In naam van Allah, de Enige Ware God,

de Oneindig Barmhartige, de Oneindig Genadige

 

 

het gebruik

van de woorden

 “ibaad” en “Mawlana”

in de Qoer’aan

 

 

 

 

 

Michel Soebhan

 

 

 

 

 

Surinaamse Moeslim Associatie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een uitgave van:

de Surinaamse Moeslim Associatie

 

Samensteller:

M.I. Soebhan

 

Druk, lay-out en vormgeving:

S.M.A.-Printing

 

Verkrijgbaar:

Secretariaat S.M.A.

Kankantriestraat 32 – 40

Paramaribo

Tel.: 403467 – P.O.B.: 9067

 

Paramaribo,

shawwaal 1424/december 2003

 

Nadruk toegestaan, mits zonder winstbejag

 

Introductie

Alle lof zij aan Allah Ta Ala, de Heer der werelden. Vrede en zegeningen van Allah Ta Ala zij met Zijn laatste profeet en boodschapper, Hazrat Moehammad Moestafa, zijn nakomelingen, huisgenoten en volgelingen tot de Laatste Dag.

Moge Allah Te Ala ons beschermen tegen de verleidingen van Satan, de eeuwig vervloekte. In naam van Allah, de Enige Ware God, de Oneindig Barmhartige, de Oneindig Genadige.

Vrede, zegeningen en barmhartigheid van Allah Ta Ala zij met degenen, die de waarheid volgen en ondersteunen. Moge Allah Ta Ala ons op het rechte pad behouden en de dwalenden rechtleiden. Aamien.

 

Ik dank Allah Ta Baaraka Wa Ta Ala, dat Hij mij in de gelegenheid heeft gesteld om dit werkje aan Zijn dienaren te mogen aanbieden, dat het antwoord is op twee zeer belangrijke vragen over twee uitermate actuele islamiti-sche onderwerpen.

Er zijn mensen, die zich ten onrechte de bevoegdheid permitteren om anderen zonder kennis van zaken als moeshriks (veelgodenaanbidders) en bid’ati’s (invoerders van ongeoorloofde nieuwigheden in de islam) te betitelen.

Oprechte gelovigen getroosten zich de moeite om geloofs-kenners in dergelijke gevallen te raadplegen alvorens geloof te hechten aan beweringen van allerlei onwetende lasteraars.

Het is mij een genoegen om opheldering te mogen bren-gen in het vraagstuk over het gebruik van het begrip ibaad en over het begrip mawlana als waarderingstitel voor onze theologen.  Het ligt in de bedoeling om te zijner tijd ook andere vragen van dergelijke aard te beantwoorden. Ik doe hierbij een beroep op allen die hoe dan ook geconfron-teerd raken met vragen en of opmerkingen ten aanzien van enig islamitisch gebruik of geloofsbeginsel om hun vragen naar het secretariaat van de S.M.A. op te sturen voor beantwoording.

Er was eens een tijd, waarin de betekenissen van de ver-zen van de Qoer’aan Al Kariem rechtstreeks door Rasoeloellaah (sallallaahoe alaihi wa sallam) werden uitgelegd. Meningsverschillen omtrent de betekenis van een vers waren uitgesloten.

Na het heengaan van Rasoeloellaah (sallallaahoe alaihi wa sallam) waren zijn sahaabies de beste leermeesters in de islamitische gemeenschap. Ook in hun periode was een valse uitleg of een meningsverschil omtrent de betekenis van een vers ondenkbaar.

Naarmate de tijden van de sahaabies en de tabi’ies ver-streken, doken er figuren op, die wegens gebrek aan vol-doende kennis, verkeerde interpretaties gaven van be-paalde geloofsonderwerpen. Dit leidde tot grote menings-verschillen en verdeeldheid in de oemmat.

Om kleine verschillen van mening worden rechtgeaarde moeslims als moeshriks en kaafirs gekwalificeerd door mensen die zichzelf beter achten dan de rest van de oemmat. Geen wonder dat er tal van vragen opkomen bij mensen die de waarheid wensen te achterhalen.

De Surinaamse Moeslim Associatie acht zich als de groot-ste soennie hanafie organisatie in Suriname verplicht om waar nodig bij te staan om het juiste geloof te beschermen door de juiste informatie over de gerezen vraagstukken in het licht van de Qoer’aan Al Kariem en de hadies aan de moeslims te verschaffen.

Vraag: door Imaam Drs. Aziez Sewruttan

In naam van Allah, de Enige Ware God, de Meest Barm-hartige, de Meest Genadige. Assalaamoe alaikoem wa rahmatoellaahi wa barakaatoeh. Er is onlangs een daroed sharief geïntroduceerd in de S.M.A., die als volgt luidt.

 

"Al’laahoe rab’boe moeham’madin sal’laa alaihi wa sal-lamaa. Nah’noe ibaadoe moeham’madin sal’ laa alaihi wa sal’lamaa."

 

Sommige mensen keuren deze daroed sharief sterk af en zeggen dat deze woorden shirk bevatten, terwijl leden van de S.M.A. het juist goedkeuren. Wat betekenen de woor-den van deze daroed sharief? Is het gebruik van het woord "ibaad" in deze daroed sharief geoorloofd? Gaarne uw antwoord in het licht van de Qoer'aan Al Kariem en de hadies. Moge Allah Ta Ala u hiervoor belonen.

 

Antwoord: door Michel Soebhan

Alle lof zij aan Allah Ta Ala en vrede en zegeningen zij met de profeet Moehammad, zijn nakomelingen, huisge-noten en volgelingen tot de Laatste Dag.

Moge Allah Te Ala ons beschermen tegen de verleidingen van Satan, de vervloekte. In naam van Allah, de Enige Ware God, de Oneindig Barmhartige, de Oneindig Gena-dige. Vrede, zegeningen en barmhartigheid van Allah Ta Ala zij met u.

 

"Al’laahoe rab’boe moeham’madin sal’laa alaihi wa sal’lamaa. Nah’noe ibaadoe moeham’madin sal’laa alaihi wa sal’lamaa."

 

De vertaling van deze daroed sharief luidt als volgt:

"Allah is de Heer van Moehammad, vrede en zegeningen zij met hem. Wij zijn de "ibaad" (dienaren) van Moehammad, vrede en zegeningen zij met hem."

 

De mensen die bezwaar hebben tegen deze daroed sharief, beweren dat het gebruik van het woord "ibaad" in de betekenis van dienaren van de Profeet Moehammad (sal-lallaahoe alaihi wa sallam) shirk is. Zij zeggen, dat wij allemaal tezamen met de Profeet Moehammad (sallallaa-hoe alaihi wa sallam) “ibaad” zijn van Allah Ta Ala en dat wij geen “ibaad” kunnen zijn van Rasoeloellaah (sallallaa-hoe alaihi wa sallam) en of andere mensen.

 

Het woord “ibaad” is het meervoud van het Arabische woord “abd”, hetgeen in het Nederlands vertaald kan worden met het woord dienaar. Alle mensen zijn in-clusief alle profeten inderdaad de "ibaad" (dienaren) van Allah Te Ala in de betekenis van Zijn aanbidders.

Het Arabische begrip "ibaad" heeft echter meerdere bete-kenissen, evenals het Nederlandse woord dienaar.

Beide begrippen, zowel “ibaad” als “dienaar”, betekenen naast aanbidder ook onderdaan of slaaf.

De gelovigen zijn geenszins aanbidders van hun Meester Moehammad (sallallaahoe alaihi wa sallam), maar zij zijn ongetwijfeld onderdanen en of slaven van hem. Nu rijst de vraag of mensen behalve de “ibaad” van Allah Ta Ala ook “ibaad” kunnen zijn van andere mensen.

Mogen mensen als wij zichzelf de “ibaad” van andere mensen noemen? Is het niet tegen de geloofsbeginselen van de islam om andere mensen onze “ibaad” te noemen? Wat zegt het Woord van Allah Ta Ala ten aanzien hier-van? Zijn de woorden “abd” en “ibaad” ergens in de Qoer’aan Al Kariem gebruikt voor mensen tegenover an-dere mensen? Werd dat ook in de tijd van Rasoeloellaah (sallallaahoe alaihi wa sallam) toegestaan?

Om een antwoord op al deze vragen te vinden, zullen wij de Qoer’aan Al Kariem raadplegen en enkele verzen daar-van aanhalen, waarin de woorden “abd” en “ibaad” in ver-schillende betekenissen voorkomen.

Hopelijk zullen deze verzen ons duidelijkheid verschaffen over het al dan niet mogen gebruiken van de woorden “abd” en “ibaad” door mensen voor elkaar.

 

1. “Jaa ay’yoehal’laziena aamanoe koetiba alaikoemoel qisaasoe filqatlaa. Alhoer’roe bilhoer’ri wal abdoe bil abdi wal oensaa bil oensaa.”

 

Vertaling: “O gij gelovigen, de vergelding inzake dood-slag is aan u voorgeschreven: de vrije mens voor de vrije mens, de abd (slaaf) voor de abd (slaaf) en de vrouw voor de vrouw.”                 

                                                        (Hoofdstuk 2 vers 178)

 

De betekenis van dit vers is, dat een vrije mens zich niet kan laten vervangen door zijn slaaf of zijn vrouw als hij de doodstraf moet ondergaan voor een moord, die hijzelf heeft gepleegd. Hij moet de straf zelf ondergaan.

 

Het woord “abd” is hier gebruikt voor een mens die een slaaf is van een andere mens. Een mens kan dus een “abd” (enkelvoud van ibaad) zijn van een andere mens in de betekenis van slaaf.

Een slaaf is een mens die het eigendom is van een andere mens. Hij heeft zelf geen rechten. Hij moet voor zijn meester werken en al datgene doen, wat deze van hem verlangt. Zijn meester mag hem zelfs verhandelen, verrui-len en of weggeven op welke manier dan ook.

2. “Wa la’abdoem moe’minoen gairoem mim moesh-rikinw wa law a’djabakoem.”

 

Vertaling: “En een gelovige abd (slaaf) is zeker beter dan een veelgodenaanbidder, al verbaast hij u.”                                                                

(Hoofdstuk 2 vers 221)

 

In dit vers is het woord “abd” (enkelvoud van “ibaad”) eveneens gebruikt voor een mens die een slaaf is van een andere mens. Allah Ta Ala zegt, dat gelovige slaven beter zijn dan veelgodenaanbidders, al hebben laatstgenoemden kwaliteiten, die verbazing bij u opwekken, terwijl slaven geen macht hebben, zoals blijkt uit het volgende. 

 

3. “Darabal’laahoe masalan abdam mamloekan laa jaqdiroe alaa shai.”

 

Vertaling: “Allah maakt een vergelijking: een abd (slaaf) die het eigendom is van een andere mens en zelf geen macht heeft.”                                  

(Hoofdstuk 16 vers 75)

 

Het is zonneklaar, dat in dit vers met het woord “abd” geen aanbidder van God wordt bedoeld, doch een slaaf die het eigendom is van zijn meester en zelf geen macht heeft. Hij dient zijn meester te gehoorzamen en aan al diens verlangens en opdrachten te voldoen.

 

4. “Wa ankihoel ajaamaa minkoem was’saalihien min ibaadikoem wa imaa’ikoem.”

 

Vertaling: “En huwt de vrijgezellen onder u en de deugdzamen onder uw ibaad (slaven) en slavinnen.”

(Hoofdstuk 24 vers 32)

Het woord “ibaad” is in dit vers samen met het woord “koem” gebruikt. Dat betekent uw of jullie.

Allah Ta Ala praat hier over “ibaadikoem”, hetgeen niets anders dan “uw ibaad” in de zin van uw slaven betekent.

Uit dit vers blijkt overduidelijk, dat de mensen ook “ibaad” kunnen hebben. Tevens is uit dit vers duidelijk, dat mensen de “ibaad” in de zin van slaven kunnen zijn van andere mensen.

Zouden wij dan geen “ibaad” in de zin van slaven kunnen zijn van onze Meester Moehammad (sallallaahoe alaihi wa sallam), aan wie wij onverwijld gehoor-zaamheid zijn verschuldigd?

 

5. “Qoel li ibaadieyal’laziena aamanoe joeqiemoes-salaata wa joenfiqoe mim maa razaqnaahoem.”

 

Vertaling: “Zeg tot Mijn dienaren die geloven, dat

zij de salaat onderhouden en bijdragen geven uit wat Wij hen geschonken hebben.”              

(Hoofdstuk 14 vers 31)

   

Het woord “ibaad” is hier gebruikt met het bezittelijk voornaamwoord “ie”. Dat betekent: mijn.

“Ibaad” betekent: dienaren. “Ibaadie” betekent: mijn dienaren.

Rasoeloellaah (sallallaahoe alaihi wa sallam) krijgt hier opdracht om iets aan de dienaren van Allah Ta Ala te zeggen. De vertaling is dus: “Zeg aan Mijn dienaren.” Ibaad betekent hier dus de aanbidders van Allah Ta Ala.

 

6. “Qoel jaa ibaadieyal’laziena asrafoe alaa anfoesihim laa taqnatoe mir rah’matil’laah.”

Vertaling: ”Zeg: O mijn dienaren die buitensporig zijn geweest tegenover zichzelf, wanhoopt niet aan de genade van Allah.”

(Hoofdstuk 39 vers 53)

 

Rasoeloellaah (sallallaahoe alaihi wa sallam) krijgt hier weer opdracht om iets te zeggen. In vers nummer 5 moet hij een boodschap aan de dienaren van Allah Ta Ala verkondigen.

Maar in vers nummer 6 is de opdracht heel anders. Hij moet de “ibaad” toespreken en zeggen: “O mijn ibaad” (dienaren). Wie zijn de feitelijke ibaad (dienaren) hier? Dienaren van Allah Ta Ala of dienaren van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam)? Rasoeloellaah (sallallaa-hoe alaihi wa sallam) moet in dit vers de gelovigen toespreken met de woorden: “O mijn ibaad (dienaren)”. Als de Profeet Moehammad (sallallaahoe alaihi wa sallam) ons moet toespreken met de woorden: “Jaa Ibaadie” (O mijn ibaad), mogen wij toch zeggen: Nah’noe ibaadoe moehammadin (Wij zijn de ibaad van Moehammad – sallallaahoe alaihi wa sallam)?

“Nah’noe ibaadoe moehammadin” betekent geenszins, dat wij aanbidders van Moehammad (sallallaahoe alaihi wa sallam) zijn. Het betekent, dat wij slaven en of onderda-nen zijn van Moehammad (sallallaahoe alaihi wa sallam).

Een meester houdt slaven op na om werelds en materieel voordeel van hen te behalen. Ze zijn het eigendom van hun meester en dienen gehoor te geven aan alles wat deze van hen verlangt. Desondanks hoeft de slaaf geen gehoor te geven aan de roep van zijn meester als hij bezig is namaaz te doen.

Een slaaf zijn van de Profeet Moehammad (sallallaahoe alaihi wa sallam) betekent niet dat wij hem werelds en of materieel voordeel verschaffen. Wij dienen hem integen-deel te respecteren en gehoor te geven aan hem als hij ons roept, opdat wij het eeuwige leven mogen verkrijgen. Allah Ta Ala zegt in de Qoer’aan Al Kariem het volgende.

 

“Jaa ay’yoehal’laziena aamanoestadjieboe lil’laahi wa lir’rasoeli izaa da’aakoem limaa joeh’jiekoem.”

(Hoofdstuk 8 vers 24)

 

Vertaling: “O gelovigen, geeft gehoor aan Allah en aan de boodschapper als deze (de boodschapper) u roept tot het-geen u leven geeft.”

 

De sahaabie Aboe Saied Al Ma’la (radiyallaahoe anhoe) was eens bezig met namaaz toen de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam) hem riep. Hazrat Aboe Saied (radiyal-laahoe anhoe) gaf geen reactie op de roep van de Profeet (sallallaahoe alaihi wa sallam).

Nadat hij zijn namaaz had voltooid, meldde Hazrat Aboe Saied (radiyallaahoe anhoe) zich terstond bij zijn meester (sallallaahoe alaihi wa sallam) aan. Hij verontschuldigde zich en vertelde hem dat hij bezig was met namaaz toen Rasoeloellaah (sallallaahoe alaihi wa sallam) hem riep en dat hij die niet wilde onderbreken om gehoor te geven aan de roep van zijn meester (sallallaahoe alaihi wa sallam).

Hierop vroeg Rasoeloellaah (sallallaahoe alaihi wa sal-lam) aan Hazrat Aboe Saied (radiyallaahoe anhoe) of hij het vers van de Qoer’aan Al Kariem niet kende waarin aan alle gelovigen opgedragen werd om gehoor te geven aan de roep van Rasoeloellaah (sallallaahoe alaihi wa sallam), opdat zij het eeuwige leven zouden krijgen?

(Tafsier Mazharie).

Uit dit voorval blijkt duidelijk, dat gelovigen, ook indien zij bezig zijn met het doen van gebeden en namaaz, de roep van Rasoeloellaah (sallallaahoe alaihi wa sallam) dienen te beantwoorden.

Het is voor hen zelfs verboden om door te gaan met hun namaaz als Rasoeloellaah (sallallaahoe alaihi wa sallam) hen roept. Na de roep van Rasoeloellaah (sallallaahoe alaihi wa sallam) te hebben beantwoord, moet men de namaaz hervatten waar men die had onderbroken.

Door zich ten dienste van Rasoeloellaah (sallallaahoe alai-hi wa sallam) te stellen, verbreekt de namaaz niet.

 

Conclusie

Na deze verzen te hebben begrepen, is het niet nodig om hadies van Rasoeloellaah (sallallaahoe alaihi wa sallam) ten aanzien hiervan aan te halen. Het begrip “abd” (meer-voud: “ibaad”) is door Allah Ta Ala zelf op verschillende plaatsen in de Qoer’aan Al Kariem in de betekenis van slaaf gebruikt voor de mensen tegenover andere mensen. De daroed sharief met de regel “nah’noe ibaadoe moe-hammadin” is dus geen shirk. Het druist ook niet in tegen enig ander beginsel van de islam.

De bedoelde daroed sharief bevat twee delen. In het eerste deel wordt gesteld, dat Moehammad (sallallaahoe alaihi wa sallam) een onderdaan en dienaar is van Allah Ta Ala. Hij kan dus nimmer God of een gelijke van God zijn. In het tweede deel wordt gesteld, dat de gelovigen slaven zijn van Moehammad (sallallaahoe alaihi wa sallam) en niet zijn gelijken.

Vermoedens, dat de lezers van deze daroed sharief Hazrat Moehammad (sallallaahoe alaihi wa sallam) als hun God beschouwen, worden in het eerste deel ontzenuwd door de verklaring dat het Allah is, Die de Heer en God is van Hazrat Moehammad (sallallaahoe alaihi wa sallam). Als Moehammad zelf een God heeft, hoe kan hij dan ook God zijn? Met de woorden “nah’noe ibaadoe moehammadin” aanbidden de gelovigen Moehammad (sallallaahoe alaihi wa sallam) niet, doch zij vernederen zichzelf hierdoor voor hem. Dat is een daad van respect voor onze meester, Hazrat Moehammad (sallallaahoe alaihi wa sallam), hetgeen een vereiste is voor alle gelovigen.

 

Allaahoe rabboe moehammadin

sallaa alaihi wa sallamaa

Nah’noe ibaadoe moehammadin

sallaa alaihi wa sallamaa

 

 

Vraag: door Imaam Reza Soeltan (S.M.A.)

In naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Ge-nadige. Vrede, zegeningen en barmhartigheid van Allah Ta Ala zij met u.

Sommige mensen en of groepen beweren, dat het haraam is om onze theologen mawlana te noemen. Anderen zeggen zelfs, dat het shirk is, omdat op verschillende plaatsen in de Qoer’aan Al Kariem het woord mawlana gekoppeld is aan de naam van Allah Ta Ala.

Als wij de titel mawlana toevoegen aan de naam van onze theologen of leiders, dan stellen wij hen gelijk aan Allah Te Allah, beweren zij. Wat zegt de sherie’a over het voeren van de titel van mawlana door islamitische geleerden en of leidinggevende figuren? Mogen wij als moeslims onze theologen mawlana noemen?  Gaarne uw antwoord op deze vragen. Moge Allah Ta Ala u belonen.

 

Antwoord: door Michel Soebhan

Alle lof zij aan Allah Ta Ala, de Heer der werelden. Vrede en zegeningen van Allah Ta Ala zij met Zijn laatste profeet en boodschapper, Hazrat Moehammad Moestafa, zijn nakomelingen, huisgenoten en volgelingen tot de Laatste Dag.

Moge Allah Te Ala ons beschermen tegen de verleidingen van Satan, de eeuwig vervloekte. In naam van Allah, de Enige Ware God, de Oneindig Barmhartige, de Oneindig Genadige.

Vrede, zegeningen en barmhartigheid van Allah Ta Ala zij met degenen, die de waarheid volgen en ondersteunen. Moge Allah Ta Ala ons op het rechte pad behouden en de dwalenden rechtleiden. Aamien.

 

Het begrip mawlana

Het Arabische woord mawlana bestaat uit twee delen. Deze zijn “mawlaa” en “na”. Mawlaa is afgeleid van het Arabische stamwoord “waliya”, hetgeen vele betekenissen heeft. Het woord “mawlaa” heeft ook verschillende betekenissen, zoals beschermer, meester, heer, vriend, helper, bloedverwant, erfgenaam en verblijplaats. Het achtervoegsel “na” betekent “ons”.

Mawlana betekent dus onze mawlaa ofte wel onze mees-ter, onze beschermer, onze vriend, onze erfgenaam enz.

Wordt het woord mawlaa voorzien van een ander bezittelijk voornaamwoord, zoals “hoe” (zijn), “hoem” (hun), “koem” (uw), dan wordt het mawlaahoe (zijn mawlaa), mawlaahoem (hun mawlaa), mawlaakoem (uw mawlaa) enz.

Het meervoud van mawlaa is mewaalie. De beweringen van bedoelde mensen en of groepen, dat het shirk of haraam is om behalve Allah Ta Ala anderen mawlana te noemen, zijn zeer onterecht gebaseerd op bepaalde verzen van de Qoer’aan Al Kariem, waarin door Allah Ta Ala wordt verkondigd, dat Hij onze Mawlaa is. In deze verzen betekent het woord Mawlaa Beschermer of Helper. Wij zullen enkele van deze verzen hier vermelden.

 

Mawlana als onze Beschermer of Helper

1. “Anta mawlaanaa fansoernaa alal qaumil kafirien". 

(Hoofdstuk 2 vers 286)

 

Vertaling:  “U bent onze Beschermer; redt ons dan van het ongelovige volk”.

 

2. “Balillaahoe mawlaakoem. “

(Hoofdstuk 3 vers 150)

Vertaling:  “Neen, Allah is uw Beschermer”.

 

3. “Wa ien tawallaw fa’lamoe annallaaha mawlaakoem.”

(Hoofdstuk 8 vers 40)

 

Vertaling: “En als zij terugvallen, weet dan, dat Allah uw Beschermer is”.

 

4. “Hoewa mawlaanaa.” 

(Hoofdstuk 9 vers 51)

 

Vertaling: “Hij is onze Beschermer”.

5. “Zalika bi’annallaaha mawlallaziena aamanoe wa an-nalkaafiriena laa mawlaalahoem.”

(Hoofdstuk 47 vers 11)

 

Vertaling: “Dat is, omdat Allah de Beschermer is van de

gelovigen en de ongelovigen hebben geen beschermer.”

 

6. “Wallaahoe mawlaakoem.”

(Hoofdstuk 66 vers 2)

 

Vertaling: “En Allah is uw Beschermer”.

 

Mawlana in de betekenis van Heer en Meester

In de volgende verzen is het woord Mawlaa gebruikt

voor Allah Ta Ala in de betekenis van Heer of Meester.

 

7. “Soemma roeddoe ilallaahi mawlaahoemoelhaqq.”

(Hoofdstuk 6 vers 62)

 

Vertaling: “Dan worden zij tot Allah, hun Ware Heer,

teruggebracht.”

 

8. “We roeddoe ilallaahi mawlaahoemoelhaqq”.

(Hoofdstuk 10 vers 30)

 

Vertaling: “En zij zullen tot Allah, hun Ware Heer, wor-den teruggebracht.”

 

9. “Hoewa mawlaakoem; fa ni’mal mawlaa wa ni’man-nasier.”

(Hoofdstuk 22 vers 78)

 

Vertaling: “Hij is uw Beschermer; een Uitmuntend Meester en een Uitmundend Helper.”

Noot: Uit voorgaande verzen blijkt niet, dat het woord mawlaa niet voor mensen gebruikt mag worden. Ook blijkt niet, dat Allah onze enige mawlaa is. Integendeel blijkt uit de hierna volgende verzen van de Qoer’aan Al Kariem, dat het woord mawlaa wel door Allah Ta Ala ge-bruikt is voor mensen en wel in de betekenis van bescher-mer, meester, vriend, erfgenaam of bloedverwant.

 

Mawlaa als beschermer van Rasoeloellaah (sallal-laahoe alaihi wa sallam)

Het woord mawlaa is in de Qoer’aan Al Kariem door Allah Ta Ala gebruikt voor zichzelf en ook voor Hazrat Djibriel (alaihis salaam) en de rechtschapen gelovigen in de betekenis van beschermer van Rasoeloellaah (sallallaa-hoe alaihi wa sallam).

 

10. “Wa in tazaaharaa alaihi fa innallaaha hoewa maw-laahoe wa djibrieloe wa saalihoelmoe’minien.”

  (Hoofdstuk 66 vers 4)

 

Vertaling: “Maar als jullie samenspannen tegen hem, dan is Allah zijn beschermer en ook Djibriel (alaihis salaam) en de rechtschapen gelovigen.”

 

Noot: Het is toch een onaanvechtbaar feit, dat Allah Ta Ala zelf in de Qoer’aan Al Kariem verklaart, dat Hijzelf samen met de aartsengel Djibriel (alaihis salaam) en de rechtschapen gelovigen de mawlaa (beschermer) is van Rasoeloellaah (sallallaahoe alaihi wa sallam)? Er kan geen andere betekenis voor dit vers denkbaar zijn.

Als Allah Ta Ala zelf Djibriel (alaihis salaam) samen met de rechtschapen gelovigen mawlaa noemt in de Qoer’aan Al Kariem, waarom wordt het shirk of haraam verklaard als wij hen ook mawlana (onze mawlaa) noemen?

 

Mawlaa als valse beschermers

Het woord mawlaa, is in de Qoer’aan Al Kariem door Allah Ta Ala gebruikt voor de mens of het afgodsbeeld als valse beschermer van de andere mens.

 

11. “Jad’oe liman darroehoe aqraboe mien naf’ihie; labi’-sal mawlaa wa labi’sal ashier.”

(Hoofdstuk 22 vers 13)

 

Vertaling: “Hij roept degene aan die eerder schaadt dan baat; voorwaar, een slechte beschermer en waarlijk een slechte metgezel.”

 

Het woord mawlaa als meester van de medemens

12. “Wa daraballaahoe masalarradjoelaini ahadoehoema abkamoe laa jaqdiroe alaa shai’ienw wa hoewa kalloen alaa mawlaahoe.”

(Hoofdstuk 16 vers 76)

 

Vertaling: “En Allah geeft een gelijkenis van twee mannen: een hunner is stom, heeft nergens macht over en is een last voor zijn meester.”

 

Mawla in de betekenis van erfgenaam

Het woord mawaalie (meervoud van mawlaa) is in de Qoer’aan Al Kariem door Allah Ta Ala gebruikt voor mensen in de betekenis van erfgenamen van andere mensen.

 

13. “Wa likoellin dja’alnaa mawaaliya mim maa tarakal waalidaani wal aqraboen.”

(Hoofdstuk 4 vers 33)

 

Vertaling: “En voor een ieder hebben wij erfgenamen be-paald ten aanzien van wat de ouders en de bloedverwan-ten nalaten.”

 

Mawlaa in de betekenis van bloedverwant

Het woord mawaalie (meervoud van mawlaa) is in de Qoer’aan Al Kariem door Allah Ta Ala gebruikt voor mensen in de betekenis van bloedverwanten.

 

 14. “Wa innie giftoel mawaaliya minwwaraa’ie wa kaa-nat imra’atie aaqiran fahablie min ladoenka waliyyaa.”

(Hoofdstuk 19 vers 5)

 

Vertaling: “Maar ik vrees geen bloedverwanten na mij te hebben; mijn vrouw is onvruchtbaar. Geef mij een erfge-naam van u.”

 

Mawlaa in de betekenis van vriend

De woorden mawlaa en mawaalie (meervoud van maw-laa) is in de Qoer’aan Al Kariem door Allah Ta Ala gebruikt voor mensen als vriend, respectievelijk vrienden voor andere mensen.

 

15. “Oed’oehoem li aabaa’ihim hoewa aqsatoe indallaahi; fa illam ta’lamoe aabaa’ahoem fa igwaanoekoem fieddieni wa mawaaliekoem.”

(Hoofdstuk 33 vers 5)

 

Vertaling: “Noemt hen bij hun vaders naam; dat is bil-lijker in de ogen van Allah. Maar als gij hun vaders niet kent, dan zijn zij uw broeders in de godsdienst en uw vrienden.”

 

16. "Jauma la joeghnie mawlan an mawlin shai’aa."

(Hoofdstuk 44 vers 41)

 

Vertaling: “De dag waarop een vriend de andere vriend

niets zal baten.”

 

Mawlaa als een tehuis voor ongelovigen

Het woord mawlaa is door Allah Ta Ala in de Qoer’aan Al Kariem gebruikt voor de hel als tehuis voor de ongelovigen.

 

17. “Ma’wakoemoennaar. Hiya mawlaakoem wa bi’sal-masier.”

(Hoofdstuk 57 vers 15)

 

Vertaling: “Uw tehuis zal het vuur zijn. Dat is uw tehuis en het is een slechte bestemming.”

 

Conclusie

Het woord mawlana wordt door moeslims gebruikt als aanspreektitel of waarderingstitel voor religieuze geleer-den in de betekenis van onze helper,  meester of bescher-mer. Uit de bovengenoemde verzen blijkt heel duidelijk, dat het gebruik van het woord mawlana uit waardering en respect voor onze religieuze geleerden zonder problemen toegestaan is.

Het voeren van de titel van mawlana door geestelijke leiders, zoals gebruikelijk is bij Oerdoetalige moeslims, is zonder problemen toegestaan. Degenen die beweren dat het haraam of shirk is, zijn overmatig in hun beweringen. Allah Ta Ala behoede ons van het beschuldigen van moeslims van het bedrijven van haraam of shirk. Aamien.