LEVENSSCHETS

 

VAN DE

 

PROFEET MUHAMMAD

(Sallallaahoe alaihi we sallam)

 

DEEL I

 

 

 

 

 

 

 

M.I. Soebhan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uitgever:


 

Surinaamse Moeslim Associatie

 

Reeds uitgegeven door de S.M.A.:

 

1. Kort en Bondig Namaaz

2. Mouloed Moestafa  (uitverkocht)

3. De Vier mazhabs en Imaam Abu Hanifa

4. Godsdienstonderwijs in de Islam

5. Mirza Ghulam Qadiani en de Ahmadia Godsdienst

6. Levensschets van de Profeet Muhammad deel 1

    (sallallaahoe alaihi we sallam)

 

In voorbereiding:

 

7. Honderd Gezegden van de Profeet Muhammad

   (sallallaahoe alaihi we sallam)

8. Vrijdagstoespraken van Michel Soebhan

9. Levensschets van de Profeet Muhammad  deel 2

   (sallallaahoe alaihi we sallam)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nadruk verboden zonder

schriftelijke toestemming van de samensteller


 

VOORWOORD

 

In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadige.

Alle lof zij aan Allah, de Heer der Werelden. Vrede en zegeningen van Allah zij met Zijn Laatste Boodschapper, de  Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) en met al zijn nakomelingen, metgezellen en volgelingen tot de Laatste Dag.

 

Toen het nieuwe schoolbestuur van de Surinaamse Moeslim Associatie geïnstalleerd werd, merkte het lid Rudy Nabibaks zeer terecht op, dat er met onmiddellijke ingang godsdienst-lessen moesten worden ingevoerd op onze scholen. Sindsdien heeft hij er bij mij steeds op aangedrongen om een leerpro-gramma samen te stellen voor het godsdienstonderwijs op de  scholen van de S.M.A. U heeft voor zich "Levensschets van de Profeet Muhammad" (sallallaahoe alaihi we sallam), hetgeen het resultaat is van het herhaaldelijk aandringen van broeder Rudy. Dit werkje verschaft, hoe beknopt het ook is, genoeg informatie over de Mekkaanse periode van het leven van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam). Daarnaast bevat het ook andere belangrijke onderwerpen over de Islam, die een duidelijk beeld geven van de inhoud van deze godsdienst. Het kan gebruikt worden als een handleiding voor leerkrachten die de gods-dienstlessen zullen verzorgen. Na iedere paragraaf zijn er vragen gesteld om de daarin behandelde leerstof te vergemak-kelijken. Het tweede deel van dit boek, dat reeds in voorbereiding is en over de Medinitische periode van het leven van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) handelt, is een aansluiting op dit eerste deel. Ik hoop, dat met deze uitgave het godsdienstonderwijs op onze scholen gegarandeerd blijft. Met deze bedoeling is dit boek samengesteld. Moge mijn moeite beloond worden met vergiffenis van mijn zonden. Amien.

 

Paramaribo, 23 oktober 1998 / 02 Radjab 1418

                                                                M.I. Soebhan


 

HOOFDSTUK I

DE SCHEPPING VAN HET HEELAL

 

1. HET BEGIN


 

Er zijn vele dingen door Allah  geschapen. Allah is de Islamitische naam van God. Het eerste van al deze dingen was een licht. Dat was het licht van Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) [1]. Hij werd vóór alle andere dingen het eerst geschapen als een licht. Heel lang bleef het licht van Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam)  dichtbij Allah en hield zich bezig met Zijn aanbidding. Toen schiep Allah uit het licht van Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) vele lichtdeeltjes.  Met al die deeltjes van licht schiep Hij alles wat zich in de hemelen en de aarde bevindt. Veel later werd de mens geschapen uit klei van de aarde. Allah plaatste het licht van Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) op het voorhoofd van de eerste mens, Adam (alaihis selaam) [2] , waardoor het begon te schitte-ren. De schittering op het voorhoofd van Adam (alai-his selaam) verplaatste zich naar een van zijn zonen. En zo ging het licht van Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) telkens over van vader op zoon, tot het terecht kwam bij Ibrahiem (alaihis selaam). Dit is de Islamitische naam van Abraham. Van deze kwam het bij zijn zoon Ismaïel (alaihis selaam). Na vele generaties kwam het eindelijk bij Abdoella, die de vader was van de Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam). Zo werd het licht van Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) als mens geboren op aarde.

 

Vragen: 1.  Wat is de Islamitische naam van God? 2. Wat schiep God het eerst? 3. Hoe werd de wereld verder geschapen? 4. Wat gebeurde toen met het licht van Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam)? 5. Hoe kwam dit licht op aarde?

 

2. ENGELEN EN DJINN'S

Voordat de mensen geschapen werden, leefden er op aarde, evenals nu, vele dieren en andere schepselen van God, zoals de engelen. Wij hebben allemaal wel eens gehoord van engelen. Deze zijn dienaren van Allah, die uit licht zijn geschapen. Engelen zijn zondeloos en wij kunnen ze niet zien. Zij doen alleen maar wat Allah van hen verlangt. De  belangrijkste engelen zijn Hazrat Djibriel (alaihis selaam), die de goddelijke boodschap bracht voor de profeten, Hazrat Miekaïel (alaihis selaam), die voor voedsel van de mensen zorgt, Hazrat Israfiel (alaihis selaam), die op de Laatste Dag op een bazuin zal blazen om de wereld te beëindigen en Hazrat Izraïel (alaihis selaam), die ook de Malakoel Mawt of Doodsengel wordt genoemd. Deze neemt op bevel van Allah het leven uit de lichamen, zodat wij doodgaan. Er zijn twee engelen, die alles wat wij doen opschrijven. Zij heten Kiramen Katibien (alaihis

 


 

selaam). Sommige engelen beschermen de mensen tegen gevaren en ongelukken. Twee engelen komen na onze dood in ons graf om ons over ons geloof te ondervragen. Zij heten Moenker en Nekier. Er zijn ook wezens, die door Allah uit vuur zijn geschapen. Zij worden djinn's genoemd. Deze zijn geesten, die wij niet kunnen zien. Evenals de mensen zijn er goede en slechte djinn's. De goede djinn's gehoorzamen Allah en zijn ook moeslims. De slechte djinn's doen alleen maar kwade dingen op aarde en geloven niet in God. Zij behoren tot de ongelovigen.

 

Vragen: 1. Welke wezens bestonden er al, voordat de mens geschapen werd? 2. Hoe zijn engelen geschapen? 3. Waarmee houden zij zich altijd bezig? 4. Noem enkele belangrijke engelen op. 5. Wat zijn hun verschillende taken? 6. Wat zijn djinn's? 7. Waaruit zijn zij geschapen? 8. Wat kun je verder van de djinn's vertellen?

 

3. DE MENS


 

Heel in het begin, toen er nog geen mensen op aarde leefden, maakte Allah een beeld van vele kleuren en soorten klei in de vorm van een man.  Daarna plaatste Allah het licht van Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) op het voorhoofd van het beeld en blies er leven in. Het veranderde toen in vlees en been en begon te leven.  Allah noemde hem Adam (alaihis selaam). Adam (alaihis selaam) is de eerste mens die door Allah werd geschapen. Hij is de voorvader van alle andere mensen. Allah schiep daarna uit Adam (alaihis selaam) een vrouw voor hem. Die vrouw kreeg van Allah de naam van Eva. De Islamitische naam van Eva is Haw-wa (radiyallaahoe anha)[3]. Haw-wa is de moeder van alle mensen. Alle mensen zijn kinderen van Adam en Haw-wa (alaihis selaam). Omdat Adam (alaihis selaam)  uit vele kleuren klei was gemaakt, werden er mensen van verschillende kleuren en rassen onder zijn kinderen geboren. Wij zijn ook kinderen van Adam en Haw-wa (alaihis selaam), al verschillen wij zoveel van elkaar in kleur en ras. Wij moeten samen als kinderen van dezelfde voorouders goed met elkaar leven en geen onder-scheid maken tussen blank en zwart, Hindoestaan en Creool, Javaan en Chinees of rijk en arm. Allah houdt niet van een speciaal ras of volk, maar van degenen die Hem gehoorzamen.

 

Vragen: 1. Hoe schiep Allah de mens? 2. Hoe heette de eerste mens? 3. Wie is Adam (alaihis selaam) van ons? 4. Wie is Eva?  5. Wat is de Islamitische naam van Eva? 6. Als wij allemaal kinderen van Adam en Haw-wa (alaihis selaam) zijn, hoe komt het dan dat er zoveel rassen van mensen zijn ontstaan? 7.  Wat is belangrijker bij Allah dan ras en kleur?

 

4. PARADIJS EN HEL


 

Adam (alaihis selaam) en Haw-wa  (radiyallaahoe anha)  woon-den eerst in het Paradijs. Dat is een heel mooie plaats, waar alleen goede mensen zullen wonen. Zij zullen daar heel gelukkig zijn. Er zal geen jaloezie, haat of wraak zijn in het Paradijs. Ook zal daar geen verdriet, pijn of smart zijn. In het Paradijs zal niemand ruzie hebben met een ander. Er zal daar alleen maar liefde zijn en vriendschap. De Islamitische naam van het Paradijs is Djannat. Omdat er ook slechte mensen geboren zouden worden onder hun kinderen, werden Adam en Haw-wa (alaihis selaam) door Allah op aarde gestuurd. De goede mensen onder de kinderen van Adam (alaihis selaam) en Haw-wa zullen teruggaan naar het Paradijs. Zij zullen daar eeuwig blijven en een leven van geluk en blijdschap hebben. De mensen die slecht leven, zullen niet teruggaan naar het Paradijs. Voor deze mensen is er een andere plaats gemaakt door Allah. Een plaats waar iedereen veel verdriet, pijn en angst zal hebben. Die plaats is een grote vuurzee met allerlei kwellingen en wordt de Hel genoemd. De Islamitische naam van de Hel is Djehannam. Dat zal de straf zijn voor mensen die Allah niet gehoorzamen en slecht leven. Zij zullen daar eeuwig blijven en een heel ongelukkig leven vol verdriet en pijn hebben.

 

Vragen: 1. Wat is Djannat? 2. Waarom werd Adam (alaihis selaam) op aarde gestuurd? 3. Wat is Djehannam? 4. Noem enkele slechte dingen van de Hel op. 5. Welke mensen zullen naar het Paradijs gaan? 6.Welke mensen zullen  naar Djehannam gaan?


 

5. ADAM  (alaihis selaam)  OP AARDE

Onder de djinn's was er iemand, die heel gehoorzaam was aan Allah. Hij heette Azaziel. Hij deed alles wat Allah van hem verlangde. Alle andere djinn's en alle engelen hadden eerbied en respect voor hem. Maar toen Allah Adam (alaihis selaam) schiep, werd Azaziel boos. Hij werd heel jaloers toen hij hoorde dat Adam (alaihis selaam) en Haw-wa in het Paradijs mochten wonen. Adam (alaihis selaam) en Haw-wa mochten van Allah overal in het Paradijs gaan, behalve bij een bepaalde boom.  Die boom werd de verboden boom genoemd. Azaziel be-dacht een list om Adam en Haw-wa (alaihis selaam) uit het Paradijs weg te krijgen. Hij jokte voor hen, dat zij nooit dood zouden gaan, als zij een vrucht van de verboden boom zouden eten. Adam en Haw-wa (alaihis selaam) vergaten, dat zij niet bij die boom mochten komen en geloofden Azaziel. Zij gingen naar die boom toe en aten een vrucht ervan. Zij vergaten dat het verboden was om van die boom te eten en luisterden naar Azaziel. Toen zij dat bemerkten, kregen Adam en Haw-wa (alaihis selaam) er veel berouw  van. Zij werden door Allah vergeven.


 

Maar omdat Adam en Haw-wa (alaihis selaam) naar Azaziel geluisterd hadden, zouden er onder hun kinderen mensen geboren worden die ongehoor-zaam zouden zijn aan Allah. Die mensen mochten niet in het Paradijs wonen. En om hen niet in het Paradijs geboren te laten worden, werd Adam (alaihis selaam) samen met Haw-wa op aarde gestuurd door Allah. Ook Azaziel werd voor straf naar de aarde verbannen. Hij mocht nooit meer teruggaan naar het Paradijs. Zijn naam werd veranderd in Iblies. Dat is de Islamitische naam van de Duivel. Hij werd koning van alle slechte djinn's op aarde. Toen Iblies hoorde dat de gehoorzame mensen onder de kinderen van Adam (alaihis selaam) en Haw-wa terug zouden gaan naar het Paradijs, werd hij jaloers en boos, want hij zelf was voor altijd uit het Paradijs verjaagd. Hij begon de mensen te haten. Hij is de grootste vijand van alle mensen. Hij laat hen slechte dingen doen, opdat zij niet naar het Paradijs kunnen teruggaan. Daarom moeten wij ver blijven van slechte dingen en niet naar Iblies luisteren.

 

Vragen: 1. Wie was Azaziel? 2. Waarom werd Adam (alaihis selaam)  door Allah uit Djannat  naar de aarde gestuurd?  3. Wat gebeurde er met Azaziel? 4. Wat gebeurde er toen met Adam (alaihis selaam)? 5. Hoe heet Azaziel nu? 6. Wat doet hij met de mensen? 7. Wat zal er met ons gebeuren als wij naar hem luisteren? 8. Wie is de grootste vijand van alle mensen?

 

 

 

 

 

 


 

HOOFDSTUK II

 

DE PROFEET MUHAMMAD

(sallallaahoe alaihi we sallam)

 

1. DE STAD MEKKA


 

Heel ver, ongeveer 15000 km van Suriname verwijderd, ligt de oudste stad van de wereld. Deze stad heet Mekka en ligt in Arabië. Dit is een land in het werelddeel Azië. Mekka is heel beroemd om verschillende redenen. De Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) werd in deze stad geboren. Behalve als geboorteplaats van de Heilige Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) staat Mekka ook bekend om de Baitoellah (Huis van Allah). Dit is het eerste gebedshuis ooit gebouwd in de wereld. Het werd gebouwd door de eerste mens, Adam (alaihis selaam). De Baitoellah wordt ook wel de Heilige Ka'ba genoemd. De eerste bewoners van de stad Mekka, na Adam (alaihis selaam), waren de Profeet Ismaïel en zijn moeder Haadjira (alaihis selaam).  Heel lang geleden werden zij op bevel van Allah daar achtergelaten door de Profeet Ibrahiem (alaihis selaam). Enige tijd na de aankomst van deze twee in Mekka, voegde zich ook een groep mensen van de familie Banoe Djarham bij hen. De familie Banoe Djarham woonde vroeger in Jemen. De Profeet Ismaïel (alaihis selaam) trouwde in deze familie en uit zijn nageslacht werd Adnaan geboren. Uit Adnaan werd Nasr geboren, uit wie de familie Koraisj afstamt, die een beroemde familie was in Mekka. De Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam)  werd in deze familie geboren.

 

Vragen: 1. Waar ligt Mekka? 2. Waarom is Mekka belangrijk? 3. Wat is de Heilige Ka'ba? 4. Wat betekent Baitoellah? 5. Wie waren de eerste bewoners van Mekka? 6. Wie waren Hazrat Ismaïel en Hazrat Haadjira (alaihis selaam)

 

2. ZIJN GEBOORTE

De Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam)  werd dus in deze beroemde familie, de Koraisj, geboren. Dat was heel vroeg op een maandagochtend voor zonsopkomst op twaalf Rabie al Awwal in het jaar 570. Rabie al Awwal is de derde maand van het Islamitische jaar. Het jaar 570 staat in de geschie-denis van Arabië bekend als het Jaar van de Olifanten. In dat jaar kwam een jaloerse koning, die Abraha heette, met een groot leger van olifanten naar Mekka om de Ka'ba te vernielen. In dat zelfde jaar werd de Profeet door Allah op aarde gezonden (sallallaahoe alaihi we sallam).

 

Vragen: 1. In welke familie werd de Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) geboren? 2. Wanneer werd hij geboren? 3. Wat kan je vertellen over zijn geboortejaar ?

 

3. KONING ABRAHA EN  DE HEILIGE KA'BA


 

Abraha was een heel onrechtvaardige koning van het land al Habasja. Dit is de vroegere naam van Ethiopië. Toen Abraha hoorde dat heel veel mensen ieder jaar een reis maakten naar Mekka om daar de bedevaart te doen bij de Ka'ba, werd hij jaloers. Hij bouwde een heel mooie en fraaie tempel in zijn land en gaf opdracht dat iedereen bij zijn mooie tempel de bedevaart moest komen doen in plaats van naar de Heilige Ka'ba in Mekka te gaan. Maar de mensen vonden het niet verstandig om de eeuwenoude relatie met de Heilige Ka'ba  te verbreken in ruil voor de nieuwe tempel van Abraha, hoe prachtig deze ook was. Abraha werd hierover heel erg boos en besloot de Heilige Ka'ba te vernielen. Met een groot leger, bestaande uit dappere soldaten, die olifanten bereden, trok hij tegen de Ka'ba op. Het kleine aantal soldaten van Mekka was niet sterk genoeg om tegen het grote leger van Abraha te vechten. Toen deze op een ochtend de Ka'ba heel dicht genaderd was, richtte Abdoel Moettalib, die kapitein van Mekka was, een gebed  tot God. Hij  zei:

"O Allah, Heer van dit eerste gebedshuis, bescherm de Ka'ba."


 

Allah verhoorde dit gebed. Hij zond voor de be-scherming van Zijn huis een groot leger, bestaan-de uit kleine vogels, die binnen enkele minuten van alle kanten kwamen aangevlogen. Zij hadden elk drie kleine stenen. Eén in de snavel en twee in de poten, die zij lieten neervallen op de soldaten van koning Abraha. Het gehele leger van Abraha werd vernietigd. Het huis van Allah, de Heilige Ka'ba, werd gered door zijn Heer. Wij lezen in de Heilige Qur'aan, in hoofdstuk 105, over deze gebeurtenis het volgende:

"Heeft U niet gezien hoe uw Heer de Bezitters van de Olifanten behandelde? Heeft Hij hun plannen niet doen mislukken door zwermen vogels op hen neer te zenden, die hen bekogelden met kleine kiezelstenen? Maakte Hij hen op deze manier niet als fijn gekauwd stro? "

De Qur'aan is het Heilige Boek van de moeslims. Dit hoofdstuk van de  Heilige Qur'aan heet Soerat al Fiel. Dat betekent het Hoofdstuk van de Olifanten. Het geboortejaar van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) wordt het Jaar van de Olifanten genoemd naar het leger van Koning Abraha.

 

Vragen: 1. Wie was Abraha? 2. Welke boze plannen had hij  beraamd? 3. Om welke reden had hij deze plannen gemaakt?

4. Waaruit bestond het leger van Abraha? 5. Wat deed de kapitein van Mekka tegen het leger van Abraha? 6. Hoe beschermde Allah Zijn huis? 7. Wat is de Qur'aan? 8. In  welk hoofdstuk zegt Allah iets over het leger van Abraha in Zijn Heilig  Boek? 9. Waarom  wordt  dit  hoofdstuk zo genoemd?  10. Wat gebeurde er met het leger van Abraha? 11. Waarom wordt het geboortejaar van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) het Jaar van de Olifanten genoemd?

 

4. DE FAMILIE VAN DE PROFEET (sallallaahoe alaihi we sallam)


 

De Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) was een zoon van Abdoella, die op zijn beurt een zoon was van Abdoelmoettalib, de kapitein van de stad Mekka. Zijn moeder heette Aminagatoen, die een dochter was van Wahb. Van vader's zijde had de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) twaalf ooms en zes tantes. Hij had geen broers en ook geen zusters en zijn vader stierf reeds enkele maanden voordat de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)   geboren werd. Abdoella was op handelsreis gegaan naar de stad Mediena, die toen nog Yasrab heette. Toen hij terugkeerde naar Mekka, stierf hij onderweg. Toen de Profeet Muhammad  (sallallaahoe alaihi we sallam)  geboren werd, had hij dus geen vader meer. Hij werd als een wees geboren.

 

Vragen: 1. Hoe heette de vader van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)? 2. Hoe heette zijn moeder? 3. Hoe heetten zijn grootvaders? 4. Heeft de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) zijn vader gekend? 5. Waar stierf zijn vader? 6. Had deze ook broers en zusters? 7. Hoeveel broers en zusters had de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)? 8. Hoe heette de stad Mediena vroeger?

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

HOOFDSTUK III

 

DE VERZORGING VAN DE PROFEET

(Sallallaahoe alaihi we sallam)

 

1. ZOOGSTERS VAN DE PROFEET (sallallaahoe alaihi we sallam)

Na zijn geboorte werd de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) een paar dagen door zijn moeder gezoogd. Daarna kreeg Hazrat Sowaiba het geluk om de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) enkele dagen te zogen. In die tijd was het in Arabië de gewoonte van de mensen die in de stad woonden om hun kinderen reeds vanaf de geboorte aan zoogvrouwen weg te geven, die de baby's tegen betaling verzorgden. Dat deden de mensen van de stad om hun kinderen in de gezonde natuur buiten de stad te laten grootbrengen. Daar zouden de kinderen ook de zuivere Arabische taal leren en beschermd blijven van de slechte gewoonten van de stad. Om deze redenen werd de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) heel kort na zijn geboorte aan de zorgen van Hazrat Halima as Sa'diya (radiyallaahoe anha)  gegeven. Deze was een vrouw uit de stam Banoe Sa'd, die  enkele mijlen buiten de stad Mekka woonde.

 

Vragen: 1. Waarom gaven de mensen van Mekka hun kinderen weg aan zoogvrouwen? 2. Door wie werd de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) achter elkaar gezoogd en hoe lang? 3. Wie was Halima as Sa'diya (radiyallaahoe anha)?

 


 

2. DE EZEL VAN HALIMA AS SA'DIYA (radiyallaahoe anha)

Toen Halima as Sa'diya (radiyallaahoe anha) naar Mekka ging om een baby te zoeken om het te zogen, was zij samen met nog andere vriendinnen van haar. Maar omdat zij een arme vrouw was en maar een magere ezel had als rijdier, raakte zij achter bij de anderen. Haar ezel was zwak en kon niet even hard als de andere lopen. Toen zij in Mekka aankwam, waren alle baby's al door haar vriendinnen opgenomen, maar omdat Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) wees was, werd hij achterge-laten. Haar vriendinnen waren al lang uit Mekka vertrokken en hadden een grote voorsprong op haar. Maar bij de terugreis bleek de ezel van Halima as Sa'diya (radiyallaahoe anha)   meer kracht te hebben gekregen met Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam)  op zijn rug. Nu liep hij veel sneller en haalde de anderen vlug in. De vriendinnen van Halima (radiyallaahoe anha) schrokken en vroegen:

"Halima, waar ga jij zo vlug, is dat jouw ezel?"

Halima (radiyallahoe anha) antwoordde:

"Ja, hij schijnt blij te zijn."  Zij zeiden:

"Dat is ongelofelijk, er is iets bijzonders met hem."

Zij wisten niet dat zelfs de ezel van Halima as Sa'diya (radiyallaahoe anha)   de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) had herkend, terwijl er jammer genoeg nog steeds koppige mensen zijn die niet in hem willen geloven.


 

Vragen: 1. Waarom kwam Halima (radiyallaahoe anha) laat in de stad Mekka aan? 2. Hoe kwam het dat zij toch een kind kreeg om het te zogen? 3. Wat gebeurde er toen zij terugging naar huis?

 

3. DE VERZORGING VAN DE PROFEET (sallallaahoe alaihi we sallam)

De Profeet  (sallallaahoe alaihi we sallam) verbleef vier jaren lang buiten de stad Mekka bij Halima as Sadiya (radiyallaahoe anha). Op vierjarige leeftijd kwam hij terug  bij zijn moeder, die hem slechts twee jaar de moederliefde kon geven, want toen de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) zes jaar oud werd, stierf ook zijn moeder en bleef hij alleen achter. Zijn moeder was met hem naar Mediena gegaan, waar zij onder-weg kwam te overlijden. De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) bleef alleen achter met Oemme Aimen, de bediende van zijn moeder, die hem terugbracht naar Mekka bij zijn grootvader, die Abdoel-moettalib heette. Deze nam daarna de verzorging van de wees Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) op zich. Toen deze op honderdveertig jarige leeftijd stierf, werd de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) opgenomen door Aboe Talib, een broer van zijn vader. De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) was toen maar net acht jaar oud.

 

Vragen: 1. Hoe lang verbleef de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) na zijn geboorte buiten Mekka?  2. Hoe lang verzorgde zijn moeder hem? 3. Wie nam zijn zorg daarna over? 4. Hoe lang verzorgde deze hem? 5. Vertel iets over Aboe Talib.


 

HOOFDSTUK IV 

 

DE JEUGD VAN DE PROFEET MUHAMMAD

(sallallaahoe alaihi we sallam)

 

1. DE MONNIK BAHIRA


 

Toen de Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) twaalf jaar oud was, ging hij met zijn oom, Aboe Talib, voor het eerst mee op handelsreis naar Syrië. Toen hun karavaan in de stad Basra aan-kwam, werd de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) ontdekt door een monnik, die Bahira heette. Monniken zijn christelijke mannen die zich afzonderen van de rest van de wereld. Zij brengen hun leven in gebed en studie van de Bijbel door. De monnik Bahira kende de Bijbel goed en wist dat er een laatste profeet door Allah gestuurd zou worden. Dat was beloofd door de Profeet Iesa (alaihis selaam). Iesa is de Islamitische naam van Jezus, die enkele tekenen van de beloofde Laatste Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) had vermeld. Bahira zag een wolk boven de karavaan drijven. Waar de karavaan zich ook naar toe verplaatste, de wolk liep met hem mee. De Monnik Bahira  begreep, dat er iets bijzonders aan de hand moest zijn met deze karavaan. Hij stuurde een knecht er naar toe om al de reizigers van de karavaan bij hem uit te nodigen voor het middag-eten. Iedereen kwam bij hem om te eten, maar de wolk bleef hangen waar de kamelen van de karavaan waren achtergelaten door de mensen. Bahira vroeg aan zijn gasten of iedereen van de karavaan wel aanwezig was. "Is niemand achtergebleven", vroeg hij aan Aboe Talib, die de leider van de karavaan was. Deze verklaarde dat de zoon van zijn broer, Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam), achtergebleven was bij de kamelen en de goederen. Bahira stond er op dat ook deze zou worden uitgenodigd om met hen mee te eten. Toen de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) de plaats waar zij waren gestopt verliet, bewoog ook de wolk met hem mee. En de wolk bleef hem beschermen tegen de zon tot Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam)  het huis van Bahira  binnenging. Bahira ontdekte de tekenen van het profeetschap op het schitterende gezicht van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam). Hij gaf Aboe Talib dringend het advies om niet door te reizen met de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam), maar hem onmiddellijk terug te sturen naar Mekka. Hij zei, dat het leven van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) in gevaar was, als de joden hem zouden ontdekken. Aboe Talib volgde dit advies van Bahira op en liet de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) terugbrengen naar Mekka.

 

Vragen: 1. Hoe oud was de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) toen hij zijn eerste reis maakte? 2. Welke bijzondere gebeurtenis vond plaats tijdens deze reis? 3. Wie was Bahira? 4. Hoe kon Bahira de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  herkennen? 5.  Welk advies gaf Bahira aan Aboe Talib? 6. Wie is Iesa (alaihis selaam)?


 

2. DE BETROUWBARE EN DE EERLIJKE

Jaren gingen voorbij. De kinderjaren van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) verliepen heel voor-beeldig. Hij groeide op tot een zeer geliefde jongeman. Hij gedroeg zich altijd heel eerlijk en was zeer betrouwbaar.  Hij zette nooit een boos gezicht op en glimlachte vriendelijk als hij tot anderen praatte. Hij had de gewoonte om iedereen te helpen. Naarmate hij opgroeide, werden in de harten van de mensen van Mekka de  eerbied en liefde voor hem groter. Zij gaven hem al heel gauw de namen van al Amien (de Betrouwbare) en al Sadiek (de Eerlijke).

 

Vragen: 1. Hoe was de jeugd van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam? 2.Waarom hadden alle mensen eerbied en liefde  voor hem? 3. Wat was de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) altijd gewoon te doen? 4. Welke twee bijnamen kreeg de Profeet  (sallallaahoe alaihi we sallam) van de mensen van Mekka? 5. Wat betekenen deze twee namen?

 

3. DE MANIEREN VAN DE PROFEET (sallallaahoe alaihi we sallam)


 

De Profeet van Allah (sallallaahoe alaihi we sallam) had een hoog karakter. Hij probeerde reeds heel vroeg zelf zijn brood te verdienen. Hij keurde sterk af om enigszins van anderen afhankelijk te moeten zijn. Hij hielp iedereen heel graag. Hij had eerbied voor zijn meerderen en was altijd heel lief en vriendelijk tegen minderen. Hij was zelf altijd heel verdraag-zaam en vergaf anderen wat zij hem misdeden. Hij sprak altijd de waarheid en leerde anderen dat liegen een heel slechte gewoonte was. Iedereen geloofde hem altijd en er was niemand die niet van hem hield. Hij keurde af om anderen te plagen en hen slechte bijnamen te geven. Hij verbood om over anderen te roddelen en lachte nooit iemand uit. Hij had integendeel altijd medelijden met anderen. Hij nam nooit iets dat niet van hem was en zei dat wij tevreden moesten zijn  met wat Allah aan ons gegeven had. Hij schreeuwde anderen niet en zette nooit een boos gezicht. Hij leerde de mensen om te glimlachen bij het praten met elkaar. Hij zei dat wij naakte mensen kleren en hongerigen eten moesten geven.  Hij verbood aan vaders en mannen om hun dochters en vrouwen te mishandelen. Hij hield veel van kinderen en maakte zich ongerust als hij een kind hoorde huilen. Hij dronk geen alcohol en maakte nooit ruzie. Later verplichtte hij de mensen om onderwijs te volgen en kennis te verzamelen.

 

Vragen: 1. Hoe waren de kinderjaren van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)? 2. Wat probeerde hij al te doen toen hij nog heel klein was? 3. Noem enkele van zijn goede manieren op. 4. Wat keurde hij sterk af? 5. Hoe behandelde hij vrouwen en kinderen? 6. Wat verplichtte hij de mensen te doen?

 

 

 

 

 


 

HOOFDSTUK V

 

DE PERIODE VOOR ZIJN PROFEETSCHAP

 

1. DE HADJAR AL ASWAD


 

Toen Adam (alaihis selaam) op aarde kwam, bracht hij uit het Paradijs enkele dingen mee, waaronder een zwarte steen. In de Arabische taal wordt deze steen de Hadjar al Aswad genoemd. Dat betekent letterlijk de Zwarte Steen. De Hadjar al Aswad was in een hoek aan de buitenkant van de Heilige Ka'ba geplaatst. Toen de Heilige Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) vijfendertig jaar oud was, werd de Heilige Ka'ba door de bewoners van Mekka opnieuw gebouwd na door een bergstroom te zijn verwoest. Er ontstond ruzie onder de bewoners van Mekka over het plaatsen van de Hadjar al Aswad in de muur van de Ka'ba. Iedereen vond dat zijn familie het recht had om dat te doen. Niemand wilde deze eer aan een andere geven. De ruzie werd zo groot dat er bijna een oorlog zou uitbarsten. Een oude man, die Aboe Oemay-ya bin Moeghiera heette, kwam met een voorstel. Hij zei, dat de persoon die als eerste op het erf van de Heilige Ka'ba zou komen, het recht moest krijgen om de Zwarte Steen in de hoek van de Ka'ba te zetten. De gehele groep was het eens met dit voorstel van Aboe Oemay-ya. Samen besloten zij te zitten kijken wie als eerste op het erf van de Ka'ba zou komen. Plotseling zagen zij de Heilige Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) aankomen. En iedereen riep blij uit:

"Daar komt de Eerlijke, de Betrouwbare".

Zij vertelden de Heilige Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) over hun probleem en over het voorstel van Aboe Oemay-ya. De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  glimlach-te en zei dat iedereen het samen moest doen. Hij spreidde zonder te aarzelen zijn schouderdoek op de grond uit. Hij nam de Zwarte Steen en plaatste die op de doek. Daarna vroeg hij de leiders van de  vier bekende families van Mekka om de doek samen op te tillen met de Zwarte Steen. Alle families wezen een persoon aan uit hun midden, die de doek van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) met de Zwarte Steen er in, samen naar de hoek van de Heilige Ka'ba brachten. Daar zette de Profeet  (sallallaahoe alaihi we sallam) hem met zijn handen op de plaats waar hij moest zijn. En daar is de Hadjar al Aswad nog steeds gebleven. Iedereen was heel blij en gelukkig met deze oplossing van het probleem door de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam). Zo werd de vrede onder de verschillende families in Mekka  bewaard. Hij was altijd een voorstander van vrede geweest.

 

Vragen:   1. Wat is de Hadjar al Aswad? 2. Waar is de Hadjar al Aswad nu? 3. Waarom maakten de bewoners van Mekka ruzie met elkaar? 4. Wie bracht een einde aan de ruzie? 5. Hoe deed hij dat?


 

2.  ZIJN HUWELIJK


 

Toen de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) vijfentwintig jaar oud werd, ging hij als leider van een karavaan weer op handelsreis naar Syrië. Deze karavaan was van Hazrat Gadiedja (radiyallaahoe anha). Zij was een rijke en eerbiedwaardige weduwe in de stad Mekka. Tijdens deze tweede reis van zijn leven ontmoette de Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) de monnik Nastoera, die ook de tekenen van zijn profeetschap ontdekte en de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) daarover vertelde. Deze handelsreis van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) bleek heel succesvol te zijn en zeer tevreden keerde de karavaan terug naar Mekka. Maisera, een knecht van Hazrat Gadiedja (radiyallaahoe anha), was op deze handelsreis met de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) meegegaan. Hij vertelde zijn meesteres van de wonderbaarlijke ervaringen die hij tijdens deze reis had opgedaan met de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam). Hazrat Gadiedja (radiyallaahoe anha), die de vorige Schriften van Allah, zoals de Bijbel goed kende, begreep direkt dat Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) de Beloofde Profeet en Boodschaper van Allah moest zijn, die door Moesa en Iesa (alaihis selaam) was voorspeld. Moesa is de Islamitische naam van Mozes. Gadiedja (radiyallaahoe anha) was weduwe en veel ouder dan de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam), maar toch liet zij hem vragen om met hem te mogen trouwen. Dit werd door Aboe Talib, de oom en voogd van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam), aanvaard. Hazrat Gadiedja (radiyallaahoe anha) was toen veertig jaar en de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) slechts vijfentwintig.

 

Vragen: 1. Waarom ging de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) naar Syrië? 2. Hoe oud was hij toen? 3. Hoeveel reizen had hij samen gemaakt buiten Mekka? 4. Wie was Gadiedja (radiyallaahoe anha)? 5. Welke monnik ontmoette de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) op deze reis? 6. Hoe verliep deze reis van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)? 7. Wat deed Gadiedja (radiyallaahoe anha) toen zij over het succes van de  Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) had gehoord?     

 

3. KINDEREN VAN DE PROFEET (sallallaahoe alaihi we sallam)


 

Ondanks het grote verschil in leeftijd verliep het huwelijk tussen de Heilige Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) en Gadiedja (radiyallaahoe anha) heel gelukkig. Gadiedja (radiyallaahoe  anha)  leefde nog vijfentwintig jaar na het huwelijk met de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam). Zij kregen vier dochters en twee zonen. De twee zonen van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) heetten Kasim en Tahir (radiyallaahoe anhoe. Zij stierven op heel jonge leeftijd. De dochters waren Zainab, Oemme Koelsoem, Rokay-ya en Fatima (radiyallaahoe anha). Tijdens het leven van Hazrat Gadiedja (radiyallaahoe anha), die in de ouderdom van vijfenzestig jaar stierf,  huwde de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) geen tweede vrouw meer. Later schonk Hazrat Maria (radiyallaahoe anha), een andere vrouw van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  hem een derde zoon, die Ibrahiem heette. Maar ook de derde zoon van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) stierf heel vroeg. Zijn familie bleef slechts voortbestaan uit de kinderen van zijn laatste dochter, Fatima (radiyallaahoe anha). Hazrat Zainab (radiyallaahoe anha), de oudste dochter van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) trouwde met Aboe al Aas. Hazrat Oemme Koelsoem (radiyallaahoe anha) trouwde met Hazrat Oesman Ghanie (radiyallaahoe anhoe), de derde opvolger van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam). Zij stierf heel vroeg. Na haar overlijden trouwde Hazrat  Oesman Ghanie (radiyallaahoe anhoe),  met Hazrat Rokay-ya (radiyallaahoe anha), de derde dochter van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam). Deze twee dochters van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) hadden nooit kinderen. Hazrat Fatima (radiyallaahoe anha) trouwde met Hazrat Alie (radiyallaahoe anhoe), de vierde opvolger van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) en de beroemde Imaam Hasan en Imaam Hoesein (alaihis selaam) waren hun zonen. Imaam Hoesein (radiyallaahoe anhoe)  wordt de Grote Martelaar genoemd, omdat hij samen met zijn eigen leven ook dat van zijn familie en vele vrienden opgeofferd heeft om de Islam te beschermen en om ons te redden van Djehannam.

 

Vragen: 1. Hoeveel zonen had de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) met Gadiedja? 2. Hoe heetten zij? 3. Vertel iets meer over zijn zonen. 4. Hoeveel dochters had de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)?  5. Hoe heetten zij? 6 Vertel iets meer over zijn dochters. 7. Noem enkele kleinkinderen van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) op. 8. Had hij nog meer zonen?


 

HOOFDSTUK VI

 

HET PROFEETSCHAP VAN MUHAMMAD

(Sallallaahoe alaihi we sallam)

 

1. DE VROEGERE MENSEN VAN MEKKA

De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) dacht veel na over de toestand van de mensen op aarde. Hij kreeg verdriet als hij zag hoe de mensen slechte dingen deden. De mensen hadden elkaar niet lief. Zij geloofden niet dat God er was. Sommige mensen dachten dat stenen beelden hun God was. Anderen namen koningen en leiders van hun land als hun God. Zij wisten niet dat zij Allah alleen moesten aanbidden. Hij is de enige God van alle mensen. De  mensen vochten tegen elkaar en doodden anderen. Kleine meisjes en vrouwen werden mishandeld. Men hield veel van liegen en stelen. Er werd veel alcohol gedronken. En dat was heel slecht. De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) wist dat de mensen door slechte dingen te doen naar Djehannam zouden gaan. En hij wilde de mensen redden van Djehannam. Hij begon tot Allah te bidden om de mensen te redden.

 

Vragen: 1. Hoe leefden de mensen van Mekka vóór de tijd van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)? 2. Hoe vond de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  dat? 3. Wat wilde hij van de mensen?

4. Wat begon hij te doen om de mensen te redden?

 


 

2. BEKENDMAKING VAN  ZIJN PROFEETSCHAP

Soms bleef de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  dagen lang weg. Op de top van een hoge berg, die Djabal al Noer heette, bleef hij dagen en nachten bidden tot Allah . En toen kwam op een dag een engel van God bij hem. Deze engel was Djibriel (alaihis selaam). Dat is de Arabische naam van Gabriël. De engel zei tot hem:

 "Lees". "Wat moet ik lezen," zei de Profeet (sallallaa-hoe alaihi we sallam). De engel zei: "Lees in de naam van uw Heer, Die u geschapen heeft".

De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  kwam hierna vlug naar huis. Hij vertelde zijn vrouw, Hazrat Gadiedja (radiyallaahoe anha), wat hij gezien en gehoord had. Hij zei, dat hij bang was, dat hem iets zou overkomen. Gadiedja (radiyallaahoe anha) zei:

"Allah zal jou nooit vernederen. Je helpt zwakkeren en arme mensen. Je hebt je naasten lief en je bent gastvrij voor bezoekers."

 

Vragen: 1. Wat placht de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) te doen? 2. Waar ging hij altijd naar toe? 3. Wat gebeurde er op zekere dag daar? 4. Wat beval de engel hem? 5. Wat antwoordde de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  aan  de engel? 6. Wat deed de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) toen? 7. Wat zei Hazrat Gadiedja (radiyallaahoe anha)  aan hem?

 

3. WARAKA BIN NAWFAL


 

Gadiedja (radiyallaahoe anha) ging daarna naar haar neef, die Waraka bin Nawfal heette. Deze kende de Bijbel goed en had vaak verteld over de Profeet, die in latere tijden zou komen. Toen hij het verhaal van Gadiedja (radiyallaahoe anha)  over de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  had gehoord zei hij:

"Als het waar is wat jij daar zegt, dan is het de engel Djibriel (alaihis selaam) die aan Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) is verschenen, zoals hij eerder ook al aan Mozes en Jezus was verschenen (alaihis selaam). Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) is de Profeet van dit volk."

 

Vragen: 1. Wie was Waraka bin Nawfal? 2. Wat zei Waraka bin Nawfal, toen hij hoorde wat Gadiedja (radiyallaahoe anha) aan hem over de Profeet (sallallaaho alaihi we sallam) vertelde?

 

4. DE HEILIGE QUR'AAN

De verschijning van Djibriel (alaihis selaam) aan de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) gebeurde in het jaar 610, toen deze veertig jaar oud was. Dit noemen wij de eerste  openbaring van de Qur'aan aan de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam). In hoofdstuk 96 van de Heilige Qur'aan kunnen wij deze eerste openbarin-gen lezen. Dit hoofdstuk heet de Soerat al Alaq, hetgeen betekent "Hoofdstuk van de Bloedklomp". Daarna kwam Djibriel (alaihis selaam) telkens in opdracht van God met enkele verzen van de Heilige Qur'aan  bij de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam). Dat gebeurde drieëntwintig jaar lang. Daarna was de openbaring van de Qur'aan voltooid. Alle verzen werden op stukjes leer, hout en steen opgeschreven. 


 

Vragen: 1. In welk jaar vond de openbaring aan de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  plaats? 2. Hoe oud was de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) toen? 3. In welk hoofdstuk van de Heilige Qur'aan kunnen wij hierover wat lezen? 4. Hoe heet dit hoofdstuk? 5. Wat betekent dat? 6. In hoeveel jaar was de Qur'aan voltooid? 7. Waarop werden de verzen van de Qur'aan opgeschreven?

 

5. DE BOODSCHAP VAN GOD


 

Dus na die ene keer stuurde Allah  de engel Djibriel (alaihis selaam) nog vele keren naar de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam). Telkens als Allah een opdracht of boodschap wilde geven aan de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam), stuurde Hij Djibriel (alaihis selaam) bij hem. Deze vertelde hem om de mensen te leren dat er maar één God was. Hem alleen moest iedereen aanbidden. Men moest geen stenen beelden of koningen aanbidden. Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam)  was de Laatste Profeet en Boodschapper van Allah. Hij bracht voor alle mensen de boodschap van God. Dat werd in een boek opgeschreven. Dat boek heet de Heilige Qur'aan. Het is geschreven in het Arabisch. Dat is de taal van de Islam. De boodschap van God leert ons ook, dat wij vijf keer per dag Allah  moeten aanbidden. Dit gebed wordt selaat of namaaz genoemd. Wij moeten een maand lang vasten. Dat betekent dat wij een  maand lang de hele dag niets moeten eten of drinken. Het vasten wordt in Islamitische woorden sawm genoemd. De maand waarin gevast moet worden, heet Ramadaan. Een keer in het jaar moet iedereen die rijk is aan arme mensen een klein deel van zijn geld afgeven. Dat noemt men zakaat. Een keer in het leven moet iedereen die dat kan naar de heilige plaatsen van de moeslims gaan om daar te bidden. Die heilige plaatsen zijn Mekka en Mediena. Dat noemt men hadj of bedevaart. In Mekka staat de eerste moskee van de wereld, de Heilige Ka'ba en in Mediena ligt het heilige graf van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam).

 

Vragen: 1. Hoeveel keren kwam Djibriel (alaihis selaam)  weer bij de Heilige Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)? 2. Hoe gaf Allah Zijn opdrachten of boodschap aan de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)? 3. Hoe heet die boodschap? 4. In welke taal is het geschreven? 5. Wat vertelde Djibriel  (alaihis selaam) aan de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)? 6. Wat moet een moeslim iedere dag doen? 7. Wat is selaat of namaaz? 8. Wat is vasten en wanneer moeten wij vasten? 9. Wat is hadj? 10. Wat moet een moeslim nog meer doen?

 

6. HOE WIJ ONS MOETEN GEDRAGEN


 

De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  heeft ons ook geleerd dat wij eerbied moeten hebben voor onze ouders, meesters en grote mensen. Wij moeten gehoorzaam zijn aan hen. Ouders, meesters en grote mensen moeten kinderen en zwakkeren lief hebben. Oude mensen moeten goed behandeld worden. Wij moeten altijd schoon, netjes en ijverig blijven. Allah houdt niet van slordige en luie mensen. Wij mogen niet jokken, plagen of andere kwade dingen doen. Wij mogen anderen niet uitlachen, maar hen helpen.

 

Vragen:  1. Hoe moet men zich gedragen tegen ouders en grote mensen? 2. Hoe moeten grote mensen kinderen behandelen? 3. Noem enkele goede manieren op.

 

7. DE DAG VAN DE WEDEROPSTANDING

Het leven op aarde zal eens eindigen. Dan zullen wij allemaal op een dag voor Allah verschijnen. Allah zal ons ondervragen over alle dingen die wij in dit leven op aarde gedaan hebben. Wij zullen aan Allah moeten vertellen waarom wij al die dingen hebben gedaan. Wie goed heeft geleefd zal door Allah beloond worden en zij die slecht hebben geleefd zullen gestraft worden. Deze dag heet de dag van Qiyamat. Dat betekent de Dag van de Wederopstanding. De boodschap van Allah  aan de mensen wordt Islam genoemd. Islam betekent gehoorzaamheid aan Allah. De mensen die de Islam aannemen als hun godsdienst en de bood-schap van Allah volgen, zijn moeslims. Dat zijn mensen die God gehoorzamen. Zij zullen in Djannat  wonen na hun dood. Zij die de boodschap van Allah afkeuren en niet volgen, zullen in Djehannam wonen na hun dood.

 

Vragen: 1. Wat zal er eens met de wereld gebeuren? 2. Wat is de Dag van Qiyamat? 3. Wat zal er gebeuren op deze dag? 4. Hoe wordt de boodschap van God genoemd?


 

HOOFDSTUK VII

 

TIJDEN VAN TEGENSPOED

 

1. DE EERSTE GELOVIGEN


 

De Profeet van Allah (sallallaahoe alaihi we sallam)  begon de mensen de boodschap van God te leren. In opdracht van Allah begon hij eerst met zijn naaste familie. Daarna volgden zijn vrienden en als laatste begon hij de boodschap aan iedereen over te geven. De leiders van Mekka begrepen heel goed dat de boodschap van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  de kleine mensen gelijke rechten zou geven met de groten. En dat wilden zij niet hebben. Zij begonnen hem nu tegen te werken en te haten. De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  moest de boodschap van God in het geheim aan de mensen overbren-gen. De mensen die in de boodschap van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) geloofden, werden moeslims genoemd. Na drie jaren waren er alleen maar dertig mensen die de boodschap van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) hadden aangenomen. Zij zijn de eerste moeslims. Deze eerste moeslims zijn de mensen door wie de Islam sterk is geworden. Zij gaven de goede boodschap van de Heilige Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) door aan andere mensen. Zij deden hun gebeden in het geheim. Als de heidenen van Mekka hen pakten, werden zij mishandeld. Velen van hen werden zelfs op wrede manieren vermoord. En toch zeggen sommige mensen dat de Islam met geweld is verspreid. Maar dat is helemaal niet waar. Onze godsdienst werd juist met geweld tegen-gehouden door de ongelovigen. Ongelovigen zijn mensen die de Islam niet accepteren. Het Islamitische woord voor een ongelovige is kafir. Zo worden mensen die de Islam niet aanne-men genoemd.

 

Vragen: 1. Wat deed de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) nadat hij de boodschap van Allah had gekregen? 2.  Wat deden de leiders van Mekka met de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)? 3. Wie zijn moeslims? 4. Hoe deden de moeslims hun gebeden? 5. Hoeveel mensen waren in drie jaar tijd moeslim geworden? 6. Hoe behandelden de mensen de moeslims? 7. Is het waar dat de mensen gedwongen werden om moeslim te worden? 8. Wie zijn kafirs?

 

2. OPENBAARMAKING VAN DE ISLAM


 

Eindelijk kreeg de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  opdracht van Allah om de Islam openlijk aan de mensen over te brengen. Hij verzamelde de mensen van Mekka en vertelde hen over Allah en de Islam. Hij nodigde hen uit om hem als profeet aan te nemen en de boodschap van God te volgen. De leiders van Mekka werden heel kwaad, scholden hem uit en liepen boos weg. Zij begonnen de moeslims te mishan-delen. De gelovigen konden nu niet rustig blijven. Overal waar de ongelovigen hen tegen-kwamen, werden zij bespot en beledigd. Toen de mishandelingen van de ongelovigen te veel werden, gaf de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  de moeslims toestemming om weg te gaan uit Mekka. Het weggaan van de moeslims uit Mekka om ergens anders bescherming te zoeken voor hun geloof noemen wij hidjra.

 

Vragen: 1. Welke opdracht kreeg de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  van Allah? 2. Wat deed de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) daarna? 3. Hoe vonden de leiders van Mekka dat? 4. Wat deden de mensen van Mekka met de moeslims? 5. Wat is hidjra? 6. Waarom deden de moeslims hidjra?

 

3. DE TOEVLUCHT NAAR AL HABASHA


 

 


 

De moeslims moesten kiezen. Zij konden de Islam vergeten, Allah en de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  in de steek laten en in Mekka blijven met de slechte mensen. Zij konden ook hun huizen en alle andere bezittingen en familie-leden verliezen en de Islam behouden. Dan moesten zij maar ergens anders gaan wonen. En de moeslims kozen voor Allah en de Heilige Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam). In het vijfde jaar na de bekendmaking van zijn profeetschap door de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) verliet een groep moeslims Mekka en ging bescherming zoeken in al Habasha, een land in Afrika,  dat  tegenwoordig  Ethiopië heet. De koning van al Habasha was heel rechtvaardig. Hij was een christen en heette Nadjashie (radiyallaahoe anhoe). Hij ontving de vluchtelingen heel gastvrij en gaf hun toestemming om in zijn land te wonen. Maar de boze leiders van Mekka stuurden soldaten achter hen aan om ze te dwingen om terug te keren. Koning Nadjashie (radiyallaahoe anhoe) van al Habasha vroeg aan de moeslims wat de boodschap van Allah precies was. Hazrat Dja'far (radiyallaahoe anhoe), een van de eerste moeslims, die als leider van de groep optrad, voerde het woord. Toen hij Koning Nadjashie (radiyallahoe anhoe) uitlegde wat de Profeet hen had geleerd, werd ook deze moeslim en stuurde de soldaten van Mekka weg uit zijn land. Maar de moeslims mochten er vrij blijven. Toen kwam er door een list van de ongelovigen een vals bericht dat geheel Mekka moeslim was gewor-den. Blij keerden de moeslims van al Habasha terug naar hun geboortestad. Toen zij daar aankwamen, hoorden zij, dat het bericht niet waar was. Nu konden zij moeilijk teruggaan en werden zij meer dan ooit door de mensen van Mekka mishandeld. Velen werden zelfs dood-gemarteld. Anderen verloren hun familieleden, maar zij verlieten de Islam niet.

 

Vragen: 1. Mochten de moeslims hun bezittingen meene-men toen zij Mekka verlieten? 2. Waar gingen zij naar toe? 3. Hoe werden zij daar ontvangen? 4. Lieten de ongelo-vigen van Mekka hen daarna met rust? 5. Wat deden zij met de weggevluchte moeslims? 6. Wie was Hazrat Dja'far (radiyallaahoe anhoe)? 7. Wat deed de koning van al Habasha toen hij de  boodschap hoorde?

 

4. DE ISLAM  KRIJGT VERSTERKING


 

In het vijfde jaar van het profeetschap van Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam) werd Hazrat Hamza (radiyallaahoe anhoe) moeslim. Deze was één van de ooms van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam). Drie dagen daarna werd ook Hazrat Oemar (radiyallaahoe anhoe) moeslim. Beiden waren dappere krijgers en iedereen had eerbied en gezag voor hen. De Islam werd door deze twee mensen sterk. De moeslims kregen moed. Zij voelden zich beschermd door Hazrat Oemar en Hazrat Hamza (radiyallaahoe anhoe) en kwamen uit hun schuilplaatsen te voorschijn. Zij begonnen in het openbaar hun gebeden te doen. Maar dat duurde niet lang. De heidenen van Mekka deden alles om de vooruitgang van de Islam te stoppen. Zij gaven opdracht om alle contacten met de moeslims te verbreken. Hun mensen mochten de moeslims niet tot vrienden nemen. Zij mochten de moeslims niet helpen en hen ook geen eten of drinken geven. De moeslims werden in een hoek van Mekka afgesloten. Zij konden hun woonplaats niet veilig verlaten. Zij waren als het ware gevangen in hun eigen huizen. Als zij gepakt werden door de ongelovigen, werden zij mishandeld en zelfs vermoord. Hun kinderen huilden van honger en dorst. Zij moesten zich in leven houden door het eten van bladeren en gras. En weer gaf de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) toestemming om naar al Habasha te vluchten. Een grotere groep moeslims deed deze keer hidjra naar al Habasha.

 

Vragen: 1. Hoe kreeg de Islam  versterking in het vijfde jaar van het profeetschap? 2. Wie waren Hazrat Oemar en Hazrat Hamza (radiyallaahoe anhoe)? 3. Wat gebeurde er toen met de moeslims? 4. Wat deden de moeslims ten slotte?

5. Lieten de ongelovigen de moeslims met rust toen zij weggingen uit hun geboortestad?

 


 

5. HET JAAR VAN VERDRIET

De tweede hidjra naar al Habasha vond plaats in het zevende jaar van het profeetschap. Toen de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) vijftig jaar oud werd, kwam er een einde aan deze gevangen-schap van de moeslims. Maar toen gebeurden er twee verdrietige dingen. Zijn zeer geliefde vrouw, Hazrat Gadiedja (radiyallaahoe anha), kwam plotseling te overlijden. Zij was toen vijfenzes-tig jaar. Drie dagen later stierf ook zijn oom Aboe Talib. Deze was vijfentachtig jaar oud. Aboe Talib had de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) vanaf zijn achtste jaar verzorgd. Hij had hem altijd geholpen tegen de ongelovigen van Mekka. Hij was, evenals Hazrat Gadiedja (radiyallaahoe anha), een grote steun voor de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam). Omdat de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) twee grote ondersteuners binnen zeer korte tijd had verloren, werd dit jaar door hem het Jaar van Verdriet genoemd.

 

Vragen: 1. Hoeveel keer vertrokken de moeslims om hun geloof te beschermen naar al Habasha? 2. Wanneer werd de tweede hidjra gedaan? 3. Waarom noemde de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  dit  jaar  het  Jaar  van Verdriet?

4. Wie was Aboe Talib? 5. Vertel iets over hem. 6. Wie was Hazrat Gadiedja? 7. Vertel iets over haar.

 

 


 

HOOFDSTUK VIII

 

TIJDEN VAN VOORSPOED

 

1. MI'RAADJ  OF  HEMELVAART

In die periode kreeg de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) de Mi'raadj. Dat was een hemelreis, die hij op een nacht samen met Djibriel (alaihis selaam) maakte. Het was op 27 Radjab, de zevende maand van het Islamitische jaar. Hij bezocht daarbij de Masdjid al Aqsa (Verre Moskee) in Jeruzalem, waar hij alle voorgaande profeten, vanaf Adam tot en met Jezus (alaihis selaam), ontmoette en hen voorging in een gebed. Daarna reisde hij verder naar de hemelen. Hij  bezocht gedurende deze reis ook Djannat en Djehannam. Ook sprak hij met Allah tijdens deze reis, Die hem vroeg om de gelovigen opdracht te geven om iedere dag vijf keer de selaat of namaaz te doen. Daarom moeten alle moeslims vijf keer per dag bidden.

 

Vragen: 1. Wat is Mi'raadj? 2. Hoe oud was de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) toen hij de Mi'raadj maakte? 3. In welke stad ligt de Verre Moskee? 4. Wat is de Islamitische naam van de Verre Moskee? 5. Wat gebeurde er daar tijdens de Mi'raadj? 6. Waar ging de Profeet (sallallaaho alaihi we sallam) nog meer naar toe tijdens de Mi'raadj? 7. Welke opdracht kregen de moeslims tijdens de Mi'raadj?          


 

2. HET BEZOEK  AAN TAIF


 

Toen de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) zag dat de mensen van Mekka niet wilden luisteren naar de boodschap van God, ging hij naar Taif. Dit was een stad even buiten Mekka. Maar de mensen van Taif waren veel erger in hun ongeloof. Zij bespotten en beledigden de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam). Toen deze doorging met zijn opdracht om de mensen de bood-schap van Allah te vertellen, werden zij boos op hem. Zij begonnen hem te mishandelen.  Zijn knecht Zaid bin Harisa (radiyallaahoe anhoe) was met hem meegegaan. Ook hij werd door de mensen van Taif mishandeld. Ongeveer een maand bleef de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) in Taif. Toen de mishandelingen erger werden, besloot hij maar terug te keren naar Mekka. Bij zijn terugkeer achtervolgden de boze mensen van Taif hem en stenigden hem, waardoor zijn lichaam op verschillende plaatsen begon te bloeden. Meermalen zakte de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) in elkaar van de pijn, maar de mensen lieten hem niet met rust tot hij buiten Taif was gekomen. En waarom werd hij zo geslagen en mishandeld? Wat had hij hen misdaan? Hij had alleen maar gezegd, dat er maar één God was en dat iedereen naar God's boodschap moest luisteren. Hij had de mensen slechts willen redden van de zware straf die zij zouden krijgen in Djehannam als zij God niet zouden gehoorzamen. En om de mensen te redden moest hij zo lijden. Maar hij verdroeg alles en bad tot God om de mensen te vergeven en zei: "O Allah, vergeef hen, want zij weten niet wat zij doen."

 

Vragen: 1. Wat deed de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) toen de mensen van Mekka niet naar hem wilden luisteren? 2. Waar ligt Taif? 3. Wilden de mensen van Taif wel  naar  de  Profeet  (sallallaahoe alaihi we sallam)  luisteren?

4. Wie was Zaid bin Harisa? 5. Hoe lang bleef de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) in Taif? 6. Hoeveel mensen werden toen moeslim in Taif? 7. Welke behandeling kreeg de Profeet  (sallallaahoe alaihi we sallam)  van de mensen in Taif?  8. Waarom werd de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  zo door de mensen van Taif mishandeld? 9. Wat deed de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) nadat hij zo'n slechte behandeling van de mensen kreeg?

 

3. DE GELOFTEN VAN AL AQABA


 

 


 

Op geregelde tijden kwamen er mensen van alle kanten naar Mekka om er bij de Ka"ba de bedevaart te doen. De Heilige Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) trachtte in deze tijden aan de mensen, die van buiten Mekka kwamen, de boodschap van Allah over te brengen. In het tiende jaar na het profeetschap werden er op deze manier twee mensen, afkomstig uit Mediena, moeslim. In het elfde jaar werd dat aantal acht. In het jaar daarna, dus in het twaalfde jaar na het profeetschap, namen zelfs veertien mensen van Mediena de boodschap van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) aan. Zij legden een gelofte af in handen van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam), waarbij werd beloofd, dat zij hem zouden helpen de boodschap van God te verspreiden. Dit wordt de Ba'it Aqaba Oela genoemd. Dat betekent de eerste gelofte van Aqaba. Al aqaba is de plaats in Mekka  waar deze gelofte werd afgenomen. De vierde keer, dat was dus in het dertiende jaar van het profeetschap, legden drieënzeventig mensen van Mediena tijdens de bedevaart de gelofte van trouw aan de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  af. Dit wordt de Ba'it Aqaba Sania genoemd, hetgeen de tweede gelofte van Aqaba betekent. Zij nodigden de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) uit om Mekka te verlaten en naar Mediena te komen. Zij beloofden hem daar met woord en daad te helpen met het verspreiden van de Islam. Intussen werden de moordplannen van de heidenen erger. De moeslims konden het nauwelijks meer uithouden. Eindelijk kregen zij opdracht van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) om langzamerhand ongemerkt de stad te verlaten en naar Mediena te gaan. De moeslims moes-ten hun geboorteplaats, die zij zo lief hadden, verlaten. Hun bezittingen moesten zij achter-laten voor hun vijanden. Zij werden als het ware beroofd door de kafirs. Met lege handen, maar vol vertrouwen gingen de moeslims weg.

 

Vragen: 1. Waarom besloot de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) zijn geboorteplaats te verlaten? 2. Hoeveel keren beloofden de mensen van Mediena tijdens de bedevaart, dat zij de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) trouw zouden zijn? 3. Hoeveel mensen van Mediena waren al moeslim geworden, toen de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) aan zijn volgelingen opdracht gaf om naar deze stad te vertrekken? 4. Wat deden de moeslims met hun bezittingen toen zij van Mekka weggingen? 5. Wat is al Aqaba?

 

4. OP WEG NAAR MEDIENA


 

De heidenen van Mekka namen alles van de arme moeslims, die met lege handen, maar veilig in Mediena aankwamen. Tenslotte kreeg ook de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) opdracht van Allah om weg te gaan uit zijn geboorteplaats en in Mediena Zijn boodschap aan de mensen over te brengen. Op een avond hadden woeste soldaten van de Mekkanen zijn huis omsingeld om hem te vermoorden. Maar hij kon, beschermd door Allah, ongezien zijn huis verlaten. Hij ging naar zijn beste vriend Aboe Bakr al Siddieq (radiyallaahoe anhoe). Samen met deze verliet hij de stad Mekka in het donker van de nacht. De Mekkanen bemerkten al heel gauw, dat de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) niet in zijn huis was. Zij achtervolgden hem direkt. Maar niet ver van de stad hielden de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) en Aboe Bakr (radiyallaahoe anhoe) zich schuil in een grot van de Berg Saur. Drie dagen lang hielden zij zich schuil in de grot. Hun achtervolgers kwamen tot vóór de ingang van de grot, maar konden hen toch niet zien. Vanuit de grot konden de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  en zijn vriend de benen van de vijanden zien. Aboe Bakr (radiyallaahoe anhoe)  werd bang. De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  stelde hem gerust.

"Wees niet bang, Allah is met ons", zei hij. 

Gelukkig keerden de vijanden zonder hen te hebben opgemerkt terug naar de stad. Het was duidelijk dat de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) en Hazrat Aboe Bakr (radiyallaahoe anhoe) door Allah werden beschermd. Toen zij zeker waren dat de ongelovigen niet meer naar hen zochten, kwamen zij uit de grot en zetten hun reis naar Mediena op kamelen voort.

 


 

Vragen: 1. Welke opdracht kreeg de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) van Allah? 2. Wat zou hij in de stad Mediena moeten doen? 3. Wat deden de ongelovigen op een nacht? 4. Waar ging de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) naar toe? 5. Met wie vertrok hij daarna samen? 6. Wat deden de heidenen toen de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) was vertrokken? 7. Waar hielden de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) en Aboe Bakr (radiyallaahoe anhoe) zich schuil? 8. Hoe lang bleven zij daar?

 

5. SORAKA BIN MALIK


 

De leiders van Mekka loofden een prijs van honderd kamelen uit op het hoofd van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam). Degene die er in zou slagen om de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) levend of dood terug te brengen zou direkt rijk worden. Soraka bin Malik was een zeer ge-vreesde krijger onder de heidenen van Mekka. Iedereen was bang voor hem. Gewapend met zwaard, speer en pijl en boog zette hij de achtervolging van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) in. Hij was vastberaden om binnen korte tijd de gelukkige bezitter van honderd kamelen te worden. De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  bereed een kameel, dacht Soraka bin Malik. Te paard zou hij hem vlug inhalen. En inderdaad zag hij na een tijd te hebben gereden in de verte van de woestijn een stofwolk, die zich langzaam verwijderde. Aboe Bakr (radiyallaahoe anhoe) merkte de achtervolging het eerst op. De achtervolger was alleen. Zou het een vijand zijn of een vriend, vroeg Aboe Bakr (radiyallaahoe anhoe) zich af. Telkens keek hij om met de bedoeling om de achtervolger te kunnen herkennen. Eindelijk was deze hen zo dicht genaderd, dat zij in hem de gevreesde Soraka herkenden. Aboe Bakr (radiyallaahoe anhoe) schrok. En weer stelde de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  hem gerust met de woorden:

"Wees niet bang, Allah is met ons."


 

Soraka was hen nu heel dicht genaderd. Dreigend hield hij zijn speer omhoog. Hij stond op het punt om het op de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) te werpen. Maar plotseling hoorden de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  en Aboe Bakr (radiyallaahoe anhoe)  een angstige kreet. Zij zagen  het paard van Soraka in de grond wegzakken. Met angstige ogen keek deze de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) aan en smeekte om vergeving. De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  was van kindsaf vergevensgezind. Hij vergaf zijn vijand en gaf de grond opdracht om het paard van Soraka los te laten. Deze beloofde om terug te keren naar Mekka. Maar nadat Soraka eenmaal bevrijd was, kwam de verleiding van de honderd kamelen weer in hem op. En weer probeerde hij zijn slechte plannen uit te voeren. Allah beschermde Zijn Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) weer. De grond greep het paard van Soraka weer vast. En weer smeekte hij de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  om vergeving met de belofte om zijn boze plannen te vergeten. Nogmaals vergaf de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) zijn levensvijand. En weer liet de grond het paard van Soraka los. Maar Soraka hield geen woord. Hij probeerde zijn boze plannen voor de derde keer uit te voeren. En weer werd hij gegrepen door de aarde. Toen hij de derde keer door de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) vergeven was, kreeg hij ontzag en eerbied voor hem. Uit de grond van zijn hart beloofde hij terug te gaan en de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) met rust te laten. En dat deed hij ook. Toen hij later in Mekka terugkwam, vertelde hij de vijanden van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  niet eens dat hij hem gezien had. Dat zou volgens hem verraad van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  betekenen. Veel later werd ook Soraka bin Malik  (radiyallaahoe anhoe) moeslim.

 

Vragen: 1. Wat deden de leiders van Mekka toen zij bemerkten dat de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  hen was ontsnapt?  2. Wie was Soraka bin Malik? 3. Waarom kon hij de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) vlug inhalen? 4. Wat gebeurde er met hem toen hij op het punt stond de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) aan te vallen? 5. Wat deed de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) met hem?


 

HOOFDSTUK IX

 

DE STAD VAN DE  PROFEET

(sallallaahoe alaihi we sallam)

 

1. DE AANKOMST IN MEDIENA

Niet ver van Mediena is er een plaats die Qoeba heet. Daar verbleef de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) enige dagen. Hij bouwde daar een moskee en vertrok later naar Mediena. Die moskee staat bekend als Masdjid Qoeba. In Mediena werd hij heel groots ontvangen. De mensen van Mediena waren heel blij met de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) in hun midden. Iedereen verlangde hem thuis bij zich als gast op te nemen. De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  liet de beslissing daarvan aan zijn kameel over. Deze heette Qaswa en was wit van kleur. Waar Qaswa zou stoppen, besloot de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) als zijn verblijfplaats te kiezen. En toevallig stond de kameel van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  stil voor het huis van Hazrat Aboe Ay-yoeb Ansarie (radiyallaahoe anhoe).  De Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  besloot zijn intrek bij hem te nemen. Deze had het geluk om gastheer van de Profeet  (sallallaahoe alaihi we sallam) te zijn in Mediena.

 


 

Vragen:  1. Ging de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) rechtsstreeks naar Mediena na zijn schuilplaats te hebben verlaten tijdens de hidjra? 2. Waar verbleef hij enkele dagen voor hij doortrok naar de stad Mediena? 3. Wat  deed  hij  daar? 4. Hoe heet de masdjid die hij te Qoeba bouwde? 5. Hoe werd de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) in Mediena ontvangen? 6. Bij wie logeerde hij na zijn aankomst in Mediena?  7. Waarom besloot de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) daar te logeren? 8. Wat bereed de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam)  tijdens  zijn  reis  naar Mediena? 9. Hoe heette zijn rijdier?

 

2. DE ISLAMITISCHE JAARTELLING

Toen Hazrat Oemar Faroek (radiyallaahoe anhoe) veel later opvolger van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) werd, maakte hij met de hidjra het begin van de jaartelling voor moeslims. Het jaar waarin de hidjra naar Mediena plaatsvond, werd het eerste jaar van de Islamitische jaartelling. Nu zijn wij in het jaar 1418 van de hidjra. Het jaar van de moeslims begint met 1 Muharram. Dat is de eerste Islamitische maand. De andere maanden zijn in de juiste volgorde: Safar, Rabie al Awwal, Rabie al Sanie, Djoemada al Oela, Djoemada al Oegra, Radjab, Sha'baan, Ramadaan, Shawwaal, Zoel Qa'da en Zoel Hadj-dja.

 


 

Vragen: 1. Met welke gebeurtenis begint de Islamitische jaartelling? 2. Door wie werd dat ingevoerd? 3. Met welke datum begint de Islamitische jaartelling? 4. Noem de Islamitische maanden in de juiste volgorde op.

 

3.  ISLAMITISCHE FEESTDAGEN


 

Het Islamitische nieuwjaar is op 1 Muharram, terwijl 10  Muharram de Dag van Aashoera is. De meeste belangrijke religieuze gebeurtenis-sen van de wereld vonden op deze dag plaats. Adam (alaihis selaam) werd op deze dag geschapen. Ook werd hij samen met Haw-wa op de Dag van Aashoera uit het Paradijs op aarde ge-stuurd. De ark van Noeh (alaihis selaam)  werd van de zondvloed op 10 Muharram gered. Noeh is de Islamitische naam van Noach. Mozes (alaihis selaam)  stak met de Israëlieten op 10 Muharram de Nijl over om gered te worden van de mishandelingen van Farao. Hij kreeg de Tien Geboden van Allah ook op 10 Muharram. Het was 10 Muharram toen Jezus ten hemel voer vanuit de Berg Sinaï. Op 10 Muharram vond ook de marteling van Imaam Hoesein en zijn familie in Karbela plaats en op 10 Muharram zal ook de Dag van Qiyamat plaatsvinden. Op 12 Rabie al Awwal hebben wij Mielaadoen-nabie d.i. de geboortedag van de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam). Deze dag wordt wereldwijd heel groots gevierd door de moeslims. Op 27 Radjab maakte de Profeet (sallallaahoe alaihi we sallam) de Mi'raadj. Dat wordt ook ieder jaar overal door de moeslims  herdacht. Op 15 Sha'baan is het de Lailetoel Beraa'et d.i. Nacht van Verlossing. In het Oerdoe wordt deze nacht de Shabe Beraa'et genoemd. Gedurende deze hele nacht stort Allah Zijn zegen neer op alle bewoners van de aarde. De moeslims brengen de Lailetoel Beraa'et in gebed door. Op 1 Ramadaan  begint het vasten en eindigt met de viering van Iedoel Fitr op 1 Shawwaal. Op 27 Ramadaan hebben wij de Lailetoel Qadr. Dat betekent de Nacht van Majesteit. In het Oerdoe wordt deze nacht de Shabe Qadr ge-noemd. Vrede en zegeningen van Allah dalen gedurende deze gehele nacht neer op aarde. De moeslims brengen deze nacht ook in gebed door. Op 9 Zoelhadj-dja is het de dag van de bedevaart in Mekka. Op 10 Zoelhadj-dja wordt de Iedoel Ad-ha gevierd. Dat betekent letterlijk het Offerfeest. Dan wordt het offer van Ibrahiem (alaihis selaam)  herdacht, die bewees dat hij in opdracht van Allah zijn zoon Ismaïel (alaihis selaam)  bereid was te offeren.

 

Vragen: 1. Wanneer is het Islamitisch Nieuwjaar? 2. Welke andere feestdagen hebben wij? 3. Wat is de Lailetoel Beraa'et? 4. Wat is de Lailetoel Qadr? 5. Wat kan je vertellen  over de Aashoera?  6. Wat  is  het Iedoel Fitr?  7. Wat is het Iedoel Ad-ha? 8. Op welke datum vindt de bedevaart  plaats? 9. Waar wordt de hadj gehouden?


 

 

4. SELAATO SELAAM

 

Mawla ja salli we sallim daa'imen abadaa

Alaa hebiebika gairil galki koel-lihimie                       

Alhamdo lillaahi moenshil galki min adamie

Soemmas selaato alal moegtari fil kidamie

 

Mohammadoen sayidoelkawnaini wes sekelain

Wal fariekaini min oerbinw we min adjemie

 

Ja rabbi bilmoestefa balligh mekaasidena

Waghfirlena maa medaa ja waasi'alkaramie

 

We ienna min djoedikaddoenja we darrateha

We min oeloemika ielmal lawhi welkalamie

 

Djaa'et lida'watihil ashdjaro saadjidaten

Tamshie ilaihi ilaa saakim bilaa kadamie 

 

Soemmarrida an abie bakrinw we an oemeraa

We an aliyyinw we an oesmaana zilkaramie

 

Wal aali was-sahbie soemmattabi'iene lehoem

Ahlittokaa wennokaa welhielmi welkaramie

 

 

 

                                                             Uit:  Qasieda Boerda Sherief

 

 

 

 


 

5. LOFZANG AAN DE PROFEET

 

O Heer, zend eeuwige vrede en zegeningen

Op Uw geliefde, de beste van alle schepselen                 

 

Lof  aan Allah,  Die alles schiep toen niets bestond

En vrede over de Meester aan wie alles toebehoort 1

 

Muhammad, de leider van beide wezens en werelden 2 

Van beide groepen van mensen, van de Arab  en de Adjam 3

 

Vervul mijn Heer, in naam van de Uitverkorene, mijn wens

Vergeef mijn zonden, o Bron van onbegrensde weldadigheid

 

Tot zijn gunsten behoren de wereld en al wat daarin is

En zijn kennis omvat de kennis van het blad en de pen 4

 

Bomen kwamen op zijn wenken buigende naderbij

Zij liepen naar hem toe zonder aarzelen waar hij ook was

 

Moge welbehagen van Allah rusten op Boe Bakr en Oemar

En op Hazrat Alie en  Oesman, Meesters van weldadigheid

 

En op zijn nageslacht en discipelen en hen die hen volgen

De vrezenden, de heiligen, de genadigen en de weldadigen

 

 

Vertaling uit:  Qasieda Boerda Sherief door M.I. Soebhan


 

[1]. Vrede en zegeningen van Allah zij met hem.

[2]. Vrede zij met hem.

[3]. Moge Allah tevreden zijn over haar.

1. De Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam).

2. De beide wezens zijn de mens en de djinn;

           De beide werelden zijn het heden en het hiernamaals.

3. Arab is het Arabische volk; Adjam is iedereen die geen Arabier is.

4. Het blad is de Lawhoel Mahfoez waarop de

           beschrijving van alles vanaf de eerste tot

           en met de laatste dag staat beschreven.

1. De Profeet Muhammad (sallallaahoe alaihi we sallam).

2. De beide wezens zijn de mens en de djinn;

           De beide werelden zijn het heden en het hiernamaals.

3. Arab is het Arabische volk; Adjam is iedereen die geen Arabier is.

4. Het blad is de Lawhoel Mahfoez waarop de

           beschrijving van alles vanaf de eerste tot

           en met de laatste dag staat beschreven.

LIJST VAN NAMEN EN VREEMDE WOORDEN

 

Aashoera.........................10e dag van Muharram, de eerste maand van de Islam;                                      vele belangrijke dingen vonden op deze dag plaats

Abdoella...........................vader van de Profeet

Abdoelmoettalib...............grootvader van de Profeet

Aboe Ay-yoeb Ansarie....gastheer van de Profeet bij diens aankomst in Mediena

Aboe al Aas.....................schoonzoon van de Profeet; was getrouwd met zijn   oudste                                    dochter Zainab

Aboe Bakr ..................... .eerste moeslim onder de mannen; werd later eerste  opvol-                                    ger  van  de Profeet

Abraha.............................koning van Jemen; wilde de Heilige  Ka'ba verwoesten

Adam...............................eerste mens door Allah geschapen

Adnaan.............................afstammeling van Hazrat Ismaiel, uit wiens nageslacht de                                    Profeet werd geboren

Al Amien......................... de Betrouwbare; naam van de Profeet

Al Habasha.....................vroegere naam van Jemen                  

Alie.................................. eerste jongeling die moeslim werd; later werd hij de vierde                                    opvolger van de Profeet

Allah.................................Islamitische naam van God

Al Sadiek.........................de Eerlijke; naam van de Profeet

Amina..............................moeder van de Profeet

Azaziel.............................vroegere naam van de Duivel; leider van de slechte djinn's

Bahira..............................monnik die tijdens de eerste reis van de Profeet naar Syrië                                    tekenen van zijn profeetschap ontdekte en hem aan-

                                  raadde om terug te keren naar Mekka

Bait Aqaba Oela..............eerste gelofte bij de plaats Aqaba tussen de Profeet  en                                     enkele pelgrims van Mediena; zij beloofden hem

                                  daarbij trouw en ondersteuning

Bait Aqaba Sania.............tweede gelofte van de Profeet bij Aqaba met pelgrims van                                    Mediena die hem trouw beloofden en hem uitnodigden

                                  om naar Mediena te komen

Baitoellah.........................Huis van Allah; andere naam voor de Ka'ba Sherief

Djabal al Noer.................berg in de buurt van Mekka, waar de Profeet altijd ging                                       bidden in een grot

Djabal al Sawr.................berg waarop de Profeet zich in een grot samen met Aboe                                    Bakr schuil hield tijdens de hidjra

Dja'far..............................een van de eerste moeslims, die met een groep moeslims                                    naar  al Habasha verhuisde om aan de kwellingen

                                  van de ongelovigen te ontkomen

Djehannam......................plaats van pijn en verdriet waar de ongehoorzamen zullen                                    verblijven na de dood

Djennat............................plaats van gelukzaligheid en vreugde waar gehoorzame                                      dienaren van  Allah na de dood zullen verblijven


 

Djibriel..............................leider  van alle engelen; bracht  de boodschap van God                                     aan de Profeet Muhammad                  

Djinn.................................onzichtbaar wezen, door Allah geschapen; evenals bij de                                    mensen bestaan er slechte en goede djinn's

Fatima..............................de vierde dochter van de Profeet; trouwde met Hazrat Alie

Farao...............................Egyptische heerser die zich liet aanbidden als God en de                                    Israëlieten onderdrukte; hij verdronk in de Nijl toen hij

                                  achter Mozes en zijn volk trachtte dezel over te steken

Gadiedja...........................welgestelde weduwe van Mekka; eerste vrouw van de                                       Profeet die hem zes kinderen schonk

Haadjira............................vrouw van Abraham en moeder van Hazrat Ismaiel Hadj.................................bedevaart naar de heilige plaatsen van de Islam

Hadjar al Aswad...............zwarte steen door Adam uit het Paradijs op aarde gebracht                                    en bevestigd aan de Heilige Ka'ba

Halima as Sadiya............zoogster van de Profeet; vanaf zijn geboorte verbleef  de                                    Profeet vier jaar lang bij haar

Hamza.............................oom van de Profeet, door wie de Islam versterking kreeg

Haw-wa...........................eerste vrouw ter wereld, die door Allah werd geschapen   Hazrat..............................beleefdheidstitel voor eerbiedwaardigen

Hidjra...............................vertrek van de Profeet naar de stad Mediena om aan de                                     moordplannen van de ongelovigen in Mekka te ontkomen

Iblies................................Islamitische naam van de Duivel

Ibrahiem..........................1. vader van Ismaiel; hoogaanzienlijke profeet van Allah                                      uit wiens geslacht de Profeet Muhammad afstamt 2. derde                                    zoon van de Profeet, geboren uit Hazrat Maria

Iedoel Ad-ha....................feest ter herdenking van het offer door Abraham van zijn                                    zoon Ismaiel 

Iedoel Fitr........................feest ter afsluiting van het vasten gedurende  de heilige                                      maand Ramadaan

Iesa..................................Islamitische naam van de Profeet Jezus

Imam Hasan....................kleinzoon van de Profeet, broer van Imaam Hoesein, die                                     omwille  van de Islam door vergiftiging de dood vond

Imam Hoesein.................kleinzoon van de Profeet die zijn leven en dat van zijn                                        familie en vele vrienden opofferde om behoud van de Islam

Islam................................de godsdienst die door Allah is uitgekozen; letterlijk   bete-                                    kent het gehoorzaamheid aan de enige God

Ismaiel..............................zoon van Abraham en Haadjira, die in opdracht van Allah                                    moest  worden geofferd en in wiens nageslacht de Profeet                                    Muhammad werd geboren

Israfiel..............................engel die in een fluit zal blazen op bevel van Allah, waar-                                    na de wereld zal vergaan

Izraiel...............................engel  die alle levende wezens het leven ontneemt  waar-                                    door zij doodgaan als hun leven is geëindigd

Jasrab..............................vroegere naam van Mediena

Ka'ba...............................eerste gebedshuis ter wereld in de stad Mekka; voor het                                     eerst gebouwd door Adam


 

Karbela............................Plaats in Irak waar Imaam Hoesein met zijn familie en vele                                    vrienden doodgemarteld werd door vijanden van de Islam

Kasim...............................eerste zoon van de Profeet, geboren uit zijn eerste vrouw                                    Hazrat Gadiedja; hij stierf heel vroeg

Koraisj..............................beroemde familie in Mekka waarin de Profeet werd  gebo-                                    ren; de Koraisj had de leiding over de stad Mekka

Lailetoel Beraa'et............15e nacht van de maand Sha'baan; heilige nacht waarin                                     zegeningen van Allah neerdalen op Zijn dienaren

Lailetoel Qadr..................27e nacht van de maand Ramadaan; heilige nacht waarin                                    Allah vrede en genade doet neerdalen op Zijn dienaren

Lawhoel Mahfoez.............blad waarop alles wat zou gebeuren vanaf het begin tot de                                    Laatste Dag staat beschreven

Malakoel Maut.................naam van de Doodsengel Izraiel

Maria................................vrouw van de Profeet uit wie zijn zoon Ibrahiem geboren                                    werd; hij stierf echter heel vroeg

Masdjid............................gebedshuis van moeslims; letterlijke betekenis: plaats van                                    nederwerping om zich te vernederen voor God

Masdjid Qoeba................masdjid die door de Profeet op weg naar Mediena werd                                      gebouwd tijdens de hidjra

Mediena...........................stad van de Profeet Muhammad, van waaruit de Islam  tot                                    bloei kwam na de hidjra

Mekka..............................eerste stad ter wereld; bekend om de Heilige Ka'ba en als                                    geboortestad van de Profeet

Miekaiel...........................engel die belast is met het bezorgen van voedsel aan de                                    levende wezens op aarde

Milaadoennabie.............. 12e dag van de maand Rabie al Awwal; dag van de  viering                                    van de geboorte van de Profeet

Mi'raadj............................nachtelijke reis  van de Profeet  van Mekka naar

                                 Jeruzalem,  van daaruit naar de zeven hemelen en

                                 door het Paradijs

Moesa  ...........................Islamitische naam van de Profeet Mozes

Moeslim...........................iemand die de Islam, de boodschap van God, volgt

Muharram........................eerste maand van de Islam; Islamitisch nieuwjaar

Nadjashie........................koning van al Habasha die de moeslims hielp toen zij  vanuit                                   Mekka gedwongen waren weg te vluchten om aan                                             de mishandelingen van de heidenen te ontkomen

Namaaz...........................vijf keer per dag verplicht gebed; in het Arabisch, de taal                                     van de Qur'aan,  selaat genoemd

Nasr.................................afstammeling van Hazrat Ismaiel uit wiens nageslacht de                                    Profeet werd geboren

Nastoera..........................monnik die tijdens de tweede reis van de Profeet naar                                        Syrië, zijn profeetschap ontdekte en hem daarover vertelde

Noeh................................Islamitische naam van de Profeet Noach 

Oemar.............................tweede opvolger van de Profeet


 

Oemme Aimen................bediende van de moeder van de Profeet , die hem terug-                                   bracht naar Mekka bij  zijn grootvader nadat zijn

                                 moeder was overleden

Oemm Koelsoem...........dochter van de Profeet, trouwde met Hazrat Oesman

Qasieda Boerda.............letterlijk: Het Gedicht van de Deken; bevat lofzangen aan

                                 de Profeet  geschreven  door allaama Sheikh

                                 Boeseerie uit Egypte

Qaswa............................naam van de kameel van de Profeet, die hem naar                                            Mediena bracht tijdens de hidjra

Qiyamat..........................Dag van Opstanding en Laatste Oordeel

Qoeba................... ........plaats dichtbij Mediena waar de Profeet tijdens de hidjra                                     enkele dagen verbleef en een masdjid bouwde

Qur'aan...........................Woord van God; het Heilige Boek van de moeslims

Rabie al Awwal..............geboortemaand van de Profeet; derde Islamitische maand

Radjab............................zevende maand van de Islam; maand van de hemelreis

Rokay-ya........................dochter van de Profeet, trouwde na het overlijden van                                        Oemme  Koelsoem met Hazrat Oesman

Saum...............................vasten, gedurende de maand Ramadaan verplicht voor                                      moeslims

Selaat.............................vijf keer per dag verplicht gebed; in het Oerdoe, de                                            Pakistaanse taal,  namaaz genoemd

Selaato selaam.............. vredesgroet aan de Profeet Muhammad 

Shabe Beraa'et...............naam van de Lailatoel Beraa'et in het Oerdoe

Shabe Qadr....................naam van de Lailatoel Qadr in het Oerdoe

Sinai................................berg van waar uit Hazrat Iesa ten hemel voer, waar hij nog                                   steeds verblijft en dicht bij de dag van Qiyamat zal

                                 terugkeren op aarde

Soerat.............................hoofdstuk van de Qur'aan

Soerat al Fiel..................het Hoofdstuk van de Olifanten

Soraka bin Malik............achtervolger van de Profeet tijdens de hidjra die later                                          moeslim  werd

Sowaiba..........................voedster van de Profeet, die hem enkele dagen na zijn                                      geboorte had gezoogd

Tahir................................tweede zoon van de Heilige Profeet, geboren uit zijn eerste                                   vrouw Hazrat Gadiedja

Wahb..............................grootvader van de Profeet van moeder's zijde

Waraka bin Nawfal.........oom van Hazrat Gadiedja, die verklaarde dat Hazrat                                          Muhammad de Laatste Profeet van Allah was toen

                                 hij hoorde dat de engel Djibriel bij hem was gekomen

Zaid  bin  Harisa.............knecht van de Profeet die hem vergezelde naar de

                                 stad Taif

Zainab............................oudste dochter van de Profeet

Zakaat............................jaarlijks verplichte bijdrage aan arme moeslims

Zoel Hadj-dja.................12e maand van de Islamitische kalender; op 10 Zoelhadjdja                                   is het Offerfeest ter herdenking van het offer door

                                 Hazrat Abraham van zijn zoon Ismaiel

INHOUDSOPGAVE                      

                                               Blz.

 

Voorwoord...........................................3

 

HOOFDSTUK  I 

DE SCHEPPING

1. Het begin.........................................4

2. Engelen en djinn.............................5

3. De mens..........................................6

4. Paradijs en Hel................................7

5. Hoe Adam op aarde kwam.............9

 

HOOFDSTUK II

DE PROFEET MUHAMMAD

1. De stad Mekka..............................11

2. De geboorte van de Profeet.........12

3. Koning Abraha en de Heilige

   Ka'ba  ............................................12

4. De familie van de Profeet.............14

 

HOOFDSTUK III

DE VERZORGING VAN DE

PROFEET

1. Zoogsters van de Profeet.............16

2. De ezel van Halima

   as Sa'diya....................................17

3. De verzorging van de Profeet.......18

 

HOOFDSTUK IV

DE JEUGD VAN DE PROFEET

1. De monnik Bahira.........................19

2. De Eerlijke en de Betrouwbare.....21

3. De manieren van de Profeet........21

 

HOOFDSTUK V

DE PERIODE VOOR ZIJN PROFEETSCHAP

1. De Hadjaral Aswad.......................23

2. Zijn huwelijk...................................25

3. De kinderen van de Profeet..........26

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                Blz

 

HOOFDSTUK VI

HET PROFEETSCHAP

1. De vroegere mensen van                   Mekka.............................................28

2. Bekendmaking van zijn

   profeetschap..................................29

3. Waraka bin Nawfal........................29

4. De Heilige Qur'aan........................30

5. De Boodschap van Allah..............31

6. Hoe wij ons moeten gedragen.....32

7. De Dag van de Opstanding..........33

 

HOOFDSTUK  VII

TIJDEN VAN TEGENSPOED

1. De eerste gelovigen......................34

2. Openbaarmaking van de Islam.....35

3. De toevlucht naar al Habasha......36

4. De Islam krijgt versterking............38

5. Het jaar van verdriet.....................40

 

HOOFDSTUK VIII

TIJDEN VAN VOORSPOED

1. Mi'raadj of hemelreis.....................41

2. Zijn bezoek aan Taif.....................42

3. De geloften van al Aqaba.............43

4. Op weg naar Mediena..................45

5. Soraka bin Malik...........................47

 

HOOFDSTUK  IX

DE STAD VAN DE PROFEET

1. De aankomst in Mediena..............50

2. De Islamitische jaartelling.............51

3. Islamitische feestdagen.................52

4. Selaato selaam..............................54

5. Lofzang aan de Profeet................55

 

Namen en woorden...........................56

Inhoudsopgave...................................60