khan een vooraanstaande geleerde in de islam. Ala Hazrat was de zoon van Hazrat Mawlana Neqie Alie Khan

 

3. Zijn geboorte en naamgeving

Imaame Ahle Soenna, Ala Hazrat, Mohammad Ahmad Reza Khan Bereilwie (radiyellaahoe anhoe) werd op 14 juni 1856/10 shewwaal 1272 in de stad Bereily in India geboren. Dat was een jaar vóór de zware strijd van de ahle soenna tegen de Britse onderdrukking.

Zijn vader noemde hem Mohammad, terwijl zijn grootvader hem de namen van Ahmad Reza gaf. Later noemde hij zichzelf Abdoel Moestefa, hetgeen de slaaf van Moestefa betekent. Tijdens zijn eerste hadjreis werd hij door Allama Hoesein Bin Saleh, de imaam van de shafi’ieten in Mekka Al Mokarrema, Zia’oeddien Ahmad genoemd, hetgeen het licht van de godsdienst van Ahmad betekent. Omdat Bereily zijn geboorte- en woonplaats was, wordt achter zijn naam gewoontegetrouw het woord "Bereilwie" toegevoegd, hetgeen “van Bereily” betekent.

 

4. Enkele bijzonderheden uit zijn jeugd

1. Eens toen Ala Hazrat als kleine jongen bezig was de Qoer’aan Sherief te lezen bij een van zijn leermeesters, sprak hij een woord anders uit dan de meester hem voorzegde. Hij verwisselde een a met een i. Hoezeer de meester er bij hem ook aandrong om een a te lezen in plaats van de i, het gelukte hem niet om de uitspraak van de kleine jongen te corrigeren.

Hazrat Mawlana Reza Alie Khan, de grootvader van Ala Hazrat, die de jongen beter kende, raadpleegde de Qoer’aan Sherief en bemerkte dat de jongen zeer terecht een i uitsprak waar de meester hem een a voorzegde. Op een vraag van zijn grootvader vertelde Ala Hazrat hem, dat hij wel de intentie had om het woord te zeggen zoals de meester het hem voorzegde. Het gelukte hem echter ondanks alle moeite toch niet. De Voorzienigheid behoedde hem voor het maken van fouten bij het lezen van de Qoer’aan Sherief.

2. Eens groette een laatkomer de meester van Ala Hazrat met “asse-laamoe alaikoem”, terwijl deze bezig was les te geven. De meester groette hem terug met de woorden: “Moge je lang leven.”

Ala Hazrat merkte corrigerend op: “Meester, dat is geen islamitische groet. Iemand die groet, heeft recht op een antwoord, dat minstens gelijk is aan asselaamoe alaikoem.”

Verbaasd over deze wijze opmerking van een kleuterjongen haastte de meester zich om de groet van de leerling op gepaste manier te beantwoorden en sprak zegenwensen uit over Ala Hazrat.

Ala Hazrat achtte het zelfs als klein kind als zijn plicht om corrigerend op te treden tegen fouten die hij opmerkte, al werden die fouten begaan door ouderen. Hij voelde zich reeds vanaf zijn kinder-jaren geroepen om de leerstellingen van Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) nieuw leven in te blazen.

 

5. Opleiding  en kwalificaties

Ala Hazrat maakte reeds op vierjarige leeftijd de studie in het reciteren van de Qoer’aan Sherief af en op zesjarige leeftijd besteeg hij in de geboortemaand van Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) de membar en boeide het grote publiek in een toespraak over de geboorte van Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam). Hij leerde Arabische grammatika van Hazrat Mawlana Ghoelam Qadir Beeg Mirza en bekwaamde zich in de islamitische wetenschappen bij zijn vader, Hazrat Mawlana Neqie Alie Khan. Daarnaast ging hij ook in de leer bij Hazrat Mawlana Aboel Hoesein Mareh’rewie en Allama Abdoel Alie Rampoerie.

Op de zeer jeugdige leeftijd van dertien jaar maakte hij zijn studie volledig af en op grond van zijn uitmuntende bekwaamheden werd hij gelijk belast met het uitvaardigen van fetwa’s. Dat zijn juridische uitspraken gebaseerd op de islamitische wetgeving.

Op eenentwintigjarige leeftijd bezocht Ala Hazrat samen met zijn ouders de toentertijd zeer befaamde mysticus Hazrat Shah Ale Resoel Mareh’rewie, die een leerling en opvolger was van Hazrat Shah Abdoel Aziez Deh’lwie, de moedjaddid van de dertiende islamitische eeuw. Ala Hazrat verwierf daar de bevoegdheid tot het beoefenen van de mystiek in alle spirituele richtingen van de islam. Hij werd door Hazrat Shah Ale Resoel Mareh’rewie, zijn geestelijke leermeester, tegelijkertijd begunstigd met diens opvolgingsbevoegd-heid. Iemand maakte daarbij de opmerking, dat anderen eerst jarenlang bij de leermeester in de leer moesten doorbrengen om de waardigheid van opvolger te verkrijgen, terwijl deze jongeman reeds bij de eerste ontmoeting met de meester die waardigheid verkreeg.

Hazrat Shah Ale Resoel antwoordde: "Anderen moesten eerst gereinigd worden voor de waardigheid van mijn opvolging. Dat duurde een tijd. Deze jongeman kwam rein en smetteloos naar mij toe. Hij had geen tijd nodig voor reiniging.”

 

6. De kinderen van Ala Hazrat

1. Ala Hazrat Imaam Ahmad Reza Khan Bereilwie had twee zonen en vijf dochters. Zijn dochters waren zeer vrome en voorbeeldige dienaressen van Hazrat Bibi Fatima Zeh’ra (radiyellaahoe anha). Er zijn grote geleerden geweest onder hun zonen, die zich uitermate verdienstelijk hebben gemaakt voor de islam. De zonen van Ala Hazrat hebben zich als waardige opvolgers van hun vader getoond.

 

2. De oudste zoon van Ala Hazrat, Hazrat Mawlana Mohammad Hamid Reza Khan Bereilwie, werd in rebie’oel awwal 1292/1875 in Bereily geboren. Hij kreeg de namen van Mohammad Hamid Reza. Op negentienjarige leeftijd studeerde hij volledig af in de islami-tische wetenschappen. Hij was een groot geleerde, die op velerlei manieren zijn sporen heeft gedrukt in de verdiensten voor de islam.

Hij heeft tal van werken in het Arabisch en het Oerdoe op zijn naam zoals zijn Madjmoe’a Fetawa, As’saarimoer’rebbanie ela asraafil qadianie, waarin hij het einde van het profeetschap beargumenteert. Verder heeft hij Oerdoe vertalingen verricht van de Arabische werken van Ala Hazrat zoals Al Dawletoel Makkiyya en Al Foeyoezetoel Makkiyya.

Hij werd in de gezegende leeftijd van zeventig jaar op 17 djoemadoel oela 1362/1942 tot hoger leven opgeroepen, terwijl hij bezig was nemaaz te doen.

 

3. De tweede zoon van Ala Hazrat, Hazrat Mawlana Moestefa Reza Khan Bereilwie, werd op 22 zoelhadjdja 1310/1892 eveneens in de stad Bereily geboren. Hij kreeg de namen Mohammad Moestefa Reza en begon zijn studie bij zijn oude broer Hazrat Mawlana Hamid Reza Khan Bereilwie. Daarna ging hij bij Hazrat Mawlana Rehiem Ilahie Mengloorie in de leer en tenslotte maakte hij zijn studie af bij zijn vader Hazrat Mawlana Ahmad Reza Khan Bereilwie. Mawlana Moestefa Reza Khan heeft een bijzondere bijdrage geleverd bij de prediking en verspreiding van de islam en de totstandkoming van een onafhankelijke staat voor moeslims van Indiase afkomst. Hij kwam in 1343/1924 met succes tegen de ketterbeweging van Shardhanand in India op en bleef de islamitische missie ondersteunen.

Hij bekleedde een vooraanstaande positie in de commissie voor de vorming van een onafhankelijke islamitische staat en had ook zitting in de All India Sunni Conference ter ondersteuning van het stichten van de islamitische staat Pakistan.

De Fetawa Moestefewiyya van Mawlana Moestefa Reza Khan Bereilwie, Moeftie’e Azem Hind (de Grote Moefti van India) is een van zijn grote werken, waarvan de ahle soenna steeds profijt zal hebben. Hozoer Moefti’e Azem Hind werd op donderdagnacht 14 moharram 1402 /11 november 1981 tot hoger leven opgeroepen.

 

4. Geloof en karakter van Ala Hazrat

1. Liefde voor Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam)

Ala Hazrat Imaam Ahmad Reza was een grote liefhebber van Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam). Om uiting te geven aan zijn grote respect voor Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) gaf hij zichzelf de naam van Abdoel Moestefa, hetgeen betekent de slaaf van de Uitverkorene van Allaah Te Ala. Deze naam geeft enerzijds duidelijk blijk van de hoge waardering die Ala Hazrat had voor Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam). Hij noemde hem de Uitverkorene van Allaah Te Ala. Anderzijds blijkt uit deze naam tegelijkertijd ook heel duidelijk de nederigheid die hij had jegens Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam). Hij noemde zichzelf de slaaf van Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam).

 

2. Ala Hazrat en sadaat (mv. van sayyid)

Eens toen Ala Hazrat zich in een draagbaar op de schouders door sjouwers liet vervoeren, zoals dat in die tijd de gewoonte was tijdens lange reizen, kwam het vermoeden in hem op, dat een van de sjouwers een sayyid was. Deze is een gelovige uit het nageslacht van Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam). Geschrokken liet Ala Hazrat de sjouwers stoppen en liet hen de draagbaar op de grond zetten. Hij informeerde of er een sayyid bij was te midden van de dragers, want hij rook de zoete geur van Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) uit de richting van dezen.

Een van ze bleek inderdaad een sayyid te zijn. Ala Hazrat nam zijn tulband van zijn hoofd af, plaatste die aan de voeten van de sayyid en begon hem om vergeving te smeken. “Hoe zal ik mij op de Laatste Dag voor mijn meester vertonen, nadat ik mij heb laten dragen op de schouders van een van zijn nakomelingen”, zei hij op jammerende toon? Zelfs nadat de sayyid hem met veel verlegenheid enige malen de verzekering had gegeven, dat hij hem niets te vergeven had, daar Ala Hazrat hem niets had misdaan, bleef deze van hem eisen dat hij de sayyid als tegenprestatie ook op zijn schouders zou dragen. Hij hield niet op de sayyid dat te vragen totdat deze hem zijn zin gaf en instemde, dat Ala Hazrat hem een eind op zijn schouders zou dragen.

 

3.     Zijn godvrezend karakter

Sommigen vragen een vergoeding voor het beantwoorden van istifta's (vragen over religieuze uitspraken). Iemand vroeg aan Ala Hazrat over het loon voor het antwoord, dat hij aan deze zou moeten betalen voor een istifta.

Het was echter anders gesteld met Ala Hazrat. Hij schrijft daarover zelf in zijn Fetawa Rizwiyya deel 3 blz. 23 het volgende.

 

“Hier wordt er dankzij Allaah Te Ala geen vergoeding gevraagd voor het beantwoorden van religieuze vragen. Er komen hier vragen vanuit geheel India en ook van andere landen, zoals China, Afrika, Amerika, Irak en zelfs Arabië. Soms loopt het aantal vragen zelfs op tot vierhonderd.

Vanaf de tijd van mijn grootvader tot heden is het reeds 91 jaar, dat wij vragen beantwoorden en fetwa’s uitvaardigen. Er werden in deze tijd duizenden vragen beantwoord. De fetwa’s van mij alleen omvat-ten al twaalf boekdelen. Er werd door ons nooit een cent geaccep-teerd, laat staan gevraagd voor het geven van fetwa’s.

Het is niet bekend welke geleerden er hun afkeurenswaardig beroep van hebben gemaakt om geld te vragen voor het geven van fetwa’s en het beantwoorden van religieuze vragen. Broeders, ik vraag u hiervoor geen beloning. Mijn loon ligt bij Allaah Te Ala, de Heer der Werelden.”

4. Zijn liefde voor de djema’et nemaaz

In fiqhboeken staat vermeld, dat een feqieh (d.i. een gespecialiseerde in de fiqhleer) die overbelast is met het beantwoorden van vragen over essentiële religieuze vraagstukken, vrijgesteld is van de dje-ma’etplicht en de soenna mo’akkeda nemaaz.

Ondanks deze vrijstelling en het onvoorstelbaar grote aantal vragen, die hij dagelijks moest beantwoorden, gaf Ala Hazrat het niet te evenaren voorbeeld aan alle moeslims hoe belangrijk de djema’et nemaaz was. Hij deed zijn nemaaz nooit thuis, maar ging vijf keren per dag naar de masdjid voor het doen van zijn verplichte nemaaz.

Gedurende de laatste dagen van zijn leven werd hij ernstig ziek. Hij kon niet lopen en nauwelijks op zijn benen staan. In dit geval is men vrijgesteld van moskeebezoek voor de nemaaz met de djema’et. Ala Hazrat verzuimde zelfs in die toestand het moskeebezoek niet, maar liet zich daar naar toe dragen voor de nemaaz met de djema’et.

 

5. Zijn bescheiden en rechtvaardig karakter

Ala Hazrat kreeg altijd bezoek van zijn leerlingen en andere geleerden. Het oog van een van zijn leerlingen viel eens op een brief die aan Ala Hazrat gestuurd was door een tegenstander.

De leerling kon niet nalaten een blik te werpen op de inhoud van de brief. Hij ontdekte dat deze vol scheldwoorden en beledigingen aan het adres van Ala Hazrat was. Hij werd boos en hoezeer hij ook moeite deed om zijn woede te verbergen, het gelukte hem niet. Het viel iedereen op hoe kwaad hij was op de afzender van de boze brief. Hij besloot om af te rekenen met hem. Ala Hazrat vroeg hem te wachten, ging naar binnen en kwam met een hele stapel andere brieven terug. “Lees dit eerst maar”, zei hij, “alvorens verdere stappen te ondernemen.”

De leerling nam de aan hem door zijn meester aangeboden brieven aan en begon ze een voor een te lezen. Zijn gezicht klaarde langzamerhand op. De woede maakte plaats voor vreugde en heel opgewekt riep hij uit: “Deze zijn goede brieven, geschreven door goede mensen met goede woorden over u.”

Ala Hazrat vroeg aan hem: “Moeten de schrijvers van deze goede brieven dan niet beloond worden voor hun goede woorden aan mijn adres?” De leerling zei: “Jazeker, dat verdienen zij ongetwijfeld.” Ala Hazrat zei: “Wel, beloon hen dan eerst, alvorens af te rekenen met de schrijver van de boze brief met slechte woorden over mij. Het is toch oneerlijk om degene die een fout begaat wel te straffen, maar de andere die goed doet niet te belonen?”

Zo zien wij hoe bescheiden en rechtvaardig Ala Hazrat was. Altijd als het om zijn persoonlijke aangelegenheden ging, vergaf hij zijn tegenstanders steeds. Betrof het echter religieuze zaken of het algemeen religieus belang, dan trad hij heel streng en correct op.

 

5. Zijn verdiensten voor de islam

 

1.      Vertaling van de Qoer’aan Sherief

Ala Hazrat heeft vele verdiensten voor de islam op zijn naam. Zijn vertaling van de Qoer’aan Sherief in het Oerdoe, de Kanzoel Iemaan, hetgeen de waardevolle schatten van het geloof betekent, is zeer bekend en heeft eveneens een hervormend karakter. Vele vertalingen die tot dwalingen leidden, werden door hem gerectificeerd.

 

De eerste vertalingen van de Qoer’aan Sherief uit het Arabisch in het Oerdoe waren van de hand van Shah Abdoel Qadir Deh’lwie en Shah Refie’oeddien Deh’lwie. Daarna werd de Qoer’aan Sherief nog vertaald door Mahmoed Hasan Dewbandie, Fatehmohammad Djalen-dherie, Nezier Ahmad Deputy, Sir Sayed Ahmad, Mirza Hairet, Ne-waab Wehiedoezzemaan, Ashik Ilahie Meerthie, Aboel Ala Maw-doedie, Abdoelmadjid Derjabadie en Ashraf Alie Thanwie.

 

Deze vertalingen bevatten fouten die leiden tot dwaling. Er is bij het vertalen niet gelet op de meervoudige betekenissen van sommige begrippen. Evenmin is daarbij rekening gehouden met de positie van Allaah Te Ala, de profeten en andere heiligen. Ter staving van het bovenstaande worden er hier enkele voorbeelden aangehaald.

 

1. Vers 143 van soera Al Baqara werd door sommigen als volgt vertaald: “Opdat Wij konden weten wie de boodschapper zouden volgen en wie zich van hem zouden keren.”

Opmerking: Allaah Te Ala is Kenner van het verborgene en het zichtbare. Had Allaah Te Ala iets moeten doen om te weten te komen wie de boodschapper zou volgen en wie zich van hem zou keren? Is het geen loochening van de alwetendheid van Allaah Te Ala om te stellen, dat Hij iets deed om te weten te komen welke mensen de boodschapper zouden volgen en welke niet?

Rekening houdende met de alwetendheid van Allaah Te Ala heeft Ala Hazrat hier vertaald, dat Allaah Te Ala iets deed om te laten zien wie de boodschapper zou volgen en wie zich van hem zou keren.

De vertaling van Ala Hazrat luidt hier als volgt: “Opdat wij zouden wijzen degenen die de boodschapper zouden volgen en degenen die zich van hem zouden keren.”

 

2. Vers 142 van soera Aal Imraan werd door anderen als volgt vertaald: “En tot nu toe heeft Allaah de strijders onder u niet gekend en ook niet de standvastigen onder u.”

Opmerking: De vertaling van de overigen loochent de alwetendheid van Allaah Te Ala. Ala Hazrat heeft wederom blijk gegeven van zijn geloof in al de verheven eigenschappen van de Schepper.

De vertaling van Ala Hazrat luidt hier als volgt: “En Allaah heeft de strijders onder u nog niet beproefd en ook niet de standvastigen onder u getest.”

 

3. Vers 67 van soera Tawba werd door de meeste vertalers als volgt vertaald: “Zij vergaten Allaah, waarop Allaah hen ook vergat.”

Opmerking: Het valt buiten de hoedanigheden van Allaah Te Ala om te vergeten. Allaah Te Ala vergeet nooit. Vergeten is toch een menselijke zwakte? Dat de mensen Allaah Te Ala vergaten is be-grijpelijk, maar dat Allaah Te Ala hen ook vergat is toch een dwaling? Ala Hazrat zegt, dat Allaah Te Ala hen niet vergat, maar hen in de steek liet omdat zij Hem verlieten. De vertaling van Ala Hazrat luidt hier als volgt: “Omdat zij Allaah verlieten, heeft Allaah hen gelaten.”

 

4. Vers 14 – 15 van soera Al Baqara werd door iedereen als volgt vertaald: “Wanneer de huichelaars bij de gelovigen zijn, zeggen zij: wij zijn met u, wij spotten slechts met de ongelovigen. Wanneer zij echter met hun makkers samenkomen zeggen zij: wij waren slechts aan het spotten met de gelovigen. Allaah drijft de spot met hen.”

Opmerking: Kan Allaah, Die rein van alle zwaktes en gebreken is ook spotten? Is het niet tegen de hoedanigheden van Allaah Te Ala om te zeggen dat Hij terug spot tegen de huichelaars? Is het niet beledigend voor Allaah Te Ala om te zeggen, dat Hij de spot drijft?

Het Arabische woord voor spotternij is “istih’za”. Het wordt in verschillende betekenissen gebruikt. Het betekent spotten, maar houdt ook het straffen voor spotternij in.

Ala Hazrat heeft hier het Arabische begrip istih’za onvertaald gelaten. Hij zegt: “Allaah verricht istih’za met hen, op een manier zoals het hem toekomt.”

 

5. Vers 50 van soera Naml, vers 21 van soera Joenoes, vers 30 van soera Al Anfaal en vers 54 van soera Aal Imraan werden door anderen als volgt vertaald: “En zij bedrogen en Allaah bedroog ook. En Allaah is de beste bedrieger.”

Opmerking: Hoe kunnen wij in God’s naam aannemen, dat Allaah bedriegt en dat Hij de beste bedrieger is? Blijven wij nog moeslim als wij dat geloven? Ala Hazrat vertaalde dit vers als volgt: “En de ongelovigen probeerden te bedriegen, maar Allaah voerde geheime plannen uit voor hun vernietiging.”

 

6. Vers 9 van soera Al Baqara en vers 142 van soera Al Nisaa werden door sommigen als volgt vertaald: “De huichelaars bedriegen Allaah en Allaah zal hen ook bedriegen.”

Anderen hebben vertaald: “Terwijl Allaah hen juist bedriegt.”

Opmerking: Kan iemand Allaah Te Ala bedriegen? De huichelaars kunnen de gelovigen wel bedriegen, maar dat zij Allaah Te Ala ook bedriegen kan geen gelovige toegeven en accepteren.

Ala Hazrat vertaalde dit als volgt: “De huichelaars denken ongetwij-feld Allaah te bedriegen, terwijl Hij hen juist in vergetelheid zal brengen en pakken.” Deze en nog andere verzen van de Qoer’aan Sherief werden m.u.v. Ala Hazrat zodanig door bovengenoemde personen vertaald, dat er inbreuk werd gedaan op de souvereiniteit, volmaaktheid, alwetendheid en reinheid van Allaah Te Ala.

 

Er volgen nu enkele verzen die inbreuk maken op de zondeloosheid en onbevlektheid van profeten, boodschappers en andere heiligen.

1. Vers 110 van soera Joesoef werd door sommigen als volgt vertaald: “Totdat de profeten wanhopig werden en er zekerheid van kregen dat zij zich hadden vergist. Toen kwam de hulp van Allaah.” Anderen vertaalden dit vers als volgt: “En toen de profeten wanhopig werden en dachten, dat er tot hen gelogen was. Toen kwam de hulp van Allaah.”

Opmerking: Uit bovenstaande vertalingen blijkt, dat aan de profeten hulp van Allaah Te Ala beloofd was. Die hulp bleef uit, totdat zij wanhopig werden en dachten dat zij zich hadden vergist of dat er tot hen gelogen was, dat de hulp van Allaah zou komen.

Kunnen profeten twijfelen aan de hulp van Allaah Te Ala? Kunnen zij denken, dat er tot hen gelogen was dat Allaah Te Ala hen zou helpen?

Ala Hazrat vertaalde dit vers als volgt: “Toen de profeten geen uitweg meer zagen en de mensen begonnen te zeggen, dat er tot hen gelogen was, kwam de hulp van Allaah.”

 

2. Vers 8 van soera Weddoeha werd als volgt vertaald: “En Hij vond u dwalende en leidde u op het rechte pad.”

Opmerking: Als Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) zelf dwalende was, hoe heeft hij de mensen dan van de dwaling kunnen redden en op het rechte pad geleid?

Ala Hazrat vertaalde dit vers als volgt: “En Hij vond u verzonken in Zijn liefde en leidde u tot Zich.”

 

3. Vers 120 van soera Al Baqara werd door anderen als volgt vertaald: “En o profeet, indien u, nadat de kennis n.l. de Qoer’aan tot u is gekomen, de begeerten van de mensen volgt, zal er voor u geen vriend of helper zijn die u tegen de toorn van Allaah zal redden.”

Opmerking: Zou Allaah Te Ala dit vers aan Zijn boodschapper, die de mensen kwam vermanen, hebben gericht? Wordt in dit vers niet iemand anders door Allaah Te Ala aangesproken? Kunnen wij als moeslims enigszins op het idee komen, dat de toorn van Allaah Te Ala Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) kan treffen?

Ala Hazrat vertaalde dit vers als volgt: “En o gij (wie dit ook hoort), indien u hun begeerten volgt nadat er kennis tot u is gekomen, zal niemand u kunnen redden, noch helpen tegen Allaah.”

 

De bovenaangehaalde en andere vertalingen van verzen uit de Qoer’aan Sherief werden m.u.v. die van Ala Hazrat zodanig vertaald, dat er inbreuk gedaan werd op het geloof, de standvastigheid en oprechtheid van profeten en boodschappers van Allaah Te Ala. Er zijn ook vertalingen, die beledigend zijn voor andere heiligen.

 

Er volgen hier verzen, waarvan de vertaling eveneens beledigend en ontoepasselijk is voor de geliefden van Allaah Te Ala.

Vers 91 van soera Al Ambiyaa en vers 12 van soera Al Tehriem werden als volgt vertaald: “En Marjam, dochter van Imraan, die haar schaamdeel beschermde.”

Opmerking: Is het enigszins fatsoenlijk en toepasselijk om over de meest kuise vrouw ter wereld een dergelijke term te bezigen? Is het niet beledigend en onbeschaamd om zich op dit niveau uit te laten over de verheven en eerbare maagd Marjam (alaihas selaam)?

Ala Hazrat vertaalde dit vers als volgt: “En Marjam, dochter van Imraan, die haar kuisheid bewaarde.”

 

De verschillende vertalingen van de Qoer’aan Sherief tegen het einde van de veertiende islamitische eeuw hebben ongetwijfeld geleid tot de invoering van de volgende valsheden en afvallige nieuwigheden binnen de geloofsovertuigingen van de islam.

1. Men begon te geloven, dat Allaah Te Ala de mensen bedroog en bespotte en dat Hij zelfs de beste bedrieger was. Het geloof vatte post, dat Allaah Te Ala niet altijd alles wist en ook vergat.

2. Ten aanzien van de boodschappers en profeten werd de valse overtuiging ingevoerd, dat deze verheven dienaren van Allaah Te Ala dwaalden en twijfelden aan hun eigen oprechtheid.

3. Er werden geen respect en eerbied getoond voor heiligen. Er werden termen gebezigd jegens hen, waarbij alle vorm van fatsoen en schaamtegevoel ontbraken. Er bestond dringend behoefte aan rectificatie van deze valse betekenissen in de Qoer’aan Sherief. Deze zware taak werd door Allaah Te Ala op de schouders van Ala Hazrat Aziemoel Berket Imaame Ahle Soennat Moedjaddide Dieno Millet Imaam Ahmad Reza Khan Fazile Bereilwie gelegd, die het zeer naar behoren wist te vervullen.

Hij vertaalde de Qoer’aan Sherief zonder inbreuk te doen op de positie van Allaah Te Ala, de boodschappers en profeten en andere heiligen. Hij wist de juiste betekenis van woorden met veelzijdige betekenissen op de juiste plaatsen te vertalen.

2.      De Daroel Oeloem Manzare Islam

Ala Hazrat richtte te Bereily Sherief een instituut voor de opleiding van theologen op, genaamd Daroel Oeloem Manzare Islam.

Dit instituut heeft sinds zijn oprichting tot heden duizenden hoeffaaz (personen die de Qoer’aan Sherief van buiten kennen), qoerraa’ (personen die bedreven zijn in de recitatie van de Qoer’aan Sherief), oelemaa (personen die in de islamitische wetenschappen zijn afgestudeerd), moqar’ririen (redenaars), monazirien (debaters), modar’risien (leerkrachten), mosan’nifien (auteurs), mobal’lighien (missionarissen), foeqehaa (geloofskenners), moefti’s (rechtsgeleer-den), moershidien (mystici) e.a. opgeleid.

Er worden jaarlijks nog steeds honderden geleerden door de Daroel Oeloem Manzare Islam afgeleverd.

 

3.      Leerlingen van Ala Hazrat

Ala Hazrat had zelf talrijke personen in verschillende richtingen van de islamitische wetenschappen opgeleid. Er volgt hier een lijst met de uitblinkers van de geleerden van die tijd van geheel India.

Al deze uitblinkers waren leerlingen van Ala Hazrat en de meesten van hen waren afgestudeerd aan de Daroel Oeloem Manzare Islam. Er wordt volstaan met slechts drie per categorie.

 

1. Beroemde geloofskenners

1. Mawlana Hamid Reza Qadrie, 2. Mawlana Wesie Ahmad Soeretie en 3. Mawlana Shah Aboel Berekaat Qadrie.

 

2. Bekend om hun wijsheid en intelligentie

1. Mawlana Ne’iemoeddien Moerad Abadie, 2. Mawlana Sayed Mo-hammad Ashraf Katjhootjhwie en 3. Prof. Sayed Soeleiman Ashraf.

 

3. Uitblinkers in de mystiek en spirituele talenten

1. Mawlana Diedaar Alie Aloorie, 2. Mawlana Abdoesselaam Dja-balpoerie en 3. Mawlana Sayed Ashraf Katjhootjhwie.

 

4. Bekende fiqhgeleerden

1. Mawlana Amdjad Alie Azmie, 2. Mawlana Mohammad Sherief  Kotelwie en 3. Mawlana Siradj Ahmad Khanpoerie.

 

5. Bekende predikers en missionarissen

1. Mawlana Muhammad Abdul Aleem Siddiqi Meerthie, 2. Mawla-na Ahmad Moegtar Meerthie en 3. Mawlana Fateh Alie Qadrie.

 

6. Uitblinkers op het gebied van de literatuur

1. Mawlana Zafroeddien Biharie, 2. Mawlana Oemroeddien Hezaar-wie en 3. Mawlana Mohammad Shefie Beelpoerie.

 

7. Beroemde onderwijsdeskundigen

1. Mawlana Rehiem Bakhsh Arwie, 2. Mawlana Rahm Ilahie Meng-loorie en 3. Mawlana Ghoelam Djan Hezarwie.

 

8. Bekende politici en organisatoren

1. Mawlana Aboel Hasanaat Mohammad Ahmad Qadrie, 2. Mawlana Jarmohammad Band’jalwie en 3. Moefti I’djaaz Welie Khan Rizwie.

 

9. Bekende dichters en letterkundigen.

1. Mawlana Hasan Reza Khan Bereilwie, 2. Mawlana Sayed Ayyoeb Alie Rizwie en 3. Mawlana Imamoeddien Qadrie.

 

10. Bekende medici

1. Mawlana Abdoel Ahad Pielie Bhietie, 2. Mawlana Sayed Abdoer Reshied Aziem Abadie en 3. Mawlana Aziez Ghaws Bereilwie.

 

11. Bekende uitgevers van religieuze literatuur

1. Mawlana Mohammad Hebieboellah Qadrie, 2. Mawlana Ibrahiem Reza Djielanie en 3. Mawlana Hasnain Reza Khan Bereilwie.

 

12. Beroemde redenaars en debaters

1. Mawlana Hidajet Resoel Rampoerie, 2. Mawlana Hashmet Alie Lakhnewie en 3. Mawlana Mehboeb Alie Lakhnewie.

Rehimahoemoellaahoe Te Ala (moge Allaah Te Ala hen genadig zijn).

 

4. Werken van Ala Hazrat

 

Ala Hazrat heeft ruim duizend kleine en grote boeken in het Oerdoe, Perzisch en Arabisch over meer dan vijftig richtingen van religieuze en niet-religieuze wetenschappen geschreven, waarvan slechts een heel klein deel is uitgegeven.

Aantallen van de meest bekende werken van Ala Hazrat met de respectievelijke richtingen zijn alsvolgt.

Tefsier van de Qoer’aan Sherief                                                              11

Hadies en hadieswetenschappen                         54

Aqaid (geloofsbeginselen)                       53

Fiqh (geloofsregels) en tedjwied (recitatieleer)               214

Bestrijding van vervalsingen                     40

Mystiek en karakter                    19

Geschiedenis, biografie en lofzangen                    55

Taal en letterkunde                     13

Astronomie                       7

Filosofie                           6

Diversen                         66

 

6. ala hazrat en
afvallige sekten in de islam

 

1. Mirza Ghulam Qadiani en Qasim Nanotwie

In het jaar 1290 A.H./1874 A.D. werd er in India een boek in het Oerdoe uitgegeven door Mohammad Qasim Nanotwie, genaamd “Teh’zieroennaas”. Daarin schreef Nanotwie het volgende.

“Er wordt geen inbreuk gedaan op het einde van het profeetschap, zelfs indien er aangenomen wordt dat na de periode van Resoeloel-laah (sallallaahoe alaihi we sallam) een profeet geboren wordt.......”

Is deze stelling van Nanotwie niet tegen het grondbeginsel van de islam, dat er geen profeet meer na Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) geboren zal worden? Staat het niet duidelijk in de Qoer’aan Sherief, dat Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) Khaatemen Nebiyyien is? Heeft Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) niet duidelijk vermeld, dat Khaatemen Nebiyyien betekent, dat er na hem geen profeet meer geboren zal worden?

Door deze verkeerde interpretatie van de verzegeling van het profeet-schap werd er een weg geopend voor Mirza Ghoelam Ahmad Qadianie, de valse Indiase profeet van Qadian, die zijn aanspraken op het profeetschap duidelijk bekendmaakte.  

     

2. Geliel Ahmad Ambethwie en Reshied Ahmad Gangohie

In het jaar 1304/1887 verscheen het boek “Borahiene Qati’a”, geschreven door Reshied Ahmad Gangohie en uitgegeven namens Geliel Ahmad Ambethwie. In dit boek werd door bovengenoemde personen het volgende geschreven.

“Als het geen shirk is, in welk opzicht behoort het dan tot geloof, om zonder enig geldig bewijs naar aanleiding van de kennis van Satan en van de Doodsengel, te concluderen, dat de kennis van de Trots der werelden de gehele aarde omvat?Voor Satan en de Doodsengel zijn er voor deze kennis geldige bewijzen. Welke geldige bewijzen zijn er voor de Trots der werelden voor deze kennis? ”

Druist deze stelling niet in tegen het grondbeginsel van de islam, dat Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) meer kennis van Allaah Te Ala heeft gekregen dan de gehele schepping met inbegrip van Satan en alle engelen? Had Allaah Te Ala de eerste mens en profeet, Adam (alaihis selaam), niet meer kennis gegeven dan alle engelen tezamen met in begrip van Satan en de Doodsengel? (Al Qoer’aan: soera Al Baqara vers 31 ).

Zegt Allaah Te Ala in de Qoer’aan Sherief niet, dat Hij Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) al wat deze niet wist, heeft geleerd? (Al Qoer’aan: soera Nisaa vers 112).

Zegt Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) niet, dat hij van Allaah Te Ala kennis van het verleden en de toekomst heeft gehad? (Sehieh Boekharie hadiesno. 86). Zijn bovengenoemde verzen van de Qoer’aan Sherief en hadies van Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) geen geldige bewijzen voor de kennis van de Trots der werelden, zoals Gangohie en Ambethwie Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) noemen? Hoe kan het toekennen van kennis aan Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) shirk zijn, terwijl het toekennen van diezelfde kennis aan Satan en de Doodsengel zuiver geloof genoemd wordt? Shirk is immers al hetgeen dat aan schepselen wordt toegekend, terwijl het slechts aan Allaah Te Ala toekomt.

3. Ashraf Alie Thanwie

In 1319/1901 verscheen het boek “Hifzoel Iemaan” van Ashraf Alie Thanwie. Deze durfde het volgende er in op te nemen.

“Als er gezegd wordt, dat Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) kennis had van de verborgenheid, dan rijst de vraag of er met de verborgenheid alle verborgen zaken bedoeld wordt of een deel daarvan. Als er slechts bepaalde verborgenheden mee bedoeld worden, is dat toch geen bijzonderheid voor Resoeloellaah (sallal-laahoe alaihi we sallam)? Ook Jan, Piet en Klaas en iedere baby en krankzinnige en zelfs alle viervoeters en andere dieren bezitten een dergelijke kennis van de verborgenheid.”

 

Bevatten deze woorden van Ashraf Alie Thanwie geen beledigingen aan het adres van Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam)? Kunnen wij toestaan, dat de kennis van onze profeet en pleiter op de Dag des Oordeels met de kennis van Jan, Piet en Klaas, een baby, een krankzinnige en zelfs met die van viervoeters en alle andere dieren wordt vergeleken? Welke rechtgeaarde moeslim zou zoiets ongestraft laten publiceren? Er zijn tóch mensen die Ashraf Alie Thanwie trachten te verdedigen en te beschermen.

 

4. Fetwa’e koefr (ongeloofsverklaring) tegen de vervalsers

Als al deze nieuwe opvattingen ongestraft toegelaten zouden worden in de islam, zou er dan nog sprake zijn van de originele godsdienst, die Resoeloellaah en de sehabies, de tabi’ien en tab’e tabi’ien, de grote imaams en geestelijken voor ons hadden achtergelaten?

Er was dringend behoefte aan een zuiveraar en hervormer om deze afvallige geloofsopvattingen te bestrijden. Deze zware taak werd door Allaah Te Ala eveneens op de schouders van Ala Hazrat Imaam Ahmad Reza Khan Fazile Bereilwie gelegd.

Allereerst werden betrokkenen gewezen op de valse stellingen in hun boeken. Nadat bleek, dat zij volhardden in hun valsheden en niet vatbaar waren voor rede, werd door Ala Hazrat in het jaar 1320/1903 een verklaring uitgegeven, genaamd “Al Mo’tamedoel Moestened”, waarin tegen Mirza van Qadian, samen met Qasim Nanotwie, Reshied Gangohie, Geliel Ambethwie en Ashraf Thanwie de “fetwa’e koefr” (status van ongeloof) werd uitgesproken.

Dat werd gedaan nadat Nanotwie langer dan dertig jaar, Ambethwie en Gangohie langer dan zestien jaar en Thanwie ruim een jaar tever-geefs door verschillende hooggeleerden werden aangesproken om de door hen geschreven valsheden te rectificeren. Deze verklaring van koefr tegen de vijf bovengenoemde personen werd in 1324/1907 aan de geleerden van Mekka en Mediena voorgelegd en door minstens vijfendertig vooraanstaande geleerden van de heilige steden afzonderlijk erkend en bekrachtigd.

De erkenning van de fetwa’e koefr tegen de afvallige stellingen van Mirza Qadianie, Qasim Nanotwie, Geliel Ambethwie, Reshied Gan-gohie en Ashraf Thanwie ging gepaard met dank- en lofwoorden aan Ala Hazrat Ahmad Reza Khan Bereilwie voor diens bijdrage en inzet voor het behoud en de bescherming van de zuivere islamitische leer.

 

5. Verklaring van de Moefti van Mekka Al Mokarrema

over de fetwa’e koefr door Ala Hazrat tegen de afvalligen

De verklaringen van de geleerden van de heilige steden zijn verza-meld in het boek “Hoessamoel Haramein”. Er kan volstaan worden met de vertaling van slechts een van de verklaringen van bovenge-noemde hooggeleerden van Mekka en Mediena, die als volgt luidt.

“Alle lof is voor Allaah, die de geleerden van de gemeente van Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) heeft verheven in de wereld, door wie de reine godsdienst van de Leider der Profeten (sallallaahoe alaihi we sallam) met duidelijke bewijzen beschermd wordt tegen de goddeloze dwalenden.

Ik heb het werk van de hooggeleerde en ervaren meester mogen lezen, die strijd voert en zich inzet voor de godsdienst van zijn geliefde profeet (sallallaahoe alaihi we sallam). Ik bedoel het werk van mijn zeer gewaardeerde broeder Hazrat Ahmad Reza Khan, genaamd Al Mo’temedoel Moestened, waarin hij de leiders van afvallige groepen in de godsdienst succesvol heeft bestreden. Zij zijn zelfs erger in ongeloof dan de onreine, dwalende en afvallige. De namen van deze zondaren zijn door betrokkene in zijn werk genoemd met vermelding van de feiten waarvoor zij toegerekend dienen te worden. Mogelijk, dat zij hierdoor tot de grootste ongelovigen van hun tijd behoren.

Moge Allaah Te Ala hem met het allerbeste belonen voor zijn moeite en inzet om hen te ontmaskeren. Moge Allaah Te Ala de harten van Zijn dienaren vullen met veel respect en grote waardering voor hem.

Dit werd gedicteerd door Mohammad Se’ied Bin Mohammad Babsiel, Moefti van de shafi’ieten in Mekka Al Mokarrema, met de opdracht om het op te schrijven in de hoop op zegen en beloning vanwege zijn Heer. Moge Allaah Te Ala hem, zijn ouders, leermees-ters, broeders, vrienden en alle andere gelovigen vergeven.”

 

7. Meningen van

geleerden over Ala Hazrat

 

  1. Zijn eerste hadj en geleerden van Mekka en Mediena

In 1878 ging Ala Hazrat op 22 jarige leeftijd samen met zijn ouders op bedevaart naar de heilige steden Mekka en Mediena. Dat was zijn eerste hadjreis. Bij deze gelegenheid kreeg hij van de imaams en moefti's van Mekka Al Mokerrema, zoals Hazrat Ahmad Deh'laan (moefti van de shafi'ieten) en Hazrat Abdoer Reh'man Siraadj (moefti van de hanafieten) de erkenning van bekwaamheid in de hadiesleer, de tefsier en fiqh.

Op zekere dag liep Hazrat Hoesein Bin Saleh, de imaam van de shafi'ieten in Mekka Al Mokarrema, op Ala Hazrat toe, keek hem zeer liefdevol aan, nam hem bij de arm en nodigde hem samen met zijn ouders uit om met hem mee naar zijn huis te gaan, terwijl hij zich met waardering liet ontvallen: "Ik zie een goddelijk licht in dit gelaat." Daarna verschafte hij hem certificaten van bekwaamheid in de hadiesleer en de mystiek. Dat deed hij zonder hem vooraf ooit te hebben ontmoet. Dit voorval laat ons denken aan een loflied, dat Ala Hazrat placht voor te dragen en dat hij in zijn gedichtenbundel "Heda'iqe Bagshish" heeft opgenomen, waarin hij zegt:

"Tjamak toedjh se paate hain sab paane waale. Mera dil bhie tjemka dee tjemkaane waale." Vertaling: "Alles ter wereld is door u verlicht. Verlicht ook mijn hart, o Verlichter."

Deze wens van Ala Hazrat kwam in vervulling. Zijn hart werd door Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) verlicht, welk licht naar zijn gezicht uitstraalde en door Hazrat Hoesein Bin Saleh, de imaam van de shafi'ieten in Mekka Al Mokarrema werd opgemerkt. De Imaam gaf hem bij deze gelegenheid de naam Zia’oeddien Ahmad, hetgeen “het licht van de godsdienst van Ahmad”  betekent.

 
2. Zijn tweede hadj en geleerden van Mekka en Mediena

Op vijftigjarige leeftijd bezocht Ala Hazrat wederom de heilige steden Mekka en Mediena. Intussen was zijn roem en faam in de heilige plaatsen wijd en zijd verspreid. Tijdens deze tweede hadjreis van hem kreeg Ala Hazrat van de geleerden en voorgangers van de heilige steden wederom een hoge waardering.

Zijn erkenning door deze groten van de islam blijkt uit woorden, die door hen aan zijn adres werden geuit, zoals de helderheid van kennis, de oceaan van voortreffelijkheden, een verheven ster, een oneindige zee van kennis, de onovertrefbare van zijn tijd, de grote gunst van Allaah Te Ala voor de islam, het centrum van kennis.

Zijn inzet en opofferingen voor de bescherming van de zuivere islamitische leer werden bekroond met de volgende woorden van de grote geleerde Allama Sayyed Ismaiel Geliel Al Mekkie, beheerder van de Heilige Geschriften in Mekka Al Mokarrema:

"Ik zeg zelfs, dat indien over hem gezegd wordt, dat hij de moedjaddid is van deze eeuw, dat zeer juist en terecht is."

 

3. Hoessamoel Haramein

Dit is een verzameling van de verklaringen, waarin vijfendertig Mek-kaanse en Medinitische geleerden van de vier mazhabs (de hanafie, shafi’ie, hambalie en malikie leerscholen) van de islam, waaronder imaams, leraren en moefti’s van de heilige plaatsen, hun meningen geven over Ala Hazrat en diens verdiensten voor de islam.

Tevens worden daarin de door Ala Hazrat uitgevaardigde fetwa’s ten name van Mirza Qadianie, Qasim Nanotwie, Reshied Gangohie, Ge-liel Ambethwie en Ashraf Thanwie bekrachtigd. Er volgt nu een ver-taling van enkele van deze verklaringen, om een beeld te geven van de meningen over Ala Hazrat van de groten van de islam in die tijd.

 

1. Hazrat Allama Mawlana Sayyed Ismaiel Geliel, beheerder van de heilige geschriften van Mekka Al Mokarrema, schrijft als volgt over Ala Hazrat.

"Ik loof Allaah Az’za We Djal’la, dat Hij de vrome geleerde heeft uitverkoren, die zeker een lofwaardige meester is en onze trots. Een uitmuntend voorbeeld voor de vroegeren en de lateren. De onover-treffelijke van zijn tijd, Hazrat Mawlana Ahmad Reza Khan. Moge Allaah, de Grote Weldoener, hem beschermen en kracht schenken om hun ongegronde argumenten met verzen en hadies te weerspreken.

Hij verdient deze lofwoorden, omdat de geleerden van Mekka hem die waardering geven. Indien hij niet de hoogste positie zou hebben, zouden de geleerden van Mekka hem die niet toekennen. Ik zeg zelfs, dat indien over hem gezegd wordt, dat hij de moedjaddid is van deze eeuw, dat zeer juist en terecht is. Moge Allaah hem namens alle gelovigen belonen met Zijn zegen, weldaad en welbehagen."

 

2. Hazrat Shaig Saleh Kemaal, moefti van de hanafieten in Mekka Al Mokarrema, schrijft als volgt over Ala Hazrat.

“Vooral de geloofsgeleerde die een oceaan is van voortreffelijkheden en een trots voor andere geleerden, de zegen van deze tijd, onze meester Ahmad Reza Khan Bereilwie. Moge Allaah Te Ala hem beschermen en behoeden”.

 

3. Hazrat Allama Aboe Hoesein Mohammad Merzoeqie, shaig in Mekka, schrijft het volgende over Ala Hazrat.

“Ongetwijfeld is alle lof voor Allaah Te Ala, Die mij heeft begunstigd met de ontmoeting met de zeer verheven geleerde. Hij is een oneindi-ge zee van intelligentie. Zijn voortreffelijkheden zijn onovertrefbaar en zijn grootheden duidelijk. Ik had reeds eerder samen met zijn goede eigenschappen ook veel over zijn hoge positie gehoord. Ik had ook de eer om enige literaire werken van hem onder ogen te krijgen, die mij als het licht van de waarheid verlichtten. Dit alles had grote liefde en waardering voor hem in mijn hart en ziel veroorzaakt. Soms geraakt het oor eerder beïnvloed dan het oog. Toen Allaah Te Ala mij ten slotte de gunst schonk om hem te ontmoeten, trof ik hoedanigheden in hem aan, die niet onder woorden gebracht kunnen worden. Hij is als een hoge vuurtoren. Ik voel mij niet in staat om zijn lof te verkondigen zoals dat hem toekomt.”

 

4. Hazrat Allama Shaig Abid Hoesein, Moefti van de malikieten in Mekka Al Mokarrema zegt het volgende over Ala Hazrat.

“De leider en trots van de roemwaardige geleerden, een gunst voor de islam, bezitter van een prijzenswaardig karakter, de behagens-waardige, het voorbeeld van rechtvaardigheid, Hazrat Mawlana Ahmad Reza Khan, die door zijn werk zijn plicht heeft vervuld.”

 

5. Shaig Alie Bin Hoesein Malikie, leraar in de Haram Sherief te Mekka Al Mokarrema zegt het volgende over Ala Hazrat. “Toen Allaah Te Ala mij begunstigde, werd mijn hart verlicht door de licht-bron van kennis, wiens lofwaardige daden blijk geven van zijn aanzien en waardering. Hij is het centrum van kennis in deze tijd. Zijn voorkomen is als een hemel vol sterren van wijsheid en kennis voor de gelovigen. Hij is de helper en ondersteuner van de gelovigen. Hij is de beschermer van de oprechten en een zwaard voor de dwalenden en goddelozen. Hij heeft het lichtbaken van geloof hoog verheven. Ik bedoel hiermee Hazrat Ahmad Reza Khan.”

 

6. Shaig Abdoerrehman Dehhaan Makkie zegt het volgende over Ala Hazrat. “De geleerden van Mekka Mo’azzema getuigen, dat hij de niet te evenaren leider is, de grootste imaam van zijn tijd, mijn meester, mijn toevluchtsoord, Shaig Ahmad Reza Khan Bereilwie. Moge Allaah Te Ala ons en alle gelovigen begunstigen met zijn bestaan. Moge Allaah Te Ala mij zijn karakter schenken, want zijn karakter is als dat van Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam).”

 

4.      Al Dawletoel Mekkiyya

Dit is een boek over de kennis van Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) in het licht van de Qoer’aan Sherief, dat door Ala Hazrat tijdens zijn tweede hadj in de Haram Sherief van Mekka Al Mokar-rema werd geschreven. Aanleiding tot het schrijven ervan was een beschuldiging tegen Ala Hazrat bij de groten van de islam in Mekka Al Mokarrema door enkele geleerden van de dewbandiebeweging van India. De beschuldiging luidde, dat Ala Hazrat de kennis van Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) gelijkstelde met die van Allaah Te Ala.

Na Allaah Te Ala te hebben lofprezen en zegenbeden te hebben gericht voor Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam), vervolgde Ala Hazrat zijn antwoord met de volgende vrij vertaalde woorden. "Het bezwaar tegen mij komt van de zijde van de wehabies, die in India niets tegen de ahle soenna kunnen uitrichten. Ik heb verschei-dene boeken ter bestrijding van hun kwaadaardige opvattingen geschreven en hen uitgenodigd om de misvattingen op te helderen, maar zij hebben daarover als de dood gezwegen. Het is hun streven om Allaah en Zijn Geliefde (sallallaahoe alaihi we sallam) te beledigen. In India hebben zij geen schijn van kans tegen mijn bewijzen. Zij denken nu, dat ik ver van huis verstoken ben van literatuur en dat ik zwak ben tegenover hen. Zij denken door mij nu te verslaan vergelding te vinden voor hun eerste nederlaag, waarbij hun groten veroordeeld werden door de leiders van de islam in Mekka Al Mokarrema. Zij vergeten, dat alle kennis beschermd wordt door Allaah Te Ala en dat degenen die de godsdienst ondersteunen en beschermen ook ondersteund en beschermd worden.”

Het was daags voor het vertrek van Ala Hazrat uit Mekka Al Mokarrema naar zijn geliefde stad Mediena Al Monawwera. Binnen acht uren wist Ala Hazrat zonder enige bronnen te raadplegen, sterk geargumenteerd zijn stellingen ten aanzien van de kennis van Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam) te verdedigen en op schrift te zetten. Hij haalde daarbij werken uit de bibliotheek van de Haram Sherief van Mekka Al Mokarrema als bron aan met vermel-ding van paginanummers, zonder die vooraf te raadplegen.

De meeste grote geleerden van Mekka Al Mokarrema waren in de Masdjid Al Heraam verzameld in afwachting van het verweer van Ala Hazrat, die heel beheerst en in alle rust zijn pen over het papier heen streek en binnen acht uren de bewondering van de groten van de islam wist te veroveren. Er volgen hier enkele van de talrijke reacties van deze groten van de islam van toentertijd om u een beeld te schetsen van de hoge waardering die Ala Hazrat in hun ogen genoot.

 

1. Shaig Mohammad Moegtar Bin Attaar Deldjawie, shaig van de Masdjid Al Heraam Mekka Mokarrema.

"Ongetwijfeld is de schrijver (van Al Dawletoel Mekkiyya) de koning van de ware geleerden van deze tijd. Al zijn stellingen zijn juist. Het behoort als het ware tot de wonderen van Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam), dat Allaah Te Ala heeft geopenbaard via deze niet te evenaren imaam, onze heer en meester, het zegel van de waarachtige geleerden, de leider van de soennitische geleerden, Ahmad Reza Khan. Moge Allaah Te Ala ons begunstigen met zijn aanwezigheid en hem bijstaan tegen zijn vijanden."

 

2. Shaig Moesa Alie Shamie Az'harie Madanie zegt het volgende over Ala Hazrat. "De imaam der imaams, de moedjaddid (hervormer) van de islamitische gemeenschap, het licht van de waarheid, de versterking van de harten der gelovigen, Shaig Ahmad Reza Khan. Moge Allaah Te Ala hem in dit leven en in het hiernamaals accepteren en tevreden zijn over hem.”

 

3. Shaig Joesoef Bin Ismaiel Nib’hanie (Beiroet) zegt het volgende over Ala Hazrat. “Ik heb het boek Al Dawletoel Makkiyya geheel met aandacht uitgelezen en ik heb het onder alle religieuze werken van deze tijd het nuttigst gevonden. Zijn stellingen zijn zo sterk beargumenteerd, dat het slechts van een groot geleerde met verheven kennis afkomstig kan zijn. Moge hij Allaah Te Ala behagen en moge Allaah Te Ala hem behagen en hem belonen met de vervulling van al zijn wensen.”

 

4. Sayyid Hoesein Bin Sayyid Abdoelqadir, leraar in de Masdjid Nabawie te Mediena Monewwera zegt het volgende over Ala Hazrat. “Lof aan Allaah Te Ala en zegeningen over Resoeloellaah (sallallaa-hoe alaihi we sallam). Allaah Te Ala heeft deze nederige dienaar begunstigd met uitstralingen van de wijsheid van de grote en ervaren geleerde, de helper van de gemeente van Resoeloellaah (sallallaahoe alaihi we sallam), de moedjaddid (hervormer) van deze eeuw, mijn meester en leider Hazrat Maulana Ahmad Reza Khan.”

 

5. Ala Hazrat en geleerden van Indië

Op een algemene bijeenkomst van geleerden uit geheel Indië, gehouden in het district Patna in het jaar 1318/1900 werd Ala Hazrat Aziemoel Berket door de leider van de bijeenkomst aangekondigd met de woorden: "Ala Hazrat, de Moedjaddid van deze eeuw, Imaam Ahmad Reza Khan Fazile Bereilwie".

Dat gebeurde mede naar aanleiding van het betoog van Ala Hazrat tegen het idee van samensmelting van Hindoes en moeslims tot een volk, dat door de geleerden was geïntroduceerd.

De moeslims hadden in het algemeen overeenstemming bereikt over het vormen van een eenheid van moeslims en Hindoes op grond van ras en uiterlijke overeenkomsten. Verschillen van religieuze aard werden daarbij achterwege gelaten.

Ala Hazrat verwierp zeer geargumenteerd deze stelling en redde de moeslims van een grote dwaling waarin zij bijna waren terecht-gekomen. Zodoende werd Ala Hazrat behalve door de geleerden van de heilige steden ook door Indiërs aangewezen als de hervormer van de 14e islamitische eeuw.

 

6.      Assewarimoel Hindiyya

Nadat Ala Hazrat zeer befaamd en met grote roem terugkeerde naar zijn woonplaats Bereily Sherief, werden de haat en jaloezie van de dewbandies van India groter tegen hem. Zij verspreidden valse geruchten rond, dat Ala Hazrat met een list de Mekkaanse en Medinitische geleerden er toe had weten te bewegen om verklaringen tegen hun leiders af te leggen in Hoessaamoel Haramain en Al Dawletoel Makkiyya. Zij probeerden de onwetende moeslims te misleiden door te beweren, dat Ala Hazrat geen ondersteuning genoot van de geleerden van India met betrekking tot de verklaringen van koefr tegen de leiders van de dewbandies door de groten van Mekka Al Mokarrema en Mediena Al Monewwera.

Om deze valse geruchten en beweringen te weerspreken werd er door meer dan tweehonderd zevenenzestig hooggeleerden uit alle regio’s en provincies van geheel India een boek uitgegeven, genaamd Assewarimoel Hindiyya, waarin zij hun ondersteuning uitspraken aan de verklaringen van Ala Hazrat tegen de dewbandiebeweging. Al deze hooggeleerden waren hoofden van verenigingen van geleerden en religieuze instituten.

 

 

7. Het heengaan van Ala Hazrat

Deze grote beschermer en verdediger van de islam werd ten slotte in de leeftijd van vijfenzestig jaar door zijn Heer en Schepper op 25 safar 1340/november 1921 tot hoger leven opgeroepen na zijn zware plicht van het terugbrengen van de islam tot zijn zuivere vorm naar behoren te hebben vervuld. Moge Allaah Te Ala hem begunstigen met de eeuwige rust en zegeningen. Aamien.

 

 

 

 

Nawoord

De waardering die Ala Hazrat toentertijd in de heilige plaatsen genoot, is met de inname van de Hidjaaz (Arabië) door de wehhabieten afgenomen in de Arabische wereld.

De wehhabiebeweging ontstond in de 18e eeuw na Christus en is genoemd naar de stichter Mohammad Bin Abdoelwehhaab, die van 1703 tot 1791 leefde. Hij ageerde tegen de verering van profeten en andere heiligen en pleegde daarbij inbreuk tegen de positie van deze verheven dienaren van Allaah Te Ala door denigrerende uitlatingen aan hun adres. Ca. 1750 begon de wehhabitische expansie, die werd afgesloten met de verovering van Mekka en Mediena. Mohammad Ali van Egypte brak de macht van de wehhabieten, doch de leer leefde voort. Het optreden van Ibn Saoed, die in 1924 met zijn wehhabitische strijders Mekka innam en zichzelf tot koning van de Hidjaaz uitriep, bracht een onverwachte omwenteling teweeg.

Dat vond plaats met de hulp van de Engelse agent Thomas Eduard Lawrence, die voor Engeland een bondgenoot van islamieten tegen het islamitische rijk onder heerschappij van Turkije en tegelijkertijd een vijand voor de Turken binnen de eigen grenzen wist te bezorgen. De Arabische wehhabieten vergaten de religieuze banden en gedreven door machtsbe-geerte ondersteunden zij de Engelsen, die hen beloofden bij te staan bij de oprichting van een afzonderlijke Arabische staat.

Het resultaat was, dat het islamitische rijk uiteen viel. Vele staten en landen werden de Turken ontnomen en onder bestuur van Engelsen en Fransen gesteld. Ook Rusland kreeg grote islamitische gebieden toegewezen. Palestina werd door de Engelse minister Lord Balfour als een nieuwe nationale joodse staat aangewezen.

De ahle soenna werd na eeuwenlang over de heilige plaatsen van de islam te hebben beschikt, van hieruit verdreven. Dat ging niet zonder bloedver-gieten, want duizenden ahle soenna geleerden werden in koelen bloede vermoord door de wehhabitische strijders onder leiding van Ibn Saoed, die slechts één doel voor ogen had: het koningschap van de Hidjaaz.

Zijn inzet werd beloond. Engeland gunde hem het koningschap van Arabië, welke naam eerst werd omgedoopt in Saoedi-Arabië en heden ten dage Al Saudia is geworden. Het Arabische volk gaat reeds enkele decennia gebukt onder de zware druk van de wehhabitische regering onder leiding van de nakomelingen van Ibn Saoed, die geld noch moeite bespaart om de leer van de ahle soenna in Al Saudia en daarbuiten uit te roeien.

Het is begrijpelijk, dat Ala Hazrat geen waardering meer geniet in de ogen van de machthebbers van de heilige steden van de islam.

8. Lofzangen en heilgroet

 

1. Naat sherief (lofzang aan resoeloellaah) door Ala Hazrat

sab se awla we ala hemara nebie

sab se bala we wala hemara nebie

 

apne mawla ka piyara hemara nebie

doono(n) aalem ka doelha hemara nebie

 

galk se awliya awliya se roesoel

awr resoelo(n) se ala hemara nebie

 

moelke kawnain me(n) ambiya taadjdaar

taadjdaaro(n) ka aqa hemara nebie

 

sare oe(n)tjo(n) se oe(n)tja semedjhje djise

hai oes oe(n)tje se oe(n)tja hemara nebie

 

ghemzado(n) ko reza moezhda soena diedjieje

ke hai beekeso(n) ka sehara hemara nebie

 

2. Manqebat (lofzang) aan Ala Hazrat  (1)

ishke resoelo ni'met ke kibla noema hai(n) aap

gooja nishaane menzile ahle wefa hai(n) aap

 

raazie kieja goda ko rezaaje hebieb se

kitne eziem ni'metgoo ahmad reza hai(n) aap

 

goeshboe goeloe(n) me(n) djis tereh shebnem me(n) taazgie

dil me(n) hozoer is tereh djelwa noema hai(n) aap

 

bendjer zemien me(n) djis ne khilaaje goeshie ke goel

oes goelshene hidjaaz kie baade seba hai(n) aap

 

tenha dare hebieb pe pehoe(n)tjoenga kis tereh

kehta hai dil na dar ke meere rehnoema hai(n) aap

 

kishtie bhe(n)wer me(n) aadj ghirie hai to kia hoewa

hogie zoroer paar mere nagoda hai(n) aap

 

ghiyaas bhie hai moed-de'ie ishke resoel ka

keh doenga rooze hashr ke meere gewah hai(n) aap

 

Manqebat (lofzang) aan Ala Hazrat  (2)

toemharie shaan me(n) djo koetjh kehoe(n) oes se siwa toem ho

qesieme djaame irfaan ai shahe ahmad reza toem ho

djo merkez hai sherie’at ka medaar ahle terieqet ka

djo mehwer hai hekieket ka wo koetboel awlia toem ho

 

djehaa(n) aaker mielee(n) nahree(n) sjerie’at awr terieket ka

hai siena madjma’oel bahrein aise rehnoema toem ho

 

herem waalo(n) ne mana toem ko apna kibla o kaba

djo kibla ahle kibla ka hai wo kibla noema toem ho

 

toemhie phaila rahe ho ilme hak aknaafe aalem me(n)

imaame ahle soennat naa’ibe ghawsoel wera toem ho

 

bhikarie teere dar ka bhiek kie djhoolie hai phailaaje

bhikarie kie bhero djhoolie geda ka aasera toem ho

 

alieme gesta ek edna geda hai aastaane ka

kerem farmane wale haal par oes ke sheha toem ho

 

3. Selaato selaam (heilgroet) 1 door Ala Hazrat

moestefa djaane rehmat pe laakho(n) selaam

sham’e bazme hidayet pe laakho(n) selaam

 

djis sohanie gherie tjemka taiba ka tjand

oes dil efrooz sa’et pe laakho(n) selaam

 

djis teref oeth gejie dam me(n) dam ageja

oes nigahe inajet pe laakho(n) selaam

 

djis ke maathe shefa’et ka sehra reha

oes djebiene se’adet pe laakho(n) selaam

 

djin ke sadjde ko mehraabe ka’ba djhoekie

oen bhewoo(n) kie letafet pe laakho(n) selaam

 

djis kie teskien se roote hoewe ha(n)s pareen

oes tebessoem kie aadet pe laakho(n) selaam

 

djin ko baare do aalem ka perwa nehien

aise baazoe kie koewwet pe laakho(n) selaam

 

djis ke zeere liwa aademo man siwa

oes sezaaje siyadet pe laakho(n) selaam

 

djis kie djelwo(n) se moerdjhajie keljaan khilie(n)

oes goele paak manbet pe laakho(n) selaam

 

djis ke aage sare serweraa(n) gam rehie(n)

oes sare taadj rif’at pe laakho(n) selaam

 

djis ke aage khi(n)tjie gerdanee(n) djhoek gejie

oes goda daad shawket pe laakho(n) selaam

 

djis ke panie se shaadaab djano djinaa(n)

oes dehen kie terawet pe laakho(n) selaam

 

djis ke gheere me(n) hai(n) ambiyaa’o melek

oes djehaangier bi’set pe laakho(n) selaam

 

djis ke har gat me(n) hai mawdje noere kerem

oes kafe bah’re himmet pe laakho(n) selaam

 

algherez oen ke har moe pe laakho(n) deroed

oen kie har goe’o gaslet pe laakho(n) selaam

 

moedjh se gidmet ke koedsie kahee(n) haa(n) reza

moestefa djane rehmat pe laakho(n) selaam

 

Selaato selaam (heilgroet) 2 door Ala Hazrat

moestefa djane rehmat pe laakho(n) selaam

sham’e bazme hidajet pe laakho(n) selaam

 

paarehaaje soehoef ghoentjahaaje koedoes

ahle baite neboewwet pe laakho(n) selaam

 

sayyida zaahira tayyiba taahira

djane ahmad kie raahet pe laakho(n) selaam

 

wo hasan moedjteba sayyidoel asgieja

raakibe dooshe izzet pe laakho(n) selaam

 

oes shehiede bela shahe goelgoe(n) koeba

beekase dashte ghoerbet pe laakho(n) selaam

 

doerre doerdje nedjef mahre boerdje sheref

range roemie shehadet pe laakho(n) selaam

 

binte siddieke aaraame djane nebie

oes herieme bera’et pe laakho(n) selaam

 

djaan nisarane badro ohod pe deroed

hak goezarane bai’et pe laakho(n) selaam

 

saaja e moestefa maaja e istifa

izzo naaze gilafet pe laakho(n) selaam

jane oes afzaloel galk baaderroesoel

saaniejes naine hidjret pe laakho(n) selaam

 

faariqe haqqo batil imamoelhoeda

taighe mesloel shiddet pe laakho(n) selaam

 

terdjoemane nebie hemzoebane nebie

djane shaane edalet pe laakho(n) selaam

 

zahide masdjide ahmadie per deroed

dawlete djeeshe oesret pe laakho(n) selaam

 

jane oesman saahibe kemiese hoeda

hoella’e pooshe shehadet pe laakho(n) selaam

 

moerteza sheere haq ashdje‘oel eshdje’ien

saaqieje shiero sherbet pe laakho(n) selaam

 

djin ke doeshmen pe lanet hai Allaah kie

oen sab ahle mohabbat pe laakho(n) selaam

 

awr djitne hain shahzaade oes shah ke

oen sab ahle mekanet pe laakho(n) selaam

 

shafi’ie malik ahmad imaame henief

tjaar baaghe imamet pe laakho(n) selaam

 

ghawse azem imamoettoeqa wennoeqa

djelwa’e shaane koedret pe laakho(n) selaam

 

djis ke member banie gerdene awliejaa

oes kedem kie keramet pe laakho(n) selaam

 

noere djaa(n) itr medjmoe’a e aale resoel

meere aqa’e ni’met pe laakho(n) selaam

 

bee ezaabo itaabo hisaabo kitaab

ta abad ahle soennat pe laakho(n) selaam

 

meere ostaado maa(n) baap bhaa’ie behen

ahle waldo eshieret pe laakho(n) selaam

 

eek meera hie rehmat pe dawa nehie(n)

shaah kie saarie oemmet pe laakho(n) selaam

 

moedjh se gidmet ke koedsie kehee(n) haa(n) reza

moestefa djaane rehmat pe laakho(n) selaam